Faalangst en Zelfeffectiviteit bij Psychologie, Pedagogiek, Universitaire Pabo en Pre-
Master Studenten en de Rol van Gender
Snow Karssemeijer
2844822
Groep 50
Statistiek 1
1000 woorden
Onder begeleiding van:
13 december 2024
, 2
Het vermijden van fouten maken tijdens het uitvoeren van taken is bekend fenomeen.
Dit fenomeen in combinatie met schaamte noemen we ook wel faalangst (Borgonovi & Han).
Volgens Borgonovi en Han (2021) is faalangst negatief geassocieerd met klachten van
depressie, stress en angststoornissen. Daarbij kan faalangst invloed hebben op het dagelijks
leven, door het kiezen voor minder uitdagende taken en het vermijden van lessen waar
iemand denkt toch niet competent genoeg voor te zijn. In hoeverre een persoon denkt dat hij
of zij competent genoeg is en een taak succesvol kan uitvoeren, noemen we zelfeffectiviteit
(Chuang et al., 2022).
Volgens de sociale cognitieve theorie van Bandura (2002) is zelfeffectiviteit een
kernelement in het leren van gedragingen. Zelfeffectiviteit heeft invloed op vele keuzes die
een persoon maakt tijdens het uitvoeren van taken, zoals het bepalen of iemand een taak
aanneemt en hoe lang iemand een taak volhoudt. Zelfeffectiviteit en faalangst beïnvloeden
dus beide het dagelijks leven, maar het is onduidelijk of faalangst ook zelfeffectiviteit
beïnvloedt en wat voor rol gender speelt.
Borgonovi en Han (2021) hebben de rol van gender bij faalangst onderzocht onder 15-
jarige studenten. Hieruit bleek dat 15-jarige vrouwelijke studenten hogere scores van
faalangst rapporteerden dan 15-jarige mannelijke studenten. Het doel van de huidige studie is
onderzoeken wat de invloed van faalangst is op zelfeffectiviteit bij psychologie, pedagogiek,
Universitaire Pabo en pre-master studenten en of de mate van faalangst onder deze studenten
verschilt per gender. Ik verwacht dat de scores op faalangst bij de studenten negatief
geassocieerd zijn met de scores op zelfeffectiviteit, aangezien een relatief laag vertrouwen in
het eigen vermogen kan resulteren in meer angst niet succesvol te zijn en dus te falen. Als
tweede verwacht ik dat faalangst ervaren door de mannelijke studenten lager is dan bij de
vrouwelijke studenten, vanwege verschillen in standaarden van succes.
Methode
Master Studenten en de Rol van Gender
Snow Karssemeijer
2844822
Groep 50
Statistiek 1
1000 woorden
Onder begeleiding van:
13 december 2024
, 2
Het vermijden van fouten maken tijdens het uitvoeren van taken is bekend fenomeen.
Dit fenomeen in combinatie met schaamte noemen we ook wel faalangst (Borgonovi & Han).
Volgens Borgonovi en Han (2021) is faalangst negatief geassocieerd met klachten van
depressie, stress en angststoornissen. Daarbij kan faalangst invloed hebben op het dagelijks
leven, door het kiezen voor minder uitdagende taken en het vermijden van lessen waar
iemand denkt toch niet competent genoeg voor te zijn. In hoeverre een persoon denkt dat hij
of zij competent genoeg is en een taak succesvol kan uitvoeren, noemen we zelfeffectiviteit
(Chuang et al., 2022).
Volgens de sociale cognitieve theorie van Bandura (2002) is zelfeffectiviteit een
kernelement in het leren van gedragingen. Zelfeffectiviteit heeft invloed op vele keuzes die
een persoon maakt tijdens het uitvoeren van taken, zoals het bepalen of iemand een taak
aanneemt en hoe lang iemand een taak volhoudt. Zelfeffectiviteit en faalangst beïnvloeden
dus beide het dagelijks leven, maar het is onduidelijk of faalangst ook zelfeffectiviteit
beïnvloedt en wat voor rol gender speelt.
Borgonovi en Han (2021) hebben de rol van gender bij faalangst onderzocht onder 15-
jarige studenten. Hieruit bleek dat 15-jarige vrouwelijke studenten hogere scores van
faalangst rapporteerden dan 15-jarige mannelijke studenten. Het doel van de huidige studie is
onderzoeken wat de invloed van faalangst is op zelfeffectiviteit bij psychologie, pedagogiek,
Universitaire Pabo en pre-master studenten en of de mate van faalangst onder deze studenten
verschilt per gender. Ik verwacht dat de scores op faalangst bij de studenten negatief
geassocieerd zijn met de scores op zelfeffectiviteit, aangezien een relatief laag vertrouwen in
het eigen vermogen kan resulteren in meer angst niet succesvol te zijn en dus te falen. Als
tweede verwacht ik dat faalangst ervaren door de mannelijke studenten lager is dan bij de
vrouwelijke studenten, vanwege verschillen in standaarden van succes.
Methode