Almighty Holy Grail 2.2
Statistics Summary
Herhaling Blok 1.3 Soorten statistiek
Fouten
Meetniveaus
Frequentie verdeling
Hoofdstuk 2 Scatterplots
Regressie
Coefficient of determination, R2
Residu
Hoofdstuk 8 Betrouwbaarheids interval
Proportie
Proportie vergelijken
Significant toetsen van vergelijkende proporties
RR, relative risk
Hoofdstuk 9 Chi-kwadraat
Kruistabel
Goodness of fit
Hoofdstuk 10 Regressie analyse
F-toets
ANOVA
Betrouwbaarheids interval B1
Gekwadrateerde multiple regressie, R2
Hoofdstuk 11 Multiple regression
Hoofdstuk 12 1-Way ANOVA
Hoofdstuk 13 2-Way ANOVA
Hoofdstuk 14 Bonferroni, LSD, Sphericity
Post-hoc
, Herhaling Blok 1.3
Soorten statistiek
Beschrijvende statistiek: samenvatten/organiseren van kwantitatieve onderzoeksresultaten.
Inferentiele statistiek: toetsen en trekken van conclusies over een populatie op basis van
de onderzoeksresultaten afkomstig uit een steekproef.
Fouten
Type 1 fout: verwerpen van H0 wanneer H0 waar is.
Type 2 fout: niet verwerpen van H0 wanneer H0 niet waar is.:
Meetniveaus
Kwalitatief: categorien met een bepaalde eigenschap
Nominaal: een categorie is niet beter dan de ander (appel, peer, banaan)
Ordinaal: rangorde en ongelijke afstand tussen waarden (vmbo, havo, vwo)
Kwantitatief: getal met een betekenis
Interval: afstanden tussen waarden zijn interpeteerbaar, geen absoluut nulpunt (IQ)
Ratio: afstanden tussen waarden zijn interpeteerbaar, wel absoluut nulpunt (gewicht, lengte, inkom
en)
Andere begrippen
Empirisch cyclus: Observatie > Hypothese > Toetsbare voorspellingen > Toetsing > Evaluatie >
Power: kans op ontwijken van een type II error.
Hoofdstuk 2
Respons variable: onafhankelijk
Explanatory variable: afhankelijk
Scatter plot: grafiek die twee quantitatieve variabelen plot op het x-y axis met stippen.
-Vorm, directie en sterkte
-Positief of negatief geassocieerd
Correlatie: geeft aan hoe sterk het verband is tussen variabelen.
R = Σ(x-x- x̄ / / sx) (x-y- ȳ / sy)
Varieerd van –1 naar 1
Square van correlatie/ r-squared: geeft fractie van variantie in een variabele aan,
wat misschien verklaard kan worden door een andere variabele.
R^2 = variantie verwachtte waardes ŷ/ variantie geobserveerde waardes y
Outlier: observatie die buiten het pattern valt. Heeft invloedt op het gemiddelde.
Lurking variable: variabele die niet benoemd is als afhankelijk/onafhankelijk, maar wel invloedt heeft.
E= observed response – predicted response
Restricted range: range of values
die verkort zijn, hierdoor kan de correlatie omlaag gaan dus betekend niet dat er geen correlatie is meteen.
Statistics Summary
Herhaling Blok 1.3 Soorten statistiek
Fouten
Meetniveaus
Frequentie verdeling
Hoofdstuk 2 Scatterplots
Regressie
Coefficient of determination, R2
Residu
Hoofdstuk 8 Betrouwbaarheids interval
Proportie
Proportie vergelijken
Significant toetsen van vergelijkende proporties
RR, relative risk
Hoofdstuk 9 Chi-kwadraat
Kruistabel
Goodness of fit
Hoofdstuk 10 Regressie analyse
F-toets
ANOVA
Betrouwbaarheids interval B1
Gekwadrateerde multiple regressie, R2
Hoofdstuk 11 Multiple regression
Hoofdstuk 12 1-Way ANOVA
Hoofdstuk 13 2-Way ANOVA
Hoofdstuk 14 Bonferroni, LSD, Sphericity
Post-hoc
, Herhaling Blok 1.3
Soorten statistiek
Beschrijvende statistiek: samenvatten/organiseren van kwantitatieve onderzoeksresultaten.
Inferentiele statistiek: toetsen en trekken van conclusies over een populatie op basis van
de onderzoeksresultaten afkomstig uit een steekproef.
Fouten
Type 1 fout: verwerpen van H0 wanneer H0 waar is.
Type 2 fout: niet verwerpen van H0 wanneer H0 niet waar is.:
Meetniveaus
Kwalitatief: categorien met een bepaalde eigenschap
Nominaal: een categorie is niet beter dan de ander (appel, peer, banaan)
Ordinaal: rangorde en ongelijke afstand tussen waarden (vmbo, havo, vwo)
Kwantitatief: getal met een betekenis
Interval: afstanden tussen waarden zijn interpeteerbaar, geen absoluut nulpunt (IQ)
Ratio: afstanden tussen waarden zijn interpeteerbaar, wel absoluut nulpunt (gewicht, lengte, inkom
en)
Andere begrippen
Empirisch cyclus: Observatie > Hypothese > Toetsbare voorspellingen > Toetsing > Evaluatie >
Power: kans op ontwijken van een type II error.
Hoofdstuk 2
Respons variable: onafhankelijk
Explanatory variable: afhankelijk
Scatter plot: grafiek die twee quantitatieve variabelen plot op het x-y axis met stippen.
-Vorm, directie en sterkte
-Positief of negatief geassocieerd
Correlatie: geeft aan hoe sterk het verband is tussen variabelen.
R = Σ(x-x- x̄ / / sx) (x-y- ȳ / sy)
Varieerd van –1 naar 1
Square van correlatie/ r-squared: geeft fractie van variantie in een variabele aan,
wat misschien verklaard kan worden door een andere variabele.
R^2 = variantie verwachtte waardes ŷ/ variantie geobserveerde waardes y
Outlier: observatie die buiten het pattern valt. Heeft invloedt op het gemiddelde.
Lurking variable: variabele die niet benoemd is als afhankelijk/onafhankelijk, maar wel invloedt heeft.
E= observed response – predicted response
Restricted range: range of values
die verkort zijn, hierdoor kan de correlatie omlaag gaan dus betekend niet dat er geen correlatie is meteen.