CRIMINOLOGIE
Samenvatting
Joren Brauwers
Academiejaar 2024-2025
, DEEL 1: ONDERNEMEND HANDELEN EN DESIGN THINKING
TEKST 1: DEFINING SOCIAL ENTERPRISE
1. DE OORSPRONG VAN HET WOORD “SOCIAL ENTERPRISE” EN ZIJN EVOLUTIE
Een social enterprise = een sociale onderneming, een organisatie die zich inzet om maatschappelijke doelen na te streven,
dit is hun PRIMAIR doel. Niet het geld maken staat centraal, het geld is vooral een middel om deze maatschappelijke doelen
te realiseren.
SOCIAAL ONDERNEMEN?
Sociaal ondernemen is een manier van zakendoen waarbij een bedrijf niet alleen winst wil maken, maar ook iets goeds wil
doen voor de maatschappij of het milieu. Het gaat om het oplossen van problemen zoals armoede, werkloosheid, kwetsbare
groepen of vervuiling, met behulp van een bedrijf.
- Sociale ondernemingen willen een maatschappelijk probleem oplossen. Voor sociale ondernemingen is het
leveren van een bijdrage aan een betere samenleving belangrijker dan winst maken. Voor sociaal ondernemen
geldt: Impact first!
Voorbeelden
(1) Een koffiebar die eerlijke handel promoot: Deze koffiebar koopt koffiebonen van boeren die eerlijk worden
betaald, zodat ze een beter leven kunnen opbouwen.
(2) Sociaal restaurant: men geeft hier werk aan mensen die ver van arbeidsmarkt staan, namelijk vluchtelingen of
mensen met een bepaalde handicap. Om ze kansen te geven om opleiding te volgen, en hun leven en
arbeidscarrière te verbeteren.
EVOLUTIE
De term sociale onderneming (social enterprise) kreeg vanaf de jaren 1990 meer aandacht in zowel de VS als Europa.
- Oorzaak van deze evolutie
o (1) De groeiende erkenning van de derde sector (de non-profitsector)
▪ Sector 1: Overheid
▪ Sector 2: Markt
o (2) De zoektocht naar nieuwe vormen van ondernemerschap
VERENIGDE STATEN
1993: Harvard Business School: Social Enterprise Initiative = Training- en ondersteuningsprogramma’s voor sociale
ondernemingen en sociale ondernemers
- Echter: Is in de VS het concept wel BREED & VAAG. De Term verwijst vooral naar markt-georiënteerde
economische initiatieven met sociaal doel. De focus lag op het ondernemende karakter als antwoord op de
financiële problemen van non-profits (zoals afnemende subsidies en giften).
EUROPA
Fase 1: 1990
- Eerste opkomst in Europa in het hart van de derde sector
- Italië: Hier had men een wet aangenomen voor die een specifiek “legal form” (kader) creëert voor sociale
coöperaties, die primair gefocust waren op het beantwoorden van noden die onvoldoende beantwoorden werden
door publieke voorzieningen/diensten (van de overheid)
Fase 2: midden ‘90
- Opkomst van gelijkaardige initiateven (zoals in Italië)
o Gevolg: Opkomst van EMES European research Network, een groep van Europese onderzoekers
(toenmalig 15 EU-landen) die zagen dat er nieuwe initiatieven opkomen & besloten om samen te komen
en deze evolutie van sociale ondernemingen in Europa te onderzoeken. Dit EMES-Netwerk deed
onderzoek naar het fenomeen om een gemeenschappelijke definitie & benadering te ontwikkelen.
1
, Fase 3: 2002
- Plotselinge versnelling van het debat rond sociaal ondernemerschap in UK
o Blair Government: startte de Social Enterprise Coalition en creëerde een Social Enterprise Unit:
▪ Doel: kennis van een sociale onderneming te verbeteren en het promoten doorheen het land
▪ Supervisie door afdeling van Trade & Industry Die een eigen definitie en legal form maakten,
nl ‘Community Interest Company’
• 2 cruciale karakteristieken:
o 1: Gericht op een sociaal doel.
o 2: Duurzaam dankzij economische activiteiten (handel).
EMES-DEFINITIE VAN SOCIALE ONDERNEMING
Sociale ondernemingen = organisaties die gericht zijn op het helpen van de gemeenschap. Ze worden opgestart door een
groep burgers en beperken de invloed van investeerders die winst willen maken. Daarnaast hechten deze ondernemingen
veel belang aan hun onafhankelijkheid en durven ze economische risico’s nemen
EMES stelt een 'ideaaltype' voor met 9 kenmerken, verdeeld over economische en sociale criteria:
- Economische kenmerken:
1. Continue economische activiteit: ze verkopen goederen/diensten, het is geen zuivere liefdadigheid.
▪ = is niet zoals traditionele NON-profit organisaties
2. Hoge mate van autonomie: opgericht door burgers, onafhankelijk van de overheid.
3. Economisch risico: ze dragen (gedeeltelijk) zelf het financiële risico.
4. Minimum Betaalde arbeid: er is minstens een basisniveau van betaald werk aanwezig.
- Sociale kenmerken:
5. Duidelijke maatschappelijke doelstelling: het welzijn van de gemeenschap staat centraal.
6. Opgericht door burgers: ontstaan uit burgerinitiatief, niet opgelegd van bovenaf.
7. Besluitvorming niet op basis van kapitaal: 'één lid, één stem' in plaats van aandeelhouderschap.
8. Participatief karakter: verschillende belanghebbenden (gebruikers, werknemers, vrijwilligers) zijn betrokken.
9. Beperkte winstverdeling: eventuele winst wordt beperkt uitgekeerd of hergeïnvesteerd.
2. SOCIALE ONDERNEMING: EEN BRUG TUSSEN COÖPERATIES EN NON -PROFITORGANISATIES
In de tekst wordt uitgelegd dat sociale ondernemingen zich bevinden TUSSEN twee werelden binnen de derde sector:
1. Coöperaties/cooperatieven (sociale economie)
o Zij verkopen hun diensten of producten op de markt, net zoals gewone bedrijven.
o Hun doel is meestal om de belangen van hun leden te dienen. (niet zo zeer investeerders)
2. Non-profitorganisaties (zoals vzw’s)
o Zij richten zich op sociale of maatschappelijke activiteiten, zoals armoedebestrijding.
o Ze werken meestal met subsidies, donaties of vrijwilligers, en weinig tot geen commerciële activiteit.
Waar zit dan de ‘brug’?
Sociale ondernemingen combineren kenmerken van beide types:
- Ze hebben een sociaal doel zoals non-profits, maar werken ook ondernemend en marktgericht zoals coöperaties.
- Ze zijn vaak economisch actief (bv. verkoop van diensten), maar met de gemeenschap als centraal belang, niet
enkel de leden.
- Ze betrekken verschillende belanghebbenden in hun werking (zoals medewerkers, klanten, vrijwilligers), terwijl
klassieke coöperaties zich meestal beperken tot hun leden.
Sociale onderneming: instrument om bruggen te bouwen tussen afzonderlijke componenten van de derde sector:
- Er zijn 2 spanningsvelden:
o 1: Gehele productie te koop aanbieden (cooperaties) <-> activiteiten die doorgaans als zwak economisch
worden beschouwd (vzw)
o 2: organisaties die wederzijdse belangen van hun leden dienen (coopertieven) <-> organisaties die
algemeen belang van bredere gemeenschap dienen (vzw)
2
, Nieuwe wettelijke kaders -> combineert een beperking op de productie van winst (vzw) en de belangrijkste kenmerken van
de coöperatieve rechtsvorm:
- Frankrijk: société coopérative d’interêt collectif
- België: social purpose company
- Italië: social co-operatives
3. DE 3 CENTRALE ONDERZOEKSVRAGEN (EMES -PROJECT)
Ideaal-typisch sociale ondernemingen:
- (1) Verschillende doelen
- (2) Verschillende stakeholders
- (3) Verschillende bronnen
THEORETISCHE ASSEN
COMPLEXE MIX VAN DOELEN + VERSCHILLENDE STAKEHOLDERS
Gaat over een complexe mix van minstens 3 doelen + verschillende stakeholders (alle personen of groepen die
invloed hebben op of beïnvloed worden door de werking van de onderneming, zoals: werknemers, vrijwilligers,
klanten, overheid, investeerders,…) , om de doelen te bereiken
- Sociale doelen: verbonden met de specifieke missie van sociale ondernemingen om de gemeenschap ten
goede te komen
- Economische doelen: gerelateerd aan het ondernemende karakter van sociale ondernemingen. Sociale
onderneming zijn GEEN liefdadigheidsorganisaties, ze voeren ook economische activiteiten uit zoals
verkoop/aanbieden van producten of diensten
o Ze moeten economisch wel ZIEN te overleven, en de winst die ze maken wordt dan weer gebruikt
om verder uw sociale doelen (primair te realiseren)
- Socio-politieke doelen: vanwege het feit dat sociale ondernemingen vaak geworteld zijn in een ‘sector’ die
traditioneel betrokken is bij sociaal politieke actie
o = het voortbrengen van sociaal kapitaal (verwijst naar netwerken, vertrouwen & samenwerkingen
die mensen hebben, & sociale ondernemingen proberen hierbij bij te dragen).
MARKT- EN NIET-MARKT GERELATEERDE MIDDELEN
Volgens de auteurs gebruiken sociale ondernemingen meerdere soorten hulpbronnen of middelen om hun
werking mogelijk te maken. Ze steunen dus niet op slechts één bron van inkomsten, maar combineren
verschillende vormen (hybride financiering):
- (1) Markt-gerelateerde middelen = Dit zijn inkomsten uit verkoop van producten of diensten.
o Deze vorm van inkomsten is typisch voor gewone bedrijven, maar bij sociale ondernemingen
staat het sociale doel centraal, niet de winst.
- (2) Niet-markt gerelateerde middelen = overheidssubsidies (om sociaal doel te steunen),
vrijwilligerswerk of dotaties van vrijwilligers
Sociale ondernemingen hebben vaak een hybride financiering, wat betekent dat ze verschillende economische
logica’s combineren:
• Marktlogica: handel drijven, inkomsten genereren.
• Herverdeling: steun krijgen van de overheid of fondsen.
• Wederkerigheid: samenwerken met vrijwilligers of gemeenschappen
3
, KADER EMES VS MEESTE LITERATUUR
Hypothese van EMES = Er zijn 4 innovatieve kenmerken van de hypothese die EMES-Netwerk naar voren schuift over sociale
ondernemingen:
- (1) Multidimensionale bestuursstructuur: EMES stelt dat sociale ondernemingen niet zoals klassieke
bestuursvormen is (zoals bijv. “één persoon, één stem”), maar dat hun bestuur meervoudig en complex is:
o Verschillende stakeholders (zoals werknemers, vrijwilligers, klanten, overheden) kunnen betrokken zijn
bij het bestuur.
▪ Bestuur draait dus niet enkel om wie juridisch eigenaar is, maar ook om participatie,
vertegenwoordiging en democratische besluitvorming.
• ➤ Dit is vernieuwend, omdat traditionele modellen vaak uitgaan van één dominante
groep (bv. leden bij coöperaties).
- (2) Economische duurzaamheid ≠ enkel via handel; Volgens EMES hoeft een sociale onderneming niet uitsluitend
winst te maken via verkoop (handel) om als economisch duurzaam te gelden.
o Ze moet voldoende middelen verwerven om haar sociale missie te realiseren.
o Die middelen kunnen hybride zijn, dus uit verschillende bronnen komen:
▪ Commerciële activiteiten
▪ Overheidssubsidies
▪ Vrijwilligerswerk, giften of steun uit de gemeenschap
o ➤ Dit onderscheidt sociale ondernemingen van gewone bedrijven én van zuivere non-profits.
- (3) De aard van de economische activiteit ondersteunt de sociale missie De kernactiviteit zelf (de productie of
dienst) moet bijdragen aan het sociale doel:
o Het gaat dus niet om een onderneming die iets verkoopt om met de opbrengst goede doelen te steunen.
➤ De activiteit zelf ís het sociaal doel.
▪ Voorbeeld: een kringwinkel die werk verschaft aan mensen met een beperking → het werk is
zowel economisch als sociaal zinvol..
- (4) Interactie met overheidsbeleid EMES wijst erop dat sociale ondernemingen niet in een vacuüm opereren: ze
staan in wisselwerking met het beleid en de samenleving.
o Ze worden beïnvloed door wetten, regels en subsidies, maar hebben zelf ook impact op beleid. ➤ Ze zijn
dus niet passieve uitvoerders, maar vaak actieve mede-vormgevers van sociale innovaties en
beleidsvernieuwing.
TUSSENRUIMTE : MARKT – OVERHEID – CIVIELE SAMENLEVING
Sociale ondernemingen bevinden zich in een tussenpositie:
• Markt = ze verkopen goederen of diensten (zoals een gewoon bedrijf), maar hun economische activiteiten zijn ene
MIDDEL om een sociaal doel te realiseren
• Overheid
o (1) Ze krijgen vaak subsidies of werken samen met de overheid
o (2) Ze passen zich aan wetten en beleid (bepaald door overheid) aan, maar zijn ook in staat om beleid
mee te beïnvloeden
• Civiele samenleving = Sociale ondernemingen ontstaan vaak uit lokale noden of burgerinitiatief. Ze betrekken
vrijwilligers, gebruikers en andere burgers bij hun werking.
4. WORK INTEGRATION SOCIALE ENTERPRISES (WISE )
WISEs (Work Integration Social Enterprises) zijn sociale ondernemingen die zich richten op het begeleiden van mensen met
een afstand tot de arbeidsmarkt. Hun doel is om deze mensen te helpen (opnieuw) werk te vinden
- Veel Europese landen kampen met werkloosheid, vooral bij kwetsbare groepen (laaggeschoolden, ouderen,
migranten,…) → Klassieke overheidsmaatregelen (zoals werkloosheidssteun of activeringsprogramma's) slagen er
niet altijd in om deze mensen effectief aan het werk te helpen. Daarom worden WISEs gezien als belangrijke en
innovatieve instrumenten van het arbeidsmarktbeleid.
o Ze bestaan in bijna alle Europese landen, maar in verschillende vormen en maten.
4
,De basis van de WISEs: mensen die een risico lopen om permanent van de arbeidsmarkt uitgesloten te worden, opnieuw te
integreren in de arbeidsmarkt en in de samenleving in het algemeen, door middel van productieve activiteiten !!
PERSE-PROJECT
Het was een Europees onderzoeksproject dat liep van 2001 tot 2004 en uitgevoerd werd door het EMES European Research
Network, met onderzoekers uit 11 EU-landen. Het PERSE-project had als hoofddoel om de werking en impact van WISEs
(Work Integration Social Enterprises) in Europa te analyseren.
- Meer concreet wilde men:
o Toetsen of WISEs echt meervoudige doelstellingen nastreven (sociaal, economisch, politiek).
o Nagaan hoe ze verschillende soorten middelen combineren (handel, subsidies, vrijwilligers).
o Begrijpen hoe ze samenwerken met en beïnvloed worden door het beleid.
o Inzicht krijgen in de governance en organisatievormen van deze ondernemingen
5
, TEKST 2: “DESIGN THINKING” FOR SOCIAL INNOVATION
1. INLEIDING
WAT IS HET?
Design Thinking is een methode die gebruikt wordt om problemen op
te lossen. De Design Thinking Methode is bij uitstek geschikt voor het
oplossen van zeer complexe problemen (ook wel wicked
problems genoemd, bv: armoede, onveiligheid,..).
- Bestaande uit 5 grote stappen
o (1) Empathize (inleven) = Je probeert de mensen
die met het probleem te maken hebben écht te begrijpen. Je observeert, interviewt en luistert
naar gebruikers om hun emoties, behoeftes en context te leren kennen.
▪ Mogelijke tool om te gebruiken; Empathy map
• A: Who are we empathizing?
• B: What do they need to DO?
• C: What do they SEE/SAY/DO/HEAR?
o (2) Define = je bundelt wat je geleerd hebt in één duidelijke probleemstelling.
o (3) Ideate (ideeën genereren) = In deze fase ga je via brainstorm sessie (zonder oordelen), zoveel
mogelijk oplossingen bedenken voor uw probleem
o (4) Prototype = één van de mogelijke oplossingen kiezen en verder uitwerken, dus de ideeën worden
omgezet in daadwerkelijke producten/diensten die vervolgens getest, herhaald & verfijnd worden
o (5) Test = Uittesten van uw prototype, je zult waarschijnlijk feedback krijgen waardoor je uw
prototype kunt verfijnen of aanpassen (en daarna terug testen, het is GEEN lineair proces)
Belangrijke kenmerken van design thinking
- A: Gebaseerd op diep begrip van mensen (gebruikers, cliënten, burgers).
- B: Prototypen maken en testen: snel ideeën uitproberen om te leren wat werkt.
- C: Voorbij vooroordelen en vaste denkkaders kijken om écht innovatieve oplossingen te vinden.
- D: Focus op wat mensen nodig hebben, en op de structuur en omgeving die nodig is om hun behoeften te
vervullen.
Voordelen van design thinking
- Voor bedrijven: innovatiever zijn, sneller op de markt komen, zich beter onderscheiden.
- Voor non-profits: betere oplossingen bedenken voor maatschappelijke problemen, meer impact.
DESIGN THINKING IN ACTIE : HET VERHAAL VAN JERRY STERNIN
Jerry Sternin gebruikte design thinking in zijn project over positive deviance:
- Jerry Sternin was goed in het identificeren OUTSIDE SOLUTIONS voor lokale problemen
o Positive deviance = men zoekt oplossingen onder individuen en gezinnen in de gemeenschap die
het al goed doen, naar een oplossing voor andere gezinnen
▪ Voorbeeld: Hij zocht binnen een gemeenschap naar mensen die het ondanks moeilijke
omstandigheden wél goed deden. De onderzoekers (hij en zijn vrouw) kijken naar arme
gezinnen met gezonde kinderen in Vietnam. Ze ontdekten dat deze gezinnen anders
kookten en voedzamer voedsel gebruikten (bijv. garnalen, krabben, groene bladeren).
• Door dit gedrag te kopiëren en te delen in de gemeenschap, verbeterde de
gezondheid van veel kinderen. ➤ Mensgerichte oplossingen ontstaan dus vaak
binnen de gemeenschap zelf.
6
,2. DE OORSPRONG VAN DESIGN THINKING
Design Thinking ontstond in 1991 bij IDEO, een bekend ontwerp- en innovatiebureau met vestigingen in de VS, Engeland en
China. IDEO werkte oorspronkelijk aan het ontwerpen van consumentenproducten (bv: Oral-B toothbrush)
- MAAR: Rond 2001 vroegen klanten van IDEO om hulp bij complexere problemen die niet puur om
productontwerp gingen.
o Bv: Gezondheidszorg organisatie vroeg om hen te helpen herstructureren van hun organisatie
o Bv: Universiteit wou alternatieve leeromgevingen vinden in plaats van klasruimtes
o …
- Gevolg: Ontstaan van Design thinking door David Kelley
David Kelley beschreef het proces in drie fases ("spaces"), die niet strikt chronologisch zijn maar wel richting geven:
1. Inspiration
➤ Het startpunt: je ziet een probleem of kans die je wil aanpakken.
o MAAR altijd de behoefte van de mensen achterhalen (interview, focusgroepen,…)
▪ MAAR beter: Onderzoekers die de wereld ingaan en gaan observeren
2. Ideation
➤ Het bedenken, ontwikkelen van ideeën die kunnen werken.
3. Implementation
➤ ontwikkelen van uw Prototype en testen bij de effectieve gebruikers in de praktijk
7
, TEKST 3: INTRODUCTION TO DESIGN THINKING: PROCESS GUIDE
1. INLEIDING
Design Thinking is een mensgerichte methode om complexe problemen op te lossen. Het proces bestaat uit vijf fasen,
die je flexibel kunt doorlopen en herhalen. Het doel is om tot bruikbare, creatieve en effectieve oplossingen te komen
die echt aansluiten bij wat mensen nodig hebben.
2. DE 5 FASEN VAN DESIGN THINKING
EMPATHIZE – INLEVEN IN DE GEBRUIKER
“To create meaningful innovations, you need to know your users and care about their lives”
Wat? Je probeert de mens/gebruiker die kampt met het probleem écht te begrijpen. Je leert hoe gebruikers denken, voelen
en handelen binnen hun omgeving.
Waarom? Door te observeren en te luisteren krijg je de kans om te begrijpen wat zij voelen & denken, het helpt ook een
zicht te vormen in wat deze gebruikers nodig hebben
Hoe “empathize” ik? Je gaat je inleven in de gebruiker door:
• Observeren: wat mensen doen vs. wat ze zeggen.
• Participeren: ga het gesprek aan en stel steeds de "waarom?"-vraag.
• Luisteren en kijken: met open aandacht.
Overgang naar de volgende fase: Je bundelt alle informatie (ook wel “unpacking” genoemd) en start met het zoeken naar
patronen en inzichten. Dat leidt tot de volgende stap: Define.
DEFINE – PROBLEEM SCHERP STELLEN
“Framing the right problem is the only way to create the right solution”
Wat? Je formuleert een duidelijke, mensgerichte probleemstelling op basis van wat je geleerd hebt over je gebruiker en
zijn context. Wat is NU concreet het probleem dat je wilt oplossen, dit moet je duidelijk definiëren…
Waarom? Een goed gedefinieerd probleem (point-of-view) geeft richting aan het hele creatieve proces.
Hoe “define” ik?
• Herken patronen in wat gebruikers zeggen/doen.
• Focus op de gebruiker, zijn noden en diepere inzichten.
Overgang naar Ideate: Je gaat nu op zoek naar creatieve oplossingen voor de specifieke uitdaging die je net
hebt gedefinieerd.
IDEATE – IDEEËN GENEREREN
“It’s not about coming up with the right idea, it’s about generating the broadest range of possibilities”
Wat? Je bedenkt zoveel mogelijk oplossingen voor het probleem.
Waarom? Het is de brug tussen probleem en oplossing. Kennis van probleemruimte en mensen voor wie u ontwerpt te
combineren met uw verbeeldingskracht om oplossingsconcepten te genereren
Hoe?
• Laat logica en creativiteit samenwerken.
• Gebruik technieken zoals mindmapping, bodystorming, sketching.
• Denk in verschillende richtingen:
o de Meest waarschijnlijke keuze,
o de logische/rationele keuze,
o de Meest verrassende of onverwachte keuze.
Overgang naar Prototype: Je kiest een of meerdere ideeën om uit te werken tot een tastbaar prototype.
8
, PROTOTYPE – IDEE TASTBAAR MAKEN
“Build to think and test to learn”
Wat? Je zet één van uw ideeën, om naar een tastbare dienst/product (snelle, eenvoudige testversie) om deze vervolgens
te testen, en eventueel aan te passen
Waarom?
• Je ontdekt wat wel en niet werkt.
• Je kunt snel fouten maken en bijsturen zonder veel kosten.
• Je krijgt betere feedback als je iets tastbaars laat zien.
Hoe?
• Start simpel, denk aan de gebruiker tijdens het bouwen.
• Denk vooraf goed na: Wat wil je testen? Hoe?
Overgang naar Test: Je bereidt voor hoe je het prototype test, zodat je bruikbare feedback van gebruikers krijgt.
TEST – LEREN VAN JE GEBRUIKERS
“Testing is an opportunity to learn about your solution and your user”
Wat? Je test je prototype met echte gebruikers en verzamelt hun feedback.
Waarom?
• Je leert wat werkt en wat niet.
• Verfijnen van prototypes en oplossingen
• Je leert meer over de behoeftes en voorkeuren van gebruikers.
Hoe?
• Laat gebruikers iets ervaren (in plaats van het enkel uit te leggen). → “Show don’t tell”
• Vraag gebruikers om vergelijkingen te maken
• Creëer ervaringen
9