Geschiedenis van publiekrecht
1. Inleiding
Wat?
metajuridisch vak: recht bestuderen vanuit extern perspectief
- verschillende disciplines combineren
→ snijvlak van academische disciplines: samenkomen van enkele disciplines
→ werking van staat: jur. taalgebruik + argumentatiestijl
- essentieel om geschiedenis te begrijpen
→ niet kijken wat de wet is maar hoe komt recht tot stand op bepaalde plaats in de tijd
- onderzoeken naar:
- staatsbestel: organen, structuur, bevoegdheden, …
- grondrechtenbescherming: leven zonder bemoeienis van overheid
→ akkoorden: meestal enkel voor stabiliteit + orde
- oorlog vermijden = weldaad
Bv. polarisatie in VS uitleggen = kijken naar geschiedenis van het recht in VS
→ VS: president + meerderheidssysteem
→ BE: proportionele vertegenwoordiging (stabieler systeem)
→ geschiedenis nuttig om meer inzichten te krijgen in de betekenis van recht
Vragen
Wie maakt het recht? Wie is er verantwoordelijk voor?
Zijn staten enkel gebonden door normen die ze zelf aanvaarden of is er een ‘volkenrecht’?
Hoe maakt men het recht?
→ Bv. koning, meerdere mensen, …
→ afbeelding (1215): begin van onafhankelijkheidsverklaring in VS
- Jan zonder Land tekent Magna Carta om zijn macht te beperken (gedwongen
door baronnen)
- niet aan iedereen toegekend: enkel ridders, adel, clerus, …
Voor wie wordt het recht gemaakt?
→ Bv. voor 1 persoon, volledige gemeenschap, …
Wanneer en waarom wordt het recht gemaakt?
Hoe en door wie wordt het recht gemaakt?
→ Bv. privé-personen, uitvoerende macht, rechters, …
recht = product van wat er gebeurt in de samenleving + effect op samenleving
- grote invloed van wat er speelt in de samenleving (niet functioneren in vacuüm)
- rechtssystemen: continu in beweging ⇒ nood aan geschiedenis van recht
- ontwikkeling + betekenis + samenstelling
- geheel van sociaal-maatschappelijk geheel met eigen actuele systemen
- niet snel genoeg ontwikkelen: samenleving distantieert zich ervan
, - geen vertrouwen in het recht van burger → nood aan vastheid
publiekrecht:
- staatsorganen + instellingen + algemene principes + beginselen + begrippen + regels
- geschiedenis: begrijpen hoe alles ontstaat/ veranderd/ waarom ze er zijn/ …
- verklaringen:
- religie, toeval, economische motieven, socio-culturele elementen, recht zelf, ..
Waarom?
Belgische revolutie (1831):
1. constitutionele bezwaren:
- minder macht voor vorst + meer macht voor vertegenwoordigende
vergaderingen
- Koning Willem I regeerde autoritair ondanks in de grondwet een
constitutionele monarchie stond
- Koning Willem I wou door grondrechten in te perken de oppositie
tegenhouden = fout
- vanuit het Zuiden heel veel bezwaren
2. culturele bezwaren:
- Franse taal (= politieke taal van elite)
- taalbeleid van Willem I: Nederlands om eenheid + taal bevorderen
- Willem I voerde Nederlands als officiële taal in (1823)
- annexatie = bourgeoisie + adel volledig naar Frankrijk
- voelden zich volledig Frans → geen voeling meer met Nederlands
3. politieke bezwaren: oneerlijke verdeling van politieke macht
- Zuiden evenveel zetels als Noorden maar was wel economisch veel groter
- Noorden: disproportioneel veel economische invloed = oneerlijk
4. religieuze bezwaren:
- Zuiden: katholiek → bang voor protestants + eisen meer politieke invloed
- Noorden: protestants
- zetels eerlijk verdeeld → evenwicht dus Zuiden niet meer macht eisen
- Willem I beperkte invloed van katholieke kerk
5. economische gronden:
- Zuiden het gevoel dat het Noorden altijd voortgetrokken werd
- Willem I steunde vooral het Noorden economisch
- belastingdruk, handelsbeleid, scheepvaartsmonopolie
Rechtsgeschiedenis: beter begrip krijgen hoe het recht vandaag functioneert
- rechtshistorisch onderzoek = basis voor goede kennis van hedendaagse recht
- waarom behoren bepaalde regels tot ons recht?
- begrijpen waarom regels veranderen/ verdwijnen
- inzicht in aangeleverde rechtshistorische argumenten
- voor- en nadelen over bepaalden systemen
- maken voor keuzes: kijken naar rechtvaardige karakter van regel
- grote rol: idee van rechtvaardigheid (essentieel)
- onrechtvaardig dat 1 persoon alle beslissing nam + anderen enkel luisteren
, - heel variabel qua interpretatie
- belangrijk voor alle actuele rechtsvergelijkende onderzoeken
Machtsrelaties:
- vormen basis van staatsbestel
- macht + machtsconflicten = basis van staatsbestel
- gestolde macht:
- geconcentreerd + zichtbaar: duidelijke regeringen, organen, …
- via wetten, regels, … die langdurig bestaan
- fysieke controle over mensen
- vloeibare macht:
- gedecentraliseerd + ongrijpbaar: geen vaste structuren (volledig verspreid)
- geen dwang → enkel invloed
- globalisering: macht gaat verder dan nationale grenzen
- flexibiliteit + snelheid: geen vaste/ constante regels → steeds aanpassingen
- geen controlering
Kenmerk Macht in gestolde vorm Macht in vloeibare vorm
Structuur Hiërarchisch, vast Gedecentraliseerd, flexibel
Locatie Nationaal, territoriaal Global, digitaal
Middelen Wetten, instituties, militaire macht Media, netwerken, technologie
Controle Direct en dwingend Indirect en beïnvloedend
verleden:
- ontdekken van potentieel + beperkingen van bepaalde ideeën
- verschillende evoluties binnen alle verschillende systemen
- essentieel ↔ incidenteel = noodzakelijk ↔ toevallig/ sporadisch
Hoofdstuk 1: Het moderne staatsbegrip
Hoe regelen we onszelf? Hoe regelen we het bestuur?
- nood aan regels + normen
- norm = recht = richting geven voor gedrag van burgers
- publiekrecht: combinatie van verschillende disciplines
- recht, politiek, filosofie, …
Gemeenschappelijke manieren in de wereld van besturen:
- verschillende staten + verschillende manieren om te rechtvaardigen
- geen uniform model qua ideologie + juridisch systeem
- elke staat andere manier waarop overheid legitimiteit krijgt
- enkele denkers: natuurstaat = chaos
- macht centraliseren = veiligheid + stabiliteit
, - koning met macht = herstel
- constante burgeroorlog (religieus geïnspireerd), ziektes, …
- grote impact om manier van denken
- oorlog van iedereen tegen alles → opnieuw vrede stichten (manier
van overleven)
- vandaag: geen autocratie → representatief regime
- bevolking mogelijkheid tot vertegenwoordiging
Hoe onszelf besturen zodat wij vrij blijven?
- rechten bewaren + vrijheid behouden
collectieve beslissingen: ontstaan van meerderheid - minderheid
- wat als de meerderheid de rechten van de minderheid gaat inperken?
- hoe ervoor zorgen dat minderheid ook herkend wordt?
= intellectuele achtergrond van ontwikkeling van liberale staat
2. De idee van de staat
staat = status/ toestand
→ chaos + geweld: nood aan iets/ iemand om rust te creëeren + mensen terug samenleven
→ politieke denkers denken na over hoe er terug orde kan zijn
- centraliseren in 1 persoon/ 1 instelling = machtsconcentratie
- macht om bevelen op te leggen
- persoon/ instelling maakt de wet waaraan iedereen zich moet houden
- monopolie op geweld
- enigste die geweld kan gebruiken om rechten af te dwingen
= conceptie van ‘de staat’: doorheen de tijd steeds verschillend
→ definiëring: afhankelijk van welk standpunt
- Moderne/ Hedendaagse geschiedenis
- vanaf Atlantische revolutie in VS + Franse Revolutie
- Vroegmoderne/ Nieuwe geschiedenis
- vanaf de val van constantinopel + landing Columbus in Amerika
- Middeleeuwen
= opdeling in politieke geschiedenis: elke gebeurtenis invloed op begrip van ‘de staat’
2.1. Moderne/ Hedendaagse geschiedenis: moderne liberale staats
1. verkozen bestuurders/ democratisch verkozen heerser
- rechtstreeks: volk kiest direct leiders
- onrechtstreeks: vertegenwoordigers kiezen uiteindelijk rechters
2. machtenscheiding:
- wetgevend
- uitvoerend
- rechterlijke
3. rechtsstaat: overheid maakt het recht/ normen + zelf onderworpen
- iedereen onderworpen aan het recht
- ook regering, rechtgevende, …
= legaliteitsbeginsel
- burgers afdwingen voor onafhankelijke rechters
4. bescherming van burgers door onvervreemdbare grondrechten
1. Inleiding
Wat?
metajuridisch vak: recht bestuderen vanuit extern perspectief
- verschillende disciplines combineren
→ snijvlak van academische disciplines: samenkomen van enkele disciplines
→ werking van staat: jur. taalgebruik + argumentatiestijl
- essentieel om geschiedenis te begrijpen
→ niet kijken wat de wet is maar hoe komt recht tot stand op bepaalde plaats in de tijd
- onderzoeken naar:
- staatsbestel: organen, structuur, bevoegdheden, …
- grondrechtenbescherming: leven zonder bemoeienis van overheid
→ akkoorden: meestal enkel voor stabiliteit + orde
- oorlog vermijden = weldaad
Bv. polarisatie in VS uitleggen = kijken naar geschiedenis van het recht in VS
→ VS: president + meerderheidssysteem
→ BE: proportionele vertegenwoordiging (stabieler systeem)
→ geschiedenis nuttig om meer inzichten te krijgen in de betekenis van recht
Vragen
Wie maakt het recht? Wie is er verantwoordelijk voor?
Zijn staten enkel gebonden door normen die ze zelf aanvaarden of is er een ‘volkenrecht’?
Hoe maakt men het recht?
→ Bv. koning, meerdere mensen, …
→ afbeelding (1215): begin van onafhankelijkheidsverklaring in VS
- Jan zonder Land tekent Magna Carta om zijn macht te beperken (gedwongen
door baronnen)
- niet aan iedereen toegekend: enkel ridders, adel, clerus, …
Voor wie wordt het recht gemaakt?
→ Bv. voor 1 persoon, volledige gemeenschap, …
Wanneer en waarom wordt het recht gemaakt?
Hoe en door wie wordt het recht gemaakt?
→ Bv. privé-personen, uitvoerende macht, rechters, …
recht = product van wat er gebeurt in de samenleving + effect op samenleving
- grote invloed van wat er speelt in de samenleving (niet functioneren in vacuüm)
- rechtssystemen: continu in beweging ⇒ nood aan geschiedenis van recht
- ontwikkeling + betekenis + samenstelling
- geheel van sociaal-maatschappelijk geheel met eigen actuele systemen
- niet snel genoeg ontwikkelen: samenleving distantieert zich ervan
, - geen vertrouwen in het recht van burger → nood aan vastheid
publiekrecht:
- staatsorganen + instellingen + algemene principes + beginselen + begrippen + regels
- geschiedenis: begrijpen hoe alles ontstaat/ veranderd/ waarom ze er zijn/ …
- verklaringen:
- religie, toeval, economische motieven, socio-culturele elementen, recht zelf, ..
Waarom?
Belgische revolutie (1831):
1. constitutionele bezwaren:
- minder macht voor vorst + meer macht voor vertegenwoordigende
vergaderingen
- Koning Willem I regeerde autoritair ondanks in de grondwet een
constitutionele monarchie stond
- Koning Willem I wou door grondrechten in te perken de oppositie
tegenhouden = fout
- vanuit het Zuiden heel veel bezwaren
2. culturele bezwaren:
- Franse taal (= politieke taal van elite)
- taalbeleid van Willem I: Nederlands om eenheid + taal bevorderen
- Willem I voerde Nederlands als officiële taal in (1823)
- annexatie = bourgeoisie + adel volledig naar Frankrijk
- voelden zich volledig Frans → geen voeling meer met Nederlands
3. politieke bezwaren: oneerlijke verdeling van politieke macht
- Zuiden evenveel zetels als Noorden maar was wel economisch veel groter
- Noorden: disproportioneel veel economische invloed = oneerlijk
4. religieuze bezwaren:
- Zuiden: katholiek → bang voor protestants + eisen meer politieke invloed
- Noorden: protestants
- zetels eerlijk verdeeld → evenwicht dus Zuiden niet meer macht eisen
- Willem I beperkte invloed van katholieke kerk
5. economische gronden:
- Zuiden het gevoel dat het Noorden altijd voortgetrokken werd
- Willem I steunde vooral het Noorden economisch
- belastingdruk, handelsbeleid, scheepvaartsmonopolie
Rechtsgeschiedenis: beter begrip krijgen hoe het recht vandaag functioneert
- rechtshistorisch onderzoek = basis voor goede kennis van hedendaagse recht
- waarom behoren bepaalde regels tot ons recht?
- begrijpen waarom regels veranderen/ verdwijnen
- inzicht in aangeleverde rechtshistorische argumenten
- voor- en nadelen over bepaalden systemen
- maken voor keuzes: kijken naar rechtvaardige karakter van regel
- grote rol: idee van rechtvaardigheid (essentieel)
- onrechtvaardig dat 1 persoon alle beslissing nam + anderen enkel luisteren
, - heel variabel qua interpretatie
- belangrijk voor alle actuele rechtsvergelijkende onderzoeken
Machtsrelaties:
- vormen basis van staatsbestel
- macht + machtsconflicten = basis van staatsbestel
- gestolde macht:
- geconcentreerd + zichtbaar: duidelijke regeringen, organen, …
- via wetten, regels, … die langdurig bestaan
- fysieke controle over mensen
- vloeibare macht:
- gedecentraliseerd + ongrijpbaar: geen vaste structuren (volledig verspreid)
- geen dwang → enkel invloed
- globalisering: macht gaat verder dan nationale grenzen
- flexibiliteit + snelheid: geen vaste/ constante regels → steeds aanpassingen
- geen controlering
Kenmerk Macht in gestolde vorm Macht in vloeibare vorm
Structuur Hiërarchisch, vast Gedecentraliseerd, flexibel
Locatie Nationaal, territoriaal Global, digitaal
Middelen Wetten, instituties, militaire macht Media, netwerken, technologie
Controle Direct en dwingend Indirect en beïnvloedend
verleden:
- ontdekken van potentieel + beperkingen van bepaalde ideeën
- verschillende evoluties binnen alle verschillende systemen
- essentieel ↔ incidenteel = noodzakelijk ↔ toevallig/ sporadisch
Hoofdstuk 1: Het moderne staatsbegrip
Hoe regelen we onszelf? Hoe regelen we het bestuur?
- nood aan regels + normen
- norm = recht = richting geven voor gedrag van burgers
- publiekrecht: combinatie van verschillende disciplines
- recht, politiek, filosofie, …
Gemeenschappelijke manieren in de wereld van besturen:
- verschillende staten + verschillende manieren om te rechtvaardigen
- geen uniform model qua ideologie + juridisch systeem
- elke staat andere manier waarop overheid legitimiteit krijgt
- enkele denkers: natuurstaat = chaos
- macht centraliseren = veiligheid + stabiliteit
, - koning met macht = herstel
- constante burgeroorlog (religieus geïnspireerd), ziektes, …
- grote impact om manier van denken
- oorlog van iedereen tegen alles → opnieuw vrede stichten (manier
van overleven)
- vandaag: geen autocratie → representatief regime
- bevolking mogelijkheid tot vertegenwoordiging
Hoe onszelf besturen zodat wij vrij blijven?
- rechten bewaren + vrijheid behouden
collectieve beslissingen: ontstaan van meerderheid - minderheid
- wat als de meerderheid de rechten van de minderheid gaat inperken?
- hoe ervoor zorgen dat minderheid ook herkend wordt?
= intellectuele achtergrond van ontwikkeling van liberale staat
2. De idee van de staat
staat = status/ toestand
→ chaos + geweld: nood aan iets/ iemand om rust te creëeren + mensen terug samenleven
→ politieke denkers denken na over hoe er terug orde kan zijn
- centraliseren in 1 persoon/ 1 instelling = machtsconcentratie
- macht om bevelen op te leggen
- persoon/ instelling maakt de wet waaraan iedereen zich moet houden
- monopolie op geweld
- enigste die geweld kan gebruiken om rechten af te dwingen
= conceptie van ‘de staat’: doorheen de tijd steeds verschillend
→ definiëring: afhankelijk van welk standpunt
- Moderne/ Hedendaagse geschiedenis
- vanaf Atlantische revolutie in VS + Franse Revolutie
- Vroegmoderne/ Nieuwe geschiedenis
- vanaf de val van constantinopel + landing Columbus in Amerika
- Middeleeuwen
= opdeling in politieke geschiedenis: elke gebeurtenis invloed op begrip van ‘de staat’
2.1. Moderne/ Hedendaagse geschiedenis: moderne liberale staats
1. verkozen bestuurders/ democratisch verkozen heerser
- rechtstreeks: volk kiest direct leiders
- onrechtstreeks: vertegenwoordigers kiezen uiteindelijk rechters
2. machtenscheiding:
- wetgevend
- uitvoerend
- rechterlijke
3. rechtsstaat: overheid maakt het recht/ normen + zelf onderworpen
- iedereen onderworpen aan het recht
- ook regering, rechtgevende, …
= legaliteitsbeginsel
- burgers afdwingen voor onafhankelijke rechters
4. bescherming van burgers door onvervreemdbare grondrechten