Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

Hoorcolleges Criminalistiek en Forensisch DNA 2025

Note
-
Vendu
2
Pages
42
Publié le
12-07-2025
Écrit en
2024/2025

Dit document bevat alle hoorcolleges van het vak Criminalistiek en Forensisch DNA. Ik heb een 8 gehaald voor dit vak. Zie ook mijn andere uploads met de aantekeningen van de bijeenkomsten en een leerdocument.

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Hoorcolleges Criminalistiek en Forensisch DNA


Hoorcollege 1: Introductiecollege – Jos Herbergs & Dave Mattheijs

Introductie door Dave Mattheijs

 Het Openbaar Ministerie
○ Taken: opsporing, vervolging, bijzondere taken
○ De officier van justitie
▪ Doel: waarheidsvinding
▪ Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek
▪ Bepaalt welke opsporingsmiddelen worden ingezet
▪ Bepaalt of er een verdenking is en wie verdachte is
▪ Bepaalt of er wel of niet vervolgd wordt
▪ Vertegenwoordigt het OM op zitting
▪ OvJ beslist of sprake is van een situatie waarin een lichaam vrijgegeven mag worden  in
zaken bij een niet-natuurlijke dood, of het lichaam begraven mag worden.
○ Forensisch OvJ
▪ Is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de forensische opsporing (FO).
▪ Is de contactpersoon voor de FO.
▪ Staat collega officieren bij in het forensisch gedeelte van hun onderzoeken.
▪ Adviseert gevraagd en ongevraagd.

 Forensisch onderzoek
○ Forensisch sporenonderzoek op de plaats delict normaliter door FO
▪ Focus op sporen veiligstellen voor nader onderzoek
▪ Dit is eerstelijns: sporen veiligstellen en bekijken.
○ 2e lijns onderzoek door FO.
▪ Sporen worden in lab nader onderzocht. Kan bij de politie, of extern forensisch onderzoek
door derden (zoals TMFI of NFI).
○ Forensisch onderzoek helpt bij het opsporen van daders of de oorzaken van (mogelijke)
misdrijven op basis van wetenschappelijk bewijsvoering.
○ Digitaal forensisch onderzoek
▪ Digitaal forensisch onderzoek richt zich in wezen op het onderzoek van elektronische
gegevens om digitaal bewijsmateriaal te ontdekken en te analyseren. Het belangrijkste
doel is om de integriteit van gegevens te behouden tijdens het reconstrueren van digitale
gebeurtenissen.
▪ Kunstmatige intelligentie (AI) wordt steeds vaker toegepast in forensisch onderzoek. AI
kan helpen bij het analyseren van grote hoeveelheden gegevens en het identificeren van
patronen die anders misschien over het hoofd zouden worden gezien. Dit kan leiden tot
snellere en meer nauwkeurige conclusies .
▪ Dit is een groot opkomend domein, maar gaan we dit blok niet op in
▪ Het gaat om data en het doel is: hoe krijg je de data eruit etc., eerste analyse en
interpretatie.

 Criminalistiek
○ Vormen van natuurkundig, chemisch en technisch onderzoek ten dienste van de rechtspleging:
documenten, vingerafdrukken, verf en bloedsporen, vuurwapens, chemische stoffen (drugs) en
bloed of ander lichaamsmateriaal onder andere met het oog op DNA-onderzoek.
Tegenwoordig roept men veelal de assistentie van een forensisch deskundige in.

, ○ Criminalistiek is de toepassing van natuurwetenschappelijke methoden bij het onderzoek van
sporen of objecten, welke direct of indirect samenhangen met een vermoedelijk gepleegd
strafbaar feit.
○ Criminalistiek, het natuurwetenschappelijke deel van de forensische wetenschappen, gaat over
onderzoek in strafzaken, de interpretatie van de waarnemingen in forensisch onderzoek en de
rol van de forensisch deskundige en zijn rapportage in het strafrecht.
○ Het belangrijkste verschil tussen Criminologie en Criminalistiek is dat de eerste zich richt op
de studie van misdaad en de oorzaken ervan, terwijl de laatste zich richt op het onderzoeken
en oplossen van misdaden door middel van wetenschappelijke technieken.

 De getuige-deskundige
○ De getuige mag enkel verklaren over diens eigen waarnemingen en dient zich van conclusies
te onthouden, en de getuige-deskundige wordt nu juist bevraagd op zijn eigen handelingen/
onderzoek en diens conclusies.
○ Die persoonlijke conclusies kunnen echter zijn beïnvloedt door context informatie en/of bias
tijdens het onderzoek.
○ Bv. iemand die DNA-onderzoek doet

 Het bewijs ter terechtzitting
○ Het forensisch bewijs in Nederland wordt vooral geleverd door schriftelijke rapprten van
forensisch deskundigen.
○ De forensisch deskundige dient zich enkel uit te laten over zaken die tot diens
deskunheidsgebied behoren.
○ De deskundige dient zijn werk zonder bias te verrichten.
○ De deskundige kan rapporteren op (sub)bronniveau en op activiteitniveau
○ Deskundigen in register, toelating en herexaminering goed geregeld. Je kunt ook iemand uit
het register halen, maar dan moet iemand de deskundigheid toetsen.

 Dilemma: forensisch deskundigen rapporteren een bewijskracht van hun bevindingen, en juristen
zijn op zoek naar de bewijskracht van het scenario.
○ Voorzichtig zijn met formuleren. Je kunt het niet een op een overzetten naar je scenario.

 Je moet tunnelen, zolang je weet dat je tunnelt, en je bij andere scenario’s ook die tunnel bekijkt.

 Forensisch onderzoek steeds belangrijker, want verdachten en getuigen steeds minder bereid om
verklaringen af te leggen.
○ Sinds Salduz vz Turkey
▪ A suspect should have access to a lawyer before the first interrogation by the police
(Salduz v. Turkey, 27 November 2008)
▪ Since 2016 Netherlands: een verdachte heeft recht op de aanwezigheid van een advocaat
bij politieverhoor.
○ Verdediging brengt alternatieve scenario’s naar voren. Waardoor forensisch onderzoek ook
nog niet klaar is voor de deskundige als hij zijn rapport aflevert, want daarna komt
verdediging met alternatief scenario.

Introductie forensisch DNA-onderzoek door Jos Herbergs

 Jos is directeur bij Eurofins TMFI
○ Bestaat sinds 2007
○ Meer dan 50 medewerkers
○ In 2024 meer dan 6000 DNA-rapporten
○ NRGD geregistreerde DNA-deskundigen
○ Ze doen verschillende soorten forensisch onderzoek

, ○ Tweedelijns onderzoek
▪ Grotendeels inbraken, maar ook moord, verkrachting etc.
▪ Uiterste doorlooptijd van 2 weken, maar ze kunnen ook binnen 48 uur een gehele
rapportage maken die je op zitting kunt gebruiken
 Wat in de presentatie komt moet je kunnen begrijpen

 Onderzoek naar biologische sporen
○ Begint op plaats delict
▪ Veiligstellen sporen/ sporendrager
▪ Standaard methoden (FO-normen)
o De mensen die sporen veiligstellen gebruiken standaardmethoden, om zo min
mogelijk vragen te krijgen over de wijze. De normen die daarvoor opgesteld zijn,
zijn er ook om contaminatie te voorkomen.
▪ Voorkomen contaminatie
o Voorbeelden van contaminatie:
 een stuk van overtuiging direct contamineren (iets vastpakken waardoor
bv. speeksel of huidcellen van jou op het voorwerp komen),
 of secondary transfer (je brengt bloed dat je veiligstelt over naar een ander
spoor dat je gaat veilig stellen  dat kunnen we eigenlijk niet vaststellen
in het lab, we weten niet of het gebeurd is.
o DNA van medewerkers vastgelegd, waardoor soms blijkt dat contaminatie heeft
plaatsgevonden.
▪ Garandeer chain of custody: vanaf veiligstellen stuk van overtuiging (SvO0 alle stappen
documenteren die betrekking hebben op het SvO (transport, opslag, verder onderzoek)
o Als hier iets fout in gaat, dan nemen ze contact op met de aanvrager (politie) en
vragen ze of ze door kunnen gaan met het onderzoek.  dan kunnen ze nee
zeggen als bv. iets sowieso gecontamineerd is (tie wraps aangeleverd en door de
verpakking heensteken, en daardoor in contact geweest met ander materiaal).
Maar meestal wordt gezegd doe het onderzoek maar, en dan kijken ze achteraf wat
ze kunnen met het resultaat. – wordt gerapporteerd in de rapportage.

 Forensisch DNA onderzoek
○ Proces
▪ Onderzoek aan sporendrager
▪ Testen en bemonsteren
o Op die plaats bemonsteren, of meenemen zoals kleding.
o Bij TMFI of NFI, die doen het forensisch onderzoek in NL
▪ DNA isolatie
▪ DNA vermenigvuldiging
▪ Opstellen DNA-profielen
▪ Interpretatie en rapportage
▪ Als het niet te complex is, kun je het hele proces binnen 72 uur doen. (in principe kan
het nog sneller). Als je bemonstering binnen krijgt, kun je rapporteren binnen 48 uur.
○ Onderzoek wat we doen, bv. er komt een wattenstaafje binnen, er komt een profiel uit en dat
rapporteren we, en evt. met een ander profiel vergelijken. Maar het kan bijvoorbeeld ook
kleding zijn.
○ Onderzoek op basis van vraagstelling politie
▪ Scenario aangeleverd door aanvrager FIT gesprek
▪ Doen geen blind onderzoek, we moeten weten wat we moeten onderzoeken. Bv. is
iemand ergens vastgehouden, moeten we opzoek naar bloed, speeksel, sperma? Etc.
als je dat niet weet van te voren, kost 1 kledingstuk misschien al 10.000 euro. Moet
informatie hebben van de politie om te weten waar je rekening mee moet houden en
waar je naar moet zoeken.

, ▪ Elk niet-standaard onderzoek hebben we overleg over, en dan strategie bepalen voor
we het lab in gaan.  dan naar de politie van dit willen we gaan doen zijn jullie
akkoord?  je kunt het vaak maar 1x doen, je kunt het verkloten als je het niet goed
doet
▪ Welk soort celmateriaal en van wie is het DNA?
○ Hiërarchie van proposities: Kunt vragen hebben op verschillende niveaus  DNA-
deskundigen vooral op subbronniveau en bronniveau kijken
▪ Subbronniveau: van wie is het DNA
▪ Bronniveau: wat is de aard van het celmateriaal
▪ Activiteitniveau: hoe is het celmateriaal daar terechtgekomen
o Bij activiteit veel meer info nodig – heel belangrijke vraag, maar komt in wezen
heel weinig voor (nog geen 5/10 aanvragen per jaar voor onderzoek op
activiteitniveau)
▪ Delictniveau: wie heeft het delict gepleegd
o Eigenlijk wat een rechter doet, het hoogste niveau

 Onderzoek aan biologische sporen
○ Is er biologisch celmateriaal aanwezig?
○ Wat is de aard van het celmateriaal?
○ Epitheel, bloed, speeksel, sperma(vloeistof), andere lichaamsvloeistoffen, haar, botten etc.
○ Waar? Wat? Hoe veiligstellen?
○ Voorbeeld: onderzoek aan spijkerbroek van iemand die is vermoord, die vermoedelijk is
beroofd en verplaatst
▪ Waar: onderkant van broekspijpen als die is verplaatst, of aan zijn riem, en aan de
broekszakken omdat zijn portemonnee weg is.
▪ Aard van sporendrager (stuk van overtuiging), in dit geval spijkerbroek, bepaalt hoe je het
spoor gaat veiligstellen.
o Ook combinatie van soort spoor, bv. sommige sporen trekken in, dan ga je
uitknippen, en sommige sporen op het oppervlakte, dus dan dat bemonsteren.
▪ Broek zit vol met DNA van de drager, degene die aan heeft geraakt is heel weinig DNA,
dat is complex.

 Onderzoek naar aard celmateriaal
○ Indicatieve testen: snel, goedkoop, kans op vals positief resultaat
○ Specifieke testen: minder snel, duurder, kans op vals negatief resultaat
○ Voor een deskundige altijd afweging wat voor test te doen  weinig materiaal? Dan te weinig
om alle testen te doen, dus dan een test bv. overslaan.

