Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting economie - Annemieke De Ridder

Note
-
Vendu
-
Pages
64
Publié le
09-07-2025
Écrit en
2024/2025

Het volledige boek (algemene economie voor rechten) is verwerkt in deze samenvatting + mijn notities zijn er ook in verwerkt. Met deze samenvatting heb ik een 16/20 behaald in 1e zit.












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
9 juillet 2025
Nombre de pages
64
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 1
1. Inleiding
Waarover gaat economie?

Verschillende visies op onderwerp van economie
1.​ economie: betere/ doordachte beslissingen te maken
2.​ economie: problemen van wereld waarin we leven beter te begrijpen
3.​ economie: gevolgen van drastische maatschappelijke veranderingen te begrijpen
⇒ oordeel vellen over gevoerde beleid van overheden
⇒ beter om info van overheid te evolueren + beoordelen

Verschillende topics
-​ vraag en aanbod
-​ welvaart + PPP
-​ Hoe grijpt de overheid in? belastingen, inflatie, …
-​ beleggingen + markten
⇒ heel ruim begrip + overal in maatschappij aanwezig
dagelijks in krant:
-​ laatste jaren veel inflatie → duurdere producten
-​ krimpflatie: kleinere verpakkingen maken om product niet duurder te moeten
maken (aanwezig in supermarkt)

Waarom economie?

inzicht geven in menselijk gedrag + maatschappelijke organisatie (specifieke invalshoek)
→ helpt om betere beslissingen te maken in dagelijks leven
-​ leren met geld om te gaan + keuzes afwegen t.o.v. elkaar
→ problemen van maatschappij beter begrijpen
-​ nieuw beleid creëren op basis van economische situatie
recht regelt ook economische relaties (niet enkel sociale relaties)
-​ nood aan vakkennis (inzicht in economische variabelen)

2. Fundamenteel economisch probleem
2.1. Menselijke en maatschappelijke behoeften
veelvuldige behoeften vs. beperkte middelen
-​ gsm​ ​ ​ - tijd
-​ eten​ ​ ​ - geld
-​ computers

behoeften: aanvoelen van een tekort + verlangen het tekort aan te vullen
-​ meer dan enkel basisbehoeften (voeding, kleding, …)
-​ materiële goederen + immateriële goederen
-​ fruit​ ​ ​ - cultuur
-​ pc​ ​ ​ - onderwijs
-​ individueel + collectief
-​ rangorde + intensiteit

, -​ verschillend tussen personen onderling
-​ veranderen in tijd (afh. omstandigheden)
-​ consumentensoevereiniteit
-​ individuele behoeften niet controleren op morele waarden (obj.
wetenschappelijk studie)

⇒ kiezen hoe je je budget/ tijd het beste gaat besteden
-​ hoe beperkte schaarse middelen gebruiken om in bestaande behoeften te voorzien
-​ wat zijn de individuele + maatschappelijke gevolgen?
⇒ goede/ verstandige keuzes maken = basis van economie

2.2. Schaarse middelen en de noodzaak te kiezen

Economische goederen = goed dat nuttig is voor iemand
-​ typisch schaars/ beperkt
​ → tegengestelde van vrije goederen (niet voor iedereen beschikbaar)
-​ alternatief aanwendbaar: gebruiken voor verschillende zaken
​ → Bv. kapitaal, arbeid, natuur, aardolie, …
-​ immaterieel vs. materieel
​ → machine vs. individuele rechten
-​ essentiële begrippen: schaarste + nut (anders geen economisch goed)

Vrije goederen = niet-schaarse goederen
-​ Bv. lucht: in onbeperkte mate aanwezig
-​ relativering: schaarste naargelang tijd + omstandigheden
-​ nieuwe schaarse goederen

Kiezen: de andere optie kwijt geraken/ iets anders opgeven
-​ optimale keuze maken over hoe middelen + tijd inzetten over goederen
-​ middelen: max. 1x gebruiken
-​ tijd: beperkt voor iedereen
-​ Bv. iets kopen = geld kwijt
-​ Bv. overheid: aan wat het meeste budget geven? Onderwijs, veiligheid, …
-​ Bv. keuze efficiëntie - gelijkheid
-​ efficiëntie: maximum halen uit beschikbare middelen
-​ gelijkheid: verdeling van voordelen + kosten van gebruikte middelen
⇒ altijd rekening houden met wat je opgeeft

2.3. Het maken van keuzes en opportuniteitskosten

Opportuniteitskost: waarde van best alternatief dat men opgeeft door gemaakte keuze
-​ beseffen van echte prijs van goed: rekening houden met opgegeven goed
-​ kosten = geld + alle andere dingen dat je opgeeft door de keuze
-​ Bv. kosten van studeren:
-​ boeken, … maar ook tijd waarmee je iets anders had kunnen doen
→ kosten bereken: prijs van alternatief berekenen
Bv. kosten cinema:
-​ ticket + 2u van tijd (had je ook anders kunnen besteden → werken, slapen, …)

,2.4. Economie: een definitie

= schaarste: essentie van economisch keuzeprobleem
= sociale wetenschap met als voorwerp het beheer van schaarse middelen
-​ allocatie/ toewijzing: wat + hoeveel + hoe produceren
-​ welke goederen + diensten? In welke hoeveelheden?
-​ productie: verschillende combo’s van schaarse productiefactoren
-​ verdeling/ distributie: voor wie produceren + hoe voordelen verdelen
-​ ruil voor vergoeding: arbeidsprestaties, financiële middelen, eigendom, …
-​ hogere vergoeding: meer geproduceerde goederen + diensten
-​ stabiliteitsprobleem: nastreven van volledige aanwending van beschikbare middelen

2.5. Micro- en macro-economie

Micro-economie: micro-niveau van maatschappij: individuen + bedrijven
-​ allocatie + distributieprobleem
-​ studie van gedrag van individuele economische agenten
-​ consumenten, bedrijven, organisaties, …
-​ studie van gedrag van producenten
-​ Hoe nemen consumenten + producten beslissingen?
-​ Hoe nemen individuele economische agenten beslissingen?

Macro-economie: vraagstukken die economie als geheel beïnvloeden
-​ invloed van menselijk gedrag op globale/ aggregatieve economische grootheden
-​ bestuderen van de invloed van individuele beslissingen op econ. aggregaten
-​ inflatie + werkloosheid + economische groei + …
-​ stabilisatieprobleem

Bv. klimaatbeleid: mogelijk op beide niveaus
→ micro: hoe gaan consumenten/ producenten hun gedrag veranderen
→ macro: wat zijn de budgettaire gevolgen van overheid + gevolgen op werkgelegenheid
= volledige analyse van alle belangrijke maatschappelijke problemen

spilindex: als inflatie te sterk stijgt, worden bepaalde waarden overschreden
→ lonen, pensioenen, … worden aangepast bij inflatie
→ alles duurder = koopkracht daalt
→ automatisch systeem van indexatie in België: lonen worden automatisch verhoogd zodat
koopkracht stabiel blijft
→ doel: koopkracht van burgers beschermen tegen inflatie


3. Productieproces
3.1. De productiefactoren

Productie: alle activiteiten waardoor diensten/ goederen tot stand worden gebracht
-​ zowel goederen als diensten
-​ economische goederen

, -​ consumptiegoederen: goederen die meteen geconsumeerd worden
-​ duurzame consumptiegoederen: gebruiken voor langere tijdspanne
-​ kapitaalgoederen: goederen die verder gebruikt worden in ander proces
-​ op gepaste tijd + plaats ter beschikking van consumenten

Verschillende productiefactoren: arbeid + natuur + kapitaal
-​ arbeid: alle mogelijke arbeidsprestaties
-​ aantal gepresteerde arbeidsuren/ aantal arbeidsdagen
-​ omvang
-​ bovengrens: bepaald door bevolking op actieve leeftijd
-​ andere factoren: duur van week, jaarlijkse vakantie, kwalificaties, …
-​ primair productiefactor
-​ natuur: natuurlijke rijkdommen
-​ ongelijk verdeeld over landen
-​ nut: precieze ligging, bereikbaarheid, moeilijkheidsgraad van ontginning, …
-​ primair productiefactor
-​ kapitaal: geheel van de door mensen geproduceerde productiemiddelen
-​ alle reële kapitaalgoederen
-​ afgeleide productiefactor
-​ Bv. oude machines minder kapitaal dan nieuwe machines
-​ ondernemersinitiatief: creativiteit, risico, …
-​ heel moeilijk te meten: geen prijs of waarde aan te geven
⇒ combineren voor realiseren van productie
⇒ productie enkel door eigenlijke productiefactoren (natuur + ondernemersinitiatief negeren)

3.2. Het productieproces

= elke fase waarbij de waarde van geproduceerde goederen toeneemt
= inzet van combo van productiefactoren resulteert in productie
-​ kapitaalgoederen: enkel andere economische goederen produceren
-​ dragen indirect mee tot bevrediging van behoeften = omwegproductie
= finaal geproduceerde output: consumptiegoederen + kapitaalgoederen

Investeren: verhogen van hoeveelheid reële kapitaalgoederen
-​ Bv. nieuwe fabriek + nieuwe machines
-​ resultaat: nieuwe goederen/ diensten + uitstel van consumptie
-​ meer inzetten op machines: ten koste van mindere consumptiegoederen
-​ productie kapitaal goed = uitstel consumptie (voordeel voor later)
-​ nu investeren = later consumeren

3.3. De Productiefunctie

= technische relatie tussen hoeveelheid productiefactoren (inputs) en de maximale
hoeveelheid economische goederen (outputs)
= notatie: X = f(L, N, K)
-​ enkel K (kapitaal) en L (arbeid): geen rekening met natuur en ondernemersinitiatief
€10,56
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
maiteedesmedt

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
maiteedesmedt Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
4
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions