WC 1 de basisstructuur van het recht
Docent: Eline Westerhof-van Houdt
Je hoeft voor de toets alleen de PowerPoint te kennen en de stof die je
moet lezen voor elk college. Het is een kennistoets die bestaat uit 60
meerkeuzevragen en de toets duurt 90 min.
Rechtsgebieden:
- Civielrecht, burgers tegenover elkaar
- Strafrecht, OM tegenover de verdachte
- Bestuursrecht, de burger wil iets van de overheid, dus burger
tegenover overheid
Bij levenslang zit men voor het leven lang gevangen, tenzij: gratie (koning)
en herzieningsbezoek na 25 jaar mogelijk. Het is namelijk onmenselijk om
mensen geen optie te geven om eerder vrij te kunnen komen.
De regering bestaat uit de koning en de ministers
Wat is/doet recht:
- Stelsel van rechtsregels waar overheid en burgers zich aan moeten
houden.
- Ordent menselijk gedrag door het stellen van regels en zorgt dat
deze worden gehandhaafd door geschilbeslechting.
- Het recht geeft dus spelregels voor en sturing aan gedrag van
mensen.
Bronnen van recht:
- De wet- en regelgeving
- De jurisprudentie, afkomstig van de rechter: rechtersrecht
- De gewoonte, ongeschreven
- Verdragen, internationale overeenkomst tussen staten
Hiërarchie in wetgeving:
Wat te doen bij strijd?
- Hogere wet gaat voor lagere
- Latere wet gaat voor eerdere
- Bijzondere wet gaat voor algemene
,Hoe kun je rechtsregels indelen?
1. (semi)dwingend recht aanvullend recht
2. objectief recht subjectief recht
3. formeel recht materieel recht
Materieel recht: inhoudelijke rechten en plichten.
Voorbeeld: Bepaalde personen hebben de plicht om alimentatie te betalen
Formeel recht: procedureregels, hoe verkrijg ik mijn recht?
Voorbeeld: Die persoon komt zijn plicht niet na. Hoe kun je de betaling van
alimentatie afdwingen?
4. publiekrecht privaatrecht
overheid -> burger strafrecht
burger ->overheid
bestuursrecht (of staatsrecht)
Ook wel civielrecht genoemd
, Wc 2
De hoogste wetgever van het land is de Staten-Generaal (eerste kamer en
de tweede kamer) + de regering. Samen maken deze wetten
De regering (de ministers + de koning) is de uitvoerende macht
Het kabinet is een combinatie van de ministers + staatssecretarissen
Grondrechten:
Klassieke en sociale
Klassieke beschermen ons tegen overheidsingrijpen, bijvoorbeeld verbod
op discriminatie, actief en passief kiesrecht, recht op privacy
Sociale grondrechten zijn bijvoorbeeld recht op rechtsbijstand,
werkgelegenheid en onderwijs.
Alle grondrechten staan gelijk met elkaar.
Passief kiesrecht is wanneer er op jou gestemd kan worden, actief
kiesrecht is dat je zelf kan stemmen.
Oppositie, de partijen die niet in de coalitie zitten
De coalitie is een samenstelling van partijen die samen met elkaar in het
kabinet willen en/of kunnen en samen minimaal de helft plus een van alle
zetels hebben zodat ze de meerderheid kunnen vormen, anders kunnen er
namelijk geen wetten gemaakt worden omdat je anders nooit de
meerderheid hebt.
De beschikking als vorm van een besluit:
- Verleent in individuele gevallen wel/geen recht of plicht
(bijvoorbeeld naar aanleiding van een aanvraag).
- Voorbeelden van instanties die beschikkingen afgeven: DUO, IND,
gemeentes die uitkeringen toekennen of boetes opleggen wegens
fout parkeren.
De gemeente als overheidsorgaan
Gemeentelijke bestuursorganen:
Docent: Eline Westerhof-van Houdt
Je hoeft voor de toets alleen de PowerPoint te kennen en de stof die je
moet lezen voor elk college. Het is een kennistoets die bestaat uit 60
meerkeuzevragen en de toets duurt 90 min.
Rechtsgebieden:
- Civielrecht, burgers tegenover elkaar
- Strafrecht, OM tegenover de verdachte
- Bestuursrecht, de burger wil iets van de overheid, dus burger
tegenover overheid
Bij levenslang zit men voor het leven lang gevangen, tenzij: gratie (koning)
en herzieningsbezoek na 25 jaar mogelijk. Het is namelijk onmenselijk om
mensen geen optie te geven om eerder vrij te kunnen komen.
De regering bestaat uit de koning en de ministers
Wat is/doet recht:
- Stelsel van rechtsregels waar overheid en burgers zich aan moeten
houden.
- Ordent menselijk gedrag door het stellen van regels en zorgt dat
deze worden gehandhaafd door geschilbeslechting.
- Het recht geeft dus spelregels voor en sturing aan gedrag van
mensen.
Bronnen van recht:
- De wet- en regelgeving
- De jurisprudentie, afkomstig van de rechter: rechtersrecht
- De gewoonte, ongeschreven
- Verdragen, internationale overeenkomst tussen staten
Hiërarchie in wetgeving:
Wat te doen bij strijd?
- Hogere wet gaat voor lagere
- Latere wet gaat voor eerdere
- Bijzondere wet gaat voor algemene
,Hoe kun je rechtsregels indelen?
1. (semi)dwingend recht aanvullend recht
2. objectief recht subjectief recht
3. formeel recht materieel recht
Materieel recht: inhoudelijke rechten en plichten.
Voorbeeld: Bepaalde personen hebben de plicht om alimentatie te betalen
Formeel recht: procedureregels, hoe verkrijg ik mijn recht?
Voorbeeld: Die persoon komt zijn plicht niet na. Hoe kun je de betaling van
alimentatie afdwingen?
4. publiekrecht privaatrecht
overheid -> burger strafrecht
burger ->overheid
bestuursrecht (of staatsrecht)
Ook wel civielrecht genoemd
, Wc 2
De hoogste wetgever van het land is de Staten-Generaal (eerste kamer en
de tweede kamer) + de regering. Samen maken deze wetten
De regering (de ministers + de koning) is de uitvoerende macht
Het kabinet is een combinatie van de ministers + staatssecretarissen
Grondrechten:
Klassieke en sociale
Klassieke beschermen ons tegen overheidsingrijpen, bijvoorbeeld verbod
op discriminatie, actief en passief kiesrecht, recht op privacy
Sociale grondrechten zijn bijvoorbeeld recht op rechtsbijstand,
werkgelegenheid en onderwijs.
Alle grondrechten staan gelijk met elkaar.
Passief kiesrecht is wanneer er op jou gestemd kan worden, actief
kiesrecht is dat je zelf kan stemmen.
Oppositie, de partijen die niet in de coalitie zitten
De coalitie is een samenstelling van partijen die samen met elkaar in het
kabinet willen en/of kunnen en samen minimaal de helft plus een van alle
zetels hebben zodat ze de meerderheid kunnen vormen, anders kunnen er
namelijk geen wetten gemaakt worden omdat je anders nooit de
meerderheid hebt.
De beschikking als vorm van een besluit:
- Verleent in individuele gevallen wel/geen recht of plicht
(bijvoorbeeld naar aanleiding van een aanvraag).
- Voorbeelden van instanties die beschikkingen afgeven: DUO, IND,
gemeentes die uitkeringen toekennen of boetes opleggen wegens
fout parkeren.
De gemeente als overheidsorgaan
Gemeentelijke bestuursorganen: