EXAMEN: assessment:
HCO: assessment en interventie
Leerdoelen:
Je geeft een omschrijving van de soorten diagnostiek.
Je hebt kennis van de handelingsgerichte diagnostiek
Je duidt het belang van meten bij kinderen
Je geeft een overzicht van meetinstrumenten die voor een welbepaald onderzoek
kunnen gebruikt worden en kan je keuze motiveren
Je beschrijft de diagnostische cyclus
Je interpreteert een score in klinisch, subklinisch, zwak, leeftijdsadequaat
Je hebt kennis van het ICFCY classificatie en gebruikt dit bij de beschrijving van
het handelen van een kind
Je hebt kennis van het PEO model en past dit toe bij de beeldvorming van een
kind
Je ontwikkelt een handelingsgerichte interventie op maat voor een kind met
handelingsproblemen
Soorten diagnostiek:
§ Diagnostisch doel:
§ Om te achterhalen wat er precies aan de hand is
§ Evaluatief doel:
§ Om de beoordelen hoe goed iets werkt
§ Prognostisch doel:
§ Om te voorspellen wat er in de toekomst waarschijnlijk zal
gebeuren
Het verschil tussen screening en diagnostisch onderzoek:
Screening: Diagnostisch onderzoek:
- Doel: vroegtijdige - Dieper onderzoek om vast te
opsporing van mogelijke stellen of er effectief spraken
stoornissen, ze gaan op is van een stoornis.
zoek naar aanwijzingen
voor een bepaalde
stoornis.
- Ouders, leerkrachten,
zorgcoördinator vullen
checklists in
- Screening wijst enkel op een
vermoeden en geeft aan of er
verder diagnostisch
onderzoek nodig is.
, • Onderkennende diagnostiek:
= gericht op het vastellen wat het probleem is
• DSM-5
• ICD-10
• Verklarende diagnostiek
= gericht op wat is de oorzaak van het probleem
zoekt verklaringen op neuropsychologisch vlak, op cognitief vlak
complex: er kunnne veel factoren zorgen voor het ontstaan van een
aandoening
• ICFC-Y
• Indicerende diagnostiek of handelingsgerichte diagnostiek
= richt zich op hoe het kind en de omgeving met het probleem kunnen
omgaan
geven aanbevelingen voor hulp en ondersteuning op maat
combinatie van onderkennende en verklarende diagnostiek
• HGD met adviezen en tips
• ICFC-Y
Screening: Assessment:
- Informatie verzamelen van - Informatie verzamelen van 1
een groep persoon
Vb: leerlingvolgsysteem - Vb: Motorische test Peabody
je kan daarna de uitkomst
van de test verglijken met
leeftijdsgenoten
- Je hebt veel meer exacte
gegevens
PEO – model:
= PERSON- ENVIRONMENT-OCCUPATION
- PEO biedt een theoretisch kader om het handelen van het kind te
analyseren in interactie met de omgeving
- Handelen staat centraal, helpt handelingsproblemen te analyseren
en de interventies op te volgen en te evalueren
HCO: assessment en interventie
Leerdoelen:
Je geeft een omschrijving van de soorten diagnostiek.
Je hebt kennis van de handelingsgerichte diagnostiek
Je duidt het belang van meten bij kinderen
Je geeft een overzicht van meetinstrumenten die voor een welbepaald onderzoek
kunnen gebruikt worden en kan je keuze motiveren
Je beschrijft de diagnostische cyclus
Je interpreteert een score in klinisch, subklinisch, zwak, leeftijdsadequaat
Je hebt kennis van het ICFCY classificatie en gebruikt dit bij de beschrijving van
het handelen van een kind
Je hebt kennis van het PEO model en past dit toe bij de beeldvorming van een
kind
Je ontwikkelt een handelingsgerichte interventie op maat voor een kind met
handelingsproblemen
Soorten diagnostiek:
§ Diagnostisch doel:
§ Om te achterhalen wat er precies aan de hand is
§ Evaluatief doel:
§ Om de beoordelen hoe goed iets werkt
§ Prognostisch doel:
§ Om te voorspellen wat er in de toekomst waarschijnlijk zal
gebeuren
Het verschil tussen screening en diagnostisch onderzoek:
Screening: Diagnostisch onderzoek:
- Doel: vroegtijdige - Dieper onderzoek om vast te
opsporing van mogelijke stellen of er effectief spraken
stoornissen, ze gaan op is van een stoornis.
zoek naar aanwijzingen
voor een bepaalde
stoornis.
- Ouders, leerkrachten,
zorgcoördinator vullen
checklists in
- Screening wijst enkel op een
vermoeden en geeft aan of er
verder diagnostisch
onderzoek nodig is.
, • Onderkennende diagnostiek:
= gericht op het vastellen wat het probleem is
• DSM-5
• ICD-10
• Verklarende diagnostiek
= gericht op wat is de oorzaak van het probleem
zoekt verklaringen op neuropsychologisch vlak, op cognitief vlak
complex: er kunnne veel factoren zorgen voor het ontstaan van een
aandoening
• ICFC-Y
• Indicerende diagnostiek of handelingsgerichte diagnostiek
= richt zich op hoe het kind en de omgeving met het probleem kunnen
omgaan
geven aanbevelingen voor hulp en ondersteuning op maat
combinatie van onderkennende en verklarende diagnostiek
• HGD met adviezen en tips
• ICFC-Y
Screening: Assessment:
- Informatie verzamelen van - Informatie verzamelen van 1
een groep persoon
Vb: leerlingvolgsysteem - Vb: Motorische test Peabody
je kan daarna de uitkomst
van de test verglijken met
leeftijdsgenoten
- Je hebt veel meer exacte
gegevens
PEO – model:
= PERSON- ENVIRONMENT-OCCUPATION
- PEO biedt een theoretisch kader om het handelen van het kind te
analyseren in interactie met de omgeving
- Handelen staat centraal, helpt handelingsproblemen te analyseren
en de interventies op te volgen en te evalueren