Taal varieert
↳beweegt constant horizontaal en verticaal → Leeuw van Vlaanderen = goed vb. evolutie van taal
Diachroon: verticaal
o Woordenschat
o Uitspraak
o Grammatica (evolueert het traagste)
Synchroon: horizontaal -> verschillende varianten op hetzelfde momenten
o Dialecten: vormen de basis van waaruit de standaardtaal ontstaan is
Iemand die dialect spreekt, spreekt geen slechte standaardtaal
o Regiolecten: het Antwerps
o Sociolecten: = taalvarianten van bepaalde sociale groepen -> bv. Jongerentaal of vaktaal
3.1 Standaardtaal: definitie en bronnen
3.1.1 Wat is standaardtaal?
↳Voor universele communicatie heb je standaardtaal nodig → Latijn en Grieks = eerste
standaardtalen
Gestandaardiseerde variant
1. Codificatie: standaardtaal is vastgelegd →kan je opzoeken
2. Normbepalend: de variant die we de juiste vinden
3. Publieke domein: taal die we in het publieke domein (openbaar) gebruiken, het openbaar
Onbewust maatschappelijk ontstaan + bewust politiek gestuurd (vanuit de regering)
Differentiatie: plechtig of informeler
Visie/criteria van Nederlandse Taalunie
o Een standaardtaal is in principe uniform in de gemeenschap waarin ze gebruikt wordt, en
bevat bij voorkeur geen systematische variatie die subgroepen aanduidt.
Geen 10 woorden voor woord schommel
o Een standaardtaal is in principe gecodificeerd of codificeerbaar in de zin dat de spelregels
van ‘goed’ of ‘fout’ (of ‘algemeen’ versus ‘niet algemeen’) vastliggen in grammatica’s en
woordenboeken.
o Een standaardtaal is prestigieus in de zin dat het gebruik van standaardtaal in het
algemeen met hoge opleiding, fraaie beschaving, goede manieren en professionele
competentie geassocieerd wordt, zowel door sprekers als door niet-sprekers van die
standaardtaal.
Mensen erkennen de standaardtaal als een belangrijke variant
Definitie van de Nederlandse Taalunie:
o “het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein, d.w.z. in alle
belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de
rechtspraak, het onderwijs en de media.
Anders uitgedrukt: de Nederlandse standaardtaal is het Nederlands dat algemeen
bruikbaar is in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (in
zogenaamde secundaire relaties)”
, Ook binnen de standaardtaal variatie: geografische + stilistische variatie
o Geografische variatie: België en Nederland
Venndiagram met grote doorsnede: daarnaast typisch Hollands en Nederlands
Centrale kern van woorden waar niemand aan twijfelt → naarmate je uit het
centrum weggaat, wordt het twijfelachtiger
o Stilistische variatie: verschil tussen geschreven en gesproken standaardtaal
In geschreven taal: ingevolgde, ofschoon, thans
In gesproken taal: veeleer door, hoewel, nu
Wie bepaalt wat standaardtaal is?
o Geen geconstrueerde taal, maar een levende taalvariëteit
Komt vanzelf tot stand door een samenspel van maatsch. factoren
o Spraakmakende gemeente
Groepje taalgebruikers die hun taal heel goed beheersen of waarvan we
verwachten dat ze dat doen → mensen met een zekere prestige in de SL
Hebben een invloed op de mens: Martine Tanghe, Hugo Claus en Harry Mulisch
o Ideaal tegenover praktijk
Wordt door mensen bewust als norm geaccepteerd en krijgt zo de status van
standaardtaal
Soorten taalnormen: spelen een rol bij het vastleggen van de standaardtaal
o Historische norm: we vinden iets goed Ned., omdat het altijd zo geweest is
Sigaar met s en citroen met c, want altijd zo geweest
Typisch bij spelling
o Logische norm: taal heeft een bepaalde logica → ww. komt overeen mv./ev. van zin
Een aantal studenten werkt → aantal = hoofdwoord en studenten = nabepaling
o Statistische norm: kijkt naar hoeveel volk dat gebruikt, de meerderheid doet het
!! Deze norm gaat meestal altijd winnen
o Zuiverheidsnorm: paraplu of regenscherm → regenscherm want paraplu is Frans
Het Frans let daar heel erg op: geen e-mail maar courriel
Engels let veel meer op de effectnorm
o Autoriteitsnorm: autoriteit van bep. instantie verantwoord het (bv. Hugo Claus)
o Effectnorm: zolang je de boodschap kunt overbrengen (verstaanbaar bent), gebruik je het
o Esthetische norm: vervelende norm → puur dingen kiezen omdat het er mooier uitziet
,3.1.2 Waar vind je de norm?
Om te weten of een bepaald woord tot de standaardtaal behoort, kan je allerlei soorten
naslagwerken raadplegen: Van Dale, Algemene Nederlandse Spraakkunst en Taaladvies
Van Dale
→ Inleiding
o Beperkt tot de standaardtaal: impliciet normatief
o Woorden die algemeen gebruikt worden → geen label, dus zonder probleem gebruiken
o Woorden die in gebruik beperkt zijn → wel een label
o Een label bij een woord, betekenis of verbinding betekent niet dat de taalvorm in kwestie
wordt afgekeurd: het gebruik ervan in de standaardtaal kan in bepaalde
omstandigheden, in bepaalde contexten, met bepaalde bedoelingen zonder meer
functioneel en dus volkomen verantwoord zijn. Maar naar het oordeel van de bewerkers,
die zich daarmee menen te conformeren aan het gevestigde gebruik, aan de constatering
van wat de spraakmakende gemeente accepteert en geaccepteerd heeft, kun je de
gelabelde elementen beter vermijden als je je standaardtaalgebruik een neutraal
karakter wil geven.
→ Toelichting: verschillende soorten labels
o Vaktaallabels: voornamelijk tussen vakgenoten → bv. Juridisch of medisch
o Stilistische labels: met een bep. gevoelswaarde (beledigend) of tot een bep. stijlregister
(vulgair, informeel, archaïsch (oud))
o Tijdslabel: niet meer gebruikt is bij de jongste generatie en meestal vervangen door een
modern equivalent
Belangrijkste!
o Regiolabel: label BE en NL
Speciale aandacht verdienen de labels BE en NL. Die labels worden gebruikt voor woorden die
tot de Nederlandse standaardtaal in België respectievelijk Nederland behoren. Als dergelijke
woorden niet tot de standaardtaal gerekend worden, is een extra label toegevoegd.
Revolutionair: tot einde van de vorige eeuw, was de spraakmakende gemeente
van het Ned. de Hollanders en alle woorden die daarvan afweken waren fout. We
spraken van ham en niet van hesp
Bv. Jobstudent, BE → gebruiken als uw tekst bedoelt is voor BE lezers
Bv. Verrechtvaardigen, BE én niet algemeen → heeft een 2de label, NIET gebruiken
, Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) = ultieme autoriteit op vlak van grammatica
o ANS2 - 1997: ze erkennen dat er variatie bestaat
De ANS is normatief
Iets aanvaard = standaardtaal
Iets uitgesloten = regionaal
Iets twijfelachtig = waarderingslabels → geven waardering/aanvaardbaarheid
aan betrokken taalverschijnsel
ANS2 gaat daarbij uit van een visie op de Nederlandse standaardtaal als die variëteit “waarin
geen elementen of structuren voorkomen die duidelijk opvallen als niet-algemeen”. Volgens
die visie kan een verschijnsel dat bijvoorbeeld uitsluitend voorkomt in het Nederlands in
België, en “opvalt” bij taalgebruikers elders in het Nederlandse taalgebied, niet tot de
standaardtaal behoren.
De voorbije decennia heeft die visie geleidelijk aan plaats gemaakt voor een inclusievere visie
op de standaardtaal.
o ANS3 - 2021: wat Vlamingen alleen gebruiken werd afgekeurd → in visie ANS 3: afstappen
Principieel beschrijvend: ze willen informeren en niets opleggen/voorschrijven
Labels zijn bedoeld om gebruikers te informeren, niet om hun te dicteren
Aan de taalgebruikers zelf om te beslissen welke types varianten ze in welke
types contexten wel of niet wensen te gebruiken → opeens HEEL VEEL labels
Klinkt mooi maar legt veel druk op schouders → zelf bepalen en plan trekken
Een van de uitdrukkelijke desiderata (wensen) voor de nieuwe herziening was dan ook om de
geboden beschrijving van de grammatica in overeenstemming te brengen met de meer
inclusieve, “pluricentrische” benadering van het Standaardnederlands die de afgelopen
decennia geleidelijk veld heeft gewonnen, waarbinnen explicieter aanvaard wordt dat er ook
binnen de standaardtaal variatie bestaat
→ Standaardtaal als een ui
Atoom met vaste kern Standaardtaal zweeft, zachte schakeringen Wazig beeld
hoe meer periferie, hoe meer dialect
Voorbeelden labels:
o Varianten met een stilistisch label: Ik heb niks gezien. <informeel>
o Varianten met een geografisch label, al dan niet met een sublabel
Doorheen de jaren breidde de collectie uit. <in BN>
(Denken ze) dat gewoon meebollen vanachter in het peloton volstaat om een dik
salaris op te strijken? <in BN: -ST>
o Varianten met een stilistisch label én een geografisch label
Ik heb niks geen zin in die wandeling. <in NN, informeel: ST?>
, Taaladvies: uitleg
o Is een bepaalde variant standaardtaal of niet?
Baseren hun antwoord niet op hun eigen overtuiging
Systematisch een realistische beschrijving: standaardtaalgebruik, m.a.w. het
taalgebruik van de spraakmakende gemeente
Rekening houden: bijzondere geografische situatie binnen Ned. Standaardtaal
Zowel taalgebruik spraakmakende gemeente in NED en in BEL
Onderscheid: standaardtaal BE, standaardtaal NED, standaardtaal
taalgebied
o Vraag: Is het woord parking correct in de volgende zin “Mijn auto staat op de parking”
JA: parking = standaardtaal in BE
Toelichting
In BE: woord parking in de standaardtaal voor plaats om te parkeren
o Soms gebruikt als “parkeergelegenheid” en “1 parkeerplaats”
o In deze betekenis GEEN standaardtaal
In NED: ongebruikelijk in deze betekenis, eerder voor eigennamen
Standaardtaal in taalgebied: parkeerplaats/ruimte/garage/terrein
o Vraag: Is het beroep doen op of een beroep doen op?
Een beroep doen op is standaardtaal, beroep doen op niet.
Toelichting:
In BE: wordt vaak het lidwoord in deze uitdrukking weggelaten
In NED: komt de combinatie weleens voor zonder lidwoord
Beroep doen op is dus geen standaardtaal.
→ Team Taaladvies: veel korter, maar vrij formeel
Gratis taaladviesdienst van Vlaamse overhead
Meer dan 3000 adviezen
Gebaseerd op maar korter dan adviezen Taalunie
Ook tips voor klare taal en brochures
,Hoofdstuk: Nederlands, Vlaams? – Welke norm voor het Nederlands in België
1. Nederlands in Vlaanderen: taal of taaltje?
Huidige situatie: 3 componenten die bepalen welke taal we praten
o Taalgedrag: welke taal spreken wij aan de schoolpoort?
o Taalattitude: aan de mensen vragen welke taal ze spreken
o Taalbeleid: de politiek, welke taal spreekt de minister
Taalgedrag
o 20e eeuw: succesvolle standaardisering
Succesvolle operatie: geen groot verschil tussen krantenartikel NED – BE
Snel gegaan → het beroemde Algemeen beschaafd Nederlands, ABN
o Overname en toenadering Noord-Nederlandse norm
o Opvallende variatie:
Uitspraak: verschilt tussen Nederlander en Vlaming
Woordenschat
o Afstand informele spreektaal – verzorgd Nederlands groter
Grote verschil: onze spreektaal
In NED: informele spreektaal in openbaar → veel
dichter bij Ned. standaardtaal
In BE: Vlaamse tussentaal dichter bij dialect, dan Nederlandse tussentaal
Taalattitudes
o Tussentaal
Volgens taalbeleid: onvoltooide standaardisering → tussentaal niet in orde = erg
Volgens taalgedrag: grote waardering → thuis/identificatie in tussentaal = goed
o Evolutie:
Verdere standaardisering: dan komt het allemaal wel goed
Attitude: tussentaal = onvolwaardige taal
Stabiel: het blijft staan
Attitude: standaardtaal = zondags pak
Informalisering Belgische standaardtaal: laten varen en spreken overal tussentaal
Attitude: tussentaal = identificatie
Op de radio, in de regering..
!! Prof heeft de indruk dat we naar dit gaan: reclame in dialect..
Taalbeleid
o Accentverschuiving einde 20e eeuw:
Niet langer exclusief afgeleide van de Nederlandse taalsituatie
Nationale variëteiten (vgl. Van Dale, ANS, VRT-taalcharter, taaladvies.net)
Houding t.o.v. tussentaal: soms nog negatief, maar wordt meer aanvaard als
variant in bepaalde contexten
Nota Nederlandse Taalunie: Visie op taalvariatie en taalvariatiebeleid. Visietekst
van de Adviescommissie Taalvariatie in opdracht van het Algemeen Secretariaat
van de Taalunie, februari 2019, www.taalunieversum.org
Nieuw VRT-taalcharter in voorbereiding: ruimte voor tussentaal
, Evolutie in taalbeleid?
o Johan De Schryver: hebben het omgekeerde bereikt
“Laat de gewone taalgebruiker bepalen wat goed Nederlands is (en niet de
spraakmakende gemeente)”
‘De voorvechters van het ABN hebben in de jaren 60 en 70, vanuit een goedbedoeld streven naar
emancipatie, het omgekeerde bereikt van wat ze beoogden. Ze hebben de Vlaming mismeesterd, hem
in de richting van een kromtaal gestuurd. Hij leerde de regeltjes van de Noord-Nederlandse norm wel,
maar omdat die zo tegen zijn taalgevoel indruisten, raakte hij vooral in de war en paste hij ze niet of
verkeerd toe.
o Geert van Istendael: we moeten ABN spreken
“Hou op met dat gekir over Vlaams”
Ze plegen verraad jegens de eerbiedwaardige Vlaamse emancipatiebeweging, die er voor gezorgd,
zeg maar gevochten heeft, zij het altijd geweldloos, dat we vandaag nog Nederlands spreken. Is
verraad een zwaar woord? Veeleer een te vriendelijk woord.
[…] Ze vergeten even dat de Franstalige elite van ons koninkrijk meer dan een eeuw lang net dát
woord gebruikte om onze taal te discrimineren. Een taaltje van zes miljoen kun je makkelijker
onderdrukken dan een taal die drieëntwintig miljoen mensen spreken. On parle le flamand aux
animaux et aux domestiques
o Mia Doornaert: standaardtaal blijven spreken → zo blijft Nederlands groot
“Het plezier in taalregels”
Beangstigend, ten slotte, is het kneuterige provincialisme van de sociolinguïsten en hun ‘Vlaams’.
Mogen we nog buiten Vláánderen kijken? Daarnaast vormen de Nederlandstaligen in Europa een
taalgroep van 21 miljoen mensen. Dat geeft gewicht. We hebben er absoluut geen belang bij die
groep te laten uiteenvallen door zowel in Noord als Zuid steeds verder van de standaardtaal af te
wijken.
Evolutie in taalbeleid!
o Taalunie: “Je moet alles kunnen gebruiken in de juiste context”
Weten welke variëteit in situatie meest passend = registergevoeligheid
Taalvariatie = vanzelfsprekend maatschappelijk gegeven
Elke Nederlandse spreker: verschillende variëteiten → meer/minder
formele of lokale variëteiten → geen ‘goede’ of ‘slechte’ variëteiten
Typisch Vlaamse tussentaal
Standaardisering: niet geleid tot een algemene bruikbare en gebruikte
standaardtaal
Vlamingen doordrongen van de superioriteit van uniform geschreven
Ned. zonder taalfouten of Vlaamse elementen
Sterke gevoeligheid voor spel- en grammaticafouten
, o Stefan Grondelaers: Het beheersen van de standaardtaal zoals Martine is een utopie
“De kwaal van de standaardtaal”
Het Ned.-Ned. → leidt tot een sterke ideologisering van ons denken over taal
Kort door de bocht: (vooral oudere) Vlamingen hebben geleerd het VRT
Nieuwsnederlands te aanbidden dat niemand spreekt, en de omgangstaal (of
‘tussentaal’) te haten die haast iedereen spreekt.
Jongeren kunnen/willen taal van Martine Tanghe en Hugo Claus imiteren
o Hans Vandevoorde: tegenreactie op Grondelaers
“Mijn ziekte de standaardtaal”
De standaardtaal wordt in het heden bekeken als een ziekte, volgens Grondelaers
Ik heb de ziekte omdat het een gezamenlijk communicatie-instrument is dat we
nodig hebben van Avelgem tot Leeuwarden
o VRT-Taalcharter in 2012: norm mee bepalen
Verfijnder en gevarieerder taalbeleid
Normverspreider en GEEN normbepaler
Principe = standaardtaal, andere varianten naargelang context en genre
Tongval is aanvaardbaar bij uitspraak, dialect niet
VEEL commentaar gekregen
Politici, rechter, hoogleraren verwachten we standaardtaal te spreken $
Waarom dan niet presentatoren op de Vlaamse omroep?
→ Herwerking vanaf 2022
Onthouden: weten dat er veel discussie is over de evolutie van de tussentaal en standaardtaal
Kenmerken van tussentaal
Slordige uitspraak ruukwiend, blèèven
Slotmedeklinker ontbreekt da', wa', nie', mè', goe', ma'
h ontbreek 'elemaal, 'ebt, g'ad
Verkeerd lidwoord de moment, het school, het stad, naar de
voetbal gaan
Lidwoord bij persoonsnaam de Jan, den Bert
Ekik Da' wist ekik nie'.
Hem (als onderwerp Morgen moet 'm gaan voetballen.
Gij Kom-de-gij ook?
Verbogen lidwoorden ne jongen, nen boek, e secondje
Verbogen voornaamwoorden mijnen boek, hare jas, onzen auto, dienen hond
Verbogen bijvoeglijke naamwoorden hare nieuwen auto, nen dikken boek
Verkleinwoorden op -ke meiske, boekske, bloemeke
Gebiedende wijs met -t: werkt nog goe', zegt 't
Van of voor in plaats van om We probeerden van op tijd te komen. Hij vroeg
voor te gaan zwemmen.
Twee keer gaan We gaan gaan zwemmen.