Sociologie
Hoofdstuk 6: Blokken uit de sociologische blokkendoos. Over sociaal handelen,
interacti e en communicati e, positi es en relati es, rol en status
1. Sociaal handelen
Samenleven = ontmoeten
Mensen houden rekening met elkaar en stemmen hun handelen op elkaar af
Sociaal Handelen (Weber, 1922)
Handelen is zinvol betrokken op dat van anderen
Sociaal handelen kan gericht zijn op verleden, heden of toekomst
(vroegere ervaringen beïnvloeden hoe we omgaan met elkaar, sociaal
handelen is vaak een voorbereiding op komende ontmoeting,…)
Niet handelen is ook sociaal handelen (bv: uitgestoken hand negeren,
deelnemen aan staking, niet ingaan op uitnodiging, …)
Wat valt niet onder sociaal handelen volgens Weber
Handelen dat gericht is op objecten (ook al is het sociaal aangeleerd zoals timmeren of
spitten)
Innerlijk gericht handelen (bv: mediteren of bidden)
Gelijktijdig handelen (ook wanneer effect van maatschappelijke conventies is)(bv: als 2
fietsers botsen met elkaar is het geen sociaal handelen, enkel als ze elkaar proberen
vermijden of achteraf verwijten/andere commentaren gooien is het sociaal handelen)
Wij bredere definitie van sociaal handelen
Voorwerpen, die op het eerste zicht louter materieel zijn, bezitten toch een sociale lading.
Vb: Fietsers die (bijna) botsen komt doordat ze allebei andere opvattingen hebben over hoe
je je als fietser hoort te gedragen.
De straat oversteken bij groen en stoppen bij rood is ook sociaal handelen omdat het ons is
aangeleerd om bij groen over te steken en bij rood te wachten. De verkeerslichten zijn geladen met
sociale betekenis
Weber
=> Onderscheidt 4 grondcategorieën van sociaal handelen
1) Affectief sociaal handelen:
Uitdrukking van instinctieve, zintuigelijke, emotionele of
passionele toestand
= emotioneel sociaal handelen
2) Traditioneel sociaal handelen:
Onbewust volgen van gewoonten – automatisme –
gewoontes
Je staat er niet bij stil , automatische en onbewust handelen
(bv: gordel aandoen in de auto)
, 3) Waarderationeel sociaal handelen:
Het waardevolle van het handelen zelf primeert –
intrinsieke betekenis
Je handelt waarderationeel als je wanneer je geen rekening
houdt met resultaat van je handelen, maar enkel met de
waarde van je handelen (bv: samenzijn met vrienden,
partijtje tennis
Vanuit een bepaalde overtuiging/achterliggende waarde handelen (Waarom doe je
dat? Waarom vind je dit belangrijk?)
4) Doelrationeel sociaal handelen:
Het systematisch verwezenlijken van weloverwogen
doelstellingen
Je wilt een doel behalen en bereiken
Het is doelrationeel omdat verschillende doelen met
elkaar worden vergeleken. Zodra een doel is gekozen
worden de middelen om dat doel te bereiken goed
bekeken.
2. Interactie en communicatie
= Sociaal handelen 2 dimensies: interactie & communicatie
Interactie
Objectief waarneembare dimensie: wat iedereen kan zien, externe componenten van sociaal
handelen
Objectief -> extern -> interactie -> vorm (wat je ziet) -> hoe (probeert iemand jou gedrag te
beïnvloeden?)
Waarneembare handelingen in het tussenmenselijk verkeer
Goffman (1956): verschillende mechanismen ordenen de interactie
1. Beleefde inattentie
Dat mensen die elkaar ongewild ontmoeten (in de rij bij de kassa, in een lift) niet
opdringerig doen, elkaar niet verdenken van kwade bedoelingen en tolerant zijn.
Bv: Je gaat een persoon die je kruist niet blijven aankijken/niet je levensverhaal aan
vertellen maar je knikt misschien eens en loopt gewoon door. Je bent beleefd maar
ook inattent
2. Front stage en backstage
Waar we ons bevinden bepaald ons gedrag
Front stage: we zullen geremder/beleefder zijn
Backstage: er is minder sociale beheersing, minder formeel gedrag verwacht en onze
gevoelens kunnen de vrije loop.
Hoofdstuk 6: Blokken uit de sociologische blokkendoos. Over sociaal handelen,
interacti e en communicati e, positi es en relati es, rol en status
1. Sociaal handelen
Samenleven = ontmoeten
Mensen houden rekening met elkaar en stemmen hun handelen op elkaar af
Sociaal Handelen (Weber, 1922)
Handelen is zinvol betrokken op dat van anderen
Sociaal handelen kan gericht zijn op verleden, heden of toekomst
(vroegere ervaringen beïnvloeden hoe we omgaan met elkaar, sociaal
handelen is vaak een voorbereiding op komende ontmoeting,…)
Niet handelen is ook sociaal handelen (bv: uitgestoken hand negeren,
deelnemen aan staking, niet ingaan op uitnodiging, …)
Wat valt niet onder sociaal handelen volgens Weber
Handelen dat gericht is op objecten (ook al is het sociaal aangeleerd zoals timmeren of
spitten)
Innerlijk gericht handelen (bv: mediteren of bidden)
Gelijktijdig handelen (ook wanneer effect van maatschappelijke conventies is)(bv: als 2
fietsers botsen met elkaar is het geen sociaal handelen, enkel als ze elkaar proberen
vermijden of achteraf verwijten/andere commentaren gooien is het sociaal handelen)
Wij bredere definitie van sociaal handelen
Voorwerpen, die op het eerste zicht louter materieel zijn, bezitten toch een sociale lading.
Vb: Fietsers die (bijna) botsen komt doordat ze allebei andere opvattingen hebben over hoe
je je als fietser hoort te gedragen.
De straat oversteken bij groen en stoppen bij rood is ook sociaal handelen omdat het ons is
aangeleerd om bij groen over te steken en bij rood te wachten. De verkeerslichten zijn geladen met
sociale betekenis
Weber
=> Onderscheidt 4 grondcategorieën van sociaal handelen
1) Affectief sociaal handelen:
Uitdrukking van instinctieve, zintuigelijke, emotionele of
passionele toestand
= emotioneel sociaal handelen
2) Traditioneel sociaal handelen:
Onbewust volgen van gewoonten – automatisme –
gewoontes
Je staat er niet bij stil , automatische en onbewust handelen
(bv: gordel aandoen in de auto)
, 3) Waarderationeel sociaal handelen:
Het waardevolle van het handelen zelf primeert –
intrinsieke betekenis
Je handelt waarderationeel als je wanneer je geen rekening
houdt met resultaat van je handelen, maar enkel met de
waarde van je handelen (bv: samenzijn met vrienden,
partijtje tennis
Vanuit een bepaalde overtuiging/achterliggende waarde handelen (Waarom doe je
dat? Waarom vind je dit belangrijk?)
4) Doelrationeel sociaal handelen:
Het systematisch verwezenlijken van weloverwogen
doelstellingen
Je wilt een doel behalen en bereiken
Het is doelrationeel omdat verschillende doelen met
elkaar worden vergeleken. Zodra een doel is gekozen
worden de middelen om dat doel te bereiken goed
bekeken.
2. Interactie en communicatie
= Sociaal handelen 2 dimensies: interactie & communicatie
Interactie
Objectief waarneembare dimensie: wat iedereen kan zien, externe componenten van sociaal
handelen
Objectief -> extern -> interactie -> vorm (wat je ziet) -> hoe (probeert iemand jou gedrag te
beïnvloeden?)
Waarneembare handelingen in het tussenmenselijk verkeer
Goffman (1956): verschillende mechanismen ordenen de interactie
1. Beleefde inattentie
Dat mensen die elkaar ongewild ontmoeten (in de rij bij de kassa, in een lift) niet
opdringerig doen, elkaar niet verdenken van kwade bedoelingen en tolerant zijn.
Bv: Je gaat een persoon die je kruist niet blijven aankijken/niet je levensverhaal aan
vertellen maar je knikt misschien eens en loopt gewoon door. Je bent beleefd maar
ook inattent
2. Front stage en backstage
Waar we ons bevinden bepaald ons gedrag
Front stage: we zullen geremder/beleefder zijn
Backstage: er is minder sociale beheersing, minder formeel gedrag verwacht en onze
gevoelens kunnen de vrije loop.