Constructie 2
1. herhaling constructie 1
A. duurzaam bouwen
− Circulaire economie (hergebruik/verlenging gebruiksleven)
− Form follows availability (conventioneel ontwerp <-> ontwerp via hergebruik)
− De lagen van een gebouw: site – structuur – skin – services – space plan – stuff
B. verticaal: massiefbouw
Gesteente:
− Natuursteen = gesteente dat van nature voorkomt en dat na een eventuele bewerking,
geschikt is als bouwmateriaal (in tegenstelling tot ‘kunststeen’ zoals baksteen)
o Stollingsgesteente = door stolling van magma/lava: o.a. graniet en basalt
o Afzettingsgesteente = door bezinken van deeltjes of neerslaan van mineralen uit
water of een ander fluidum: o.a. kalksteen, zandsteen en tuffen, schalie, kleisteen
o Metamorfe gesteente = gevormd onder druk/temperatuur gevormd: o.a. marmer,
leisteen
− Adobe = bouwmateriaal dat bestaat uit silicaathoudend zand, water, klei en organische
materialen zoals stro en mest. Het mengsel wordt in een mal gestampt en door de zon
gedroogd.
− Leemsteen = gelijkaardig aan adobe zonder organische stoffen, in handvorm of geperst
− Baksteen = uit klei gevormde en door bakken verharde stenen, gebruikt voor het uitvoeren
van metselwerk
Principes:
− Kimblok
− Dragende muren die niet boven elkaar staan, worden gedragen door een betonbalk of een
staalprofiel
− Dwarse stabiliteit bekomen door massa, steunberen, geometrie in het plan & ontdubbeling
met verwijdering
− Samenstelling gewapend beton: betonspecie = grove toeslagstoffen, fijne toeslagstoffen,
cement, water & eventuele hulpstoffen maken na verharding beton
C. verticaal: houtbouw
− Houtskeletbouw: draagstructuur bestaande uit verticale stijlen, die op regelmatige afstanden
van elkaar worden geplaatst, en uit horizontale regels waarop windverbandpalen worden
bevestigd.
− Palen-balkensysteem: structuur van verticale palen en horizontale balken die ene groot en
regelmatig raster vormt en door windverbanden wordt gestabiliseerd. De binnen- en
buitenmuren zijn niet dragend en worden vrij geplaatst.
− Massiefbouw: geprofileerde balken of rondhout, ineengrijpend op elkaar geplaatst om de
draagwanden te vormen.
− Massieve houtplaten: grote structurele houtplaten die de muren, vloeren en daken
(gebouwschil) vormen
− Soorten hout:
, o Massief (gezaagd) hout
o Gelamelleerd hout (GL)
o Laminated veneer lumber (LVL)
o I-vormige samengestelde secties
o Cross laminated timber (CLT)
D. verticaal: skeletbouw
Algemeen principe:
− plan libre
− dwarse stabiliteit bekomen door windverbanden
− staalskelet:
− betonskelet in situ:
− betonskelet in prefab:
E. horizontaal: vloeren
− houten roosteringen/moer- en kinderbalken
− massieve vloeren met CLT
− ter plaatse gestorte betonplaat (alle vormen die bekist kunnen worden)
− balkenvloer/cassettevloer
− paddenstoelvloer (oplossings ponsproblemen)
− breedplaatvloer (prédal)
− weefsels (kanaalplaten)
− TT-vloeren
− Potten en balken
, − Staalbalkenvloer
− Steeldeck
− Samengestelde staaldaken
− Hout + beton: HBV vloerelement
− Staal + beton: staalprofiel met een betonnen druktafel
− Hout + staal + beton: houten balken versterkt met opgeschroefde stalen zwaluwstaartplaat
waarover een druklaag in kifbeton wordt gestort.
F. hellende daken
Spatkrachten: nokbalk
Spantjesdak: onderdelen
Ringbalk en muurplaat:
Gordingendak en steunmuren:
, Grordingendak op spanten: “dakstoel”
Hoofdspanten:
Tengellatten en panlatten:
Basisdetails:
1. herhaling constructie 1
A. duurzaam bouwen
− Circulaire economie (hergebruik/verlenging gebruiksleven)
− Form follows availability (conventioneel ontwerp <-> ontwerp via hergebruik)
− De lagen van een gebouw: site – structuur – skin – services – space plan – stuff
B. verticaal: massiefbouw
Gesteente:
− Natuursteen = gesteente dat van nature voorkomt en dat na een eventuele bewerking,
geschikt is als bouwmateriaal (in tegenstelling tot ‘kunststeen’ zoals baksteen)
o Stollingsgesteente = door stolling van magma/lava: o.a. graniet en basalt
o Afzettingsgesteente = door bezinken van deeltjes of neerslaan van mineralen uit
water of een ander fluidum: o.a. kalksteen, zandsteen en tuffen, schalie, kleisteen
o Metamorfe gesteente = gevormd onder druk/temperatuur gevormd: o.a. marmer,
leisteen
− Adobe = bouwmateriaal dat bestaat uit silicaathoudend zand, water, klei en organische
materialen zoals stro en mest. Het mengsel wordt in een mal gestampt en door de zon
gedroogd.
− Leemsteen = gelijkaardig aan adobe zonder organische stoffen, in handvorm of geperst
− Baksteen = uit klei gevormde en door bakken verharde stenen, gebruikt voor het uitvoeren
van metselwerk
Principes:
− Kimblok
− Dragende muren die niet boven elkaar staan, worden gedragen door een betonbalk of een
staalprofiel
− Dwarse stabiliteit bekomen door massa, steunberen, geometrie in het plan & ontdubbeling
met verwijdering
− Samenstelling gewapend beton: betonspecie = grove toeslagstoffen, fijne toeslagstoffen,
cement, water & eventuele hulpstoffen maken na verharding beton
C. verticaal: houtbouw
− Houtskeletbouw: draagstructuur bestaande uit verticale stijlen, die op regelmatige afstanden
van elkaar worden geplaatst, en uit horizontale regels waarop windverbandpalen worden
bevestigd.
− Palen-balkensysteem: structuur van verticale palen en horizontale balken die ene groot en
regelmatig raster vormt en door windverbanden wordt gestabiliseerd. De binnen- en
buitenmuren zijn niet dragend en worden vrij geplaatst.
− Massiefbouw: geprofileerde balken of rondhout, ineengrijpend op elkaar geplaatst om de
draagwanden te vormen.
− Massieve houtplaten: grote structurele houtplaten die de muren, vloeren en daken
(gebouwschil) vormen
− Soorten hout:
, o Massief (gezaagd) hout
o Gelamelleerd hout (GL)
o Laminated veneer lumber (LVL)
o I-vormige samengestelde secties
o Cross laminated timber (CLT)
D. verticaal: skeletbouw
Algemeen principe:
− plan libre
− dwarse stabiliteit bekomen door windverbanden
− staalskelet:
− betonskelet in situ:
− betonskelet in prefab:
E. horizontaal: vloeren
− houten roosteringen/moer- en kinderbalken
− massieve vloeren met CLT
− ter plaatse gestorte betonplaat (alle vormen die bekist kunnen worden)
− balkenvloer/cassettevloer
− paddenstoelvloer (oplossings ponsproblemen)
− breedplaatvloer (prédal)
− weefsels (kanaalplaten)
− TT-vloeren
− Potten en balken
, − Staalbalkenvloer
− Steeldeck
− Samengestelde staaldaken
− Hout + beton: HBV vloerelement
− Staal + beton: staalprofiel met een betonnen druktafel
− Hout + staal + beton: houten balken versterkt met opgeschroefde stalen zwaluwstaartplaat
waarover een druklaag in kifbeton wordt gestort.
F. hellende daken
Spatkrachten: nokbalk
Spantjesdak: onderdelen
Ringbalk en muurplaat:
Gordingendak en steunmuren:
, Grordingendak op spanten: “dakstoel”
Hoofdspanten:
Tengellatten en panlatten:
Basisdetails: