Sociologie
Hoofdstuk 4: De ene bril is de andere niet
We dragen allemaal een bril! Over selectieve
waarneming
Neem waar en noteer zorgvuldig wat u hebt waargenomen?’
Karl Popper (1902-1994)
“Zomaar” waarnemen is moeilijk => Je hebt een bepaalde invalshoek nodig. (bv:
schrijf alles op wat groen is.)
Maar als je dit doet is dat alleen een deeltje van de werkelijkheid, je kan niet alles
zien.
=> Selectiviteit, je hebt verschillende beslissingsmomenten waarin er selectiviteit is, er wordt
selectief gekeken en gereageerd
=> Sommige beslissingen komen vanuit vooroordelen
Welke factoren dragen bij tot een selectieve waarneming?
Fysische en sociale beperkingen
o We kennen niet iedereen in de samenleving en kunnen niet op alle plaatsen
aanwezig zijn.
o Sociale positie
o Belangen (klimaatacties: spijbelen straffen vs oefening in maatschappelijk
engagement)
Informatie die je hebt over een toestand of persoon
Onderwijs
o Niveau
o Soort
o Xenofobie (= vreemdelingenhaat/angst)
Voorkeur of afkeer (Sissons-experiment)
o Positieve of negatieve houding zijn sociaal bepaald
o Socialisatie brengt ons attitudes bij (positief/negatief), ethische en esthetische
categorieën (verschillen in tijd en ruimte => mode, morele waarden en normen, ...)
Taal
, Taal & frames
=> Om sociale fenomenen te ‘framen’
- Jan Blommaert (2016): Taal is nooit neutraal en maakt deel uit van ons
raamwerk/referentiekader: ‘moslimterrorist’, ‘Chinees virus’, …
- Stereotype termen om maatschappelijke fenomenen te framen => in een bepaald
betekeniskader plaatsen
- Framing= kader leggen bovenop gebeurtennis en op een bepaalde manier naar kijken,
zeggen aan iemand hoe je een gebeurtennis moet interpreteren
Probleem: als iemand met een machtpositie gaat framen (bv: in politiek)
- Framing doen we allemaal
Maar framing kan ook achter een politieke, sociale en/of economische agenda zitten
Over referentiekaders, Pygmalion en stereotypes
Examen!
=> Vanuit onze eerdere ervaringen bouwen we stapsgewijs een raamwerk op dat onze latere
waarnemingen zal beïnvloeden.
=> Zo’n referentiekader is een ‘sociale bril’
1. Vormt een geheel
- Er is geen aparte referentiekader voor elke specifieke situatie.
2. Belangrijke mate van stabiliteit, maar is niet onveranderlijk
- Veranderingen in onze situatie kunnen het veranderen
3. Kunnen radicaliseren tot overtuigingen
- Je opvatting zijn bouwstenen voor je referentiekader
4. In de samenleving bestaan vele referentiekaders
- Er zijn veel verschillende referentiekaders doordat iedereen eigen ervaringen heeft. Die
ervaringen kunnen voor geen 2 mensen helemaal dezelfde zijn.
- Referentiekader wordt bepaald door ervaringen
5. Grote groepen groeien immers op in ongeveer dezelfde (sociale) omstandigheden en
hebben daardoor analoge ervaringen
- Er zijn ook gelijkenissen die lijden tot vergelijkbare referentiekaders (maken deel uit van
cultuurpatronen)
- Gemeenschappelijkheid leidt tot vergelijkbare referentiekaders
Cultuurpatroon: groepsmatig gedeeld referentiekader
= combinaties van cultuurelementen (bv: waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen) die
door een groep worden gedragen. -> Iets gemeenschappelijk met een groep (bv: dezelfde taal,
interesses, …)
o Opvattingen: bouwstenen van referentiekaders en cultuurpatronen
o Verschillen in referentiekaders en cultuurpatronen => uitgroeien tot overtuigingen
o Verschillen in overtuigingen => maatschappelijke spanningen
Verschillende meningen zorgen voor spanningen (waardenconflicten)
Je kan overtuigingen delen met een groep en dat kan tot maatschappelijke spanningen
leiden
Hoofdstuk 4: De ene bril is de andere niet
We dragen allemaal een bril! Over selectieve
waarneming
Neem waar en noteer zorgvuldig wat u hebt waargenomen?’
Karl Popper (1902-1994)
“Zomaar” waarnemen is moeilijk => Je hebt een bepaalde invalshoek nodig. (bv:
schrijf alles op wat groen is.)
Maar als je dit doet is dat alleen een deeltje van de werkelijkheid, je kan niet alles
zien.
=> Selectiviteit, je hebt verschillende beslissingsmomenten waarin er selectiviteit is, er wordt
selectief gekeken en gereageerd
=> Sommige beslissingen komen vanuit vooroordelen
Welke factoren dragen bij tot een selectieve waarneming?
Fysische en sociale beperkingen
o We kennen niet iedereen in de samenleving en kunnen niet op alle plaatsen
aanwezig zijn.
o Sociale positie
o Belangen (klimaatacties: spijbelen straffen vs oefening in maatschappelijk
engagement)
Informatie die je hebt over een toestand of persoon
Onderwijs
o Niveau
o Soort
o Xenofobie (= vreemdelingenhaat/angst)
Voorkeur of afkeer (Sissons-experiment)
o Positieve of negatieve houding zijn sociaal bepaald
o Socialisatie brengt ons attitudes bij (positief/negatief), ethische en esthetische
categorieën (verschillen in tijd en ruimte => mode, morele waarden en normen, ...)
Taal
, Taal & frames
=> Om sociale fenomenen te ‘framen’
- Jan Blommaert (2016): Taal is nooit neutraal en maakt deel uit van ons
raamwerk/referentiekader: ‘moslimterrorist’, ‘Chinees virus’, …
- Stereotype termen om maatschappelijke fenomenen te framen => in een bepaald
betekeniskader plaatsen
- Framing= kader leggen bovenop gebeurtennis en op een bepaalde manier naar kijken,
zeggen aan iemand hoe je een gebeurtennis moet interpreteren
Probleem: als iemand met een machtpositie gaat framen (bv: in politiek)
- Framing doen we allemaal
Maar framing kan ook achter een politieke, sociale en/of economische agenda zitten
Over referentiekaders, Pygmalion en stereotypes
Examen!
=> Vanuit onze eerdere ervaringen bouwen we stapsgewijs een raamwerk op dat onze latere
waarnemingen zal beïnvloeden.
=> Zo’n referentiekader is een ‘sociale bril’
1. Vormt een geheel
- Er is geen aparte referentiekader voor elke specifieke situatie.
2. Belangrijke mate van stabiliteit, maar is niet onveranderlijk
- Veranderingen in onze situatie kunnen het veranderen
3. Kunnen radicaliseren tot overtuigingen
- Je opvatting zijn bouwstenen voor je referentiekader
4. In de samenleving bestaan vele referentiekaders
- Er zijn veel verschillende referentiekaders doordat iedereen eigen ervaringen heeft. Die
ervaringen kunnen voor geen 2 mensen helemaal dezelfde zijn.
- Referentiekader wordt bepaald door ervaringen
5. Grote groepen groeien immers op in ongeveer dezelfde (sociale) omstandigheden en
hebben daardoor analoge ervaringen
- Er zijn ook gelijkenissen die lijden tot vergelijkbare referentiekaders (maken deel uit van
cultuurpatronen)
- Gemeenschappelijkheid leidt tot vergelijkbare referentiekaders
Cultuurpatroon: groepsmatig gedeeld referentiekader
= combinaties van cultuurelementen (bv: waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen) die
door een groep worden gedragen. -> Iets gemeenschappelijk met een groep (bv: dezelfde taal,
interesses, …)
o Opvattingen: bouwstenen van referentiekaders en cultuurpatronen
o Verschillen in referentiekaders en cultuurpatronen => uitgroeien tot overtuigingen
o Verschillen in overtuigingen => maatschappelijke spanningen
Verschillende meningen zorgen voor spanningen (waardenconflicten)
Je kan overtuigingen delen met een groep en dat kan tot maatschappelijke spanningen
leiden