HCO: interventies rekenen:
Leerdoelen:
• De verschillende visies op de behandeling van rekenstoornissen en de
ergotherapeutische interventies uitleggen.
• De voorbereidende rekenvaardigheden opsommen en beschrijven.
• Het belang van het getalbegrip uitleggen en getalbegrip definiëren.
• De verschillende soorten getalbeelden met hun materiaal beschrijven en
vergelijken.
• Het belang van het handelen in een rekentherapie kunnen beargumenteren.
• De verschillende visies op het behandelen van rekenstoornissen beschrijven en
stofferen met een voorbeeld.
• De structuur van een rekentherapie theoretisch en met zijn verschillende
onderdelen toepassen op een casus.
• De rekendidactische adviezen opsommen en verduidelijken met een voorbeeld
uit de therapie.
• Rekentechnieken toepassen en beschrijven in een stappenplan.
• Een overzicht geven van verschillende remediëringsprogramma’s,
rekentechnieken, websites en software en deze toepassen binnen een casus.
• De verschillende subtyperingen van dyscalculie beschrijven en een aangepaste
therapie ontwikkelen.
Signalen rekenstoornissen:
→ kinderen met dyscalculie hebben moeite met zelf de simpelste bewerkingen
• Problemen met tellen blijven aanhouden (Blijven tellen op vingers, traag tellen of
anders tellen.)
• Moeite met rekenafspraken en symbolen (zoals < >, ½, tiental = T).
• Moeilijkheden met automatiseren van basiskennis (tafelkennis, splitsen…
• Veel en steeds dezelfde fouten bij bewerkingen (procedurefouten).
• Traag rekenwerktempo, gebruiken onlogische of foutieve strategieën (vb: per 1
bijtellen)
• Problemen met oriëntatie in tijd en ruimte (kloklezen (grote en kleine wijzer) ,
tijdsduur inschatten, een plan lezen
• Moeilijkheden met zelfstandig leren en probleemoplossend denken.
• Zwak kortetermijngeheugen – vb: heben het moeilijk om bij hoofdrekenen
verschillende denkstappen na elkaar te onthouden.
• Zwakke metacognitie (denken over hun eigen denken) en laag zelfbeeld rond
rekenen.
• Problemen met meetkunde en metend rekenen (moeite met het inschatten van
afstanden, hoe groot is 1 m? moeite met hanteren van meetmateriaal).
• Geen gevoel voor hoeveelheden of schattend rekenen.
• Hebben moeite met de volgorde van getallen te onthouden. Welke getallen
komen ervoor? En welke getallen komen erna?
• Moeite met getallen spiltsen en de brug maken
• Lage motivatie en concentratie bij rekentaken.
,Signalen die je als kleuter vertoond, die zouden kunnen wijzen op dyscalculie:
- Moeite met tellen: het tellen geraakt niet vlot geautomatiseerd en de kleuter
begrijpt niet goed wat de getallen betekenen (geen getalbegrip).
- Beperkt ruimtelijk inzicht: bijvoorbeeld moeite met bouwen of puzzelen (al
geldt dit niet voor alle kinderen).
- Taalmoeilijkheden: sommige kleuters met dyscalculie hebben ook problemen
met taal (maar dit is niet altijd het geval).
- Zwakke gecijferdheid: het kind begrijpt basisbegrippen niet goed, zoals "Wat is
5?" of "Wat is evenveel?".
• Handelingsgericht leren: actief leren door te doen.
• Cognitieve ontwikkeling: stapsgewijs inzicht opbouwen.
• Embodied cognition: leren via ervaringen met het lichaam en de omgeving.
Evolutie in het rekenonderwijs:
Mechanistische stroming:
Structuralistische stroming:
Abstract denken stond centraal
Veel aandacht voor formules, symbolen, algebra
Minder aandacht voor de praktische toepassing van rekenen in het dagelijks
leven
Realistisch rekenonderwijs:
Vertrekt vanuit realistische, betekenisvolle problemen
Zelfontdekkend rekenen staat centraal
Veel aandacht voor hoofdrekenen, schattend rekenen, rekenen met een
zakrekenmachine en toepssingen van rekenen in een realistisch context
De rekenboeken staan vol met prentjes en tekeningen en is heel kleurijk
Gevolgen voor kinderen met rekenstoornissen:
- Kinderen met rekenstoonissen hebben meer structuur, herhaling en duidelijke
strategieën nodig
- Ze hebben Moeilijkheden met schattend rekenen en het leggen van verbanden
- Realistisch rekenen is zinvol, maar lastiger voor deze doegroep zinder begleiding
wiskunde nu:
- Getallenkennis (*)
- Bewerkingen
- Meten en metend rekenen
- Meetkunde
- Contextrijke toepassingen
(*) Getallekennis
1e leerjaar:20
, 2e leerjaar:100
3e leerjaar:1000
4e leerjaar:Kommagetallen
5E leerjaar: Rekenmachine gebruiken
6e leerjaar: rekenen met miljoenen
Domein overschrijdende doelen:
1. Wiskundige problemen oplossen
2. Wiskundige leertaken oplossen
3. Leren communiceren over wiskunde
- De eindtermen voor wiskunde lagere school.
= minimale doelen die alle kinderen op het einde van de lagere school moeten
bereiken
- Voor kleuters zijn er geen eindtermen, maar wel ontwikkelingsdoelen
→ in 1998 werden de eindtermen van wiskunde in de basisschool vernieuwd, in 2020
werden ze nogmaals vernieuwd en omgezet in ZILL- doelen voor het katholie onderwijs
Voorbereidende rekenvaardigheden:
= prénumerische vaardigheden
Piaget 1952:
2 kernvoorwaarden:
- classificatie
- seriatie
2 psychologische voorwaarden:
- conservatie
- correspondentie
, Om tot getallenbgerip te komen, heb je heel wat voorbereiding nodig:
- conservatie
- coresspondentie
o classificatie
o seriatie
- tellen
o kardinatie
o ordinatie
Classificatie:
- groeperen, sorteren of verzamelen van elementen op basis van 1 of meer
eigenschappen
- voor het opbouwen van kardinale getallen: 1, 2, 3…
- voorbeeld: alle rode ballen bij elkaar leggen
Dit is een voorbeeld van classificatie
- vb: verzamel alle kabouters met
een rode muts
Seriatie:
- dingen op een rijtje zetten
- je verglijkt dingen met elkaar en zet ze dan op volgorde
- voor het opbouwen van ordinale getallen: eerste, tweede, derde…