Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Volledige samenvatting Geschiedenis van het publiekrecht 17/20 (eigen lesnotities + powerpoint)

Note
-
Vendu
-
Pages
203
Publié le
28-07-2025
Écrit en
2024/2025

Ik behaalde 17/20. Prof Christophe Maes. Mijn samenvatting omvat alle notities van de les samen met de bijbehorende powerpoint. De nadrukken die in de les werden gelegd werden samen met mogelijke examenvragen bijgevoegd. Mijn samenvatting bevat alles van het boek.

Montrer plus Lire moins















Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
28 juillet 2025
Nombre de pages
203
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Aperçu du contenu

Geschiedenis van het Publiekrecht:

Examen

- Nadruk in les en voorgestelde examenvragen
- Richtvragen in boek
- Jaartallen kennen, geboortedata niet kennen wel in eeuw plaatsten, wel
historisch kaderen
- Franse revolutie en Oktoberrevolutie vraag over link

, Inleiding over het vak: geschiedenis van het publiekrecht
1. Wat?

• Metajuridisch vak
• Op het snijvlak van verschillende academische disciplines

• Kijken hoe het recht op een bepaalde plaats in een bep. tijd tot stand kwam en ontwikkelt
o Kijken naar staatsbestel: structuur, staatsorganen, bevoegdheden, …
o Kijken naar grondrechtenbescherming: beschermen burgers tegen de staat
o Foto: presidentsverkiezingen VS -> aanhanger en betoger -> VS nu verklaren door
geschiedenis van de VS te bekijken bv. ontwikkeling kiesstelsel

• Vraagstukken waarbij onderzocht wordt op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd tot
stand kwam.
o Wie maakt het recht?
▪ Mijn enige recht (Lodewijk)
▪ Of vertegenwoordigers in bv. grondwetgevende vergadering (gericht op
schrijven van de GW) met Koning Jan zonder land
o Hoe maakt men het recht?
o Wanneer en waarom wordt het recht gemaakt?
o Hoe en door wie wordt het recht gehandhaafd? Door OH, privépersonen, UM
o Voor wie wordt het recht gemaakt en hoe kunnen deze rechtssubjecten hun rechten
laten gelden?
▪ Voor 1 persoon, select clubje of hele gemeenschap?
▪ Koning tekent magna charta in 1215 -> charter waarin rechten worden
toegekend aan bepaalde groepen (ridders, clerus en adel) -> hier is geld om
oorlog te voeren maar in ruil wel recht op autonomie voor gebied, recht zelf
belastingen heffen -> onderliggende factor = MACHT

• Recht functioneert niet in een vacuüm -> product van de SL maar ook effect op SL
• Recht is onderdeel van, en functioneert binnen, een sociaal-maatschappelijk geheel met
zijn eigen vigerend rechtssysteem
o Rechtssystemen zijn, net als samenlevingen en het recht zelf, continu in
ontwikkeling -> als recht niet snel genoeg ontwikkelt kan het aan de kant geschoven
worden
o Hoe ze zijn vormgegeven, en hoe zij veranderen heeft weer een grote impact op de
samenstelling en ontwikkeling van het recht

,• Publiekrecht draait om
o Staatsorganen en -instellingen: het GwH, parlement, regering…
o Algemene politieke principes en rechtsbeginselen: democratiebeginsel…
o Juridische begrippen, regels, procedures (politieke structuren, bevoegdheden;
bescherming grondrechten; …)




2. Waarom?

• Voorbeeld: Belgische revolutie 1830-31 = het resultaat van
o Constitutionele bezwaren: aannemen van de GW
▪ Opvattingen over de rol van de regering en de vorst t.o.v. de
vertegenwoordigende vergaderingen: Koning trekt te veel macht naar zich toe
+ onderdrukt bevolkingsgroepen
▪ Onderdrukking van de oppositie via inperkingen van grondrechten
(godsdienstvrijheid, persvrijheid, petitierecht, afschaffing assisenjury)

o Culturele motieven
▪ Franse taal van politieke elite staat haaks op het taalbeleid van Willem I
▪ Sinds de Franse annexatie richt de bourgeoisie en de adel haar blik op
Frankrijk -> hierdoor meer Frans praten

o Politieke klachten (link met godsdienstige)
▪ Ondervertegenwoordiging van het Zuidelijk deel van het Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden in de Staten-Generaal (t.o.v. het Noordelijk deel)

o Religieuze overwegingen:
▪ De bevolking in het Zuidelijke deel is overwegend katholiek, terwijl men in het
Noordelijk deel overwegend protestant is → Willem en zijn regering willen
verhinderen dat het Zuiden sterker vertegenwoordigd zou worden in de
Staten-Generaal

o Economische gronden:
▪ In het Zuiden ontstaat het (niet helemaal terechte) idee dat Willem en zijn
regering het Noorden economisch voortrekt, terwijl het even zwaar belast
wordt -> door infrastructuur aanleggen in Noorden

,• Goed rechtshistorisch onderzoek de basis vormt voor een goed begrip van het hedendaagse
recht (reden 1) -> geeft inzicht in het waarom
o Rechtshistorisch onderzoek leert ons waarom bepaalde regels nog wel en andere
niet langer tot ons huidig recht behoren

• Kennis en inzicht in de ontwikkeling en toepassing van recht en rechtsregels in hun
historische context geeft ons zicht op aangeleverde rechtshistorische argumenten (reden 2)
o Informeert ons over de pro’s en contra’s van welbepaalde vormen van aanpak
o Bij het maken van zo’n keuze is het rechtvaardige karakter van een regel een
essentiële factor -> onrechtvaardig dat 1 persoon beslist
▪ Inhoud van het rechtvaardigheidsbegrip = variabel van aard = verschillende
opvattingen over (met negatieve, dan wel positieve resultaten tot gevolg)
▪ Bv. Franse revolutie: gelijkheid tussen burgers door alle instellingen weg te
gooien en diegene die er niet mee eens zijn onder guillotine
▪ B. Cijnskiesrecht -> vroeger normaal en nu ondenkbaar

• Rechtshistorische dimensie een belangrijke component in veel, zo niet alle, contemporaine
rechtsvergelijkende onderzoeken (reden 3)
o Je kan de systemen niet kennen als je niet weet hoe ze zelf ontwikkelt zijn

• Aantonen dat macht en machtsconflicten aan de basis liggen van het staatsbestel

• Gestolde macht: macht in verschillende verschijningsvormen, afhankelijk van
omstandigheden
o Macht in vloeibare vorm -> minder vat op
o AL de vloeistof bij elkaar: gigantische watermassa die verplettert
▪ Jan zonder land -> aantal beperkingen gegeven
▪ Van vloeibare naar gestolde macht
o Macht kan terugkeren naar eerder vloeibare vorm
~ aggregatietoestand van een materie




• Inzicht in het verleden laat toe om
o Het potentieel van het staatsbestel + de beperkingen van juridische stelsels in een
welbepaalde context te ontwaren
o Belangrijke zaken (essentiële) onderscheiden <-> van minder belangrijke (incidentele)

, Hoofdstuk 1: Het moderne staatsbegrip (P.20-42)
➔ De aanhef van de Amerikaanse grondwet “We the people”

1. Inleiding
• Fresco: onderdeel van de representatie van de geestelijke sfeer (links: Justianus) en de
werkelijke sfeer (rechts: Paus gregorius = canoniek recht). Vanboven de deugden die erover
waken

• Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
o In “regelen” zit regel -> veronderstel norm = recht
o Dus publiekrecht

• Overal ter wereld: iets gemeenschappelijk in de manier waarop staten worden bestuurd
o MAAR geen universele staat met uniform model
o De manier waarmee de overheid legitimiteit krijgt om de mensen te besturen
▪ Elke staat verschillende manier om te rechtvaardigen waarom ze besturen
▪ Voor elke staat anders en evolueert ook op een andere manier -> geen
uniform model qua ideologie en juridisch systeem

o Voor sommige denkers: natuurstaat = chaos
▪ Burgeroorlogen (religieus) -> VEEL impact op denkers (bv. moorden op
mensen ..) -> vermijden en terug vrede brengen in de SL
▪ Om daaruit te geraken en veiligheid te waarborgen van mensen, moeten we
macht centraliseren in handen van één persoon/instelling (vorst, clubje..)

o Vandaag: in de meeste staten is er een representatief regime waarbij bevolking zich
kan laten vertegenwoordigen



• Essentiele problematiek in het publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven?
o Zorgt voor spanningsveld
▪ Hoe de democratie in constitutionele zin denken?
• Collectief: een meerderheid en minderheid -> meerderheid beslist
▪ Hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een democratische meerderheid
de rechten en belangen van de minderheden niet miskent?
• Leunt aan bij de liberale staat = onze staat vandaag

• Dit spanningsveld vormt de intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de
liberale staat

,2. De idee van ‘de staat’
• Begrip ‘staat’ = status of toestand
• Uitgangspunt
o Situatie van chaos en geweld (ziektes, oorlog..)-> iets/iemand nodig om rust te
creëren en te verhinderen dat een groep mensen die samenleven
▪ Macht om bevelen op te leggen concentreren/centraliseren in handen van
een persoon of instelling = machtsconcentratie
▪ Deze persoon/instelling maakt de wet, die op iedereen van toepassing is ->
oefent macht uit via de wet (= beslissing die je oplegt aan de SL)
▪ Deze persoon/instelling heeft een geweldmonopolie (de enige die geweld
mag gebruiken om iemand te dwingen)
• Geweld gebruiken om beslissingen door te krijgen
o Dit heeft een theorie nodig -> concept van de ‘staat’
▪ Niet zomaar willekeurig -> wie kan als staat worden beschouwd en
waarom, wanneer is de uitoefening van geweld gerechtvaardigd

• Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
o Begrip “staat” wijzigt doorheen de tijd
o Moderne / Hedendaagse geschiedenis
▪ vanaf de Atlantische revoluties in de V.S. (1776) / Frankrijk (1789)
o Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
▪ vanaf val van Constantinopel (1453) of landing Columbus in Amerika (1492)
o Middeleeuwen

2.1 Moderne/Hedendaagse geschiedenis

• Staat begrepen als de liberale staat:
o Democratisch: verkozen bestuurders -> rechtstreeks (president) of onrechtstreeks
o Machtenscheiding: WM, UM, RM -> machtenspreiding
o Overheid gebonden aan het recht
▪ Overheid maakt de normen (via de wetgever of grondwetgever), maar is er
zelf OOK aan onderworpen
o Staat is gericht op het waarborgen voor de bescherming van onvervreemdbare
grondrechten van burgers
▪ Via (grond)wetsbepalingen (bv. ook: eeuwigheidsclausule: censuur ‘voor
altijd’ afgeschaft; verbod om democratische regeringsvorm te wijzigen;…)
• Eeuwigheidsclausule = wet die niet meer gewijzigd kan worden ->
bv. grondrechten die niet kunnen worden afgeschaft -> in BE niet
• Wel rechten die er op lijken -> de persvrijheid: de censuur kan nooit
meer ingevoerd worden (wijst op belang)
▪ Via instellingen: constitutioneel (bv. machtenscheiding) of buiten-
constitutioneel (bv. de pers als ‘waakhond’) -> Buiten: pers wordt beschermd
maar het is geen orgaan van de staat (valt buiten de regeling) -> worden wel
geïnformeerd over mogelijke problemen en gecontroleerd

,2.2 Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis

• Volgens sommigen kan recente geschiedenis enkel uitgelegd worden als je verder terug
gaat: liberale staten = opvolgers van de vroegmoderne staat
• Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis ontwikkelt zich idee van soevereiniteit
van de wetgever
o Middeleeuwen: vorst consolideert macht in centrale staat
▪ Machtsconsolidatie: vorsten trekken de macht naar zich toe
o 16 - 17de eeuw: religieuze spanningen
de


▪ Vnl. katholieke Kerk vs. protestanten (die zich afscheuren)
• Reformatie
• Scheur in de kerk: leidt tot religieuze oorlogen
• Calvinisten worden uitgemoord door katholieken = startschot oorlog
▪ Band tussen religie en publiekrecht doorknippen
• Staat nog steeds koppelen aan geloof?
• Staat wordt losgeknipt van religie
▪ Macht berust niet meer (exclusief) bij de vorst: ook bij vertegenwoordigers
van het volk -> andere actoren beginnen macht te claimen: parlementen..

• In de 17de eeuw komt het idee op van de “état souverain”
o Een staat die geen andere hogere macht boven zich heeft
o Men spreekt soms ook over de “republiek”
▪ Vroeger – tot de FR en Amerikaanse revolutie: res publica = zaak van de staat,
het algemeen belang, de politieke zaak, de staat
▪ Vandaag: iets dat contrasteert met de monarchie -> staat zonder koning met
president als staatshoofd
o Woord ‘natie’ zal vanaf 17de eeuw ook met ‘de staat’ vereenzelvigd worden - krijgt pas
een juridische betekenis met FR

2.3 Middeleeuwen

-> SL gereguleerd door de standen

• Volgens mediëvisten: moderne staat = opvolger van middeleeuwse
standenvertegenwoordiging en het leenrecht
o Idee dat Middeleeuwse samenleving is opgebouwd uit standen: dragen elk op eigen
manier bij aan de maatschappij
▪ zij die strijden (eerste stand en adel) -> koning en vorst
▪ zij die bidden (clerus) -> nadenken over het geloof
▪ zij die werken (derde stand) -> werk produceren: LB’s, handelaars, lijfeigenen

o Vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
▪ De vorst heerst al vertegenwoordiger van God -> mandaat gekregen van God

o Vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met 3 standen = uitdrukking van ‘Gods
gewilde orde’ -> wordt wel verondersteld dat die goed heerst: contract vorst – God

, o Tyrannie = verbreken contract => recht op weerstand (tegen de vorst)
▪ ENAC: de gemeenschap zegt “jij komt jouw verplichting niet na dus wij
luisteren ook niet meer naar jou (en mogelijkheid om af te zetten)
• Contractueel idee gebaseerd op het leenrecht: privaatrechtelijk
relatie leenheer – vazal (leenman)
o Geeft onroerend goed aan leenman
o Leenman geeft in ruil economische en militaire hulp
▪ Gaat ook machtsrelaties in publieke sfeer beïnvloeden
• Leenmannen kunnen hun eigendom beginnen onderverdelen aan
eigen vazallen

o Deze contractuele opvattingen = gestoeld/gebaseerd op het leenrecht
▪ Idee van relatie tussen leenheer en leenman (structureert vanaf 10e tot 18e
eeuw de Westerse samenleving)
• Vorst geeft leen (grond, kasteel, huis) aan vazal zodat die in zijn
levensonderhoud kan voorzien: geeft onroerend goed
• Vazal geeft/staat in ruil staat de vorst bij (in de vorm van raad en hulp):
economische en militaire hulp
▪ Oorspronkelijk een persoonlijke relatie (privaatrecht), economisch en militair
ingegeven -> in publieke sfeer invloed: wordt publiekrechtelijk gegeven
• Stuurt machtsrelaties aan
• Leidt tot de versnippering van territorium -> leenman kan
eigendom/leen onderverdelen aan eigen vazallen enzoverder

3. De notie ‘soevereiniteit’
Brexit: soevereiniteit terugnemen van de Europese Unie

3.1. Het begrip ‘soevereiniteit’

• Vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ drie componenten
o Beschikt over grondgebied
o Zit bevolking op dat grondgebied
o Overheidsinstellingen die gezag uitoefenen en erkend worden door die bevolking en
andere staten -> met legitimiteit
• Deze 3 punten komen neer op het hebben van
o externe soevereiniteit
o interne soevereiniteit

3.2. Externe soevereiniteit

• Erkenning door andere staten: staat kan zich manifesteren naar buiten, andere staten toe
o Nederland zegt. “wij kunnen elk moment BE binnenvallen” en dreiging is ook acuut
• Veronderstelt dat staat niet onderworpen aan andere staat
• = kwestie van internationaal recht
€10,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
marievermeylen Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
29
Membre depuis
8 mois
Nombre de followers
1
Documents
11
Dernière vente
5 heures de cela

4,7

11 revues

5
8
4
3
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions