OMGEVING EN BOUWRECHT: RUIMTELIJKE ORDENING
SEM 2 – MA ARCHITECTUUR - UA_2009FOWARC_2425
GUY VLOEBERGH
L1: 28/02 2
Inleiding ruimtelijke planning en planningssystemen, de totstandkoming van de wet 1962 (oude planfiguren)
en overgang naar decreet RO 1999 (nieuwe planfiguren) 2
L2: 07/03 12
Nieuwe planfiguren (structuurplanning en structuurplan, RUP, verordening en verkavelen) 12
L3: 14/03 23
Vergunningsaanvragen, attesten, handhaving, recente aanpassingen aan de VCRO via de zogenaamde
Codextrein, overzicht examen 23
VCRO 29
Examen 30
Samenvatting 31
Inleiding 31
Wet van 1962 31
Oude reguliere planfiguren 32
Nationaal plan 32
Steekplan 33
Gewestplannen 33
Algemeen plan van aanleg 34
Bijzonder plan van aanleg 34
Algemene aandachtspunten gewestplan, APA en BPA 35
Nieuwe planfiguren 37
Ruimtelijk structuurplan: 37
Ruimtelijk uitvoeringsplan: 38
Stedenbouwkundige verordening: 39
Verkaveling 40
Stedenbouwkundige vergunningsaanvraag 40
Vergunning 40
Melding 41
Attesten 41
Stedenbouwkundig attest 41
Planologisch attest 42
Codextrein 43
1
,Omgeving en bouwrecht: Ruimtelijke ordening – SEM 2
L1: 28/02
Inleiding ruimtelijke planning en planningssystemen, de totstandkoming van de wet
1962 (oude planfiguren) en overgang naar decreet RO 1999 (nieuwe planfiguren)
Examen – onbeschreven print VCRO meebrengen (zie L3)
Instrument = middel om een doel te bereiken – te realiseren
“Oude” reguliere planfiguren
• Nationaal plan
• Streekplan
• Gewestplan
• Algemeen plan van aanleg
• Bijzonder plan van aanleg
• Stedenbouwkundige verordening
• Onteigeningsplan
“Nieuwe” reguliere planfiguren
• Ruimtelijk structuurplan
• Ruimtelijk uitvoeringsplan
• Stedenbouwkundige verordening
WET 1962
> Gewestplan + Koninklijkbesluit (KB)
> Decreet VCRO
Vlaanderen: Urban sprawl
> Druk op landgebruik
Ruimtelijke ordening
= Het bewust ordenen v.d. ruimte voor ≠ (f) teneinde onverenigbare (f) te scheiden
en teneinde via een beheer van ≠ elementen de efficiëntie v.h. ruimtegebruik te
maximaliseren
> ≠ noden → onverenigbaarheden op eenzelfde terrein, maar ook op
aangrenzende terreinen → afweging maken ≠ ruimteclaims
> Ruimtelijke planning – vergunningenbeleid
Ordenen
2
, > 3 politieke niveaus – Centrale (federaal/Vlaams), provinciale en gemeentelijke
overheid
→ Vlaamse overheid: RO
→ Provinciale: plannen hun grondgebied
→ Gemeenten (lokale besturen): laagste planniveau
> RO steeds meer geïntegreerd karakter → rekening houden reglementering
VB. Milieubeleid, Natuurbehoud, Onroerend Erfgoed, …
VB. Milieu effecten rapport (MER)
Stedenbouwkundige verordening
= Wettelijke regeling die aanvullende voorschriften legt op de ruimtelijke ordening
voor een bepaald gebied. Deze voorschriften hebben betrekking op zaken als
bouwvoorschriften, waterhuishouding, toegankelijkheid en bewoonbaarheid
Vb. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Overzicht wetgevende initiatieven
1. Voor 1962 (Peter Janssens)
Geen allesomvattende wetgeving inzake RO
19de eeuw: Koning kon gemeenten toelaten te onteigenen
WOI en II: Plannen van aanleg om wederopbouw te structureren
2. Wet van 29 maart 1962 (Stedenbouwwet)
RO w ontworpen uit economische, sociaal en esthetisch oogpunt
→ Doel: lands natuurschoon ongeschonden te bewaren (Art1, 2e lid)
Voor het eerst = gebiedsdekkende ruimtelijke ordening ~ bestemmingsplannen
→ Plannen v. aanleg, procedure tot bekomen v. verkavelings- en
bouwvergunningen, onteigening, planschade, straf- en herstelmaatregelen
Wijziging plan → schade door opmaak plan ~ verschil waarde grond
→ Schadeclaim indienen tg overheid (→ financiële vergoeding)
Tegenovergestelde: planbaten (overheid heffing krijgen van eigenaar)
3. Wet van 22 december 1970
Wijzigingen, vooral m.b.t. verkavelingen (vervaltermijn v. 5j., etc.…)
Uitdrukkelijke verplichtingen voor de notaris w voor het eerst ingevoerd
4. KB van 28 december 1972 (!)
Inrichting en toepassingen v.d. ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen
= Indelen v.h. grondgebied en deze bestemming geven
3
, = Kleurcode → woongebieden, industriegebieden, dienstverlenende gebieden,
landelijke gebieden, recreatiegebieden, gebieden bestemd voor ander
grondgebruik
→ Pas mid ’70 werden gewestplannen opgemaakt (25)
→ Tot op vandaag determinerend RO en de stedenbouw
5. Staatshervorming van 1980
Wet 62 → naar gewestelijk niveau gebracht
Bleef van kracht, doch eigen wijzigingen en aanvullingen per gewest
6. Minidecreet van 28 juni 1984 en bijhorende reparatiedecreten
Gewestplannen en plannen van aanleg: te rigide of onvolkomen
→ Afwijkingsmogelijkheden voorzien die “de goede RO” niet mochten schaden
Wijzigingen = vergunning plichtig
Problematiek v.d. “zonevreemde gebouwen”
7. Decreet van 23 juni 1994
Afschaffen v.d. opvulregel
Striktere regeling ten aanzien v. zonevreemde gebouwen
→ Toont aan RO in golfbewegingen gaat (periode slecht – ingrijpen)
Oude planningscontext:
Groot
Nationaal plan – 1 plan voor heel België
/
Detailleren voor streken of regio’s van België
/
Streek detailleren voor gewesten
Heel het grondgebied van de gemeente
Stuk/deel v.h. grondgebied v.d. gemeente
Particulier – verkavelen
Particulier – bouwvergunning 1 perceel
Concreet
4
SEM 2 – MA ARCHITECTUUR - UA_2009FOWARC_2425
GUY VLOEBERGH
L1: 28/02 2
Inleiding ruimtelijke planning en planningssystemen, de totstandkoming van de wet 1962 (oude planfiguren)
en overgang naar decreet RO 1999 (nieuwe planfiguren) 2
L2: 07/03 12
Nieuwe planfiguren (structuurplanning en structuurplan, RUP, verordening en verkavelen) 12
L3: 14/03 23
Vergunningsaanvragen, attesten, handhaving, recente aanpassingen aan de VCRO via de zogenaamde
Codextrein, overzicht examen 23
VCRO 29
Examen 30
Samenvatting 31
Inleiding 31
Wet van 1962 31
Oude reguliere planfiguren 32
Nationaal plan 32
Steekplan 33
Gewestplannen 33
Algemeen plan van aanleg 34
Bijzonder plan van aanleg 34
Algemene aandachtspunten gewestplan, APA en BPA 35
Nieuwe planfiguren 37
Ruimtelijk structuurplan: 37
Ruimtelijk uitvoeringsplan: 38
Stedenbouwkundige verordening: 39
Verkaveling 40
Stedenbouwkundige vergunningsaanvraag 40
Vergunning 40
Melding 41
Attesten 41
Stedenbouwkundig attest 41
Planologisch attest 42
Codextrein 43
1
,Omgeving en bouwrecht: Ruimtelijke ordening – SEM 2
L1: 28/02
Inleiding ruimtelijke planning en planningssystemen, de totstandkoming van de wet
1962 (oude planfiguren) en overgang naar decreet RO 1999 (nieuwe planfiguren)
Examen – onbeschreven print VCRO meebrengen (zie L3)
Instrument = middel om een doel te bereiken – te realiseren
“Oude” reguliere planfiguren
• Nationaal plan
• Streekplan
• Gewestplan
• Algemeen plan van aanleg
• Bijzonder plan van aanleg
• Stedenbouwkundige verordening
• Onteigeningsplan
“Nieuwe” reguliere planfiguren
• Ruimtelijk structuurplan
• Ruimtelijk uitvoeringsplan
• Stedenbouwkundige verordening
WET 1962
> Gewestplan + Koninklijkbesluit (KB)
> Decreet VCRO
Vlaanderen: Urban sprawl
> Druk op landgebruik
Ruimtelijke ordening
= Het bewust ordenen v.d. ruimte voor ≠ (f) teneinde onverenigbare (f) te scheiden
en teneinde via een beheer van ≠ elementen de efficiëntie v.h. ruimtegebruik te
maximaliseren
> ≠ noden → onverenigbaarheden op eenzelfde terrein, maar ook op
aangrenzende terreinen → afweging maken ≠ ruimteclaims
> Ruimtelijke planning – vergunningenbeleid
Ordenen
2
, > 3 politieke niveaus – Centrale (federaal/Vlaams), provinciale en gemeentelijke
overheid
→ Vlaamse overheid: RO
→ Provinciale: plannen hun grondgebied
→ Gemeenten (lokale besturen): laagste planniveau
> RO steeds meer geïntegreerd karakter → rekening houden reglementering
VB. Milieubeleid, Natuurbehoud, Onroerend Erfgoed, …
VB. Milieu effecten rapport (MER)
Stedenbouwkundige verordening
= Wettelijke regeling die aanvullende voorschriften legt op de ruimtelijke ordening
voor een bepaald gebied. Deze voorschriften hebben betrekking op zaken als
bouwvoorschriften, waterhuishouding, toegankelijkheid en bewoonbaarheid
Vb. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Overzicht wetgevende initiatieven
1. Voor 1962 (Peter Janssens)
Geen allesomvattende wetgeving inzake RO
19de eeuw: Koning kon gemeenten toelaten te onteigenen
WOI en II: Plannen van aanleg om wederopbouw te structureren
2. Wet van 29 maart 1962 (Stedenbouwwet)
RO w ontworpen uit economische, sociaal en esthetisch oogpunt
→ Doel: lands natuurschoon ongeschonden te bewaren (Art1, 2e lid)
Voor het eerst = gebiedsdekkende ruimtelijke ordening ~ bestemmingsplannen
→ Plannen v. aanleg, procedure tot bekomen v. verkavelings- en
bouwvergunningen, onteigening, planschade, straf- en herstelmaatregelen
Wijziging plan → schade door opmaak plan ~ verschil waarde grond
→ Schadeclaim indienen tg overheid (→ financiële vergoeding)
Tegenovergestelde: planbaten (overheid heffing krijgen van eigenaar)
3. Wet van 22 december 1970
Wijzigingen, vooral m.b.t. verkavelingen (vervaltermijn v. 5j., etc.…)
Uitdrukkelijke verplichtingen voor de notaris w voor het eerst ingevoerd
4. KB van 28 december 1972 (!)
Inrichting en toepassingen v.d. ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen
= Indelen v.h. grondgebied en deze bestemming geven
3
, = Kleurcode → woongebieden, industriegebieden, dienstverlenende gebieden,
landelijke gebieden, recreatiegebieden, gebieden bestemd voor ander
grondgebruik
→ Pas mid ’70 werden gewestplannen opgemaakt (25)
→ Tot op vandaag determinerend RO en de stedenbouw
5. Staatshervorming van 1980
Wet 62 → naar gewestelijk niveau gebracht
Bleef van kracht, doch eigen wijzigingen en aanvullingen per gewest
6. Minidecreet van 28 juni 1984 en bijhorende reparatiedecreten
Gewestplannen en plannen van aanleg: te rigide of onvolkomen
→ Afwijkingsmogelijkheden voorzien die “de goede RO” niet mochten schaden
Wijzigingen = vergunning plichtig
Problematiek v.d. “zonevreemde gebouwen”
7. Decreet van 23 juni 1994
Afschaffen v.d. opvulregel
Striktere regeling ten aanzien v. zonevreemde gebouwen
→ Toont aan RO in golfbewegingen gaat (periode slecht – ingrijpen)
Oude planningscontext:
Groot
Nationaal plan – 1 plan voor heel België
/
Detailleren voor streken of regio’s van België
/
Streek detailleren voor gewesten
Heel het grondgebied van de gemeente
Stuk/deel v.h. grondgebied v.d. gemeente
Particulier – verkavelen
Particulier – bouwvergunning 1 perceel
Concreet
4