Theoretische orthopedagogiek
Hoofdstuk 3: Orthopedagogisch denken & kijken: de vijf brillen
Inleiding
De bril die je opzet wordt bepaald door je context, waarden en normen worden beïnvloed door
factoren op micro-,meso- en macroniveau.
- Microniveau: bv. Opgroeien in een gezin waar weinig begrip is voor minderheidsgroepen
- Mesoniveau: bv. In de ene voorziening hebben ze andere visies dan in de andere voorziening
- Macroniveau: bv. Als je via TikTok alleen maar filmpjes krijgt over een partij dan zal die geen
filmpjes tonen van de andere partijen en wordt je niet geïnformeerd over de andere partijen
Hoe iets in beeld gebracht wordt, hoe iets “geframed” wordt, bepaald onze kijk en misschien ook
ons doen en denken.
Bv: stereotypes van drugsgebruik(ers) -> problemen met drugs is iets voor de zogenaamd ‘lagere
sociale klasse’
=> Woordwolk komt tot stand door onze geschiedenis => wij denken bepaalde dingen over bepaalde
thema’s door hoe onderwerpen gezien werden door de jaren heen
=> Positieve kanten aan mensen met psychische kwetsbaarheid
Vb.: ervaringsdeskundige (mensen die eigen verhaal brengen en daarmee helpen)
=> Domeinen in de samenleving die de visie van een persoon kunnen beïnvloeden
Economie: mensen met bepaalde kwetsbaarheid krijgen minder steun in de samenleving
o Vb. armoede
Wetenschap: kankertechnieken, vaccin corona
Hoe we naar iets kijken (je referentiekader) hangt af van:
GELOOF/GODSDIENST
WETENSCHAP
TECHNIEK & TECHNOLOGIE
ECONOMIE (bv: in economische crisis kijken we minder begripvol naar minderheidsgroepen
zoals vluchtelingen)
(sociale) MEDIA
GESCHIEDENIS
-> De manier waarop de samenleving kijkt naar minderheidsgroepen, bepaalt de visie op
orthopedagogie. Die visie heeft een grote invloed op de praxis (handelen, manier waarop we die
mensen ondersteunen)
Mens en maatschappijvisie -> visie op minderheidsgroepen -> invloed op praxis en taalgebruik
Personen uit het orthopedagogisch werkveld = minderheidsgroepen
Heeft invloed op praxis en taalgebruik (onze visie bepaalt terminologie: vroeger gebruikten
ze abnormalen, mindervaliden, patiënten,…)
Deelname aan samenleving van minderheidsgroepen wordt vaak bemoeilijkt
Visie ten aanzien van minderheidsgroepen?
Kan persoonlijk zijn of gedeeld worden door een groep
,Wat maakt een bril een bril?
Constellatie van theorieën-overtuigingen die binnen een populatie op een bepaald moment
heerst en die je handelen stuurt (binnen een bepaald vakgebied of wetenschapsdomein)
Bril 1: Uitstoting en segregatie van de “onvolwaardige”
In de geschiedenis valt het op dat het uitstoten van mensen in kwetsbare leefsituaties in
verschillende periodes terugkomt
Sommige periodes: natuurlijke selectie (survival of the fittest)
Andere periodes maatschappelijke selectie (medemens beslist wie recht heeft op bestaan)
Wie toch overleefd werd gestigmatiseerd en bestempeld als
o Onvolwaardig, nutteloos, duivels (tot in 16 de eeuw)
o Als curiosum (= zeldzaam, merkwaardig) beschouwd (tot begin 20 ste eeuw)
“Gehandicapten”
Onvolwaardig, abnormaal, bezeten,…
Bedreiging en besmetting
Marginaliseren, uitstoten, segregeren
Natuurlijke & maatschappelijk selectie
Uitstoting in de Prehistorie (… -3500 v.Chr.) => Bril 1
- De mens was volledig afhankelijk van de natuur
- Zwakkere kinderen en volwassenen overleven enkel bij gratie (steun, bescherming) van de
stam
- Hoofdzakelijk afwezige zorg – instinctief en intuïtief gebeuren
- Magisch/mystiek kader, problemen werden op ‘magische wijze’ benaderd omdat er geen
andere verklaring was (bv: zichtbare beperkingen en ziektes -> demonische krachten)
- Survival of the fittest (alleen diegenen die zich het beste konden aanpassen aan het hard
leefmilieu overleefden)
- Schedelboring -> om kwade geesten te laten ontsnappen (er werd nog in zekere zin zorg
gedragen -> sociale selectie, wie een nut had voor de stam werd onderhouden)
De Oudheid (ca 3500 v.Chr. -500 n.Chr) => Bril 1
-> Grieks-Romeinse oudheid
Ernstige & zichtbare aangeboren beperking
Verwaarlozing, basiszorgen (Grieken hadden geen gewetenbezwaar want het is een straf van
God)
Nu dus ook maatschappelijke selectie
Griekse staatsideaal: Kalokagathia = benaming voor schoon, gezond en edel ras dat men
wilde nastreven, dat volledig in harmonie was in lichaam en geest, afgetraind en goed in
communicatie en strategisch denken.
