Examen
- Nadruk in les en voorgestelde examenvragen
- Richtvragen in boek
- Jaartallen kennen, geboortedata niet kennen wel in eeuw plaatsten, wel
historisch kaderen
- Franse revolutie en Oktoberrevolutie vraag over link
, Inleiding over het vak: geschiedenis van het publiekrecht
1. Wat?
• Metajuridisch vak
• Op het snijvlak van verschillende academische disciplines
• Kijken hoe het recht op een bepaalde plaats in een bep. tijd tot stand kwam en ontwikkelt
o Kijken naar staatsbestel: structuur, staatsorganen, bevoegdheden, …
o Kijken naar grondrechtenbescherming: beschermen burgers tegen de staat
o Foto: presidentsverkiezingen VS -> aanhanger en betoger -> VS nu verklaren door
geschiedenis van de VS te bekijken bv. ontwikkeling kiesstelsel
• Vraagstukken waarbij onderzocht wordt op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd tot
stand kwam.
o Wie maakt het recht?
▪ Mijn enige recht (Lodewijk)
▪ Of vertegenwoordigers in bv. grondwetgevende vergadering (gericht op
schrijven van de GW) met Koning Jan zonder land
o Hoe maakt men het recht?
o Wanneer en waarom wordt het recht gemaakt?
o Hoe en door wie wordt het recht gehandhaafd? Door OH, privépersonen, UM
o Voor wie wordt het recht gemaakt en hoe kunnen deze rechtssubjecten hun rechten
laten gelden?
▪ Voor 1 persoon, select clubje of hele gemeenschap?
▪ Koning tekent magna charta in 1215 -> charter waarin rechten worden
toegekend aan bepaalde groepen (ridders, clerus en adel) -> hier is geld om
oorlog te voeren maar in ruil wel recht op autonomie voor gebied, recht zelf
belastingen heffen -> onderliggende factor = MACHT
• Recht functioneert niet in een vacuüm -> product van de SL maar ook effect op SL
• Recht is onderdeel van, en functioneert binnen, een sociaal-maatschappelijk geheel met
zijn eigen vigerend rechtssysteem
o Rechtssystemen zijn, net als samenlevingen en het recht zelf, continu in
ontwikkeling -> als recht niet snel genoeg ontwikkelt kan het aan de kant geschoven
worden
o Hoe ze zijn vormgegeven, en hoe zij veranderen heeft weer een grote impact op de
samenstelling en ontwikkeling van het recht
,• Publiekrecht draait om
o Staatsorganen en -instellingen: het GwH, parlement, regering…
o Algemene politieke principes en rechtsbeginselen: democratiebeginsel…
o Juridische begrippen, regels, procedures (politieke structuren, bevoegdheden;
bescherming grondrechten; …)
2. Waarom?
• Voorbeeld: Belgische revolutie 1830-31 = het resultaat van
o Constitutionele bezwaren: aannemen van de GW
▪ Opvattingen over de rol van de regering en de vorst t.o.v. de
vertegenwoordigende vergaderingen: Koning trekt te veel macht naar zich toe
+ onderdrukt bevolkingsgroepen
▪ Onderdrukking van de oppositie via inperkingen van grondrechten
(godsdienstvrijheid, persvrijheid, petitierecht, afschaffing assisenjury)
o Culturele motieven
▪ Franse taal van politieke elite staat haaks op het taalbeleid van Willem I
▪ Sinds de Franse annexatie richt de bourgeoisie en de adel haar blik op
Frankrijk -> hierdoor meer Frans praten
o Politieke klachten (link met godsdienstige)
▪ Ondervertegenwoordiging van het Zuidelijk deel van het Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden in de Staten-Generaal (t.o.v. het Noordelijk deel)
o Religieuze overwegingen:
▪ De bevolking in het Zuidelijke deel is overwegend katholiek, terwijl men in het
Noordelijk deel overwegend protestant is → Willem en zijn regering willen
verhinderen dat het Zuiden sterker vertegenwoordigd zou worden in de
Staten-Generaal
o Economische gronden:
▪ In het Zuiden ontstaat het (niet helemaal terechte) idee dat Willem en zijn
regering het Noorden economisch voortrekt, terwijl het even zwaar belast
wordt -> door infrastructuur aanleggen in Noorden
,• Goed rechtshistorisch onderzoek de basis vormt voor een goed begrip van het hedendaagse
recht (reden 1) -> geeft inzicht in het waarom
o Rechtshistorisch onderzoek leert ons waarom bepaalde regels nog wel en andere
niet langer tot ons huidig recht behoren
• Kennis en inzicht in de ontwikkeling en toepassing van recht en rechtsregels in hun
historische context geeft ons zicht op aangeleverde rechtshistorische argumenten (reden 2)
o Informeert ons over de pro’s en contra’s van welbepaalde vormen van aanpak
o Bij het maken van zo’n keuze is het rechtvaardige karakter van een regel een
essentiële factor -> onrechtvaardig dat 1 persoon beslist
▪ Inhoud van het rechtvaardigheidsbegrip = variabel van aard = verschillende
opvattingen over (met negatieve, dan wel positieve resultaten tot gevolg)
▪ Bv. Franse revolutie: gelijkheid tussen burgers door alle instellingen weg te
gooien en diegene die er niet mee eens zijn onder guillotine
▪ B. Cijnskiesrecht -> vroeger normaal en nu ondenkbaar
• Rechtshistorische dimensie een belangrijke component in veel, zo niet alle, contemporaine
rechtsvergelijkende onderzoeken (reden 3)
o Je kan de systemen niet kennen als je niet weet hoe ze zelf ontwikkelt zijn
• Aantonen dat macht en machtsconflicten aan de basis liggen van het staatsbestel
• Gestolde macht: macht in verschillende verschijningsvormen, afhankelijk van
omstandigheden
o Macht in vloeibare vorm -> minder vat op
o AL de vloeistof bij elkaar: gigantische watermassa die verplettert
▪ Jan zonder land -> aantal beperkingen gegeven
▪ Van vloeibare naar gestolde macht
o Macht kan terugkeren naar eerder vloeibare vorm
~ aggregatietoestand van een materie
• Inzicht in het verleden laat toe om
o Het potentieel van het staatsbestel + de beperkingen van juridische stelsels in een
welbepaalde context te ontwaren
o Belangrijke zaken (essentiële) onderscheiden <-> van minder belangrijke (incidentele)
, Hoofdstuk 1: Het moderne staatsbegrip (P.20-42)
➔ De aanhef van de Amerikaanse grondwet “We the people”
1. Inleiding
• Fresco: onderdeel van de representatie van de geestelijke sfeer (links: Justianus) en de
werkelijke sfeer (rechts: Paus gregorius = canoniek recht). Vanboven de deugden die erover
waken
• Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
o In “regelen” zit regel -> veronderstel norm = recht
o Dus publiekrecht
• Overal ter wereld: iets gemeenschappelijk in de manier waarop staten worden bestuurd
o MAAR geen universele staat met uniform model
o De manier waarmee de overheid legitimiteit krijgt om de mensen te besturen
▪ Elke staat verschillende manier om te rechtvaardigen waarom ze besturen
▪ Voor elke staat anders en evolueert ook op een andere manier -> geen
uniform model qua ideologie en juridisch systeem
o Voor sommige denkers: natuurstaat = chaos
▪ Burgeroorlogen (religieus) -> VEEL impact op denkers (bv. moorden op
mensen ..) -> vermijden en terug vrede brengen in de SL
▪ Om daaruit te geraken en veiligheid te waarborgen van mensen, moeten we
macht centraliseren in handen van één persoon/instelling (vorst, clubje..)
o Vandaag: in de meeste staten is er een representatief regime waarbij bevolking zich
kan laten vertegenwoordigen
• Essentiele problematiek in het publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven?
o Zorgt voor spanningsveld
▪ Hoe de democratie in constitutionele zin denken?
• Collectief: een meerderheid en minderheid -> meerderheid beslist
▪ Hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een democratische meerderheid
de rechten en belangen van de minderheden niet miskent?
• Leunt aan bij de liberale staat = onze staat vandaag
• Dit spanningsveld vormt de intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de
liberale staat
,2. De idee van ‘de staat’
• Begrip ‘staat’ = status of toestand
• Uitgangspunt
o Situatie van chaos en geweld (ziektes, oorlog..)-> iets/iemand nodig om rust te
creëren en te verhinderen dat een groep mensen die samenleven
▪ Macht om bevelen op te leggen concentreren/centraliseren in handen van
een persoon of instelling = machtsconcentratie
▪ Deze persoon/instelling maakt de wet, die op iedereen van toepassing is ->
oefent macht uit via de wet (= beslissing die je oplegt aan de SL)
▪ Deze persoon/instelling heeft een geweldmonopolie (de enige die geweld
mag gebruiken om iemand te dwingen)
• Geweld gebruiken om beslissingen door te krijgen
o Dit heeft een theorie nodig -> concept van de ‘staat’
▪ Niet zomaar willekeurig -> wie kan als staat worden beschouwd en
waarom, wanneer is de uitoefening van geweld gerechtvaardigd
• Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
o Begrip “staat” wijzigt doorheen de tijd
o Moderne / Hedendaagse geschiedenis
▪ vanaf de Atlantische revoluties in de V.S. (1776) / Frankrijk (1789)
o Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
▪ vanaf val van Constantinopel (1453) of landing Columbus in Amerika (1492)
o Middeleeuwen
2.1 Moderne/Hedendaagse geschiedenis
• Staat begrepen als de liberale staat:
o Democratisch: verkozen bestuurders -> rechtstreeks (president) of onrechtstreeks
o Machtenscheiding: WM, UM, RM -> machtenspreiding
o Overheid gebonden aan het recht
▪ Overheid maakt de normen (via de wetgever of grondwetgever), maar is er
zelf OOK aan onderworpen
o Staat is gericht op het waarborgen voor de bescherming van onvervreemdbare
grondrechten van burgers
▪ Via (grond)wetsbepalingen (bv. ook: eeuwigheidsclausule: censuur ‘voor
altijd’ afgeschaft; verbod om democratische regeringsvorm te wijzigen;…)
• Eeuwigheidsclausule = wet die niet meer gewijzigd kan worden ->
bv. grondrechten die niet kunnen worden afgeschaft -> in BE niet
• Wel rechten die er op lijken -> de persvrijheid: de censuur kan nooit
meer ingevoerd worden (wijst op belang)
▪ Via instellingen: constitutioneel (bv. machtenscheiding) of buiten-
constitutioneel (bv. de pers als ‘waakhond’) -> Buiten: pers wordt beschermd
maar het is geen orgaan van de staat (valt buiten de regeling) -> worden wel
geïnformeerd over mogelijke problemen en gecontroleerd
,2.2 Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
• Volgens sommigen kan recente geschiedenis enkel uitgelegd worden als je verder terug
gaat: liberale staten = opvolgers van de vroegmoderne staat
• Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis ontwikkelt zich idee van soevereiniteit
van de wetgever
o Middeleeuwen: vorst consolideert macht in centrale staat
▪ Machtsconsolidatie: vorsten trekken de macht naar zich toe
o 16 - 17de eeuw: religieuze spanningen
de
▪ Vnl. katholieke Kerk vs. protestanten (die zich afscheuren)
• Reformatie
• Scheur in de kerk: leidt tot religieuze oorlogen
• Calvinisten worden uitgemoord door katholieken = startschot oorlog
▪ Band tussen religie en publiekrecht doorknippen
• Staat nog steeds koppelen aan geloof?
• Staat wordt losgeknipt van religie
▪ Macht berust niet meer (exclusief) bij de vorst: ook bij vertegenwoordigers
van het volk -> andere actoren beginnen macht te claimen: parlementen..
• In de 17de eeuw komt het idee op van de “état souverain”
o Een staat die geen andere hogere macht boven zich heeft
o Men spreekt soms ook over de “republiek”
▪ Vroeger – tot de FR en Amerikaanse revolutie: res publica = zaak van de staat,
het algemeen belang, de politieke zaak, de staat
▪ Vandaag: iets dat contrasteert met de monarchie -> staat zonder koning met
president als staatshoofd
o Woord ‘natie’ zal vanaf 17de eeuw ook met ‘de staat’ vereenzelvigd worden - krijgt pas
een juridische betekenis met FR
2.3 Middeleeuwen
-> SL gereguleerd door de standen
• Volgens mediëvisten: moderne staat = opvolger van middeleeuwse
standenvertegenwoordiging en het leenrecht
o Idee dat Middeleeuwse samenleving is opgebouwd uit standen: dragen elk op eigen
manier bij aan de maatschappij
▪ zij die strijden (eerste stand en adel) -> koning en vorst
▪ zij die bidden (clerus) -> nadenken over het geloof
▪ zij die werken (derde stand) -> werk produceren: LB’s, handelaars, lijfeigenen
o Vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
▪ De vorst heerst al vertegenwoordiger van God -> mandaat gekregen van God
o Vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met 3 standen = uitdrukking van ‘Gods
gewilde orde’ -> wordt wel verondersteld dat die goed heerst: contract vorst – God
, o Tyrannie = verbreken contract => recht op weerstand (tegen de vorst)
▪ ENAC: de gemeenschap zegt “jij komt jouw verplichting niet na dus wij
luisteren ook niet meer naar jou (en mogelijkheid om af te zetten)
• Contractueel idee gebaseerd op het leenrecht: privaatrechtelijk
relatie leenheer – vazal (leenman)
o Geeft onroerend goed aan leenman
o Leenman geeft in ruil economische en militaire hulp
▪ Gaat ook machtsrelaties in publieke sfeer beïnvloeden
• Leenmannen kunnen hun eigendom beginnen onderverdelen aan
eigen vazallen
o Deze contractuele opvattingen = gestoeld/gebaseerd op het leenrecht
▪ Idee van relatie tussen leenheer en leenman (structureert vanaf 10e tot 18e
eeuw de Westerse samenleving)
• Vorst geeft leen (grond, kasteel, huis) aan vazal zodat die in zijn
levensonderhoud kan voorzien: geeft onroerend goed
• Vazal geeft/staat in ruil staat de vorst bij (in de vorm van raad en hulp):
economische en militaire hulp
▪ Oorspronkelijk een persoonlijke relatie (privaatrecht), economisch en militair
ingegeven -> in publieke sfeer invloed: wordt publiekrechtelijk gegeven
• Stuurt machtsrelaties aan
• Leidt tot de versnippering van territorium -> leenman kan
eigendom/leen onderverdelen aan eigen vazallen enzoverder
3. De notie ‘soevereiniteit’
Brexit: soevereiniteit terugnemen van de Europese Unie
3.1. Het begrip ‘soevereiniteit’
• Vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ drie componenten
o Beschikt over grondgebied
o Zit bevolking op dat grondgebied
o Overheidsinstellingen die gezag uitoefenen en erkend worden door die bevolking en
andere staten -> met legitimiteit
• Deze 3 punten komen neer op het hebben van
o externe soevereiniteit
o interne soevereiniteit
3.2. Externe soevereiniteit
• Erkenning door andere staten: staat kan zich manifesteren naar buiten, andere staten toe
o Nederland zegt. “wij kunnen elk moment BE binnenvallen” en dreiging is ook acuut
• Veronderstelt dat staat niet onderworpen aan andere staat
• = kwestie van internationaal recht