Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

Uitgebreide hoorcollege. aantekeningen van hoorcollege 7 + stof uit het boek (zelf voor het tentamen een 9 gehaald)

Note
-
Vendu
-
Pages
18
Publié le
25-06-2025
Écrit en
2024/2025

College nagenoeg woord voor woord overgenomen en aangevuld met stof uit het boek + secundair voorgeschreven literatuur

Établissement
Cours










Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
25 juin 2025
Nombre de pages
18
Écrit en
2024/2025
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Prof. mr. dr. c.m.d.s. (charlotte) pavillon
Contient
Hoorcollege 7

Sujets

Aperçu du contenu

Hoorcollege 7 – causaliteit en schadebegroting deel 1

1 Inleiding
We gaan vandaag beginnen met de schadebegroting en de instap daarvan is het leerstuk over causaliteit. Het causaal
verband staat namelijk met het ene been in de begrotingsfase en met het andere been in de begrotingsfase.

NB Je moet de causaliteitsvraag daarom zien als een dubbele zeef zien, omdat hij in beide fases een rol speelt.

Het causaal verband wordt ook het conditio sine qua non verband genoemd. Bij deze stap ga je de schadeveroorzakende
gedraging wegdenken. Hoe moeten we dat voor ons zien?

Persoon A trapt een bal door de ruit van persoon B. Om het conditio sine qua non verband aan te tonen moeten we deze gedraging
wegdenken en ons afvragen of het raam nog steeds intact zou zijn.
Hetzelfde geldt voor persoon A die persoon B met een auto aanrijdt. We stellen ons de situatie voor dat er geen aanrijding heeft
plaatsgevonden en vragen ons dan af of persoon B nog steeds in goede gezondheid zou zijn.

De gebeurtenis wordt weggedacht om te kijken of zonder de gedraging schade zou zijn ontstaan. Als dat zo is, dan is
er geen causaal verband en dan is er ook GEEN aansprakelijkheid. Indien de schade niet zou zijn ontstaan bij het
wegdenken van de gedraging, dan is er WEL sprake van een causaal verband.

Het bewijzen van het conditio sine qua non verband heeft daarom ook wat voeten in de aarde voor een benadeelde. We
moeten ons realiseren dat de schade vaak al is ontstaan, voordat de aansprakelijkheidsstelling vaststaat. Omdat de
benadeelde stelt dat hij schade heeft geleden, zal hij ook moeten bewijzen dat de barst in het raam door de voetbal is
gekomen. Immers wie stelt, die bewijst (zie art. 150 Rv).

Bij mijnbouwschade is dit vaak lastig. Huizen kunnen namelijk in slechte staat of oud zijn. Is de schade dan ontstaan door de
aardbeving of door de staat van de huizen zelf?

We gaan dan ook zien op welke manieren de benadeelde tegemoet kan worden gekomen met het bewijs. We gaan
manieren leren waarmee we de bewijslast kunnen omdraaien of verzachten.

2 Het conditio sine qua non verband
Zoals gezegd is de causaliteit tweeledig. De vraag of sprake is van een conditio sine qua non verband (de eerste zeef) vindt
plaats tijdens fase 1. Binnen deze zeef zijn er mogelijke tegemoetkomingen voor de benadeelde, zoals:
a. de omkeringsregel;
b. alternatieve causaliteit;
c. proportionele aansprakelijkheid;
d. groepsaansprakelijkheid.

NB Wat deze tegemoetkomingen inhouden, gaan we straks behandelen.

Tijdens de tweede zeef is eigenlijk minder behoefte aan tegemoetkoming voor de benadeelde. Waarom? Hiervoor kijken
we naar art. 6:98 BW, waarin de toerekening naar redelijkheid is geregeld. Als je eenmaal door het luikje bent van het
csqn (dus je hebt vastgesteld dat er een verband bestaat tussen de onrechtmatige gedraging en de geleden schade), dan rijst
de vraag welke schade precies aan de gebeurtenis kan worden toegerekend.

Als je een kapot raam hebt, dan is de schade op zich wel duidelijk.
Hoe zit het met de aanrijding die persoon A heeft veroorzaakt? Stel dat door de aanrijding persoon B psychische klachten
ontwikkelt en hierdoor zijn baan verliest. Later wordt persoon B ook nog verlaten door zijn partner en dientengevolge gaat
persoon B het verkeerde pad op.
Hoe ver kan die causale keten doorgaan?
Kan iemand die slachtoffer is geworden van persoon B zijn criminele activiteiten zijn schade verhalen op persoon A die het auto
ongeluk heeft veroorzaakt? Vallen al deze gebeurtenissen nog aan persoon A toe te rekenen?

Er zit natuurlijk ergens een grens. De toerekening naar redelijkheid in art. 6:98 BW geeft een aantal gezichtspunten waar
we naar kunnen kijken. Aan de hand van deze gezichtspunten kunnen we vaststellen welke schade kan worden
toegerekend aan de gebeurtenis. Dat is de kwestie van schade begroten.

Dan gaan we de schade onderverdelen in allemaal schadeposten en per post gaan we beoordelen of dit kan worden
toegerekend aan de gebeurtenis. Met andere woorden, bestaat er een voldoende causaal verband?



1

, Waar de csqn een alles of niets bepaling is en bepaalt dat hup alle schade in theorie vergoedbaar is, kijkt art. 6:98 BW kritisch naar
de omvang van de schade en bepaalt welke schadepost wel of niet in aanmerking komt voor vergoeding. De werking van
art. 6:98 BW bespreken we tijdens hoorcollege 10.
Zoals tijdens het eerste college van dit vak al is aangegeven, hoef je bij de vestiging van de aansprakelijkheid nog NIET
naar omvang van de schade te kijken. We hoeven enkel aannemelijk te maken of er schade is geleden.

NB Net is gezegd dat het csqn-verband een alles of niet bepaling is, maar de docent geeft een kanttekening. In de
rechtspraak zijn er namelijk mechanismen ontwikkelt waarin dit wat genuanceerder ligt.

In de praktijk kan het namelijk nog wel voorkomen dat het bewijs niet helemaal dicht is of er bestaat niet voldoende
zekerheid over het csqn-verband. Dan is een alles of niets bepaling best pijnlijk voor zowel het slachtoffer als voor de
veroorzaker. Daarom is er ook een meer normatieve benadering, zoals:
a. de proportionele aansprakelijkheid (wordt ook wel de statistische aansprakelijkheid genoemd); en
b. de groepsaansprakelijkheid.

In de literatuur is er veel discussie over of relativiteit. Het is een onduidelijk leerstuk met weinig gezichtspunten en je moet
gaan kijken wat de strekking van de norm is; heeft die norm tot doel de persoon te beschermen? Hiervoor wordt vaak
teruggegrepen op parlementaire geschiedenis uit de 19e eeuw; dit werkt niet altijd goed.

Een belangrijke zaak die we moeten leren is het Steelpannetje arrest van de Hoge Raad. We zien dat deze zaak vooral
draaide om de motivering; heeft het Hof zich voldoende gemotiveerd. De Hoge Raad als cassatierechter gaat de feiten
immers niet waarderen. Wat is er gebeurd in deze zaak?

Een huurster was aan het koken en had verschillende pannen op het vuur staan met vlees, groente, aardappelen en jus. Op enig
moment verlaat zij tijdens het koken de keuken. Er ontstaat brand in de keuken en het hele pand brandt tot de grond af. De
eigenaar van het appartementencomplex spreekt de huurster aan tot vergoeding van de schade.
Wat is dan de onrechtmatige daad? De huurster heeft onzorgvuldig gehandeld door de ruimte te verlaten, terwijl zij het
gevaar zelf heeft gecreëerd. Ze heeft de pannen op het vuur gelaten, zonder voorzorgmaatregelen te nemen. We kunnen hier
heel mooi Kelderluiken. Op het moment dat je weggaat uit een keuken, terwijl er pannen op het vuur staan dan creëer je een
gevaar. Er is niet gehandeld in overeenstemming met de maatschappelijke betamelijkheid.

Dan is de vraag of de schade, zijnde zaakschade (er is gelukkig niemand gewond geraakt) in causaal verband staat met het
onrechtmatig handelen van de verhuurster. Is er sprake van een csqn-verband?

Er zouden best wel eens andere oorzaken denkbaar kunnen zijn die niet voor rekening komen van de verhuurster.
Denk aan een defecte meterkast of een gebrekkige gasleiding. Stel dat hier iets mis mee is, dan is de bezitter
aansprakelijk.

Het Hof stelt dat het csqn-verband niet aangenomen kan worden, omdat het niet absolute zekerheid bestaat dat de
brandschade is ontstaan door het brandje in de keuken. De Hoge Raad is het hier NIET mee eens:
De Hoge Raad stelt dat er is GEEN absolute zekerheid nodig is om het csqn-verband vast te stellen. De lat ligt
hoog, maar is niet absoluut. Er moet een redelijke mate van waarschijnlijkheid worden aangetoond.

De eigenaar van het pand heeft de volgende omstandigheden aangevoerd:
Bij de beoordeling van het middel dienen, mede in het licht van hetgeen het hof heeft overwogen naar aanleiding van het rapport van de
deskundige, de volgende omstandigheden in aanmerking te worden genomen:
a. het gaat hier om een brand die in de keuken is ontstaan;
b. [verweerster] was in die keuken eten aan het koken toen zij het huis verliet;
c. er bestaat geen discussie over de juistheid van de bevinding van onderzoeker [A] dat drie gaskranen (deels) openstonden;
d. volgens de door het hof benoemde deskundige is de meest aannemelijke oorzaak van de brand dat de vlam is geslagen in een pan
met jus, vet of olie (waaraan hij nog heeft toegevoegd dat hiervan evengoed sprake kan zijn geweest in een pan met groente);
e. de deskundige heeft opgemerkt dat een andere oorzaak van de brand niet geheel kan worden uitgesloten (zie 2.4 Concl. A-G, CP),
maar blijkens zijn rapport ontbreken concrete aanwijzingen voor een andere oorzaak en bevat het rapport van deskundige
(c) dienaangaande slechts aannames.

Met de omstandigheden die zijn aangedragen door de eigenaar heeft hij een redelijke mate van waarschijnlijkheid
aangetoond (en dat is de norm van het csqn-verband).

We zien dus dat er in de praktijk heel gedetailleerd te werk wordt gegaan. Vooral het feit dat hoewel het niet kan worden
uitgesloten dat er een andere oorzaak is geweest, zijn er volgens het rapport geen aanwijzingen voor een andere oorzaak. De
andere mogelijkheden die door verweerster zijn gesteld zijn slechts aannames.

Conclusie: De Hoge Raad vindt het onbegrijpelijk hoe het hof de lat te hoog legt. Voor het aannemen van het csqn
verband hoeft er NIET sprake te zijn van een absolute zekerheid. Een redelijke mate van

2

, waarschijnlijkheid moet worden aangetoond. De feiten die zijn bewezen in de zaak geven deze redelijke
mate van waarschijnlijkheid ook weer.




3
€6,49
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
rutgergvo

Document également disponible en groupe

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
rutgergvo Rijksuniversiteit Groningen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
5 année
Nombre de followers
0
Documents
7
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions