OG7 Tweede trimester
10/02/2025
1. Hoe volgen we een laagrisicozwangerschap op in het tweede trimester?
a. Bespreek het zorgpad vanuit de DM en KCE (kort)
2. Welke klinische onderzoeken voer je uit bij een laagrisicozwangere in tweede
trimester en waarom?
Bloeddruk => opsporen zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie
(<140/90 mmHg, zeker dubbel checken met manuele bloeddrukmeter)
Foetaal hartritme (doppler) => vanaf 12w, CTG enkel bij hoogrisico of na verwachte
bevallingsdatum
Urinedipstick proteïne (altijd dubbel checken vanaf 20w) => opsporen pre-eclampsie
(kan vanaf 20w)
Bloedonderzoek
o Hb-bepaling: opsporing anemie zodat tijdige behandeling voor bevalling kan
worden gestart
o Screening op zwangerschapsdiabetes: glucosechallengetest met 50 g glucose
wordt uitgevoerd rond 24w zwangerschap. Bij een afwijkend resultaat volgt orale
glucosetolerantietest (OGTT)
Fundushoogte => monitoren van foetale groei
Foetale beweging (vanaf 24w bevragen) => is niet echt een klinisch onderzoek, maar
anamnese
3. Bij welke risicofactoren moeten er mogelijks bijkomend maatregels genomen
worden of doorverwezen worden in het tweede trimester? => DM
Verminderde kindsbewegingen
Signalen van vroegtijdige ontsluiting
Klachten van pre-eclampsie, hoge bloeddruk, proteïnurie
Te hoge of te lage gewichtstoename in zwangerschap
, OG7 Tweede trimester
10/02/2025
Afwijkende harttonen
Afwijkende fundushoogte
Afwijkende labowaarden
Positieve suikertest
4. Hoe doe je een risicoselectie uit voor hypertensie (pre-eclampsie) (wat zeggen
de aanbevelingen)?
Men spreekt van hypertensie tijdens de zwangerschap bij bloeddrukwaarden > 140 mmHg
systolisch en/of > 90 mmHg diastolisch.
Milde hypertensie: 140-149/90-99 mmHg
Matig ernstige hypertensie: 150-159/100-109 mmHg
Ernstige hypertensie: ≥160/110 mmHg
Hypertensie: twee opeenvolgende metingen >90 mmHg diastolisch met interval van
minimum 4 uur of bij één meting >110 mmHg diastolisch. Bij twee opeenvolgende
metingen >160 mmHg systolisch met een interval van minstens 4 uur, moet
medicamenteuze behandeling overwogen worden.
Chronische hypertensie = hypertensie die aanwezig is bij aanvang van zwangerschap
Klassieke zwangerschapshypertensie = vanaf 20w + geen proteïnurie
Pre-eclampsie = significante proteïnurie (> 300mg eiwitten in urine/24u) => hypertensie,
hoofdpijn
Eclampsie = stuipen, coma
Pre-eclampsie kan ontwikkelen naar eclampsie
Alarmsignalen pre-eclampsie: hoofdpijn, lichtflitsen, erge pijn onder ribben, overgeven,
oedeem
Bij dipstick => 2 opeenvolgende resultaten van 2 plusjes met interval van min 4 uur =>
doorsturen voor 24u opsparen van urine (diagnose pre-eclampsie)
5. Hoe doe je een risicoselectie naar zwangerschapsdiabetes, enkel laagrisico (wat
zeggen de aanbevelingen)?
Risicofactoren: BMI>30, leeftijd > 40j, voorgeschiedenis zwangerschapsdiabetes,
familiale voorgeschiedenis diabetes type 2, kind met geboortegewicht >4.5kg,
vrouwen van Afrikaanse, Caraïbische, Zuid-Aziatische, Midden-Oosterse afkomst,
sterke gewichtstoename tijdens jong-volwassenheid, roken
10/02/2025
1. Hoe volgen we een laagrisicozwangerschap op in het tweede trimester?
a. Bespreek het zorgpad vanuit de DM en KCE (kort)
2. Welke klinische onderzoeken voer je uit bij een laagrisicozwangere in tweede
trimester en waarom?
Bloeddruk => opsporen zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie
(<140/90 mmHg, zeker dubbel checken met manuele bloeddrukmeter)
Foetaal hartritme (doppler) => vanaf 12w, CTG enkel bij hoogrisico of na verwachte
bevallingsdatum
Urinedipstick proteïne (altijd dubbel checken vanaf 20w) => opsporen pre-eclampsie
(kan vanaf 20w)
Bloedonderzoek
o Hb-bepaling: opsporing anemie zodat tijdige behandeling voor bevalling kan
worden gestart
o Screening op zwangerschapsdiabetes: glucosechallengetest met 50 g glucose
wordt uitgevoerd rond 24w zwangerschap. Bij een afwijkend resultaat volgt orale
glucosetolerantietest (OGTT)
Fundushoogte => monitoren van foetale groei
Foetale beweging (vanaf 24w bevragen) => is niet echt een klinisch onderzoek, maar
anamnese
3. Bij welke risicofactoren moeten er mogelijks bijkomend maatregels genomen
worden of doorverwezen worden in het tweede trimester? => DM
Verminderde kindsbewegingen
Signalen van vroegtijdige ontsluiting
Klachten van pre-eclampsie, hoge bloeddruk, proteïnurie
Te hoge of te lage gewichtstoename in zwangerschap
, OG7 Tweede trimester
10/02/2025
Afwijkende harttonen
Afwijkende fundushoogte
Afwijkende labowaarden
Positieve suikertest
4. Hoe doe je een risicoselectie uit voor hypertensie (pre-eclampsie) (wat zeggen
de aanbevelingen)?
Men spreekt van hypertensie tijdens de zwangerschap bij bloeddrukwaarden > 140 mmHg
systolisch en/of > 90 mmHg diastolisch.
Milde hypertensie: 140-149/90-99 mmHg
Matig ernstige hypertensie: 150-159/100-109 mmHg
Ernstige hypertensie: ≥160/110 mmHg
Hypertensie: twee opeenvolgende metingen >90 mmHg diastolisch met interval van
minimum 4 uur of bij één meting >110 mmHg diastolisch. Bij twee opeenvolgende
metingen >160 mmHg systolisch met een interval van minstens 4 uur, moet
medicamenteuze behandeling overwogen worden.
Chronische hypertensie = hypertensie die aanwezig is bij aanvang van zwangerschap
Klassieke zwangerschapshypertensie = vanaf 20w + geen proteïnurie
Pre-eclampsie = significante proteïnurie (> 300mg eiwitten in urine/24u) => hypertensie,
hoofdpijn
Eclampsie = stuipen, coma
Pre-eclampsie kan ontwikkelen naar eclampsie
Alarmsignalen pre-eclampsie: hoofdpijn, lichtflitsen, erge pijn onder ribben, overgeven,
oedeem
Bij dipstick => 2 opeenvolgende resultaten van 2 plusjes met interval van min 4 uur =>
doorsturen voor 24u opsparen van urine (diagnose pre-eclampsie)
5. Hoe doe je een risicoselectie naar zwangerschapsdiabetes, enkel laagrisico (wat
zeggen de aanbevelingen)?
Risicofactoren: BMI>30, leeftijd > 40j, voorgeschiedenis zwangerschapsdiabetes,
familiale voorgeschiedenis diabetes type 2, kind met geboortegewicht >4.5kg,
vrouwen van Afrikaanse, Caraïbische, Zuid-Aziatische, Midden-Oosterse afkomst,
sterke gewichtstoename tijdens jong-volwassenheid, roken