H1 – Het boekhoudmodel, deel 1
1.1 Beginbalans
Balans = overzicht waarop de bezittingen, schulden en EV zijn vermeld per een bepaald moment.
Vaak weergeven in scontrovorm: links de bezittingen (debet) en rechts schulden en EV (credit). Ook
mogelijk in staffelvorm: verticale opstelling.
De balans is altijd in evenwicht, dus: bezittingen = eigen vermogen + schulden.
1.2 Financiële feiten
Financiële feiten = transacties die van invloed zijn op balansposten (veroorzaken wijzigingen in de
balans). Bijvoorbeeld:
Op 2 januari per kas de huur over januari betaald à €1.400. Wijziging: kasgeld neemt als met €1.400
en eigen vermogen neemt af met €1.400.
Op 6 januari goederen ingekocht voor €40.000. Goederen en inkoopfactuur zijn ontvangen. Wijziging:
voorraad goederen neemt toe met €40.000 en crediteuren neemt toe met €40.000.
Op 15 januari verkocht, gefactureerd en afgeleverd goederen voor €19.000. Inkoopwaarde bedraagt
€16.000. Wijziging: debiteuren neemt toe met €19.000, voorraad goederen neemt af met €16.000 en
het eigen vermogen neemt toe met €3.000.
Op 19 januari voor privé uit de kas genomen €1.000. Wijziging: kas neemt af met €1.000 en eigen
vermogen neemt af met €1.000.
Op 31 januari wordt (maandelijks) €750 afgeschreven op gebouwen en €900 op inventaris. Wijziging:
gebouw neemt af met €750 en inventaris met €900, eigen vermogen neemt af met €1.650.
(Staat bank aan debetzijde, dan is er een positief saldo. Staat bank aan creditzijde, dan is er een
negatief saldo).
Deze feiten kunnen onderverdeeld worden in:
Feiten die geen wijziging in het eigen vermogen veroorzaken
Feiten waarbij het EV wijzigt i.v.m. de bedrijfsuitoefening
Feiten waarbij het EV wijzigt i.v.m. privéopnamen of privéstortingen
1.3 Grootboek
Grootboek = een registratiesysteem waarbij voor elke post op de balans in een afzonderlijk overzicht
de debet- en creditwijzigingen per financieel feit worden vastgelegd elk overzicht is een
grootboekrekening. De rekeningen in het grootboek worden onderverdeeld in:
- rekeningen van bezit: bijv. gebouwen, voorraad goederen, debiteuren, kas
- rekeningen van schuld: bijv. hypothecaire lening o/g (opgenomen geld), crediteuren
- rekeningen van eigen vermogen: eigen vermogen.
1.4 Openen grootboek
De rekeningen in het grootboek worden aan het begin van de periode geopend: beginstand wordt
genoteerd (deze bedragen worden overgenomen van de beginbalans). Het wordt als volgt geopend:
- rekening van bezit wordt geopend aan debetzijde
- rekening van schuld wordt geopend aan creditzijde
- rekening van eigen vermogen wordt geopend aan creditzijde
Nadat alle grootboekrekeningen zijn geopend, is het totaal van bedragen debet gelijk aan het totaal
van bedragen credit (in evenwicht).
1