Deel 1 – Analyse Vlaams beleid Algemeen
Beleidsanalysedriehoek – aspecten 1,2 &3
! wat is beleid? Kennen.
Beleid omschrijven: opmaken en
toepassen van de regels.
Kritische kijk hanteren. Wat is het
beleid dat er gevoerd wordt op
een bepaald thema. Stellen van
doelen.
WAT?
Het beleid stelt doelen, middelen en een tijdspad.
- Omschrijven van doelen gebeurd concreet.
Waarom? -> Om het resultaat effectief te kunnen bereiken, is het
beter om hierna toe te werken. Hoe concreter , hoe meetbaar het is.
Je denkt veel na over hoe je het doel gaat bereiken.
Het aangeven van een richting om middelen waarmee de gestelde
doelen kunnen gerealiseerd worden.
Het concreet formuleren van de doelstellingen -> beleidsplan.
WAAROM?
Missie – visie – strategie – kwaliteit.
- Efficiënt en dus kwaliteitsvol handelen met beschikbare
middelen.
MAATSTAF VOOR SUCCES
Aanpak is:
Top down: ‘ik ben de baas, jullie als werknemer volgen en trekken
jullie plan’.
Bottom up: ‘inbreng van werknemers, hoe gaan we het beleid
doorvoeren?’.
Overleg, tactvol en met gedragenheid.
WAAR?
Op alle niveaus van onze maatschappij:
1 – Overheid -> Federaal, Vlaams, Waals, Provinciaal en gemeentelijk.
2—Organisaties -> bedrijfswereld, non-profit organisaties, gezondheid,..
,MODULE 2 KATRIEN SWARTELE
Afbakening BELEID- Vlaamse overheid.
Het overheidsbeleid is een geheel van regels waarmee de overheid de
samenleving in de een of de andere richting probeert te sturen.
Niet neutraal.
Ideologisch gekleurd.
Keuzes maken.
! het is een complex proces met
voortdurende kleine en grote
beslissingen met veel verschillende
actoren in contexten.
CONTEXT 1
BELEIDS – ANALYSE – DRIEHOEK
Vier aspecten; ! kennen, omschrijven aan
de hand van voorbeelden.
1- Beleidsinhoud.
2- Beleidscontext.
3- Beleidsactoren.
4- Beleidsproces.
1- Beleidsinhoud – Content
= de typologie van problemen.
2- Beleidscontext.
= een meervoudige context.
= overzicht -> geografische, sociaal culturele, economische,
technologische, juridische, historische, politieke situationele.
3- Beleidsactoren, actors.
= burgers, wetgevende en uitvoerende
machten, drukkingsgroepen, massamedia,
bureaucratie, externe adviseurs.
4- Beleidsproces, beleidscyclus van de
Vlaamse overheid.
1- Beleidsvoorbereiding en bepaling;
= Regeerakkoord /
septemberverklaringen.
= Beleidsnota & brieven.
= Doeleinden, middelen & tijdskeuzes.
2- Beleidsuitvoering via regelgeving;
= Regelgevingsagenda.
= Vlaamse regelgeving – decreten, besluiten om- en
rondzendbrieven.
= Stroomschema voor opmaak regelgeving.
,MODULE 2 KATRIEN SWARTELE
3- Beleidsbeoordeling- evaluatie;
= beleidsevaluatie,
evaluatieonderzoek.
= Vlaams
evaluatieplan.
! kennen: verschillende aspecten algemeen +
regering analyseren + illustreren met vb’en.
CONTENT 1
ASPECT 1 -> BELEIDSINHOUD
Typologie van problemen.
= Het is conflictvrij, je weet wat het probleem is en wat de oorzaak is, je
kan deze problemen gemakkelijk aanpakken.
Tam probleem -> makkelijk te manipuleren.
De typologie van de problemen is het startpunt van het beleid en
maatschappelijk probleem.
Er zijn twee soorten problemen;
1- Gestructureerde of tamme problemen;
= Zijn gekende en hanteerbare problemen.
2- Ongestructureerde of weerbarstige problemen ‘wicked
problemen’;
= Moeilijk te definiëren.
= Complex met onvoorziene gevolgen.
= Niet stabiel.
= Geen duidelijke oplossing: geen eindpunt en de oplossingen zijn
niet juist of fout.
= Sociaal complex.
= Vragen om een
verandering van menselijk
gedrag / attitude.
= Chronisch beleid falen.
Wicked -> Vb. gsm gebruik in auto – stijgend probleem – weten niet hoe
aan te pakken – zijn hoge boetes, maar helpt niet – komen in opstand
tegen deze boetes, in verhouding staan met andere straffen.
CONTEXT 2
ASPECT 2 -> BELEIDSCONTEXT
Meervoudige context van beleid.
°Totstandkoming van beleid; beïnvloed door maatschappelijke factoren
die buiten de controle gebeuren van de beleidsvoerders.
Overzicht
Geografische context -> ruimtelijke factoren worden mee in de
beleidsanalyse betrokken. (vb. vluchtelingen, grootmachten,
misdaad, terreur,..).
, MODULE 2 KATRIEN SWARTELE
Sociaal – culturele context -> demografische en
maatschappelijke trends (vb. bevolkingsgrootte, samenstelling,
levensbeschouwelijke opvattingen,..).
Economische context ->
°Internationale factoren: wereldeconomie, wisselkoers, wereldprijs
olie en grondstoffen, handelsverdragen en allianties, rating en rente
op markten.
°Nationale factoren: BNP, staatsschuld, begrotingstekort.
! economie speelt een belangrijke rol in het beleid van de overheid. We
gaan de aandacht afleiden van slechte economische toestand van het land
door oorlog te gaan voeren.
Technologische context -> kansen en bedreigingen.
We hebben al een industriële en digitale evolutie gehad, nu is er een
technologische aangekondigd. We hebben AI al, robots,..
! de vraag is, in hoeverre gaan de mensen hybride worden? Het is allemaal
van buiten uit. Naar de toekomst toe zouden we onszelf als mens kunnen
plaatsen.
Juridische context -> juridische grenzen van het beleid:
= Grondwet: evenwicht tussen wetgevende, uitvoerende en
rechterlijke macht.
= Bevoegdheidsverdeling: federale, regionale, gewestelijke,
provinciale en gemeentelijk beleidsniveau.
= Internationale instellingen: EU, Europees hof van justitie.
! overheid kan niet alles doen of beslissen, wij leven in een rechtsstaat en
zijn gebonden aan wettelijke kaders.
Historische context -> we breken met het beleid van de
voorgangers.
= Pad afhankelijkheid.
Je bent gebonden aan het verleden. Ook geloofwaardigheid van
de overheid. Breken is niet gemakkelijk, je moet ermee leren
omgaan.
= Geloofwaardigheid van de overheid.
= Weg van geleidelijkheid.
Politieke context -> geheel van politieke opvattingen en
machtsverhoudingen.
= Algehele politieke omgeving: plaats & functie van openbaar
bestuur in de samenleving.
= Specifieke politieke omgeving: belangengroepen, politieke
fractiespecialisten, adviesorganen en andere opinieleiders op
afzonderlijke beleidsterreinen.
= Wisselende politieke context.