JEUGDCRIMINOLOGIE
Samenvatting
Joren Brauwers
Academiejaar 2024-2025
, JEUGDRECHT
DEEL 1: INLEIDING OP HET HEDENDAAGSE JEUGDRECHT
HOOFDSTUK 1: DE EVOLUTIE VAN HET KINDBEELD
Binnen het eerste hoofdstuk overlopen we de ontwikkeling van het kindbeeld en hoe die ontwikkeling
bijgedragen heeft tot de manier waarop we nu naar kinderen en jongeren kijken. De drie fasen die in de
evolutie te onderscheiden zijn, vormen de basis voor de structuur van dit hoofdstuk:
1. De ontdekking van het kind
2. Kinderbeschermingsbeweging
3. Kinderrechtenbeweging
FASE 1: DE ONTDEKKING VAN HET KIND
WAT BEDOELT MEN MET ONTDEKKING?
Ontdekking: Men is naar het kind gaan beginnen kijken, zich te beginnen realiseren dat er verschillen zijn tussen
kinderen en volwassenen (we zien dat ze anders zijn, maar doen nog niks)
Als je in de literatuur opzoek zou gaan naar het MOMENT waarop men eigenlijk “kinderen ontdekt”, dan wordt er heel vaak
door een aantal auteurs (Ariés & Verhellen) gezegd dat we moeten wachten tot na de Middeleeuwen.
- Hun argument: In de periode van de middeleeuwen eigenlijk geen sporen te vinden zijn van een andere manier
om met kinderen om te gaan (anders dan dat je zou doen met volwassenen)
o Ze zeggen dat bv: in de kunst is er geen specifieke referentie naar kinderen, er is geen afzonderlijke
literatuur toegespitst op kinderen,… maatschappelijk gezien ze we niks specifiek op kinderen gericht (ook
niet in de wet) dus volgens hen moet je wachten tot NA de middeleeuwen, namelijk de periode van de
Renaissance (waar er wel maatschappelijk gekeken wordt naar kinderen, met belang van educatie &
opvoeding)
▪ Veel auteurs zeggen “de ECHTE ONTDEKKING van het kind” is in de Renaissance, ze ontdekken
dat we misschien ANDERS zouden moeten kijken naar kinderen (misschien hebben ze niet
dezelfde competenties als ouders, en moeten we ze opvoeden en educatie). Maar de loutere
ontdekking van het kind (volgens Wendy), en het feit dat het ook misdrijven kan plegen gebeurd
al in de oudheid (hier zeggen ze wel geen aandacht voor de bekwaamheid)
- Wendy de Bondt – is het daar NIET HELEMAAL MEE EENS, dit is de redenen waarom ze op de tijdlijn NOG een
periode ervoor heeft geplakt, namelijk de “oudheid” Grieken en Romeinen. Zelfs in de Oudheid wordt ook al veel
geschreven over het beeld van het kind, je vindt referenties naar het feit dat ze vinden dat kinderen ANDERS zijn.
o “Kinderen zijn fysiek zwakker & intellectueel zwak”, ze moeten gehoorzamen aan hun ouders en hebben
een SPECIFIEKE plek in de maatschappij… Belangrijk is echter dat er nog geen BIJKOMENDE bescherming
is (omdat ze zwakker zijn), en dus mogelijks aangepaste rechten of regels moeten krijgen, DAT IS ER NOG
NIET… maar er is wel erkenning voor de afzonderlijke kindfase
▪ Dit zie je terug in de CODEX HAMMURABI: er wordt WEL afzonderlijk gekeken naar kinderen,
maar vooral focus op de hiërarchische relatie tussen ouder-kind komt naar voor.
• AANDACHT VOOR KINDEREN, en specifieke misdrijven die ze kunnen plegen. Maar
GEEN aandacht voor het feit dat kinderen misschien onbekwaam waren (in vergelijking
met volwassenen, want volwassenen zouden zelf straf krijgen)
o 1: Tegenspreken naar ouders = “tongue shall be cut off”
o 2: Verraad plegen te opzichte van adoptie-ouder = “eye be put out”
o 3: Vader slagen = “His hands shall be sawed off”
1
,FASE 2: DE KINDERBESCHERMINGSBEWEGING
WAT BEDOELEN WE HIERMEE ?
Kinderbescherming: We beseffen dat ze anders zijn, dus we moeten ook anders met kinderen omgaan
Dit gebeurd in de overgang tussen Renaissance & de Verlichting, waarbij een STIJGEND belang is van opvoeding en
educatie. IDEE HIERACHTER IS: Je bent KLEIN & je moet opgevoed worden om de competenties te hebben als een
volwassen mens. Kinderen zijn ANDERS dan volwassen, en moeten dus ook beschermd worden & opgevoed worden
(tegen alle negatieve invloed van de maatschappij), deze BESCHERMING kent wel zijn hoogdagen in de 1900-1970 (na
industrialisatie), waarbij er veschillende regelgeving ter beschemring zijn gekomen, zoals
- Wet op de kinderarbeid
- Kinderbeschermingswet
- Wet op de leerplicht
- ….
VERLICHTING
Renaissance – Verlichting : Kinderen krijgen de stempel “NOG NIET”-mens te zijn… Je bent KLEIN en moet opgeleid
worden om een volwaardige volwassene te zijn met alle nodige competenties….
- De ONTDEKKING van de BESCHERMINGSNOOD en het “anders zijn” van kinderen gebeurd in deze
overgangsperiode, waarin één element centraal staat namelijk “opvoeding & educatie”
o Verschillende filosofen beginnen ook te kijken naar kinderen
▪ Locke (moralist): iedereen wordt geboren als wit blad (ongeschreven blad: niet goed, niet
slecht) , en afhankelijk van uw opvoeding & omgeving beïnvloedt het gedrag
▪ Rousseau (romanticist): mensen zijn GOED geboren (inherent goed) maar het kan zijn dat
je nog niet sterk genoeg bent als kind dat je uw laat beïnvloeden in slecht gedrag
INDUSTRIELE REVOLUTIE
Industriële revolutie wordt gezien als KATALYSATOR, voor de focus op opvoeding.
- In de periode is er sprake van een zekere verpaupering, en enorme armoede in bepaalde wijken. En veel
onderzoekers gaan achterhalen hoe deze armoede/verpaupering impact heeft op het kind, want natuurlijk
was er hierdoor ook vaak ten eerste al kinderarbeid en ten tweede ook criminaliteit
o Veel onderzoekers wouden hier onderzoek naar doen. Wetenschappelijk onderzoek naar de
levensomstandigheden van de kinderen van arbeiders
▪ Conclusie: zeer slechte omgevingen, en we moeten die kinderen eruit halen…Dus we
moeten “heropvoedingshuizen” oprichten om ze de kans te geven om ze uit de slechte
context te halen anders zijn ze gedoemd
• Het is de context dat er voor zorgt dat de kinderen feiten plegen
o “Armoede als bedreiging voor de goede zeden en de goede moraal”
Er is nood aan maatschappelijke & juridische aandacht voor de kindfase
IDEE: AFSCHERMEN (verwijderen uit slechte context) in het belang van het kind, MAAR de vraag is natuurlijk kan je
enkel beschermen door AFSCHERMEN??????
- Interesse gegoede burgerij: Vrouwen fabriekseigenaren willen zorgen voor kinderen van arbeiders, met het
idee dat ze moeten redden)
o Ontstaan van jeugdinstellingen, landloperkolonies, weeshuizen, … (halen ze uit de arme context,
maar wel in soort “nieuwe gevangenissen”)
▪ Militaire discipline: uniformen, lijfstraffen, marcheren
▪ Geen controle op leermeesters: slavernij
▪ Overbevolkingsproblematiek
▪ Mix van arme en deviante jongeren → KRITIEK: moeten we daar geen onderscheid in maken
• Beide groepen bij elkaar:
o Armen (halen deze uit de context om ervoor te zorgen dat ze geen feiten plegen)
o Delinquenten (kunnen ook arm zijn, maar niet alle armen zijn delinquenten)
2
,FASE 3: KINDERECHTENBEWEGING
WAT BEDOELEN WE HIERMEE?
Kinderrechtenverdediging: is eigenlijk een gevolg van fase 2, waar men enorm hard focust op de rechten van het kind, door
bv de komst van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK)
- In de kinderbeschermingsperiode (vorige periode) hadden ze alle rechten van kinderen afgenomen & gegeven aan
de ouders (omdat kinderen “nog niet”-mens zijn, ze hebben onvoldoende competenties), maar hier kwam VEEL
KRITIEK op tijdens kinderrechtenperiode waardoor kinderen nu wel alle RECHTEN (materiele rechten; bv
eigendomsrecht) hebben MAAR de rechten worden uitgeoefend door de ouders (formele rechten; bv beslissing
maken)
o BEINVLOED DOOR inzichten van JEAN PIAGET uit de ontwikkelingspsychologie, waarin wordt gezegd dat
kinderen verschillende ontwikkelingsstadia doorlopen… vanaf 12 jaar zou je al beslissingen kunnen nemen
voor uzelf & inschatten wat de gevolgen zijn.
▪ WAARDOOR terugwinning van MATERIËLE RECHTEN, echter is er nog wel een
competentiediscussie in het kader van FORMELE RECHTEN
• Verschillende stromingen over discussie over competentie (wanneer zijn competent),
met de vraag hoe we de inzichten van Piaget in het wettelijk kader moeten gieten
o Reformisme: Gaan opzoek naar alternatief, misschien is 18 niet de goeie
leeftijd. Competentieleeftijd verschuiven
o Radicalisme: Schaf het onderscheid af tussen minderjarige & meerderjarige
o Pragmatisme: de verschillende ontwikkelingsstadia Piaget op een bepaalde
manier te verankeren in ons RECHT, nu hebben we eigenlijk 2 stadia: (1)
minderjarig, (2) meerderjarig…. Met18 als scheidingslijn, misschien moeten we
dit veranderen
(!!!!!) HUIDGE RECHTSPOSITIE: Rechtsbekwaam maar handelings-onbekwaam
- Rechtsbekwaamheid betekent dat een persoon rechten en plichten kan hebben. Ieder mens, ongeacht leeftijd, is
vanaf zijn geboorte rechtsbekwaam. Dit houdt bijvoorbeeld in dat een kind vanaf zijn geboorte rechten heeft
- Handelingsonbekwaamheid betekent dat een persoon niet zelfstandig bepaalde rechtshandelingen kan uitvoeren.
Kinderen en minderjarigen (jonger dan 18 jaar) zijn in principe handelingsonbekwaam. Dit betekent dat ze
bijvoorbeeld geen contracten mogen afsluiten of niet zelfstandig grote aankopen mogen doen zonder toestemming
van hun ouders of voogd.
3
,4
,HOOFDSTUK 2: DE HUIDIGE RECHTSPOSITIE
BEKWAAMHEID
Zoals in het vorig hoofdstuk aangehaald, zijn minderjarigen op
vandaag rechtsbekwaam, maar in principe handelingsonbekwaam
tot de meerderjarigheid. Dit houdt in dat kinderen wel degelijk
rechten hebben (bv; recht op nationaliteit, privacy, onderwijs, eigen
mening, recht op eigendom,…), dus rechtsbekwaam - MAAR dat ze
de rechten niet ZELF of zelfstandig kunnen uitoefenen
(handelingsonbekwaam).
(1) Rechtsbekwaam = hebben rechten (Materiële rechten)
a. Rechtsbekwaamheid betekent dat een persoon rechten en plichten kan hebben. Ieder mens, ongeacht
leeftijd, is vanaf zijn geboorte rechtsbekwaam. Dit houdt bijvoorbeeld in dat een kind vanaf zijn geboorte
rechten heeft
(2) HandelingsONbekwaam = maar morgen het niet altijd zelf uitvoeren (formele rechten)
a. Handelingsonbekwaamheid betekent dat een persoon niet zelfstandig bepaalde rechtshandelingen kan
uitvoeren. Kinderen en minderjarigen (jonger dan 18 jaar) zijn in principe handelingsonbekwaam. Dit
betekent dat ze bijvoorbeeld geen contracten mogen afsluiten of niet zelfstandig grote aankopen mogen
doen zonder toestemming van hun ouders of voogd.
OUDERLIJK GEZAG
Als (juridische) compensatie voor de handelingsONbekwaamheid, hebben wij het concept van “ouderlijk gezag”
geïntroduceerd. Dus de onderhandelingsONbekwaamheid van kinderen wordt gecompenseerd door het “ouderlijk gezag”…
Dit houdt in dat beslissing voor kinderen (handelingsonbekwaam) worden genomen door ouders/voogden, zij zijn diegene die
de het ouderlijk gezag hebben en beslissing nemen voor hun minderjarige…
WIE HEEFT OUDERLIJK GEZAG?
Zolang kinderen minderjarig zijn, oefenen beide (juridische) ouder het ouderlijk gezag uit, ook wanneer ouders niet
samenleven en/of gescheiden zijn… → Co-ouderschap
- Strikt genomen houdt dit in dat beide ouders (vader + moeder) SAMEN moeten optreden wanneer er beslissingen
moeten worden genomen over hun kind. (bv: ouders zouden SAMEN kind moeten inschrijven voor school, SAMEN
toestemming geven om kind op kamp te laten gaan,…)
o Echter heeft de WETGEVER hier een element voorzien waardoor één ouder eigenlijk een beslissing kan
nemen, namelijk een derden ter goeder trouw (bv: schoolmedewerker) MAG VERMOEDEN dat de
beslissing genomen door één ouder wel met toestemming en overleg is gebeurd van beide ouders.
▪ Vermoeden: Elke handeling of beslissing gesteld door de ene ouder is gebeurd met toestemming
van de andere ouder… hier mag de persoon (derde ter goeder trouw) van uit gaan (ook al wonen
ze niet samen of zijn ze gescheiden)
• (!!!!) ENKEL wanneer de derden zouden weten dat er op een bepaald gebied onenigheid
is tussen ouders, dan mogen ze het NIET vermoeden en is er ook expliciet toestemming
nodig van BEIDE ouders!!!!
RECHTEN VERBONDEN AAN OUDERLIJK GEZAG
Ouderlijk gezag brengt rechten met zich mee
- Eerbied: kind moet luisteren
- Respect tonen
- Gezag:
- (1) Bewaringsrecht: recht om het kind bij hen te laten verblijven (of bij grootouders)
- (2) Beslissingsrecht over fundamentele kwesties zoals: opvoeding, school, vrije tijd, gezondheidzorg,…
- Vertegenwoordiger: ouders zijn de wettelijke vertegenwoordigers van het kind
- Goederen: Nemen beslissing over goederen van het kind (eigendommen)
- Recht op persoonlijk contact
- Recht op toezicht op de opvoeding & het beheer van de goederen
5
,PLICHTEN VERBONDEN AAN OUDERLIJK GEZAG
Ouders hebben bepaalde plichten waaraan ze moeten gehoorzamen, als ze deze verplichtingen NIET respecteren kan het
ouderlijk gezag worden afgenomen
- (1) Respect hebben voor het kind)
- (2) Instaan in het voorzien van zijn levensonderhoud (eten, drinken, slaap,..), opvoeding, opleiding,…
- (3) Aansprakelijkheid
- Ouders zijn verantwoordelijk voor schade aangericht door hun kinderen, burgerlijk deel van het strafrecht
(schadevergoeding), Ze zijn aansprakelijk, want we hebben als maatschappij het idee: “Je had uw kind laar
beter moet opvoeden”…
- Maar wat als je toezicht niet meer hebt, bv kind zit in een voorziening dan heb jij als ouder geen
controle. Dan is het toch niet mijn ‘schuld’ als ouder…
EINDE OUDERLIJK GEZAG
Ouderlijk gezag STOPT wanneer: (1) de minderjarige meerderjarig wordt, (2) indien een ouder komt te overlijden (heeft dat
manneke natuurlijk gene ouderlijk gezag meer), (3) wanneer het ouderlijk gezag wordt overgedragen aan een andere persoon
door middel van adoptie, (4) Wanneer het ouderlijk gezag wordt afgenomen door de jeugdrechter.
UITZONDERINGEN OP DE ONBEKWAAMHEID VAN MINDERJARIGEN
DAN TOCH een beetje BEKWAAM???
- (1) Dagelijkse handelingen: minderjarigen mogen handelingen stellen zoals het kopen van
voorwerpen voor dagelijks gebruik (kleren, eten,…). Men gaat ervanuit dat een stilzwijgend mandaat is
van zijn wettelijke vertegenwoordigers om dingen te kopen
- Bv: ouders geven bankkaart aan kind & gaat koffiekoeken halen. Alle bakkers gaan dit geven,
waardoor ze wel ding kunnen kopen… maar dit is een dagdagelijkse activiteit
- Bv: een auto kopen is niet de bedoeling
- (2) Uitoefening van het ouderlijk gezag (ten aanzien van hun eigen minderjarige kinderen)
- Minderjarige kunnen ook kinderen krijgen, je kunt dan omwille van ouderlijk gezag beslissing
maken over uw kind die u ouders voor u zouden moeten maken (RAAR)
- (3) Gezondheidszorg (Wet patiëntenrechten)
- Hier wordt niet met leeftijden gewerkt, maar met een inschatting door dokter (heeft de
patiënt voldoende competentie om beslissing te nemen?)
- Bv: 14 jarig meisje gaat naar de dokter om pil te vragen , dan moet de dokter
achterhalen of ze voldoende competentie of voldoende bekwaam is om deze
beslissing te nemen)
- (4) Persoonlijkheids- en grondrechten: minderjarigen hebben sws recht op onderwijs, eigen mening,
privacy, menswaardige behandeling,…
- (5) Integrale jeugdhulp: er is sinds 2004 een decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale
jeugdhulp van toepassing, waarin ze volgende rechten hebben & ook kunnen uitoefenen
- informatierecht, participatierecht, privacy, menswaardige behandeling, bijstand
vertrouwenspersoon, klachtrecht,…
- (6) Gerechtelijke procedures: minderjarigen zijn NIET PROCESBEKWAAM, daarom moeten ze dus
vertegenwoordigt worden door hun ouders of door voogd ad hoc (aangesteld door rechter, indien
ouders weigeren te vertegenwoordigen)
- In uitzonderlijke gevallen als de minderjarige voldoende “onderscheidingsvermogen” heeft
volgens de rechter kan het zelfstandig bepaalde rechterlijke handelingen nemen in het kader
van persoonlijke rechten
- Bv: betwisten van examenresultaten of uitsluiting door school
6
,HOOFDSTUK 3: (HISTORISCHE) ONTWIKKELING VAN HET JEUGDRECHT
In dit 3de hoofdstuk wordt de historische ontwikkeling van het jeugdrecht behandelt. De stapsgewijze evolutie naar het
huidige kader, wordt in dit hoofdstuk onderverdeeld in 4 fases of tijdsvakken:
- (1) Eerste fase: bestaat er nog GEEN juridische kader dat specifiek op kinderen en jongeren van toepassing is. We
verwijzen naar die fase als de fase van “het nog te ontdekken kind”.
- Relevante bepalingen staan in:
- A: Burgerlijk wetboek
- B: Toenmalig strafwetboek
- (2) Tweede fase: men wordt bewust van de relevantie om een onderscheid te maken tussen (1) volwassenen & (2)
kinderen/jongeren. Onder invloed van de kinderrechtenbeweging wordt dominant ingezet op de bescherming van
kinderen/jongeren, waardoor we naar die fase verwijzen als “de beschermingsfase”.
- De bepalingen in burgerlijk wetboek en toenmalige strafwetboek, worden vervangen door een
geïntegreerd juridisch kader dat op ALLE kinderen/jongeren van toepassing is.
- Deze fase ziet de WET op de KINDERBESCHERMING het daglicht.
- Echter zijn er in deze fase wel veel politieke tegenstellingen (wat zal leiden tot de communautarisering)
- (3) Derde fase: wordt ingezet op het aanpassen van het juridisch kader dat van toepassing is op jongeren die nood
hebben aan hulpverlening.
- → Fase van het “decretale jeugdhulprecht”
- (4) Vierde fase: Wordt ingezet op het aanpassen van het juridisch kader van toepassing is op jongeren die feiten
gepleegd hebben.
- → Fase van het “decretale jeugddelinquentierecht”
(1) AANLOOP NAAR KINDERBESCHERMING
In deze periode is er nog GEEN echt onderscheid tussen (1) Volwassenen & (2) Kinderen/jongeren. Aan het begin van de 19de
eeuw (1800-…) moet het formeel (in de wet) ANDERSZIJN van kinderen en jongeren nog “ontdekt worden” (want er bestaat
geen strafrecht specifiek gericht op kinderen,..)
In deze eerste periode is het juridisch kader dat de mogelijkheid biedt aan de overheid om tussen te komen in het leven van
kinderen/jongeren eerder beperkt. Het jeugdrechtlandschap kan in deze fase als volgt voorgesteld worden
- Delinquente jongeren (Rechts): (evidente) Regels die overheid toelaat tussen te komen wanneer kinderen/jongeren
STRAFBARE FEITEN PLEGEN
- Deze staan in het toenmalige strafwetboek.
- Dit zal uiteindelijk jaren later uitmonden in het jeugddelinquentiedecreet
- Moeilijke kinderen (links): MINDER EVIDENT bestaan er wel enkele regels die de overheid de mogelijkheid geeft om
tussen te kome wanneer er (NOG) GEEN strafbare feiten gepleegd werden.
- Deze staan in het burgerlijk wetboek
- Dit zal jaren later uitmonden in het decreet integrale jeugdhulp
7
,MOEILIJKE KINDEREN IN 1867 : INTERVENTIE ZONDER KINDEREN
In deze eerste fase wordt er nog NIET echt voorzien in een mogelijke overheidsinterventie
zolang er geen misdrijf gepleegd is. Het idee om preventief in te grijpen wanneer jongeren
zich bevinden in een slechte/gevaarlijke situatie is NOG NIET aan de orde.
- Uitgangspunt: Ouders hebben volle verantwoordelijkheid in de opvoeding van hun
kinderen, en de overheid moet zich niet bemoeien!!!
- Hierdoor bestaat er dus nog GEEN gedwongen hulpverlening voor niet-
delinquente maar “moeilijke jongeren”. HET ENIGSTE dat wel bestaat is
de Vrijwillige hulpverlening op VRAAG van een “misnoegde vader” (Art.
375-381 BW) → eerste spoor van vrijwillige hulpverlening!!!!
- = Een vader die misnoegd (niet tevreden) is over het gedrag van zijn kind, dan kan die de
arrondisementsrechter vatten (het voor de rechter brengen, op vraag van de vader)… Waar hij
kan vragen aan de rechter om uw kind gevangen te zetten.
- Dit is het eerste spoor van vrijwillige hulpverlening (maar niet echt hulp dat wij vndg als “goed” zien)
Kritiek
1) Niet snel genoeg kunnen ingrijpen: de overheid kan pas ingrijpen wanneer er een hulpvraag is van de misnoegde
vader of wanneer de kinderen een feit hebben gepleegd. Critici vinden dat de overheid veel eerder zou moeten
kunnen ingrijpen, van zodra het duidelijk is dat een jongere in een precaire (gevoelige) situatie zitten.
a. Er is een interventiedrang is, en men wilt niet afhankelijk zijn van de vader (men moet wachten tot een vader
komt aankloppen, ook al wouden we ervoor) dit strookt niet met het idee dat we kinderen moeten redden van
slechte/moeilijke omstandigheden, want we moeten ook niet wachten tot ze feiten plegen
2) GEEN echte “hulpverlening”: gevangenzetting is GEEN hulpverlening, waaraan we vandaag de dag zouden denken.
DELINQUENTE JONGEREN IN 1867
In deze eerste fase is er NOG GEEN AFZONDERLIJK juridisch kader voor jongeren die strafbare feiten hebben gepleegd, het
NORMALE STRAFWETBOEK is van toepassing.
- Vanaf 16 jaar: worden jongeren verondersteld volledig schuldbekwaam te zijn (hebben volledige schuld op zich),
MAAR kunnen nog wel rekenen op een STRAFVERMINDERING omwille van het feit dat ze minderjarig zijn.
- Onder/beneden 16 jaar: Bij deze jongeren wordt er nagegaan of ze beschikken over “het oordeel des onderscheids”,
er wordt gekeken of ze wel SCHULDBEKWAAM waren of NIET,
- Dit wordt bepaald door de STRAFRECHTER
- Optie 1: Strafrechter beslist dat minderjarige onder 16 WEL beschikte over voldoende oordeel des
onderscheid, dan was je SCHULDBEKWAAM waardoor je een STRAF kon krijgen. Echter is de leeftijd wel
weer een strafvermindering verschoningsgrond, en nog eens bijkomend strafvermindering omdat ze
niet alleen minderjarig zijn (1) maar ook onder de 16 jaar zijn (2).
- Optie 2: Minderjarigen beneden 16 jaar, waarover geoordeeld wordt dat ze NIET beschikten over
voldoenden oordeel des onderscheids, worden BUITEN HET STRAFRECHT GEHOUDEN omdat ze
SCHULDONBEKWAAM zijn. MAAR dan zal de minderjarige gedwongen hulp krijgen (geen bestraffing,
maar de rechter had wel de mogelijkheid uw ter beschikking te stellen van de regering waarmee je naar
opvoedingsinstelling moest gaan)
- TBS: Ter beschikkingsstelling van de regering → verbetertehuis….
- Eerste spoor van gedwongen hulp
Kritiek
1) Rechtsonzekerheid over het regime waarin jongere terecht zal komen: de Gewone strafrechter is NIET opgeleid om
oordeel des onderscheids te maken, omdat ze geen specialisatie hebben over kinderen…
a. NOOD AAN EEN GESPECIALISEERDE RECHTER, om het oordeel des onderscheids te doen
2) Geen variatie in mogelijke maatregelen: voor jongeren die NIET over een oordeel des onderscheids beschikken is maar
één maatregel, namelijk TBS (wat in de praktijk eigenlijk gwn een plaatsing betekent)
3) Duur interventie afhankelijk van de ernst van de feiten: Strikte interpretatie van proportionaliteitsbeginsel (klassieke leer),
waar je eigenlijk geen aandacht hebt voor persoon van de dader (het is ene kind)
4) Geen Flexibiliteit in de duur van de maatregel: strikte interpretatie van legaliteitsbeginsel (alle maatregelen moeten vooraf
duidelijk in de wet staan, waardoor er geen flexibiliteit is)
8
, ALGEMENE KRITIEK
Één van de ALGEMENE kritieken is dat er beter één juridische
kader is voor ALLE jongeren (moeilijke kinderen + delinquente
jongeren ONDER 16), het onderscheid is NIET relevant…
In deze periode (industrialisatie) willen we eigenlijk gewoon
kinderen BESCHERMEN/HELPEN in precaire situaties, en maakt
het ons niet uit of ze al eens een feit hebben gepleegd of NIET.
We willen kinderen redden van slechte/moeilijke
omstandigheden
Er is NOOD aan één juridische kader voor ALLE jongeren – 16j, zodat de overheid zou kunnen tussenkomen
(interveniëren) in het leven van jongeren waarover we een zekere bezorgdheid hebben
- (!!!!!) Dit is samen met de interventiedrang (moeilijke kinderen) + gespecialiseerde rechter (delinquente
jongeren) de belangrijkste kritiek, dat zich zal uitmonden in de volgende fase!!!!
(2) HOOGDAGEN VAN DE KINDERBESCHERMING
Vanuit de kinderbeschermingsbeweging wordt er gezegd dat we het RADICAAL moeten veranderen, waardoor er eigenlijk
een totaal ander juridisch kader ontstaat in de beschermingsfase.
Bovendien zijn er ook ontwikkelingen in het strafrechtsdenken, namelijk de switch van klassiek strafrecht naar het
POSITIVISME… Waar klassiek strafrecht geloofd in vrije wil & vrije keuze, zegt het positivisme dat de mens gedetermineerd is
om criminaliteit te plegen BUITEN de wil van de persoon (factoren: biologie, omgeving,…)
- Veranderingen: magna charta onder druk (legaliteit, proportionaliteit, subsidariteit)
- Het recht van de overheid om te straffen stroomt niet meer voort uit de schuld van de persoon!!! HET
VLOEIT ECHTER VOORT uit de bescherming van de maatschappij, & de GEVAARLIJKHEID dus van de dader,
die persoon is gevaarlijk we moeten de maatschappij beschermen dus we gaan hem straffen.
- “Als het gevaar van de persoon al duidelijk is, kan de overheid “ante delictum” (voor dat het
misdrijf) plaatsvindt al ingrijpen, en hem uit de maatschappij halen ➔ preventief optreden
(pre-delinquenten: Een positivistische kijk op delinquentie verklaart de wil om reeds bij pre-
delinquentie tussen te komen)
- De straf wordt bepaald, niet in functie van de ernst van het misdrijf (geen
proportionaliteit) maar in functie van de gevaarlijkheid van de dader en zijn kansen op
sociale re-integratie.
- Het gevolg hiervan is dat de sanctie niet op voorhand door de wet kan worden
bepaald (geen legaliteitsbeginsel mogelijk). Het is dan aan de rechter om dit
te doen, op het ogenblik van de straftoemeting aan de hand van de concrete
gegevens van het strafdossier (kijken naar de individuele situatie)
FASE 1: EEN AFZONDERLIJK JURIDISCH KADER VOOR DE BESCHERMING VAN (PRE)DELINQUENTE JONGEREN
Er komt vanuit de kinderbeschermingsbeweging in 1912 de Wet op de Kinderbescherming, dit is het juridische kader dat men
WOU (zie algemene kritiek) voor ALLE kinderen ONDER 16 jaar. Bedoeling is dat we GEEN onderscheid moeten maken tussen
pre-delinquente kinderen (kinderen in moeilijke situaties die mogelijks later criminaliteit zullen plegen, deze kunnen ook wel
boven 16 jaar zijn) & delinquente kinderen (onder 16 jaar)
- Deze wet zorgt ervoor dat kinderen ONDER 16 jaar UIT het strafrecht worden gehouden, men houdt wel vast aan
het idee dat delinquente jongeren BOVEN 16 jaar schuldbekwaam zijn (en dus vallen onder het gewone strafrecht).
Bij delinquente jongeren ONDER de 16 jaar speelt er het vermoeden (automatisch) van schuldonbekwaam (geen
oordeel des onderscheids meer)
9