Algemene rechtsleer
Inleiding
Enkele fundamentele vragen
• Wat is recht (ontologische vraag)
• Welke functies heeft recht (functionele vraag)
• Waaruit bestaat het recht (structurele vrag) Olivier wendell holmes (181-1935)
= recht is de voorspelling van wat
Recht è Complex maatschappelijk fenomeen
rechters in de praktijk doen
è Geen eenduidige ultieme defenitie
Hans Kelsen (19e) = dwang als
è Wel vele vercshillende kleine onderscheidingcriterium
Reden: Recht is maatschapijafhankelijk : moeilijk om definitie te vormen => wat is recht word
beantwoord naargelang de visie die een bepaald emaatschapij hierover zegt
Ø Geen iniverseel en tijdloos criterium om ui te maken wat wle en niet als recht geld
Ø Friedrich nietzsche (1844-1900) = definierbar ist nur das was keine geschite hat
Recht is onontbrekelijk
= Nodig om recht toe te passen
= zonder begripsomschrijving = onduidelijk
n Hebben we recht nodig?
wat te doen/ verkeerde interpretatie
Er zijn twee opvattingen
Essentialistische: Ø Wetten = weerspiegeling vd natuur
Ø heeft een essentie en valt van andere
domeinen te onderscheiden
è Deze essentie is nog niet gevonden
Conventionalistische wat telt als ‘recht’ en wat niet, is een conventie
(=afspraak tussen mensen) waarvan de inhoud
niet op voorhand vastligt
è Wat wel en niet recht is is een
maatschappelijke afspraak, ligt niet vast
Recht kent vele vormen
Statelijk recht Recht is van de staat afkomstig (wetgevers, …)
gewoonterecht Word doorgegeven, gevolg van langdurig gebruik
Relegieus recht Gedragsregels dat gelden binnen een bepaalde
relegie
natuurrecht gedragsvoorschriften dat afgeleid wordt uit een
nauwkeurige observatie van de menselijke
natuur
, Internationaal recht Gedragsvoorschriften dat de internationale
betrekking regelt (tussen staten en andere actoren)
è Ze hebben een gelijkaardige verhouding zoals familieleden (een familie kan je niet met één
kenmerk benoemen)
è Zonder één essentialistische kern te hebben
Brian Tamanaha
•
Zegt dat recht alles is wat mensen door hun sociale praktijken identificeren
en behandelen als recht = eerder een criterium dan een definitie
ð Recht heeft geen kernelement, het is conventionalistisch
o Conventionalistische opvatting
Recht = standpunt – of maatschappijafhankelijk
Ø hangt af van standpunt dat men inneemt over het begrip ‘recht’;
Ø hangt af van omschrijving die men aan ‘recht’ geeft
à resultaten van een chemisch onderzoek veranderen niet wanneer je een verschillende
opvatting hebt over de chemie ßà recht
à wat laat het recht toe”te vaag” = verschillend eopvattingen (bv abortus)
Gevolg conventionalistische opvatting-
è Recht = tijds- en plaatsgebonden
è Rekening houden met localitiet en geschiedenis (recht is een sociale constructie =>
geconstrueerd doot handelingen van mensen in de geschiedenis)
Moeten we zwijgen over recht? Aangezien er geen altijd geldende defenitie is
- Recht = onnodige discussie?
o Nee, ipv focussen op essentie <-> focussen op de diverse kenmerken die ermee in
verband worden gebracht
• Geheel aan regels
• Gericht op normatieve ordening
• Rol handhaving
• Rol rechtvaardigheid
Fundamentele transformaties van mensenmaatschappijen
o Proloog
Sociale ontwikkelingen binnen een gemeenschap gevolg van:
- Materiële facetten (ecologische, technologische, economische,…)
- Ideële facetten (kennis, overtuigingen,…)
- Sociale instituten en praktijken
o Instituten = lenigen maatschappelijke behoeftes
• We gaan ons organiseren in sociale instituten
, ▪ Gezin, onderwijs
o Praktijken = handelingen, gedragspatronen
▪ Schaken, ruzies oplossen
> Niet elke gemeenschap is sociaal even complex
> Elke gemeenschap zal deze basisbehoefte van de maatschappij voor haar rekening houden
Maatschappelijke organisatie, 2 vormen van specialisatie:
- Horizontale specialisatie: macht en bevoegdheden verdeeld, over zelfde niveau
- Verticale specialisatie: verschillende hiërarchische niveaus planning, inrichting en uitvoering
van activiteiten waarnemen
Betekenis ‘recht’ + functie zijn niet overal hetzelfde
è Gemeenschappen groeien doorheen geschiedenis op allerlei vlakken
- Dus recht niet zelfde in iedere gemeenschap
à hangt af van de organisationele structuur van de gemeenschap
- Overal aanwezig <-> andere invulling
4 verschillende gemeenschappen: chronologisch (=/teleologisch = met een doel)
Jager-voedsel- - Vanaf ontstaanvan mensheid tot intrede landbouwsamenleving
verzamelaars - Groepen van ong 25 mensen (grote famillies => ontstaan clans
(willen niet enkel in famillieverband leven)
- Nomadish
- Geen hiërarchische verhoudingen
Ø Indien leiderschap, op persoonlijke kwaliteiten (= geen erfelijke
voorsprong)
- Goederendeling à gebruikelijk
à goederen behoren tot het geheel waar iedereen gebruik van mag
maken (bv potten en pannen)
WEL Regels i.v.m. bezit en gebruik van goederen
- Oogst wordt gedeeld
- Menselijke arbeid
- Heilige kennis (voorbehouden voor bv priester) => heilige
voorwerpen
- Land en waterbronnen
- Roerende goederen
à geindividualiseerd : individuele aanspraak
à investering weerspiegelen
à maakt ruilen mogelijk niet enkel binnen maar ook tussen clans
Soorten clans
, = makkelijk los te
scheuren van clan
Uithuweklijken (huwelijk tussen clans)
= investeren in de toekomst door beide partijen
Ø Langdurige engagementen
Vb aboriginals = uitgesteld wederkerig
Ø Proces : van ene clan naar andere clan diensten geven
Ø Veel investeringen (reeks van giften en diensten)
Chiefdoms Ø Vanaf intrede van de landbouwsmanleving
Ø Grotere groepen: honderden tot duizenden
Ø Sentair =/ nomadish
Ø Afgebakende rollen => meer ongelijkheid
Ø Duidelijk erfelijke leider (= chef) goddelijk en heilig
à hoge verwachtingen
Waarom ontstaat er meer ongelijkheid
- Functioneel: in functie van de maaatcshappij (noodzakelijk)
- Conflict: rijkdom en macht
Regels en gebruiken
Ø Geen wederkerigheid (=/ JVV) maar hiërarchisch (meer voor de elite)
à Op basis van stand in MS
Ø Rol sedentaire samenleving: beperkte mobiliteit vereist grotere
controle over grond en rijkdommen
Ø De chefs hebben speciale krachten en zorgen voor blijven bestaan
van de SL
o gewone mensen hebben schuld en geven goederen
o bij rampen wordt leider afgezet
Rijken è 4000-3000 vc
è Meer dan 100.000 mensen => hoe?
• Schrift (bureaucratische organisatie : regels,
voorschriften, …)
• Landbouw, ambachtelijke productie en
handelsnetwerk
• Dwingend rechtssysteem: belastingen
• Staatsreligie
• Leiders staan in voor grote projecten
è Politie-achtige organisatie: geweld uitoefennen en rechtbanken
organiseren
Regels
Ø verbonden met religieuze en bovennatuurlijke overtuigingen
Ø Doel om orde te handhaven en hiërarchie te waarborgen + kosmische
orde (orde kosmos- natuur die de mensen overstijgt)
Inleiding
Enkele fundamentele vragen
• Wat is recht (ontologische vraag)
• Welke functies heeft recht (functionele vraag)
• Waaruit bestaat het recht (structurele vrag) Olivier wendell holmes (181-1935)
= recht is de voorspelling van wat
Recht è Complex maatschappelijk fenomeen
rechters in de praktijk doen
è Geen eenduidige ultieme defenitie
Hans Kelsen (19e) = dwang als
è Wel vele vercshillende kleine onderscheidingcriterium
Reden: Recht is maatschapijafhankelijk : moeilijk om definitie te vormen => wat is recht word
beantwoord naargelang de visie die een bepaald emaatschapij hierover zegt
Ø Geen iniverseel en tijdloos criterium om ui te maken wat wle en niet als recht geld
Ø Friedrich nietzsche (1844-1900) = definierbar ist nur das was keine geschite hat
Recht is onontbrekelijk
= Nodig om recht toe te passen
= zonder begripsomschrijving = onduidelijk
n Hebben we recht nodig?
wat te doen/ verkeerde interpretatie
Er zijn twee opvattingen
Essentialistische: Ø Wetten = weerspiegeling vd natuur
Ø heeft een essentie en valt van andere
domeinen te onderscheiden
è Deze essentie is nog niet gevonden
Conventionalistische wat telt als ‘recht’ en wat niet, is een conventie
(=afspraak tussen mensen) waarvan de inhoud
niet op voorhand vastligt
è Wat wel en niet recht is is een
maatschappelijke afspraak, ligt niet vast
Recht kent vele vormen
Statelijk recht Recht is van de staat afkomstig (wetgevers, …)
gewoonterecht Word doorgegeven, gevolg van langdurig gebruik
Relegieus recht Gedragsregels dat gelden binnen een bepaalde
relegie
natuurrecht gedragsvoorschriften dat afgeleid wordt uit een
nauwkeurige observatie van de menselijke
natuur
, Internationaal recht Gedragsvoorschriften dat de internationale
betrekking regelt (tussen staten en andere actoren)
è Ze hebben een gelijkaardige verhouding zoals familieleden (een familie kan je niet met één
kenmerk benoemen)
è Zonder één essentialistische kern te hebben
Brian Tamanaha
•
Zegt dat recht alles is wat mensen door hun sociale praktijken identificeren
en behandelen als recht = eerder een criterium dan een definitie
ð Recht heeft geen kernelement, het is conventionalistisch
o Conventionalistische opvatting
Recht = standpunt – of maatschappijafhankelijk
Ø hangt af van standpunt dat men inneemt over het begrip ‘recht’;
Ø hangt af van omschrijving die men aan ‘recht’ geeft
à resultaten van een chemisch onderzoek veranderen niet wanneer je een verschillende
opvatting hebt over de chemie ßà recht
à wat laat het recht toe”te vaag” = verschillend eopvattingen (bv abortus)
Gevolg conventionalistische opvatting-
è Recht = tijds- en plaatsgebonden
è Rekening houden met localitiet en geschiedenis (recht is een sociale constructie =>
geconstrueerd doot handelingen van mensen in de geschiedenis)
Moeten we zwijgen over recht? Aangezien er geen altijd geldende defenitie is
- Recht = onnodige discussie?
