Definitie statistiek
= wetenschap van gegevens
Verzamelen
Evalueren (beschrijvende statistiek)
Interpreteren (verklarende statistiek)
Basiselementen van de statistiek
Experimentele eenheden: de bestudeerde objecten
Populatie: de verzameling experimentele eenheden
Variabele: kenmerk of eigenschap van een individuele eenheid uit de populatie
Steekproef: deelverzameling van de populatie
Statistische gevolgtrekking: veralgemening vanuit de steekproef naar de populatie
Betrouwbaarheidsmaat: uitspraak over de onzekerheid van de statistische gevolgtrekking
Beschrijvende statistiek
Populatie en steekproef
Onderzochte variabele(n)
Numerieke synthesemiddelen (grafieken, tabellen, maatstaven)
Opsporen van gegevenspatronen
Gegevensbronnen
Publicaties: boeken, tijdschriften, kranten
Ontworpen experiment: om effecten van een behandeling te onderzoeken
Enquête (survey): gegevens via vragenlijsten, gesteld aan een steekproef van mensen
Waarnemend onderzoek: waarneming onder natuurlijke omstandigheden. Geen interactie
met de experimentele eenheden
Verklarende statistiek
Populatie
Onderzochte variabele(n)
Steekproeftrekking uit de populatie
Conclusie over de populatie, op basis van de steekproef
Betrouwbaarheidsmaat voor de gevolgtrekking
Betrouwbaarheidsmaat: p-waarde
p-waarde = bepalen of een resultaat in een wetenschappelijk experiment of analyse statistisch
significant is.
Samenvatting Statistiek voor bedrijfskundigen I (2024/25) 1
, Kleine p-waarde (bijvoorbeeld < 0,05): Dit betekent dat de kans dat de resultaten door
toeval zijn veroorzaakt erg klein is
Grote p-waarde (bijvoorbeeld > 0,05): Dit betekent dat de kans groot is dat de resultaten
door toeval zijn ontstaan, en er is geen sterk bewijs om de nulhypothese te verwerpen.
Kwalitatieve gegevens
Kunnen enkel geclassificeerd worden in categorieën
Zijn niet-numeriek van aard
Bij zinvol ordenbare categorieën spreekt men van ordinale gegevens
Bij niet-ordenbare categorieën spreekt men van nominale gegevens
Nominale kwalitatieve gegevens: geslacht, kleur (je kan er niet mee rekenen en de ene is niet
beter dan de andere)
Ordinale kwalitatieve gegevens: gelukniveau, sociale klasse (je kan er niet mee rekenen,
maar de ene is wel ‘beter’ dan de andere)
Kwantitatieve gegevens
Geregistreerd op een van nature voorkomende numerieke schaal
Gelijke intervallen op de schaal moeten gelijke betekenissen hebben
Ratioschaal indien er een absoluut nulpunt is (“0” = waarde niet aanwezig)
Intervalschaal indien er geen absoluut nulpunt is
Interval: tijdstip op een klok, temperatuur in °C (je kan onder nul gaan)
Ratio: lengte, gewicht, inkomen in €, temperatuur in K (minder dan nul kan niet)
Kwalitatief <-> Kwantitatief
Kwantitatieve gegevens naar kwalitatieve gegevens? Ja, met verlies aan informatie
Kwalitatieve gegevens naar kwantitatieve gegevens? Neen, niet zinvol mogelijk
Vertekeningen (“bias”) in enquêtegegevens
Zelfselectie: eigen uitgesproken mening komt naar boven
Meetfouten: waar ligt de fout? Apparatuur, enquêteur, omzetting naar ander formaat?
Ontbrekende respons: Oorzaak? Hoe statistisch verwerken?
Steekproeven trekken
Steekproeven zijn nodig want het is vaak niet mogelijk om de gehele populatie te
onderzoeken
Steekproeven moeten representatief zijn voor de gehele populatie
Samenvatting Statistiek voor bedrijfskundigen I (2024/25) 2
, Verschillende methoden van steekproeftrekking bestaan: aselecte steekproef is lukraak een
vooraf bepaald aantal elementen n uit de populatie kiezen
Kwalitatieve gegevens beschrijven
Cumulatieve frequenties
Samenvatting Statistiek voor bedrijfskundigen I (2024/25) 3
= wetenschap van gegevens
Verzamelen
Evalueren (beschrijvende statistiek)
Interpreteren (verklarende statistiek)
Basiselementen van de statistiek
Experimentele eenheden: de bestudeerde objecten
Populatie: de verzameling experimentele eenheden
Variabele: kenmerk of eigenschap van een individuele eenheid uit de populatie
Steekproef: deelverzameling van de populatie
Statistische gevolgtrekking: veralgemening vanuit de steekproef naar de populatie
Betrouwbaarheidsmaat: uitspraak over de onzekerheid van de statistische gevolgtrekking
Beschrijvende statistiek
Populatie en steekproef
Onderzochte variabele(n)
Numerieke synthesemiddelen (grafieken, tabellen, maatstaven)
Opsporen van gegevenspatronen
Gegevensbronnen
Publicaties: boeken, tijdschriften, kranten
Ontworpen experiment: om effecten van een behandeling te onderzoeken
Enquête (survey): gegevens via vragenlijsten, gesteld aan een steekproef van mensen
Waarnemend onderzoek: waarneming onder natuurlijke omstandigheden. Geen interactie
met de experimentele eenheden
Verklarende statistiek
Populatie
Onderzochte variabele(n)
Steekproeftrekking uit de populatie
Conclusie over de populatie, op basis van de steekproef
Betrouwbaarheidsmaat voor de gevolgtrekking
Betrouwbaarheidsmaat: p-waarde
p-waarde = bepalen of een resultaat in een wetenschappelijk experiment of analyse statistisch
significant is.
Samenvatting Statistiek voor bedrijfskundigen I (2024/25) 1
, Kleine p-waarde (bijvoorbeeld < 0,05): Dit betekent dat de kans dat de resultaten door
toeval zijn veroorzaakt erg klein is
Grote p-waarde (bijvoorbeeld > 0,05): Dit betekent dat de kans groot is dat de resultaten
door toeval zijn ontstaan, en er is geen sterk bewijs om de nulhypothese te verwerpen.
Kwalitatieve gegevens
Kunnen enkel geclassificeerd worden in categorieën
Zijn niet-numeriek van aard
Bij zinvol ordenbare categorieën spreekt men van ordinale gegevens
Bij niet-ordenbare categorieën spreekt men van nominale gegevens
Nominale kwalitatieve gegevens: geslacht, kleur (je kan er niet mee rekenen en de ene is niet
beter dan de andere)
Ordinale kwalitatieve gegevens: gelukniveau, sociale klasse (je kan er niet mee rekenen,
maar de ene is wel ‘beter’ dan de andere)
Kwantitatieve gegevens
Geregistreerd op een van nature voorkomende numerieke schaal
Gelijke intervallen op de schaal moeten gelijke betekenissen hebben
Ratioschaal indien er een absoluut nulpunt is (“0” = waarde niet aanwezig)
Intervalschaal indien er geen absoluut nulpunt is
Interval: tijdstip op een klok, temperatuur in °C (je kan onder nul gaan)
Ratio: lengte, gewicht, inkomen in €, temperatuur in K (minder dan nul kan niet)
Kwalitatief <-> Kwantitatief
Kwantitatieve gegevens naar kwalitatieve gegevens? Ja, met verlies aan informatie
Kwalitatieve gegevens naar kwantitatieve gegevens? Neen, niet zinvol mogelijk
Vertekeningen (“bias”) in enquêtegegevens
Zelfselectie: eigen uitgesproken mening komt naar boven
Meetfouten: waar ligt de fout? Apparatuur, enquêteur, omzetting naar ander formaat?
Ontbrekende respons: Oorzaak? Hoe statistisch verwerken?
Steekproeven trekken
Steekproeven zijn nodig want het is vaak niet mogelijk om de gehele populatie te
onderzoeken
Steekproeven moeten representatief zijn voor de gehele populatie
Samenvatting Statistiek voor bedrijfskundigen I (2024/25) 2
, Verschillende methoden van steekproeftrekking bestaan: aselecte steekproef is lukraak een
vooraf bepaald aantal elementen n uit de populatie kiezen
Kwalitatieve gegevens beschrijven
Cumulatieve frequenties
Samenvatting Statistiek voor bedrijfskundigen I (2024/25) 3