Gedragsneurowetenschappen [P0L95a]
op basis van het handboek van Rudi D' Hooge (2018)
Hooge, R. D. (2018). Neuro: het zenuwstelsel en de relatie tussen hersenen
en gedrag.
EAN: 9789463370820
Inhoudstafel:
H1: Perifeer en centraal Zenuwstelsel 9 pagina’s
H2: Zenuwcellen en steuncellen 7 pagina’s
H3: Neurale signalen 8 pagina’s
H5: Synapsen, neurotransmitters en psychofarmaca 4 pagina’s
H6: Somatosensorische waarneming 5 pagina’s
H7: Zien, horen, ruiken en proeven 11 pagina’s
H8: Bewegen 5 pagina’s
H9: Waken en slapen 5 pagina’s
H10: Cognitie 2 pagina’s
,H1: Perifeer en centraal Zenuwstelsel
Cellen, weefsels en organen
Anatomie = studie van de morfologie/bouw van organismen
- Orgaanstelsels of -systemen
vb: spijsvertering
- Organen
= onderdeel met specifieke functie bestaande uit verschillende weefseltypes
- Weefsels
= verzameling gespecialiseerde cellen, met zelfde structuur en functie
Histologie = micro-anatomie = ‘fijne’ studie van de opbouw van weefsels
Fysiologie = studie van processen in levende mechanismen
- Kijkt eerder naar werking: hoe cellen (of delen van cellen) samenwerken
- = chemische samenwerking
Neuroanatomie/-histologie/-fysiologie = focus op structuur en functie van zenuwstelsel
- Neuroanatomie = kwabben v/d hersenen
- Neurohistologie = hoe zitten cellen in mekaar
- Neurofysiologe = hoe één zenuwcel met de andere communiceert
Delen van het zenuwstelsel
→ zien evolutie in vergelijking met andere
dieren
- Meer opgerold
- Frontaal extra volume
= grote frontale cortex
(→ skills ivm intelligentie, doelbewust gedrag…)
,Het zenuwstelsel in beeld
Beschrijvingsmaten van een gebied/ten opzichte
van iets anders:
ventraal ↔ dorsaal
= buik = rug
anterior ↔ posterior
= voor = na
caudaal ↔ rostraal
= staart = bek
inferior ↔ superior
= beneden = boven
mediaal ↔ lateraal
= midden = zijkanten
Sagitaal = tussen ogen in
Coronaal = van oor naar oor
Terminologie
Proximaal = dichtbij romp
Distaal = ver van romp
vb: structuren in vingertoppen
Bilateraal = structuren in beide lichaams- of hersenhelften ↔ unilateraal
Contralateraal = structuren in tegenovergestelde lichaams- of hersenhelft
vb: prikkel waargenomen in rechterlichaamshelft, verwerkt in linkerhersenhelft
Ipsilateraal = structuren in zelfde lichaams- of hersenhelft
vb: prikkel waargenomen in rechterlichaamshelft, verwerkt in rechterhersenhelft
Afferent = prikkels van buitenaf naar hersenen = sensorische prikkel
vb: lichtflits
Efferent = prikkels van hersenen naar buiten = motorische prikkel
vb: iets oprapen
, Delen van het centrale zenuwstelsel
1 = Telencephalon
Prosencephalon
2 = Diencephalon
3 = Mesencephalon
4 = Pons
5 = Cerebellum Rhombencephalon
6 = Myelencephalon
7 = Medulla spinalis
→ van rostraal (bovenkant) naar caudaal (onderkant)
Samenvatting
Telencephalon = eindhersenen
Diencephalon = tussenhersenen
Prosencephalon = eind-+ tussenhersenen = voorhersenen
Mesencephalon = middenhersenen
Metencephalon = pons + cerebellum
Myelencephalon = verlengd ruggenmerg
Rhombencephalon = Metencephalon + Myelencephalon = achterhersenen
Truncus cerebri = hersenstam = Rhombencephalon + mesencephalon
Minus cerebellum
op basis van het handboek van Rudi D' Hooge (2018)
Hooge, R. D. (2018). Neuro: het zenuwstelsel en de relatie tussen hersenen
en gedrag.
EAN: 9789463370820
Inhoudstafel:
H1: Perifeer en centraal Zenuwstelsel 9 pagina’s
H2: Zenuwcellen en steuncellen 7 pagina’s
H3: Neurale signalen 8 pagina’s
H5: Synapsen, neurotransmitters en psychofarmaca 4 pagina’s
H6: Somatosensorische waarneming 5 pagina’s
H7: Zien, horen, ruiken en proeven 11 pagina’s
H8: Bewegen 5 pagina’s
H9: Waken en slapen 5 pagina’s
H10: Cognitie 2 pagina’s
,H1: Perifeer en centraal Zenuwstelsel
Cellen, weefsels en organen
Anatomie = studie van de morfologie/bouw van organismen
- Orgaanstelsels of -systemen
vb: spijsvertering
- Organen
= onderdeel met specifieke functie bestaande uit verschillende weefseltypes
- Weefsels
= verzameling gespecialiseerde cellen, met zelfde structuur en functie
Histologie = micro-anatomie = ‘fijne’ studie van de opbouw van weefsels
Fysiologie = studie van processen in levende mechanismen
- Kijkt eerder naar werking: hoe cellen (of delen van cellen) samenwerken
- = chemische samenwerking
Neuroanatomie/-histologie/-fysiologie = focus op structuur en functie van zenuwstelsel
- Neuroanatomie = kwabben v/d hersenen
- Neurohistologie = hoe zitten cellen in mekaar
- Neurofysiologe = hoe één zenuwcel met de andere communiceert
Delen van het zenuwstelsel
→ zien evolutie in vergelijking met andere
dieren
- Meer opgerold
- Frontaal extra volume
= grote frontale cortex
(→ skills ivm intelligentie, doelbewust gedrag…)
,Het zenuwstelsel in beeld
Beschrijvingsmaten van een gebied/ten opzichte
van iets anders:
ventraal ↔ dorsaal
= buik = rug
anterior ↔ posterior
= voor = na
caudaal ↔ rostraal
= staart = bek
inferior ↔ superior
= beneden = boven
mediaal ↔ lateraal
= midden = zijkanten
Sagitaal = tussen ogen in
Coronaal = van oor naar oor
Terminologie
Proximaal = dichtbij romp
Distaal = ver van romp
vb: structuren in vingertoppen
Bilateraal = structuren in beide lichaams- of hersenhelften ↔ unilateraal
Contralateraal = structuren in tegenovergestelde lichaams- of hersenhelft
vb: prikkel waargenomen in rechterlichaamshelft, verwerkt in linkerhersenhelft
Ipsilateraal = structuren in zelfde lichaams- of hersenhelft
vb: prikkel waargenomen in rechterlichaamshelft, verwerkt in rechterhersenhelft
Afferent = prikkels van buitenaf naar hersenen = sensorische prikkel
vb: lichtflits
Efferent = prikkels van hersenen naar buiten = motorische prikkel
vb: iets oprapen
, Delen van het centrale zenuwstelsel
1 = Telencephalon
Prosencephalon
2 = Diencephalon
3 = Mesencephalon
4 = Pons
5 = Cerebellum Rhombencephalon
6 = Myelencephalon
7 = Medulla spinalis
→ van rostraal (bovenkant) naar caudaal (onderkant)
Samenvatting
Telencephalon = eindhersenen
Diencephalon = tussenhersenen
Prosencephalon = eind-+ tussenhersenen = voorhersenen
Mesencephalon = middenhersenen
Metencephalon = pons + cerebellum
Myelencephalon = verlengd ruggenmerg
Rhombencephalon = Metencephalon + Myelencephalon = achterhersenen
Truncus cerebri = hersenstam = Rhombencephalon + mesencephalon
Minus cerebellum