1. Abell & Hammond-diagram: Geeft het werkgebied van een bedrijf weer op basis van
afnemersbehoeften, afnemersgroepen en alternatieve oplossingen.
2. Behoefte: Idee van een ervaren tekort van een individu. (Probleem)
3. Consumer-generated marketing: Consumenten betrekken bij merkcreatie.
4. Customer lifetime value: Totale verwachte aankopen van een klant gedurende de relatie.
5. Customer relationship management (CRM): Totale proces van opbouwen en
onderhouden van rendabele klantrelaties door klantentevredenheid te creëren van superieure
waardecreatie voor de klanten.
6. Customer value delivery system: Samenwerking tussen bedrijf, leveranciers en
distributeurs om klantwaarde te leveren.
7. Customer-engagement marketing: Betrekken van klanten bij het merk.
8. Customer equity: Som van CLV van alle huidige en potentiële klanten van het bedrijf.
9. Externe analyse: Onderzoek naar markt, concurrentie, bedrijfs- en economische omgeving
om kansen en bedreigingen te bepalen.
10. Gepercipieerde klantwaarde: Waardeverschil volgens de klant tussen alle voordelen en
kosten van een marktaanbod vergeleken met een concurrerend aanbod.
11. Implementatie marketingplan: Uitvoering van strategie en tacktiek naar daden om doelen
te bereiken.
12. Interne analyse: Onderzoek van sterke en zwakke punten binnen het bedrijf.
13. Klantaandeel: Het aandeel van klantbestedingen van één bedrijf binnen één bepaalde
product- of dienstencategorie.
14. Klanttevredenheid: Mate waarin productprestaties verwachtingen voldoen.
15. Maatschappelijk marketingconcept: focus op klantbehoeften in te vullen op een manier
dat het maatschappelijk en het consumentenwelzijn geheel in stand houdt en verbeterd.
16. Markt: Alle potentiële en werkelijke afnemers van een product of dienst.
17. Marketing: Waarde creëren voor klanten door sterke klantenrelaties op te bouwen.
18. Marketing accountability: Effecten van marketinginspanningen aantonen.
19. Marketingaanbod: Combinatie van goederen, diensten, informatie en/of ervaringen om
behoeften of wensen te bevredigen.
20. Marketingconcept: Focus op ef ciënter en doelmatiger dan concurrenten, klantbehoeften in
te vullen.
21. Marketingcontrole: Meten en beoordelen van marketingresultaten en indien nodig bijsturen
om marketingdoelstellingen te realiseren.
1
fi
, 22. Marketingmix: Combinatie van product, prijs, plaats en promotie. Waarop het bedrijf greep
heeft en deze in de juiste verhouding inzet om de gewenste respons bij de doelgroep op te
roepen.
23. Marketingmyopia: Te veel focus op het product en te weinig op klantbehoeften.
24. Missie: formulering van doelstelling en bestaansreden van een bedrijf.
25. Operationele controle: Controle of prestaties overeenkomen met plannen, met mogelijke
correcties. (bijsturing tacktiek )
26. Plaats: Alle activiteiten voor het beschikbaar stellen van product of dienst aan de klant.
27. Prijs: Ruilwaarde van een product of dienst, uitgedrukt in een rekeneenheid (meestal geld).
28. Product: Alles wat een behoefte of wens vervult en alles dat aangeboden kan worden voor
verkoop, gebruik of verbruik.
29. Product/marktcombinatie: Speci eke productgroep voor een bepaalde markt.
30. Productconcept: Focus op constante kwaliteit, prestatie en functionaliteitverbetering.
31. Productieconcept: Focus op ef ciënte productie en distributie voor lage kosten en brede
beschikbaarheid.
32. Promotie: Activiteiten om producten of diensten onder de aandacht te brengen en verkoop
te stimuleren.
33. Relatiemarketing: Proces van het opbouwen, onderhouden en verbeteren van sterke
klantrelaties.
34. Rendement marketinginvestering: Nettowinst gedeeld door marketinguitgaven.
35. Retentie: Mate waarin klanten herhaalaankopen doen.
36. Ruil: Handeling waarbij je iets verwerft, door zelf iets anders aan te bieden.
37. Strategic business unit (SBU): Zelfstandig opererend bedrijfsonderdeel met eigen strategie.
38. Strategische controle: Controle of strategie past bij interne en externe factoren. (bijsturing
strategie)
39. Strategisch plan: Aanpassingsstrategie van een bedrijf op basis van sterktes, zwaktes,
kansen en bedreigingen.
40. Transacties: Ruil met overeengekomen voorwaarden, plaats, tijd en ten minste 2 zaken van
waarde .
41. Verkoopconcept: Focus op verkoop en promotie.
42. Visie: Toekomstbeeld van het bedrijf.
43. Vraag: Wens ondersteund door koopkracht. (Actie)
2
fi fi