, -> Dit ras moest de norm zijn, alleen krachtige gezonde kinderen werden grootgebracht
Mens sana in corpore sano = een gezonde geest in een gezond lichaam
Eliminatie van misvormde baby’s
-> Later door pater familias gebod hier op -> zij besloten of kind in leven bleef
Nog later, met komst van christelijke idealen (belangrijker en invloedrijker) werd pater
familias dat recht ontnomen. Iedereen had recht op leven (voor het eerst)
Het werd niet meer gezien als straf van God en het was niemand zijn schuld.
Bij onzichtbare beperking:
Beperking die pas later werd opgemerkt (visuele, auditieve, verstandelijke, spraakstoornis of
ongeval) werden wel als straf gezien.
Werden gestigmatiseerd en door maatschappij in marginaliteit gedwongen.
Volwassenen overleefden als bedelaar, bezienswaardigheid bij de rijken
Middeleeuwen (500-1500 n.Chr) => Bril 2
De visie ten aanzien van die mensen was dat ze gelijk waren aan wilde beesten. Ook bij die
doelgroep werd de etiologie van de stoornis aan de duivel en hekserij gelinkt. Door die reden werd
er veel aan duiveluitdrijving gedaan.
=> Gesloten dorpsgemeenschappen, dus
Collectieve primeerde, mensen met een handicap werden aanvaard
Weinig intellectueel leven (gehandicapten vielen niet op)
Met de komst van de maatschappelijk ingewikkeldere steden
-> Minder ruimte voor zonderling en afwijkend gedrag
Stedelijke gasthuizen of hospitalen: lepra! (ziekte)
Steden als broeinesten
Passantenhuizen (voorloper armenopvang)
Godshuizen en armenkassen voor armen
Dorenkisten en dolhuizen voor onrustige zwakzinnigen
Ziekte en lijden als straf of loutering van de ziel
Dove mensen
o Werden niet als volwaardig lid van de gemeenschap beschouwd
o “Door hun beperking konden ze het woord van god niet ontvangen”
Ze waren dus niet in staat tot het belijden van de Godsdienst noch om ook maar
enige vaardigheid (en dus ambacht/beroep) aan te leren
Visuele of lichamelijke beperking
o Straf van God voor het hebben van “hartstocht te kwader ure” (= seksuele
gemeenschap op ongepaste tijden bv: tijdens menstruatie, vastenperiode, zoogtijd
van een kind,…)
o Ouders schaamden zich en namen afstand van hun kind, er werden ook veel
kinderen vermoord
Lichamelijke beperking
o Door oorlog en geweld of door middeleeuws strafrecht
Lichte verstandelijke beperking
o Viel niet op
Ernstige verstandelijke of psychiatrische beperking (werd als 1 groep beschouwd)
o Duivels, hekserij, wisselkinderen
o Rijke personen: opgevangen in klooster
Hoofdstuk 3: Orthopedagogisch denken & kijken: de vijf brillen
Inleiding
De bril die je opzet wordt bepaald door je context, waarden en normen worden beïnvloed door
factoren op micro-,meso- en macroniveau.
- Microniveau: bv. Opgroeien in een gezin waar weinig begrip is voor minderheidsgroepen
- Mesoniveau: bv. In de ene voorziening hebben ze andere visies dan in de andere voorziening
- Macroniveau: bv. Als je via TikTok alleen maar filmpjes krijgt over een partij dan zal die geen
filmpjes tonen van de andere partijen en wordt je niet geïnformeerd over de andere partijen
Hoe iets in beeld gebracht wordt, hoe iets “geframed” wordt, bepaald onze kijk en misschien ook
ons doen en denken.
Bv: stereotypes van drugsgebruik(ers) -> problemen met drugs is iets voor de zogenaamd ‘lagere
sociale klasse’
=> Woordwolk komt tot stand door onze geschiedenis => wij denken bepaalde dingen over bepaalde
thema’s door hoe onderwerpen gezien werden door de jaren heen
=> Positieve kanten aan mensen met psychische kwetsbaarheid
Vb.: ervaringsdeskundige (mensen die eigen verhaal brengen en daarmee helpen)
=> Domeinen in de samenleving die de visie van een persoon kunnen beïnvloeden
Economie: mensen met bepaalde kwetsbaarheid krijgen minder steun in de samenleving
o Vb. armoede
Wetenschap: kankertechnieken, vaccin corona
Hoe we naar iets kijken (je referentiekader) hangt af van:
GELOOF/GODSDIENST
WETENSCHAP
TECHNIEK & TECHNOLOGIE
ECONOMIE (bv: in economische crisis kijken we minder begripvol naar minderheidsgroepen
zoals vluchtelingen)
(sociale) MEDIA
GESCHIEDENIS
-> De manier waarop de samenleving kijkt naar minderheidsgroepen, bepaalt de visie op
orthopedagogie. Die visie heeft een grote invloed op de praxis (handelen, manier waarop we die
mensen ondersteunen)
Mens en maatschappijvisie -> visie op minderheidsgroepen -> invloed op praxis en taalgebruik
Personen uit het orthopedagogisch werkveld = minderheidsgroepen
Heeft invloed op praxis en taalgebruik (onze visie bepaalt terminologie: vroeger gebruikten
ze abnormalen, mindervaliden, patiënten,…)
Deelname aan samenleving van minderheidsgroepen wordt vaak bemoeilijkt
Visie ten aanzien van minderheidsgroepen?
Kan persoonlijk zijn of gedeeld worden door een groep
,Wat maakt een bril een bril?
Constellatie van theorieën-overtuigingen die binnen een populatie op een bepaald moment
heerst en die je handelen stuurt (binnen een bepaald vakgebied of wetenschapsdomein)
Bril 1: Uitstoting en segregatie van de “onvolwaardige”
In de geschiedenis valt het op dat het uitstoten van mensen in kwetsbare leefsituaties in
verschillende periodes terugkomt
Sommige periodes: natuurlijke selectie (survival of the fittest)
Andere periodes maatschappelijke selectie (medemens beslist wie recht heeft op bestaan)
Wie toch overleefd werd gestigmatiseerd en bestempeld als
o Onvolwaardig, nutteloos, duivels (tot in 16 de eeuw)
o Als curiosum (= zeldzaam, merkwaardig) beschouwd (tot begin 20 ste eeuw)
“Gehandicapten”
Onvolwaardig, abnormaal, bezeten,…
Bedreiging en besmetting
Marginaliseren, uitstoten, segregeren
Natuurlijke & maatschappelijk selectie
Uitstoting in de Prehistorie (… -3500 v.Chr.) => Bril 1
- De mens was volledig afhankelijk van de natuur
- Zwakkere kinderen en volwassenen overleven enkel bij gratie (steun, bescherming) van de
stam
- Hoofdzakelijk afwezige zorg – instinctief en intuïtief gebeuren
- Magisch/mystiek kader, problemen werden op ‘magische wijze’ benaderd omdat er geen
andere verklaring was (bv: zichtbare beperkingen en ziektes -> demonische krachten)
- Survival of the fittest (alleen diegenen die zich het beste konden aanpassen aan het hard
leefmilieu overleefden)
- Schedelboring -> om kwade geesten te laten ontsnappen (er werd nog in zekere zin zorg
gedragen -> sociale selectie, wie een nut had voor de stam werd onderhouden)
De Oudheid (ca 3500 v.Chr. -500 n.Chr) => Bril 1
-> Grieks-Romeinse oudheid
Ernstige & zichtbare aangeboren beperking
Verwaarlozing, basiszorgen (Grieken hadden geen gewetenbezwaar want het is een straf van
God)
Nu dus ook maatschappelijke selectie
Griekse staatsideaal: Kalokagathia = benaming voor schoon, gezond en edel ras dat men
wilde nastreven, dat volledig in harmonie was in lichaam en geest, afgetraind en goed in
communicatie en strategisch denken.
, -> Dit ras moest de norm zijn, alleen krachtige gezonde kinderen werden grootgebracht
Mens sana in corpore sano = een gezonde geest in een gezond lichaam
Eliminatie van misvormde baby’s
-> Later door pater familias gebod hier op -> zij besloten of kind in leven bleef
Nog later, met komst van christelijke idealen (belangrijker en invloedrijker) werd pater
familias dat recht ontnomen. Iedereen had recht op leven (voor het eerst)
Het werd niet meer gezien als straf van God en het was niemand zijn schuld.
Bij onzichtbare beperking:
Beperking die pas later werd opgemerkt (visuele, auditieve, verstandelijke, spraakstoornis of
ongeval) werden wel als straf gezien.
Werden gestigmatiseerd en door maatschappij in marginaliteit gedwongen.
Volwassenen overleefden als bedelaar, bezienswaardigheid bij de rijken
Middeleeuwen (500-1500 n.Chr) => Bril 2
De visie ten aanzien van die mensen was dat ze gelijk waren aan wilde beesten. Ook bij die
doelgroep werd de etiologie van de stoornis aan de duivel en hekserij gelinkt. Door die reden werd
er veel aan duiveluitdrijving gedaan.
=> Gesloten dorpsgemeenschappen, dus
Collectieve primeerde, mensen met een handicap werden aanvaard
Weinig intellectueel leven (gehandicapten vielen niet op)
Met de komst van de maatschappelijk ingewikkeldere steden
-> Minder ruimte voor zonderling en afwijkend gedrag
Stedelijke gasthuizen of hospitalen: lepra! (ziekte)
Steden als broeinesten
Passantenhuizen (voorloper armenopvang)
Godshuizen en armenkassen voor armen
Dorenkisten en dolhuizen voor onrustige zwakzinnigen
Ziekte en lijden als straf of loutering van de ziel
Dove mensen
o Werden niet als volwaardig lid van de gemeenschap beschouwd
o “Door hun beperking konden ze het woord van god niet ontvangen”
Ze waren dus niet in staat tot het belijden van de Godsdienst noch om ook maar
enige vaardigheid (en dus ambacht/beroep) aan te leren
Visuele of lichamelijke beperking
o Straf van God voor het hebben van “hartstocht te kwader ure” (= seksuele
gemeenschap op ongepaste tijden bv: tijdens menstruatie, vastenperiode, zoogtijd
van een kind,…)
o Ouders schaamden zich en namen afstand van hun kind, er werden ook veel
kinderen vermoord
Lichamelijke beperking
o Door oorlog en geweld of door middeleeuws strafrecht
Lichte verstandelijke beperking
o Viel niet op
Ernstige verstandelijke of psychiatrische beperking (werd als 1 groep beschouwd)
o Duivels, hekserij, wisselkinderen
o Rijke personen: opgevangen in klooster