FRANÇAIS 2: MARQUES ET
CAMPAGNES
Module 1: Produits
Terme Définition
Substantifs
Un couteau cuisine Een zakmes
Un robot de cuisine Een keukenrobot
Un gps Een gps
Un casque Een koptelefoon
Een helm
Une lampe de poche Een zaklamp
Une montre connectée Een smartwatch
Des oreillettes Oortjes
Des écouteurs
Une liseuse Een e-reader
Un thermostat intélligent Een intelligente verwarming
Une télécommande Een afstandsbediening
Des chaussons Pantoffels
Le verrouillage De vergrendeling
Une semelle Een (schoen)zool
Un point de répère Een referentiepunt
Une sangle Een band (van een rugzak)
Des ondes Stralingen
Verbes
Se repérer Zich navigeren
Enclencher Activeren
Module 2: Marques
Terme Définition
Substantifs
Une imaginaire Een verbeelding
Een fantasie
Une épicerie Een kruidenierswinkel
Un attachement Een gehechtheid
Een genegenheid
Une affinité Een overeenkomst
Een gelijkheid
Een verwantschap
Un pan Een stuk
La renommée Een bekendheid
Een reputatie
Une enseigne Een merk
Un produit phare Een A-merk
Een toonaangevend product
Un chiffre d’affaire De omzet
, Un moule Een bakvorm
La convivialité De gezelligheid
Le partage Het delen
Les matières premières Grondstoffen
La production de masse De massaproductie
Un canal de distribution Een distributiekanaal
La notoriété De (naams)bekendheid
Une société Een maatschappij
Une entreprise Een onderneming
Une firme Een firma
Une organisation Een organisatie
Un achat Een koop(je)
Une vente Een verkoop
Une utilisation Een gebruik
Un emploi
Un producteur Een producent
Un fabricant Een fabrikant
Un produit Een product
Un investissement Een investering
Le marché De markt
Une étude de marché Een marktstudie
Un échantillon Een staal
Een steekproef
Une part de marché Een marktaandeel
Détenir une part de marché Een marktaandeel in handen hebben
Un débouché Een afzetmarkt
Een afzetmogelijkheid
Un concurrent Een concurrent
Le positionnement De positionering (van een product)
Une marque Een merk
Une image de marque Een imago
Une gamme Een gamma
Le bas de gamme Goedkopere producten
Le haut de gamme Producten van betere kwaliteit
Un produit de luxe Een luxeproduct
Les biens de consommation De consumptiegoederen
Un bien
Un point de vente Een verkooppunt
Un hypermarché Une (très) grande surface
Un supermarché
Un grossiste Een groothandelaar
Un détaillant Een kleinhandelaar
Une cible Een doelgroep
Un public cible
Un groupe cible
Un consommateur Een verbruiker
Een consument
Les habitudes de consommation De consumptiegewoonten
Un comportement d’achat Een koopgedrag
Een koopgewoonte
Un mode de vie Een levenswijze
Un pouvoir d’achat Een koopkracht
Une tendance Een trend
CAMPAGNES
Module 1: Produits
Terme Définition
Substantifs
Un couteau cuisine Een zakmes
Un robot de cuisine Een keukenrobot
Un gps Een gps
Un casque Een koptelefoon
Een helm
Une lampe de poche Een zaklamp
Une montre connectée Een smartwatch
Des oreillettes Oortjes
Des écouteurs
Une liseuse Een e-reader
Un thermostat intélligent Een intelligente verwarming
Une télécommande Een afstandsbediening
Des chaussons Pantoffels
Le verrouillage De vergrendeling
Une semelle Een (schoen)zool
Un point de répère Een referentiepunt
Une sangle Een band (van een rugzak)
Des ondes Stralingen
Verbes
Se repérer Zich navigeren
Enclencher Activeren
Module 2: Marques
Terme Définition
Substantifs
Une imaginaire Een verbeelding
Een fantasie
Une épicerie Een kruidenierswinkel
Un attachement Een gehechtheid
Een genegenheid
Une affinité Een overeenkomst
Een gelijkheid
Een verwantschap
Un pan Een stuk
La renommée Een bekendheid
Een reputatie
Une enseigne Een merk
Un produit phare Een A-merk
Een toonaangevend product
Un chiffre d’affaire De omzet
, Un moule Een bakvorm
La convivialité De gezelligheid
Le partage Het delen
Les matières premières Grondstoffen
La production de masse De massaproductie
Un canal de distribution Een distributiekanaal
La notoriété De (naams)bekendheid
Une société Een maatschappij
Une entreprise Een onderneming
Une firme Een firma
Une organisation Een organisatie
Un achat Een koop(je)
Une vente Een verkoop
Une utilisation Een gebruik
Un emploi
Un producteur Een producent
Un fabricant Een fabrikant
Un produit Een product
Un investissement Een investering
Le marché De markt
Une étude de marché Een marktstudie
Un échantillon Een staal
Een steekproef
Une part de marché Een marktaandeel
Détenir une part de marché Een marktaandeel in handen hebben
Un débouché Een afzetmarkt
Een afzetmogelijkheid
Un concurrent Een concurrent
Le positionnement De positionering (van een product)
Une marque Een merk
Une image de marque Een imago
Une gamme Een gamma
Le bas de gamme Goedkopere producten
Le haut de gamme Producten van betere kwaliteit
Un produit de luxe Een luxeproduct
Les biens de consommation De consumptiegoederen
Un bien
Un point de vente Een verkooppunt
Un hypermarché Une (très) grande surface
Un supermarché
Un grossiste Een groothandelaar
Un détaillant Een kleinhandelaar
Une cible Een doelgroep
Un public cible
Un groupe cible
Un consommateur Een verbruiker
Een consument
Les habitudes de consommation De consumptiegewoonten
Un comportement d’achat Een koopgedrag
Een koopgewoonte
Un mode de vie Een levenswijze
Un pouvoir d’achat Een koopkracht
Une tendance Een trend