 Sperma-onderzoek
○ Zedenzaken het meest complex om te rapporteren voor een deskundige.
○ Voorbeeld: onderbroek van vrouw die aangeeft verkracht te zijn  onderzoek naar de
onderbroek
▪ Forensische lichtbron: bepaalde golflengte gebruiken om sperma te zien
o Dit is een indicatieve test.
o Positief resultaat wijst op een aanwijzing van sperma aanwezig op de plaats
▪ Zure fosfatasetest (Phosphatesmo KM zure fosfatse test)
o Dit is een indicatieve test.
o Positief resultaat wijst op een aanwijzing van aanwezigheid van sperma.
▪ RSID-Semen semenogeline
o Dit is een specifieke test.
o Test op menselijk sperma. Als het positief is, dan weet je eigenlijk bijna zeker dat
het sperma is.
o In deze zaak was het resultaat negatief.

, ▪ Dan heb je nog iets: differentiele lysis: scheiden van cellen en overige cellen
○ Alle cellen behalve spermacellen kapotmaken (bv vaginale cellen en huid cellen
 daar zou je dan een vrouwelijk DNA-profiel van krijgen)
○ De tweede stap is DTT stof toevoegen – spermakoppen
open, DNA komt vrij, DNA-profiel van opstellen  die kan
dan evt. van de dader zijn.
▪ Vooral voor lichaamsbemonstering (bv. vaginaal) –
want je hebt dan veel vrouwelijk DNA.
▪ In deze zaak bleek geen sperma te zijn, dus alleen
vrouwelijk materiaal gevonden, en slachtoffer heeft
later verklaring ingetrokken.

 Als het onderzoek complexer wordt draagt politielaboratorium het over naar bv TMFI, ze kunnen
bv. geen sperma en speekseltesten doen, ze kunnen eigenlijk alleen bloedonderzoek

 Speeksel
○ RSID-Saliva, Human alpha-amylase, Amylase afdrukmethode
○ Bv. airbag – wie heeft achter het stuur gezeten?
▪ Zag met blote oog al dat er wat op de airbag zat.
▪ Met de testen kwam het niet uit op speeksel, maar er kwam wel een DNA-profiel uit van
iemand die in de databank zat. Waarschijnlijk is het dus neusvocht geweest, want daar zit
geen speeksel in.
○ Bv. motoragent die door iemand heel hard gebeten was in zijn handschoen 
afdrukmethode met amylase, blauwe verkleuring te zien, dat is de plek waar het
speeksel zit. Waar hij gebeten is, is de sterkste verkleuring, maar je ziet wat gebeurt met
speeksel – je draagt het over, het zit op meerdere plekken op de handschoen.

 Epitheel is het moeilijkst om vast te stellen – huidcellen
○ Gebruikssporen – makkelijk DNA terug te vinden, bv. sieraden, bril, horloge
○ Greepsporen – bv. iemand gewurgd met een touw. Als er kracht op gezet is, dan grotere kans
dat er DNA achtergelaten is
○ Aanraaksporen – bv. klink door verschillende personen aangeraakt

 DNA onderzoek
○ Belangrijke tool
▪ Want een DNA-profiel is onderscheidend  het is bijna uniek dat iemand hetzelfde DNA-
profiel heeft (behalve twee-eiige tweelingen  maar wel paar verschillen, waarop je ze
evt. kunt onderscheiden).
▪ De zeldzaamheid van een DNA-profiel kan berekend worden
▪ En makkelijk vergelijkend onderzoek te doen, door de databanken die we hebben.
▪ DNA-onderzoek kan na vele jaren nog uitgevoerd worden.
▪ Kan ook verwantschapsonderzoek mee worden gedaan of de geografische afstemming kan
bepaald worden
o Bv. grootschalig verwantschapsonderzoek waarbij je via verwanten wil uitkomen
bij de dader.
▪ Kunnen ook uitspraak doen over uitwendige kenmerken: etnische afkomst, haarkleur,
oogkleur. (NL een van de weinige landen waarin dat mag)  dit wordt uiterst zeldzaam
aangevraagd.
○ De gevoeligheid van de methodiek
▪ Heel weinig DNA nodig: 30 pg DNA kan voldoende zijn om een volledig DNA-profiel te
krijgen. Een picogram is een miljoenste van een miljoenste gram.
▪ Kunt het theoretisch uit 1 cel halen (dat is 5 pg), maar in principe 30 de ondergrens

, ▪ Maar als je weinig celmateriaal hebt, is het snel gecontamineerd met celmateriaal van
iemand anders.

 DNA
○ DNA vind je in de celkern – elke cel heeft een celkern
○ DNA is opgebouwd uit een aantal bouwstenen, we hebben er 4: adenine (A), guanine (G),
cytosine (C) and thymine (T).
○ In totaal heb je in elke cel 3 miljard van die bouwstenen  we kijken maar naar een klein
deel, zo’n paar duizend bouwstenen
○ Die bouwstenen vind je terug in 46 DNA-moleculen, die noemen we chromosomen
▪ 46 chromosomen in 1 celkern.
○ Die 46 chromosonen bestaan uit 22 paar autosomale en 2 geslachtschromosomen. De
chromosomen zijn genummerd. Vrouw XX en Man XY chromosomen.
○ 1 chromosoom van de ene ouder 1 chromosoom van de andere ouder, daarom heb je alles in
paren.
○ Geslachtschromosomen noemen we y chromosomaal

 DNA-profiel
○ Waar we naar kijken voor het opstellen van DNA-profiel zijn STRs (Short Tandem Repeats,
microsatellieten). Dat zijn stukjes herhalend DNA van 3/4/5 bouwstenen in het DNA op een
bepaalde plek (locus).
○ We weten van veel van die STRs dat ze heel variabel zijn. Dus verschillende personen hebben
verschillende varianten.
▪ Onderzoek heeft aangetoond welke microsatellieten het meest variabel zijn
▪ De plekken waar die STRs zitten noemen we locis (locus betekent plek)
▪ Locis hebben namen zoals D13: geeft aan dat het op chromosoom 13 zit.
▪ Amel locus – daarmee kunnen we het geslacht bekijken.
▪ Maximaal 2 kenmerken (= aantal herhalingen) per locus per persoon.
▪ Stel we kijken naar een locus, en naar de STR op die locus.
o Voorbeeld (verzonnen): herhaling van CGGT 8x  dan noemen we dan DNA-
kenmerk 8 voor dat locus
 Voorbeeld locus op een chromosoom: AGGGTAACC CGGT CGGT
CGGT CGGT CGGT CGGT CGGT CGGT AGGGGT
o Je hebt een paar van een chromosoom, en op het andere chromosoom vinden we
de herhaling 9x terug
 AGGGTAACC CGGT CGGT CGGT CGGT CGGT CGGT CGGT
CGGTCGGT AGGGGT
o Dus op dit chromosoom kenmerk 8 en kenmerk 9
▪ STR-loci zijn hypervariabel. Mogelijke DNA-kenmerken in de bevolking: 6, 7, 8, 9, 10,
11, 12, 13, 14, 15, 16

 Berekening van de zeldzaamheid van een DNA-profiel

D3S1358 vWA D16S539 D2S133 Amelo D8S1179 D21S11 D18S51 D19S433
8 genine

89 16 19 11 12 18 XY 15 16 30 32.2 15 13 14


▪ De cijfers gaan naar de DNA-databank, en daarmee vindt de vergelijking plaats
▪ In NL maken we gebruik van een referentiebestand (iets meer dan 2000 mensen),
waardoor we weten hoe vaak bv. kenmerk 8 en 9 voorkomen in een bepaalde populatie.
▪ Voorbeeld berekening o.b.v. referentiebestand:
o DNA-kenmerken 8 en 9 voor locus D3S1358

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
12 juillet 2025
Nombre de pages
42
Écrit en
2024/2025
Type
Notes de cours
Professeur(s)
-
Contient
Toutes les classes

Sujets

€3,49
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
StudieLieke Maastricht University
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
114
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
11
Documents
19
Dernière vente
1 semaine de cela

4,8

13 revues

5
10
4
3
3
0
2
0
1
0

Documents populaires

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions