Hoofdstuk 9: Macro-economisch
evenwicht op korte en lange termijn
Aggregatieve vraag (AV)
Determinanten AV:
Er zijn 4 grote groepen in onze economie die ook effectief besteden
Gezinnen = consumptie (C)
Bedrijven = investeringen (I)
Overheid = overheidsinvesteringen (G)
Buitenland = export (X) – import (IM)
AV wordt bepaald door C, I, G, X en IM
waarbij AE = C + I + G + (X – IM)
AE = totaal gewenste bestedingen (aggregate expenditure)
Grafisch:
Negatief verband tussen P en Y
o Rentevoet: als rentevoet stijgt, is het minder
interessant om te investeren, consumptie
daalt, investeringen dalen
o Reëel vermogen: alle bezittingen die iemand
heeft: als p stijgt, reëele waarde daalt, als het
minder waard wordt, daalt de consumptie
o Internationale concurrentiepositie: export en
import: als het prijspeil stijgt, dan is het
buitenland niet meer geïnteresseerd in onze
producten
Beweging langs AV
o P? stel p stijgt c.p.
C daalt, X daalt, … AE daalt ( gevraagde hoeveelheid daalt)
Verschuiven van AV
o G0? Stel G0 stijgt c.p.
AE stijgt AV stijgt
idem voor I0, X0, IM0, T0
Aggregatieve aanbod (AA)
= weergave kostenstructuur producenten
belangrijk onderscheid tussen korte en lange termijn!
Korte termijn
OP KORTE TERMIJN LIGGEN DE LONEN VAST!
1
, Vlakke AA-curve: we zitten in een recessie Y wordt verhoogd zonder
dat het algemeen prijspeil wordt verhoogd
Steile AA-curve: we zitten in een boom of hoogconjunctuur de
economie is heel hard aan het draaien, het is moeilijk om de productie te
veranderen want het prijspeil gaat recht de lucht in
Positief verband tussen P en Y
o Stijgende eenheidskosten
o Vaste lonen = dalenede reële lonen
Beweging langs AAkt
o P, c.p.
Verschuiving van AAkt
o Alle componenten die de “productiekosten en productiviteit” beïnvloeden zoals loon- en
grondstofkosten, taksen, …
Lange termijn
Op lange termijn zijn de lonen wel flexibel!
Ypot = Y* = natuurlijk (of LT) outputniveau
Natuurlijke WLH: vanaf het moment dat AA zich op LT bevindt, is er
enkel nog natuurlijke wlh
Verwachte prijspeil: mensen gaan reageren op de verwachtingen
die ze hebben
Macro-economisch evenwicht bij variabele P
Evenwichtvoorwaarde: AA = AV
Y = AE bestedingsoptiek
Evenwicht = magneet
o Stel P te laag:
Vraagoverschot
De gewenste productie is kleiner dan de
gewenste bestedingen mensen willen meer
geld geven dan dat er producten zijn de
producenten kunnen hun prijzen laten stijgen
Opbieden: P stijgt
Beweging langs AV én AA: gewenste bestedingen
dalen, gewenste productie stijgt
aanpassingsproces stopt als P = Pe en Y = Ye
o Stel P te hoog: ZO
Vraag- en aanbodschokken bij Y*
Gevolgen positieve vraagschok bij Y* op MLT en LT
2
evenwicht op korte en lange termijn
Aggregatieve vraag (AV)
Determinanten AV:
Er zijn 4 grote groepen in onze economie die ook effectief besteden
Gezinnen = consumptie (C)
Bedrijven = investeringen (I)
Overheid = overheidsinvesteringen (G)
Buitenland = export (X) – import (IM)
AV wordt bepaald door C, I, G, X en IM
waarbij AE = C + I + G + (X – IM)
AE = totaal gewenste bestedingen (aggregate expenditure)
Grafisch:
Negatief verband tussen P en Y
o Rentevoet: als rentevoet stijgt, is het minder
interessant om te investeren, consumptie
daalt, investeringen dalen
o Reëel vermogen: alle bezittingen die iemand
heeft: als p stijgt, reëele waarde daalt, als het
minder waard wordt, daalt de consumptie
o Internationale concurrentiepositie: export en
import: als het prijspeil stijgt, dan is het
buitenland niet meer geïnteresseerd in onze
producten
Beweging langs AV
o P? stel p stijgt c.p.
C daalt, X daalt, … AE daalt ( gevraagde hoeveelheid daalt)
Verschuiven van AV
o G0? Stel G0 stijgt c.p.
AE stijgt AV stijgt
idem voor I0, X0, IM0, T0
Aggregatieve aanbod (AA)
= weergave kostenstructuur producenten
belangrijk onderscheid tussen korte en lange termijn!
Korte termijn
OP KORTE TERMIJN LIGGEN DE LONEN VAST!
1
, Vlakke AA-curve: we zitten in een recessie Y wordt verhoogd zonder
dat het algemeen prijspeil wordt verhoogd
Steile AA-curve: we zitten in een boom of hoogconjunctuur de
economie is heel hard aan het draaien, het is moeilijk om de productie te
veranderen want het prijspeil gaat recht de lucht in
Positief verband tussen P en Y
o Stijgende eenheidskosten
o Vaste lonen = dalenede reële lonen
Beweging langs AAkt
o P, c.p.
Verschuiving van AAkt
o Alle componenten die de “productiekosten en productiviteit” beïnvloeden zoals loon- en
grondstofkosten, taksen, …
Lange termijn
Op lange termijn zijn de lonen wel flexibel!
Ypot = Y* = natuurlijk (of LT) outputniveau
Natuurlijke WLH: vanaf het moment dat AA zich op LT bevindt, is er
enkel nog natuurlijke wlh
Verwachte prijspeil: mensen gaan reageren op de verwachtingen
die ze hebben
Macro-economisch evenwicht bij variabele P
Evenwichtvoorwaarde: AA = AV
Y = AE bestedingsoptiek
Evenwicht = magneet
o Stel P te laag:
Vraagoverschot
De gewenste productie is kleiner dan de
gewenste bestedingen mensen willen meer
geld geven dan dat er producten zijn de
producenten kunnen hun prijzen laten stijgen
Opbieden: P stijgt
Beweging langs AV én AA: gewenste bestedingen
dalen, gewenste productie stijgt
aanpassingsproces stopt als P = Pe en Y = Ye
o Stel P te hoog: ZO
Vraag- en aanbodschokken bij Y*
Gevolgen positieve vraagschok bij Y* op MLT en LT
2