Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

samenvatting ontwikkelingspsychologie deel 2

Note
-
Vendu
-
Pages
35
Publié le
02-07-2025
Écrit en
2024/2025

Samenvatting van deel 2 van het handboek ontwikkelingspsychologie van Robert S. Feldman, 8e editie, maar komt overeen met de 9e (1ste bachelor LAW)












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
2 juillet 2025
Nombre de pages
35
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 5: de fysieke ontwikkeling in de
babytijd
5.1 GROEI EN ONTWIKKELING
5.1.2 HET ZENUWSTELSEL EN DE HERSENEN: DE FUNDAMENTEN VAN ONZE
ONTWIKKELING

Wat baby denkt en doet: veroorzaakt door zenuwstelsel
-> bestaat uit de hersenen en de zenuwen door je lichaam
-> neuronen = basiscellen (enige cellen die kunnen communiceren)

- cellichaam met celkern/nucleus
- dendrieten voor ontvangen van boodschappen
- axon waardoor boodschap naar volgende cel gaat
- communicatie: via chemische boodschappers (neurotransmitters)

-> neuronen raken elkaar niet (ruimte ertussen = synaps)
-> baby’s: bij geboorte ca. 100-200 miljard neuronen


Geboorte: meeste neuronen weinig verbindingen met andere neuronen
-> netwerk wordt steeds complexer (vooral tijdens eerste 2 jaar)
-> volwassen: 1 neuron ca. 5000 verbindingen met andere
neuronen/lichaamsdelen
-> heel ons leven: steeds nieuwe synapsen door veranderende ervaringen
-> verandering hersenen: kan je vergelijken met fruitboom
-> overbodige neuronen sterven = het snoeien van synapsen
-> resultaat: zenuwstelsel wordt efficiënter


Aantal neuronen: blijft toenemen na geboorte
-> steeds meer dendrieten
-> axonen worden bedekt met myeline (vettige substantie)
-> versnelt zenuwsignalen
-> eerste 2 jaar: gewicht verdrievoudigt (hierna: ¾ van gewicht van volwassen
hersenen)


Tijdens het groeien: neuronen zijn in beweging en gaan groeperen o.b.v. hun functie
-> naar hersenschors (bovenste laag) of subcorticale niveaus (onder
hersenschors)
-> subcorticale niveaus: voor basale activiteiten zoals ademhaling, hartslag
en meest ontwikkeld bij geboorte
-> hersenschors: voor hogere processen zoals denken, redeneren
-> 3-4 maanden: groeispurt (auditieve/visuele/motorische cortex)


Schedel: beschermt hersenen
-> hersenen zijn wel gevoelig voor letsel (bv. shakenbabysyndroom: hard door
elkaar geschud)
-> gevolg: letsel aan hersenen, zenuwen, bloedvaten (bv. bloedingen
netvlies)



1

, -> kan ook zorgen voor ernstige medische problemen (bv. blindheid,
gehoorverlies, spraakstoornissen, soms ook leerproblemen en
gedragsstoornissen, soms dood)




Omgevingsinvloeden op de ontwikkeling van de hersenen

Ontwikkeling = gevoelig voor omgevingsinvloeden

Plasticiteit (vooral als gevolg van ervaringen) = belangrijk kenmerk van de hersenen
-> zonder dit onmogelijk om kennis op te slaan
-> is het grootst tijdens eerste levensjaren (gebieden hebben niet allemaal al
specifieke functie)
-> Baby’s met hersenletsel: minder schade en herstellen vollediger dan
volwassenen met zelfde letsel
-> plasticiteit: geen volledige bescherming tegen ernstig letsel (bv.
shakenbabysyndroom)


Zintuiglijke ervaringen van een kind: invloed op omvang en verbindingen van
neuronen
-> bepaalt dus gewicht en structuur van hersenen
-> onderzoek met dieren: veel kennis opgedaan over plasticiteit (prikkelrijke
versus prikkelarme omgeving)
-> stimulerende omgeving: hersengebieden geassocieerd met gezichtsveld
zijn dikker en zwaarder (heeft gevoelige periode)
-> niet stimulerende omgeving: kan ontwikkeling hersenen belemmeren


Gevoelige periode = een specifieke, afgebakende tijd (meestal vroeg in het leven),
waarin een organisme het gevoeligst is voor omgevingsfactoren
-> bv. bij zintuigen, gezichtsveld, structuur van het lichaam, vorming hersenen
-> roept vragen op:
- kan kind permanente schade oplopen bij geen blootstelling aan
omgevingsstimulansen
- zorgen meer omgevingsstimulansen dan normaal voor een nog beter
ontwikkeling
=> geen eenvoudige antwoorden


Ontwikkelingspsychologen: proberen kansen voor kinderen te optimaliseren
-> houden zich intensief bezig met hoe prikkelarme/-rijke omgevingen de
ontwikkeling beïnvloeden
-> ouders kunnen wel goede omgeving creëren (zingen, spelen, praten,…)




5.3 DE ONTWIKKELING VAN DE ZINTUIGEN
Sensatie en perceptie: liggen ten grondslag aan de manier waarop een baby de wereld
interpreteert



2

, -> sensatie = de eerste gewaarwording van een stimulus opgevangen door de
zintuigen
-> reactie op stimulatie
-> perceptie = proces van betekenisgeving/interpretatie van zintuiglijke info door
de hersenen
-> interpretatie van stimulatie



5.3.1 VISUELE PERCEPTIE: DE WERELD ZIEN

Oog baby: nog niet helemaal klaar om te functioneren + myelinisering gezichtszenuw
nog onvolledig
-> baby reageert wel op licht en er is beperkte kleurperceptie
-> ziet enkel scherp op 20 à 30 centimeter afstand (= daarom snel inprenten
gezichten)
Visuele vermogens: ontwikkelen zich snel
-> binoculaire gezichtsvermogen = vermogen om beelden van beide ogen te
combinerne
-> zo kunnen we diepte en beweging onderscheiden
-> ontstaat rond 14de week
-> vooral diepteperceptie is nuttig (visual cliff)
-> baby’s: gelijk visuele voorkeuren
-> zo kunnen we diepte en beweging
-> kijken liever naar stimuli met patronen, bepaalde kleuren/vormen,
kromme lijnen, driedimensionale figuren, menselijke gezichten
-> misschien: hersenen gespecialiseerde cellen die reageren op bepaalde
vormen,…

Genen: niet enige factor die bepalend is voor visuele voorkeuren
-> net na geboorte: voorkeur voor gezicht moeder
-> 6 tot 9 maanden: steeds meer gezichten onderscheiden (dieren steeds minder)
=> ook omgeving heeft invloed



5.3.2 AUDITIEVE PERCEPTIE: DE WERELD VAN HET GELUID

Vermogen om te horen: manifesteert zich al voor de geboorte
-> gelijk na geboorte: voorkeuren voor bepaalde geluidscombinaties
-> auditieve perceptie = gelijk vrij goed
-> zelfs gevoeliger dan volwassenen voor bepaalde zeer hoge/lage
frequenties
-> neemt eerste 2 jaar toe (neemt daarna af)
-> minder gevoelig voor middenfrequenties
-> ook deze neemt na verloop van tijd toe
-> niet duidelijk wat voor die grote gevoeligheid en daarna de afname ervan zorgt
-> kan zijn door vervolmaking van het zenuwstelsel


Baby’s: kunnen niet alleen geluiden onderscheiden, maar kunnen ook betekenis geven
aan geluid
-> bv. door geluidslokalisatie (slechter bij baby’s)
-> baby heeft kleiner hoofd dus geluiden komen bijna gelijk binnen
-> geen constante verbetering (neemt zelf af na geboorte en daarna weer toe)

3

, Kunnen ook patronen en andere akoestische eigenschappen van groepen geluiden
vrij goed onderscheiden
-> 6 maanden: kunnen 1 noot verschil in melodie van 6 tonen gewaarworden +
reageren op veranderingen in toonaard
-> horen subtiele verschillen horen (belangrijk later bij begrijpen moedertaal)
-> bv. stimuli aanbieden: ‘ba’ en ‘pa’ (ze merken verschil want zuigkracht
neemt toe)


Baby’s: kunnen bepaalde verschillen tussen talen onderscheiden
-> 4,5 maanden: kunnen eigen naam onderscheiden van andere woorden die erop
lijken
-> 5 maanden: verschil Nederlands en Spaans
-> 2 dagen: voorkeur voor taal die de mensen om het kind heen spreken



Kunnen dus ook mensen onderscheiden o.b.v. hun stem
-> ook voorkeuren voor bepaalde stemmen (bv. van moeder)


Voorkeuren: hoe ontstaan ze?
-> hypothese: gevolg van prenatale blootstelling aan stem van moeder
-> stem vader wordt niet geprefereerd boven andere mannenstemmen
-> horen ook liever melodieën die moeder zong voor de geboorte
-> prenatale blootstelling aan de moederstem lijkt dus invloed te hebben



5.3.3 REUK EN SMAAK

Reukzin bij baby’s: zo goed ontwikkeld dat sommige baby’s na 12-18 dagen de moeder
herkennen o.b.v. haar geur
-> flesvoeding: kan dit niet
-> kunnen niet geur van vader onderscheiden


Smaak bij baby’s: ook buitengewoon ver ontwikkeld
-> bv. vanaf geboorte al walging bij bittere smaak
-> ook gelijk zoutekauwen: kan komen omdat moedermelk zoet is
-> = evolutionaire erfenis: baby’s met voorkeur voor zoet hadden
wellicht meer kans op overleven en voldoende voedingsstoffen binnen te
krijgen
-> ontwikkelen ook voorkeuren o.b.v. wat de moeder dronk tijdens de
zwangerschap



5.3.4 GEVOELIGHEID VOOR PIJN EN AANRAKINGEN

Vroeger: baby’s voelen geen pijn
-> deden ook operaties zonder verdoving
-> nu: baby’s kunnen wel pijn voelen (je kan alleen niet controleren of het zelfde
pijn is als bij volwassenen)
-> wel verdoving bij operaties nu


4
€4,29
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
annevandoormaal

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
annevandoormaal Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
10
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
14
Dernière vente
3 jours de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions