HOOFDSTUK 1: HET SKELET
1. KRAAKBEENWEEFSEL EN BEENWEEFSEL
1.1 SAMENSTELLING VAN KRAAKBEENWEEFSEL
1.1.1 WAT?
• Bestaat uit kraakbeencellen of chondrocyten
o In een matrix of chondrine (lijmstof)
• Omgeven door kraakbeenvlies of perichondrium
o Vlezig bindweefsel
• Geen bloedvaten + niet aangestuurd door zenuwcellen
• Voeding → gewrichtsvocht of synoviaal vocht
1.1.2 SOORTEN?
• Hyalien kraakbeen
o in het sternum
o Chondrocyten in matrix
• Vezelig kraakbeen
o In tussenwervelschijven
o Chondrocyten in matrix met daar collageen die zorgt voor elastischiteit
• Elastisch kraakbeen
o Oorschelp en puntje neus
o Chondrocyten in matrix met elastische vezels
1.2 FUNCTIES
• Elasticiteit of samendrukbaarheid
• Gladheid, botuiteinden vlot kunnen bewegen over elkaar
• Schokdempend vermogen
1.3 SAMENSTELLING BEE NWEEFSEL
1.3.1 WAT?
1.3.1.1 MACROSCOPISCHE BOUW
1. Epifyse (proximaal)
2. Metafyse
3. Diafyse
4. Metafyse
5. Epifyse (distaal)
6. Kraakbeen
7. Spongieus beenweefsel
8. Episifaire groeischijf
9. Rode beenmerg | 10. Compact beenweefsel | 11. Endosteum
12. Geel beenmerg | 13. Peristeum | 14. Arterie | 15. Kraakbeen
1
,1.3.1.2 MICROSCOPISCHE BOUW
1. Periosteum a) compact beenweefsel
2. Dwars kanaal
3. Centraal kanaal
4. Zenuwvezels, bloedvaten, lymfevaten
5. Compact beenweefsel
6. Concentrische lamellen
7. Osteon
8. Zenuwvezels, bloedvaten, lymfevaten
9. Trabeculae
10. Spongieus beenweefsel
1. Trabeculae b) spongieus beenweefsel
2. Endosteum
3. Concentrische lamellen
4. Osteocyten
5. Osteocyten
6. Osteoclasten
7. Osteoblasten
8. Lamellen
• Vier soorten cellen in beenweefsel aanwezig
o Stamcellen = in endo- en periosteum | hieruit
ontwikkelen osteoblasten
o Osteoblasten = niet-delende cellen | maken matrix aan
o Osteocyten = niet-delende cellen | maken concentratie aan mineralen
o Osteoclasten = meerkernige cellen | op oppervlak en breken matrix af
• Figuur 4: wisselwerking tussen osteoblasten en osteoclasten in functie van leeftijd
1.4 FUNCTIES VAN BEENWEEFSEL
• Bescherming weke organen (ogen, hersenen, hart, longen)
• Vormt aanhechting aan skeletspieren
• Staat, samen met skeletspieren, in voor beweging
• Opslagplaats mineralen (calcium, lood, radioactieve elementen)
• Bevat rood beenmerg: productie rode bloedcellen en deel witte en bloedplaatjes
• Bevat geel beenmerg: opslagplaats vet
2
, • Figuur 5: Ca2+ - - huishouding
• Figuur 6: invloeden op de Ca2+ -concentratie in het bloed
• Figuur 7: hormonale regeling van de Ca2+ -concentratie in het bloed
• Figuur 8: Vorming van vitamine D3
3
1. KRAAKBEENWEEFSEL EN BEENWEEFSEL
1.1 SAMENSTELLING VAN KRAAKBEENWEEFSEL
1.1.1 WAT?
• Bestaat uit kraakbeencellen of chondrocyten
o In een matrix of chondrine (lijmstof)
• Omgeven door kraakbeenvlies of perichondrium
o Vlezig bindweefsel
• Geen bloedvaten + niet aangestuurd door zenuwcellen
• Voeding → gewrichtsvocht of synoviaal vocht
1.1.2 SOORTEN?
• Hyalien kraakbeen
o in het sternum
o Chondrocyten in matrix
• Vezelig kraakbeen
o In tussenwervelschijven
o Chondrocyten in matrix met daar collageen die zorgt voor elastischiteit
• Elastisch kraakbeen
o Oorschelp en puntje neus
o Chondrocyten in matrix met elastische vezels
1.2 FUNCTIES
• Elasticiteit of samendrukbaarheid
• Gladheid, botuiteinden vlot kunnen bewegen over elkaar
• Schokdempend vermogen
1.3 SAMENSTELLING BEE NWEEFSEL
1.3.1 WAT?
1.3.1.1 MACROSCOPISCHE BOUW
1. Epifyse (proximaal)
2. Metafyse
3. Diafyse
4. Metafyse
5. Epifyse (distaal)
6. Kraakbeen
7. Spongieus beenweefsel
8. Episifaire groeischijf
9. Rode beenmerg | 10. Compact beenweefsel | 11. Endosteum
12. Geel beenmerg | 13. Peristeum | 14. Arterie | 15. Kraakbeen
1
,1.3.1.2 MICROSCOPISCHE BOUW
1. Periosteum a) compact beenweefsel
2. Dwars kanaal
3. Centraal kanaal
4. Zenuwvezels, bloedvaten, lymfevaten
5. Compact beenweefsel
6. Concentrische lamellen
7. Osteon
8. Zenuwvezels, bloedvaten, lymfevaten
9. Trabeculae
10. Spongieus beenweefsel
1. Trabeculae b) spongieus beenweefsel
2. Endosteum
3. Concentrische lamellen
4. Osteocyten
5. Osteocyten
6. Osteoclasten
7. Osteoblasten
8. Lamellen
• Vier soorten cellen in beenweefsel aanwezig
o Stamcellen = in endo- en periosteum | hieruit
ontwikkelen osteoblasten
o Osteoblasten = niet-delende cellen | maken matrix aan
o Osteocyten = niet-delende cellen | maken concentratie aan mineralen
o Osteoclasten = meerkernige cellen | op oppervlak en breken matrix af
• Figuur 4: wisselwerking tussen osteoblasten en osteoclasten in functie van leeftijd
1.4 FUNCTIES VAN BEENWEEFSEL
• Bescherming weke organen (ogen, hersenen, hart, longen)
• Vormt aanhechting aan skeletspieren
• Staat, samen met skeletspieren, in voor beweging
• Opslagplaats mineralen (calcium, lood, radioactieve elementen)
• Bevat rood beenmerg: productie rode bloedcellen en deel witte en bloedplaatjes
• Bevat geel beenmerg: opslagplaats vet
2
, • Figuur 5: Ca2+ - - huishouding
• Figuur 6: invloeden op de Ca2+ -concentratie in het bloed
• Figuur 7: hormonale regeling van de Ca2+ -concentratie in het bloed
• Figuur 8: Vorming van vitamine D3
3