Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

VOLLEDIGE Samenvatting GESCHIEDENIS vh publiekrecht en vd politiek

Note
-
Vendu
-
Pages
194
Publié le
03-08-2025
Écrit en
2025/2026

complete samenvatting: alle lesnotas en alle leerstof in het boek wordt behandeld (behalve hoofdstuk 11, is in ons jaar niet gedoceerd)


















Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
3 août 2025
Nombre de pages
194
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Geschiedenis v/h publiekrecht en
de politiek
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: inleiding....................................................................................3

§1. Definitie..................................................................................................................... 3

Hoofdstuk 2: Oudheid...................................................................................20

§1. De oudste bouwstenen van het publiekrecht...........................................................20
§2. Het gewoonterecht.................................................................................................. 20

§3. Het Romeins publiekrecht........................................................................................22
§4. De Kerk.................................................................................................................... 28

Hoofdstuk 3: de (vroege en volle) middeleeuwen...........................................29
§1. De Germaanse verwoesting en heropbouw.............................................................29

§2. Verbrokkeling van recht en macht (9e-11e eeuw).....................................................42

Hoofdstuk 4: de late middeleeuwen..............................................................50

§1. Communalisme (de steden).....................................................................................50
§2. De soevereine vorst................................................................................................. 52

§3. Constitutionalisme................................................................................................... 55
§4. Parlementarisme...................................................................................................... 59

Hoofdstuk 5: (her)geboorte van de rechtswetenschap...................................70
§1. De renaissance 12e eeuw.........................................................................................70

§2. Een vernieuwde kerk............................................................................................... 76

Hoofdstuk 6: De Vroegmoderne Tijd: Ontwikkeling van de soevereine nationale
staat............................................................................................................ 79
§1. Bourgondische, Spaanse, Oostenrijkse en bijna onafhankelijke Nederlanden..........79

§2. De uitbouw van de staatsmacht..............................................................................95
§3. De evolutie van het recht......................................................................................115

Hoofdstuk 7: Revoluties leiden de doodsklok over het Ancien Régime...........121
§1. Verenigde Staten van Amerika..............................................................................121

§2. De Franse Revolutie (en Franse invloed in België).................................................130
§3. Einde ancien régime in de Nederlanden................................................................139



1

,Hoofdstuk 8: een grondwet voor het jonge België........................................142
§1. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden..............................................................142

§2. Het onafhankelijke België......................................................................................146

Hoofdstuk 9: De twintigste eeuw.................................................................156

§1. Crisismomenten temperen het vooruitgangsoptimisme........................................156
§2. De rechtsstaat....................................................................................................... 164

§3. De belangrijkste staatsrechtelijke knopen.............................................................170

Hoofdstuk 10: Europeanisering, transatlantisering, mondialisering..............175

§1. Inleiding................................................................................................................. 175
§2. Benelux (1944-)..................................................................................................... 180

§3. NAVO (1949-)......................................................................................................... 181
§4. Van OESS (1947-1960) naar OESO........................................................................182

§5. Raad van Europa (1949-).......................................................................................182
§6. Van verschillende Europese gemeenschappen (1952-) naar een Europese Unie
(1992-)........................................................................................................................ 183
§7. De huidige EU........................................................................................................ 193




2

,Hoofdstuk 1: inleiding

§1. Definitie

Geschiedenis

Rechtsgeschiedenis = metajuridica

Er kan veel bedoeld worden met geschiedenis: geschiedenis van een leven, het vak of de
opleiding geschiedenis, geschiedenis is ook een wetenschap.

Rechtsgeschiedenis behoort tot de metajuridica., In de opleiding rechten ga je juridische
kennis opdoen, die juridische kennis zorgt ervoor dat je verstrekt wordt tot juristen.
Juristen zijn bezig met recht, bijna alle vakken in de opleiding zijn ‘juridische vakken’. Dit
vak is anders, net als filosofie, omdat er ook naar het recht gekeken wordt maar er wordt
niet binnen het recht gekeken. Als je binnen het recht blijft, spreken we over het
positieve recht.

Positieve recht (latijn: ponere= plaatsen) = ‘het geplaatste recht’= het recht dat hier
en nu geldt, het recht dat praktisch hier van toepassing is, het recht dat de rechtbanken
gebruiken. Bijvoorbeeld: als je in België op de autostrade rijdt mag je maximaal 120km/h
rijden maar als je in Duitsland rijdt op de autostrade mag je meestal veel meer rijden dan
120km/h. → Het positieve recht van België: 120km/h, het positieve recht van Duitsland:
sneller dan 120km/h.

Als je in het Belgische positieve recht zit ‘opgesloten’, kan je alleen maar denken in
Belgische juridische begrippen. We zijn beperkt door de grenzen van het juridische
paradigma. Paradigma = een geheel van veronderstellingen, aanvaarde principes
waarbinnen een wetenschap georganiseerd wordt.

Bijvoorbeeld: voor we Copernicus hadden dachten we dat de aarde in het midden stond
en de zon er rond stond, dit was een paradigma. Alles in de aardrijkskunde werd
begrepen hierrond en iedereen probeerde het binnen die basisveronderstelling het uit te
leggen. Toen kwam Copernicus die zei dat de zon in het midden stond en de aarde er
rond stond, dit werd een nieuwe basisveronderstellingenwaarrond de wetenschap dan
gebaseerd werd. Tot wanneer dit paradigma weer weerlegd werd.

In het recht, als je puur als jurist bezig bent, blijf je binnen het juridische paradigma
terwijl rechtsgeschiedenis= metajuridica: het is niet echt juridisch, het verlaat het
paradigma van het recht en gaat kijken hoe het recht het resultaat is van macht, politiek,
technische evoluties, religie, klimaat. Men gaat zich afvragen waarom het paradigma van
het positieve recht op die manier gevormd is.

Metajuridica is beschouwend, kritisch, reflecterend, contextualiserend (we gaan de
context bekijken).

- Bijvoorbeeld: als je in België toelaat van meer dan 120 te rijden dan zijn er veel
accidenten want we zijn klein landje met veel straten enz. Duitsland is een groter
land, vaak meer plaats tussen de afritten dus is het logisch dat je sneller mag
reden. Maw de context van de veel of weinig afritten bepaald de regel hoe snel je
mag rijden. Zo zijn al onze regels bepaald door de context.



3

,Rechtsgeschiedenis gaat dus in de geschiedenis gaan kijken, verklaringen gaan zoeken,
waarom we met bepaalde juridische paradigma’s zitten. Bijvoorbeeld: waarom
democratie en niet autocratie? Waarom volksvertegenwoordigingsregime en niet
totalitaire staat? Waarom wetboeken en niet voor rechters die vrij mogen beslissen? →
Allemaal bepaald door de geschiedenis.

➔ Door afstand te nemen, te stappen uit een bepaald juridisch paradigma, kunnen we
gebeurtenissen kritischer gaan bekijken.

Bv.: in sommige landen moet je vanaf een bepaalde dag in het jaar verplicht
sneeuwkettingen aan je auto doen. Dit doen ze in het noorden van Finland maar niet in
Egypte → owv het klimaat, daarom zegt het recht in het noorden dat je sneeuwkettingen
moet aandoen.

Bv.: Spanje heeft sommige winkels etc verplicht om siësta te doen, waarom? Omdat het
zo warm is dat mensen ziek werden en eventueel doodvielen. Dit is geen regeling bij ons
maar zoueventueel kunnen komen (global warming) → wetten moeten aangepast worden
aan evolutie klimaat.

Je kan vanuit verschillende invalshoeken kijken naar het juridisch paradigma van het
recht, naast rechtsgeschiedenis (vanuit historisch-wetenschappelijke invalshoek kijken) is
er ook nog:

- Rechtssociologie
- Rechtsfilosofie: kijken hoe de ideale samenleving er uit zou zien
- Rechtseconomie
- Bijvoorbeeld: door corona mochten mensen niet te dicht bij elkaar komen,
op bepaald moment mochten cafés en restaurants open maar de tafels
moesten ver uit elkaar staan & alleen gaan eten met bubbel. Als we willen
dat de COVID-maatregelen worden nageleefd, moeten we er een sanctie
aan koppelen (rechtseconomen: er moet een dreiging zijn tegende
eigenaars van restaurant: elke restauranthouder moet ervoor zorgen dat
mensen niet te dicht zitten want anders dicht).
- Rechtspsychologie

Als we uit het paradigma van het recht stappen gaan we soms inzien dat wat we juridisch
vragen eigenlijk niet haalbaar is. Bijvoorbeeld: Nemo censetur ignorare legem = iedereen
wordt geacht de wet tekennen. In ons Belgisch recht, wordt iedereen geacht de wet te
kennen. Het is onmogelijk om het recht nog te kennen.



Rechtsgeschiedenis in de opleiding rechten?

Vak is een inleidende duiding, door de geschiedenis van het recht te vertellen geef je ook
een beetje een inleiding tot het recht.

Het vak is ook een wetenschappelijke vorming, we aanvaarden het recht niet zomaar
zoals het is. De wetenschap bekijkt dingen grondig, doet empirisch onderzoek en gaat
zich vragen stellen over de wetmatigheden. We bekijken het recht en stellen er ons
vragen bij. Het is gevaarlijk om te denken dathet recht objectief is, de regels zelf zijn het
resultaat van een bepaalde geschiedenis.


4

,19e eeuw: Carl Friedrich von Savigny was een Duitser die zei dat het van belang is om
het historischevolueren van een staat te kennen om het recht daarvan beter te leren
kennen. Het recht is de uitdrukking van de ‘Volksgeist’ (= de volksgeest). Von Savigny
keerde zich af tegen de universiteit waar je geleerd recht onderwezen werd, het recht
had eigenlijk niets te maken met de maatschappij waarin je leefde. Als je in het Ancien
Régime rechten ging studeren kon je kiezen tussen het Romeinse recht of het canonieke
recht. Sommige konden alletwee tegelijk vormen → rechtEN studeren (dan was je een
licenciatus utriusque juris). Men trok zich dus niets aan van wat in de maatschappij leefde
als recht, in de maatschappij leefde een ander recht (wetten van de vorst,
gewoonterecht, …). Daarom richtte Carl de Historische Rechtsschule op, waar men
dus de geschiedenis van de maatschappij bestudeerde. Montesquieue zei dit ook: iedere
maatschappij maakt de wetten die belangrijk zijn voor haar maatschappij en realiseert
daarmee bepaalde waarden.




De wisselwerking tussen recht(swetenschap) en geschiedenis(wetenschap)

Rechtswetenschap en geschiedeniswetenschap dienen elkaar, ze geven mekaar
ondersteuning

Geschiedenis dient recht: als je op een historische manier denkt, dan denk je op een
juridisch correcte manier. Toepassingen: heuristiek, interpretatie, inhoud van het recht en
inhoud van de feiten

1) Heuristiek = de vaardigheden, kennis en kunde van iets te zoeken en te vinden.
Toepassing van de norm in de tijd. Om de wet toe te passen in de tijd, maak je best een
tijdslijn.

Geconsolideerde wetgeving = wetgeving zoals die hier en nu geldt, met alle wijzigingen
die gemaakt zijn erin verwerkt. Het is de aangepaste tekst.

- Consolideren= knippen en plakken, vervangen, tussenvoegen, … (bis, ter, quater,
…), de nieuwe wetten verwerken in de oorspronkelijke tekst.

VERBAND MET HEURISTIEK: Als een rechter vandaag de wet moet toepassen, moet hij
oppassen of die wel de geconsolideerde tekst van vandaag mag toepassen. Kan zijn dat
rechter moet oordelen over feiten die 2 jaar geleden gebeurd zijn, als hij dan de
geconsolideerde tekst van vandaag toepast kan het zijn dat het de verkeerde tekst is. De
feiten van 2jaar geleden moet je beoordelen volgens de wet van 2 jaar geleden →
probleem heuristiek: maak tijdlijn en kijk welke wet op welk moment van toepassing is.

Toen in 1831 een grondwet werd gemaakt in België, was België nog een unitaire staat.
Deze staat hebben we in fases hervormd, m.a.w. we hebben in de grondwet extra
artikelen toegevoegd want we veranderden de staat en moesten de grondwet dus ook
veranderen. In 1993: staatshervorming die aanleiding geeft tot de grondwetsherschrijving
in 1994. Grondwetsherschrijving = grondwet wordt gecoördineerd.

- Coördinatie =/ consolidatie!!!!!
- Coördinatie = alle mogelijke wettelijke bepalingen van iets, die bestaan, behouden
we zoals ze bestaan maar gaan we opnieuw logisch ordenen. De tekst een


5

, begrijpelijke structuur geven. De bestaande bepalingen, zonder ze te wijzigen, een
nieuwe nummering geven.
Bv.: art.6 & 6bis Gw 1831: geconsolideerd, en in gecoördineerde gw: art. 10 Gw &
art.11 Gw: samenvoeging van die artikels, ze hebben een nieuw nummer, de tekst
is beter gestructureerd. In 2002 nieuw lid in art.10 Gw toegevoegd →
geconsolideerde versie van de gecoördineerde grondwet.

Strafrecht: Er is geen retroactiviteit van de strafwet: je mag nu niets straffen wat vroeger
niet strafbaar was. Maar als vroeger iets strafbaar was, en de recentere wet milder is →
mildere wet toepassen.

→ In iedere tak van het recht heeft de problematiek van de opvolging in de tijd zijn eigen
toepassing.



Internationaal privaatrecht = een privaatrechtelijk probleem met een
grensoverschrijdende dimensie. Bijvoorbeeld: Belg is nog niet getrouwd, wordt verliefd op
Marokkaanse dame, trouwen in kerkje in Italië, in Tsjechië gaan wonen, vrouw vertrekt
naar Nederland. Vrouw wil scheiden -> volgens welk recht?? → Probleem van IPR.

Voorbeeld: Een testament is vandaag bij notaris of eigenhandig met pen en papier.
Testament is ingevoerd in middeleeuwen door de kerk, kerk was een culturele elite.
Omdat ze het monopolie van schrift hadden maakten ze mensen wijs dat de mensen hun
goederen aan de kerk moesten schenken. Ze gingen naar de pastoor om hun testament
op te maken. Veel van rijkdommen van de kerk zijn via testamenten aan de kerk
geschonden. Wanneer ik in 1788 een testament opstel bij de pastoor, in 1789 sterf ik.
Ondertussen is Gent een stad in Frankrijk en niet meer een stad in de zuidelijke
Nederlanden → Franse wetgeving geldt bij ons, de Franse revolutionairen hebben komaf
gemaakt met de macht van de kerk.

→ Probleem: testament in Franse tijd moet opgemaakt zijn bij notaris, het is opgemaakt
bij de pastoor, geldt mijn testament nog? Als je ergens een akte maakt, in een land, en
die akte is geldig volgens de regels van dat land, dan is die akte formeel geldig. Als je
dan met die akte naar een ander land gaat blijft die geldig. → Locus regit formam act i=
de plaats regelt de vorm van de akte. → Testament blijft geldig, althans dit gaat over de
VORM van de akte.

Is iets geldig of ongeldig? 2 vragen:

- Is het formeel geldig? Is de werkwijze geldig? Als het formeel geldig was dan blijft
het formeel geldig, ook later.

- Is het materieel geldig? Is de inhoud geldig? Alles aan de kerk geven gaat niet
meer sinds de Franse revolutie, de eigendom moest in de familie blijven –> max
1/3 aan iem anders geven → niet alles aan de kerk geven → inhoud is materieel
ongeldig.

Na Franse revolutie: 3 geldige testeervormen:

- Notariële testament
- Holografisch testament = eigenhandig testament = volledig zelf geschreven



6

, - Geschreven tekst van testament afgeven aan notaris en zeggen: ‘dit is men
geschreven testament’.

Voor wat betreft de inhoud, materiële geldigheid, moet je gaan kijken naar de plaats waar
de nalatenschap openvalt. Dat is de plaats waar iemand woont, de zetel van zijn
vermogen heeft.




2) Interpretatie = correct begrip van de norm. Kan zijn dat er een wet sinds 1831 niet
veranderd is (vb. art. 6 Gw en art 10 nu GW). → wat we begrijpen onder het woord
‘gelijkheid’ is inhoudelijk wel veel veranderd. Eerst ging het over de gelijkheid tussen
standen (edelieden etc), nu gaat het over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen (pas
in 2002 op die manier in Gw gekomen). → we hadden art.6/10 GGW nog niet gewijzigd en
kunnen ongewijzigd laten maar dan toch ging de interpretatie gewijzigd zijn.

In Amerika: uitspraak Supreme Court: vrouw mag beslissen over abortus is zonder de wet
te veranderen toch kunnen veranderen door een nieuwe uitspraak die zegt dat er geen
fundamenteel recht is op abortus. De interpretatie is veranderd.

In Amerika: Brown vs Board of education: Een schoolbestuur weigerde om zwarte
leerlingen te aanvaarden. Éen van die leerlingen heeft zich niet neergelegd bij de
conservatieve interpretatie van de grondwet en het gelijkheidsbeginsel: er is gelijkheid
tussen blank en zwart maar dat wilt erom niet zeggen dat er geen seggregatie mag zijn.
Seggregatie werd aanvaard. Seggregatie was lang geen probleem tot opeens de Supreme
Court heeft gezegd dat het een inbreuk is op het gelijkheidsbeginsel. → geen verandering
van de wet, maar interpretatie van de wet veranderd.

Soorten interpretatie:

- Als we wet goed willen interpreteren moeten we soms aan rechtshistorische
interpretatie doen: kijken hoe het volledige recht in zijn context, in de
maatschappij gewijzigd is.

- We kunnen ook aan wetshistorische intepretatie doen: kijken naar de geschiedenis
van het totstandkomen van een bepaalde wet.



Voorbereidende documenten van de (formele) wet: totstandkoming:

1. Wetsontwerp of wetsvoorstel (initiatief tot wet, we hebben een maatschappelijk
probleem en we moeten het aanpakken met een wet)

- Wetsontwerp: gaat uit van regering, een of meerdere ministers samen

- Wetsvoorstel: een of meerdere parlementsleden heeft het initiatief → korte uitleg
maar niet veel

2. Memorie van toelichting of toelichting




7

, - Memorie van toelichting: bij wetsONTWERPEN= een uiteenzetting van de redenen
waarom we die wet maken. Als je weet waarom een wet gemaakt is kan je hem
beter interpreteren en doelgericht toepassen. Hierin vindt je de ratio legis, de
reden van de wet.

- Toelichitng: korte uitleg van parlemensleden bij wetsVOORSTEL

3. Advies van afdeling wetgeving RvS

- Regering moet verplicht advies vragen

- Twee afdelingen RvS: afdeling wetgeving en afdeling bestuursrechtspraak

4. Verslag parlementaire commissie

- Grondige discussie over aanpassingen enz

- Parlementaire commissie = experten van politieke partijen die samenzitten

- Als men het eens is maakt men een verslag en al dan niet een aangepaste
ontwerptekst

5. Amendementen

- Individuele parlementsleden kunnen eventueel nog amendementen invoeren

- Amendement = voorstel om tekst aan te passen om hem beter te maken
(toegoeven/weglaten)

6. Ontwerp goedgekeurd in één/ beide kamer(s)



3) inhoud recht: historisch argument: veel mensen streven elke dag naar beter recht.
We maken elke dag nieuwe regels, we geven rechten aan bepaalde mensen. Veel rechten
zijn echt bevochten geweest: reeds in de middeleeuwen waren er opstanden tegen de
macht, graaf, koning. Bv. Vandaag is er een fundamenteel recht op een eerlijk proces.

Bijvoorbeeld: Procederen kost geld, je moet advocaten betalen en veel mensen hebben
dat geld niet. Reeds in de middeleeuwen zijn er initiatieven gekomen vanuit de balie
(orde van advocaten) om de arme mensen te helpen en hebben dus verenigingen
gesticht (sint-ivo-vennootschappen) en die gaven gratis advies aan mensen als advocaat
en ze traden op voor de rechtbank voor geen geld → pro deo et sancto ivone. (Sint-ivo
hield rekening met de armen als hij rechter was).

→ vroeger mochten advocaten kiezen of ze dit wouden doen, vandaag is de
‘tweedelijnsbijstand’ verplicht, je hebt een afdwingbaar recht om een gratis advocaat te
krijgen. Belangengroeperingen hebben hiernaar gestreefd.

(Eerstelijnsbijstand → ergens advies vragen, tweedelijns → advocaat die helpt in
procedure).

Dankzij stakingen en betogingen wordt iets wakker geschud bij de politiekers om nieuwe
wetten te maken. Vroeger mocht je niet staken, vandaag is het een sociaal recht. →



8

,rechten verworven: vakbonden hebben ervoor gezorgd dat er vandaag de dag heel wat
rechten zijn.

Belfort van Gent= symbool voor verworven rechten → Je mocht pas een Belfort bouwen
als de Graaf van Vlaanderen hiermee akkoord was. De graaf verleende stadsrechten in
een stadskeure (werden bewaard in koffer in belfort). → Hielden archieven bij want
a.d.h.v. dat document konden ze bewijzen dat ze het recht hadden om een Belfort te
hebben.

Als we de geschiedenis van de stad schrijven, weten we welke rechten we hebben.



4) inhoud feiten: soms zorgt historische expertise voor een duidelijk beeld van de feiten

Bv.: negationismeprocessen= negeren van de Holocaust: zeggen dat de Holocaust niet
gebeurd is. → mag niet!! Er is een wet in België die zegt dat het minimaliseren/negeren
van de Holocaust strafbaar is. Waarom? Joodse gemeenschap is een belangrijke
gemeenschap in België. Ter bescherming en uit eerbied voor de Joodse gemeenschap
moet erop toegezien worden dat de Holocaust niet geminimaliseerd wordt.

Wat is minimaliseren? Openbaar Ministerie gaat onderzoeken, de rechter moet
oordelen: een rechter kan, wanneer hij zelf twijfelt over de feiten, advies vragen
aan een expert. De rechter vraagt een expertise, deskundig onderzoek over de
feiten. → is een advies dus rechter mag afwijken maar meestal volgen rechters
wel het advies.

Bv.: de tabaksprocessen in buitenland. In Amerika zijn er processen waar men tegen
tabaksproducenten procedeert omdat ze wisten dat het slecht was voor de gezondheid.
Dus de ziektes die mensen hebben gekregen is hun fout. Wisten ze dit wel dat het
schadelijk was?




Recht dient geschiedenis

Als je de instellingen kent, als je weet hoe juridisch de structuren in mekaar zitten, dan ga
je ook de geschiedenis gemakkelijker kunnen begrijpen.

Als we aan geschiedenis doen moeten we ook bronnen hebben:

- Geschiedenis wordt geschreven door historici, die moeten hun kunnen baseren op
documenten. → Meestal juridische documenten (testamenten, contracten, …).

- Registers burgerlijke stand: bijhouden van burgerlijke staat. Vroeger hield kerk de
parochieregisters bij.

- Fiscale documentatie: hoeveel belastingen mensen betalen → statistieken over
armoede en rijkdom, maar als we geschiedenis willen schrijven kunnen we er veel
uit halen. Bv. Verlorenkostbrug: brug heet zo omdat mensen die buiten de stad
gingen werken moesten bij het binnenkomen over die brug belastingen betalen →
kost die ze verdiend hadden waren ze voor deeltje weer kwijt.


9

, - Op hoek van straat staat er vaak een Maria/Jezusbeeld. → er was vroeger geen
openbare belichting en om hun huis veiliger te maken brachten ze licht aan. Je
moest voor lichten belastingen betalen maar als het diende voor een heiligenbeeld
te verlichten moest je geenbelastingen betalen.



Opmerking: rechtsbronnen vs historische bronnen:

Wanneer een historicus de geschiedenis wilt schrijven zal hij zoveel mogelijk bronnen
verzamelen. De bron is waar het vandaan komt, historische bronnen. Historische
bronnen= geschreven documenten maar kunnen verschillende dingen zijn (dagboeken,
juridische documenten: getuigenissen, dagvaardingen, …).

Juridische bron = bron waar het recht vandaan komt. Twee soorten: materiële vs formele
rechtsbronnen:

- Materiële rechtsbronnen: redenen waarom we rechtsregels hebben, waar komt de
inhoud van de rechtsregel vandaan (politiek, economie, religie, klimaat, …)

- Bv. Waarom zoveel heilige beelden op hoek straat → fiscale regelgeving →
gebaseerd op geloof

- Bv. Waarom rijden we rechts hier → in traditie van continentaal Europa: als
je goed wilt doen ben je rechts, rechts is oké, kruisteken in kerk met
rechterhand, eed met rechterhand → religie

- Formele rechtsbronnen: in welke vorm komt het recht tot ons? = limitatieve lijst.
Waarom doen we iets wel/niet? omdat het in de wet staat:

- Rechtspraak: HvC: kan bij bijzondere gevallen waarbij de wet een nieuwe
interpretatie krijgt. Het HvC kan de interpretatie van de wet sturen → ook
creatie van een regel in de vorm van rechtspraak.

- Rechtsleer/doctrine: alle mogelijke geschriften die er bestaan over het
recht (boeken, juristenkracht, juridische tijdschriften, …)

- Gewoonte: een ongeschreven recht dat onveranderd blijft en generatie op
generatie doorgegeven wordt (vandaag kleine betekenis, alles is eigenlijk
bijna schriftelijk geregeld)

- Algemene rechtsbeginselen: een algemeen aanvaard principe dat niet altijd
uitdrukkelijk in de wet staat, sturen het recht




Historische kritiek: law in action vs law in books

Als we de law in action bekijken stellen we vast dat de norm wordt vaak niet toegepast en
de ideale wereld die we proberen maken leidt soms tot een negatieve wereld


10

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
mdespieg Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
10
Membre depuis
10 mois
Nombre de followers
1
Documents
9
Dernière vente
1 semaine de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions