,Samenvatting De bestuurlijke kaart van Nederland breeman 8e editie 2023 9789046908501
,Samenvatting De bestuurlijke kaart van Nederland breeman 8e editie 2023 9789046908501
, Samenvatting De bestuurlijke kaart van Nederland breeman 8e editie 2023 9789046908501
Hoofdstuk 1 De bestuurlijke kaart van Nederland
1.1 Wat is openbaar bestuur?
De invulling van het begrip openbaar bestuur verschilt per context en ontwikkelt zich continu door
maatschappelijke, politieke en technologische veranderingen. Openbaar bestuur betreft alle activiteiten van
organisaties die publieke belangen behartigen, waaronder ook instellingen buiten de overheid vallen.
Het maatschappelijk middenveld bestaat uit particuliere organisaties die publieke doelen nastreven, zoals
zorginstellingen, onderwijsorganisaties en belangenverenigingen. Deze organisaties opereren zonder
winstoogmerk en vallen onder de private sector, waarbinnen ook commerciële ondernemingen bestaan.
In toenemende mate vervullen deze instellingen een brugfunctie tussen burgers en overheid.
Kenmerkend voor het Nederlandse openbaar bestuur zijn institutionele tradities en juridische principes die
deels uniek zijn in Europa:
Constitutionele monarchie: Het staatshoofd, de koning, oefent zijn functie uit binnen de grenzen van
een door het parlement vastgestelde grondwet.
Rechtsstaat: Het legaliteitsbeginsel vereist dat overheidsingrijpen slechts is toegestaan als het
gebaseerd is op formele wetgeving.
Gedeeltelijke scheiding der machten: De wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten zijn
formeel onderscheiden, maar in de praktijk verweven.
Scheiding van kerk en staat: Er is geen staatsgodsdienst; religieuze neutraliteit van de overheid is een
norm.
Parlementair stelsel: De regering legt verantwoording af aan de door het volk gekozen Tweede Kamer.
Ministeriële verantwoordelijkheid: Ministers dragen zowel politieke als juridische verantwoordelijkheid
voor het handelen van de koning en van hun ambtelijke apparaten.
Vertrouwensregel: Ministers dienen hun functie neer te leggen wanneer zij het vertrouwen van de
Kamer verliezen.
Dualisme: Ministers maken geen deel uit van de volksvertegenwoordiging en wetgevende macht
functioneert onafhankelijk van de uitvoerende macht.
Geen directe verkiezing bestuurders: Burgemeesters, commissarissen van de Koning en ministers
worden benoemd, niet gekozen door de bevolking.
Evenredige vertegenwoordiging: Elke stem telt even zwaar, wat leidt tot een grote variatie aan partijen
in het parlement.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: De centrale overheid bepaalt het kader, maar draagt bevoegdheden
over aan lagere bestuursniveaus.
Geen constitutioneel hof: Er is geen rechterlijke instantie die wetten toetst aan de Grondwet.