o Nee, ipv focussen op essentie <-> focussen op de diverse kenmerken die ermee in
verband worden gebracht
• Geheel aan regels
• Gericht op normatieve ordening
• Rol handhaving
• Rol rechtvaardigheid
Fundamentele transformaties van mensenmaatschappijen
o Proloog
Sociale ontwikkelingen binnen een gemeenschap gevolg van:
- Materiële facetten (ecologische, technologische, economische,…)
- Ideële facetten (kennis, overtuigingen,…)
- Sociale instituten en praktijken
o Instituten = lenigen maatschappelijke behoeftes
• We gaan ons organiseren in sociale instituten
, ▪ Gezin, onderwijs
o Praktijken = handelingen, gedragspatronen
▪ Schaken, ruzies oplossen
> Niet elke gemeenschap is sociaal even complex
> Elke gemeenschap zal deze basisbehoefte van de maatschappij voor haar rekening houden
Maatschappelijke organisatie, 2 vormen van specialisatie:
- Horizontale specialisatie: macht en bevoegdheden verdeeld, over zelfde niveau
- Verticale specialisatie: verschillende hiërarchische niveaus planning, inrichting en uitvoering
van activiteiten waarnemen
Betekenis ‘recht’ + functie zijn niet overal hetzelfde
è Gemeenschappen groeien doorheen geschiedenis op allerlei vlakken
- Dus recht niet zelfde in iedere gemeenschap
à hangt af van de organisationele structuur van de gemeenschap
- Overal aanwezig <-> andere invulling
4 verschillende gemeenschappen: chronologisch (=/teleologisch = met een doel)
Jager-voedsel- - Vanaf ontstaanvan mensheid tot intrede landbouwsamenleving
verzamelaars - Groepen van ong 25 mensen (grote famillies => ontstaan clans
(willen niet enkel in famillieverband leven)
- Nomadish
- Geen hiërarchische verhoudingen
Ø Indien leiderschap, op persoonlijke kwaliteiten (= geen erfelijke
voorsprong)
- Goederendeling à gebruikelijk
à goederen behoren tot het geheel waar iedereen gebruik van mag
maken (bv potten en pannen)
WEL Regels i.v.m. bezit en gebruik van goederen
- Oogst wordt gedeeld
- Menselijke arbeid
- Heilige kennis (voorbehouden voor bv priester) => heilige
voorwerpen
- Land en waterbronnen
- Roerende goederen
à geindividualiseerd : individuele aanspraak
à investering weerspiegelen
à maakt ruilen mogelijk niet enkel binnen maar ook tussen clans
Soorten clans
, = makkelijk los te
scheuren van clan
Uithuweklijken (huwelijk tussen clans)
= investeren in de toekomst door beide partijen
Ø Langdurige engagementen
Vb aboriginals = uitgesteld wederkerig
Ø Proces : van ene clan naar andere clan diensten geven
Ø Veel investeringen (reeks van giften en diensten)
Chiefdoms Ø Vanaf intrede van de landbouwsmanleving
Ø Grotere groepen: honderden tot duizenden
Ø Sentair =/ nomadish
Ø Afgebakende rollen => meer ongelijkheid
Ø Duidelijk erfelijke leider (= chef) goddelijk en heilig
à hoge verwachtingen
Waarom ontstaat er meer ongelijkheid
- Functioneel: in functie van de maaatcshappij (noodzakelijk)
- Conflict: rijkdom en macht
Regels en gebruiken
Ø Geen wederkerigheid (=/ JVV) maar hiërarchisch (meer voor de elite)
à Op basis van stand in MS
Ø Rol sedentaire samenleving: beperkte mobiliteit vereist grotere
controle over grond en rijkdommen
Ø De chefs hebben speciale krachten en zorgen voor blijven bestaan
van de SL
o gewone mensen hebben schuld en geven goederen
o bij rampen wordt leider afgezet
Rijken è 4000-3000 vc
è Meer dan 100.000 mensen => hoe?
• Schrift (bureaucratische organisatie : regels,
voorschriften, …)
• Landbouw, ambachtelijke productie en
handelsnetwerk
• Dwingend rechtssysteem: belastingen
• Staatsreligie
• Leiders staan in voor grote projecten
è Politie-achtige organisatie: geweld uitoefennen en rechtbanken
organiseren
Regels
Ø verbonden met religieuze en bovennatuurlijke overtuigingen
Ø Doel om orde te handhaven en hiërarchie te waarborgen + kosmische
orde (orde kosmos- natuur die de mensen overstijgt)