FORENSISCH SOCIAAL WERK
Wat is de invloed van beleid op dit domein?
→ regels veranderen met de jaren: vroeger veel minder aandacht aan alcohol in het verkeer
→ ministers, politiek en maatschappelijke druk bepalen wat criminaliteit is en hoe we hiermee
omgaan
Opdracht: docu’s bekijken + podcasts beluisteren (docu’s = examenleerstof) Slachtoffer uit de
schaduw (podcast) + 13th (docu) = verplicht
WAT IS FORENSISCH SOCIAAL WERK?
Slachtoffer, dader, naastbestaanden (van zowel slachtoffer als dader) = justitiabelen
FSW = domein waar sociaal werk en (straf)recht elkaar raken
forensisch = gerechtelijk
Enkel toepasselijk voor volwassenen (meerderjarigen)
Minderjarigen zijn niet handelingsbekwaam, niet rationeel en kunnen dus geen straf krijgen,
enkel een maatregel
= sociaal werk binnen forensisch veld
1. Activiteiten en disciplines gelinkt aan strafrecht: politie, parket, strafuitvoering binnen en
buiten gevangenissen, re-integratie
2. Algemene hulp- en dienstverlening aan justitiabelen (rechtstreeks/onrechtstreeks)
→ als dader, als slachtoffer of als naastbestaande van dader en/of slachtoffer
3. Verschillende vormen:
→ methodisch aanbod
→ aanbod tav welbepaalde groepen (gedetineerden, slachtoffers, geradicaliseerden,
geïnterneerden, …)
→ voorzieningenaanbod
Vormen lopen door elkaar of kunnen elkaar aanvullen/versterken
Gevolg: een zich steeds ontwikkelend concept, steeds in verandering
• Hoe kunnen we het recht op maatschappelijke dienstverlening in confrontatie met
strafrechtsbedeling verzekeren?
• Hoe kunnen we op een menswaardige manier omgaan met ervaringen van criminaliteit
en onveiligheid?
• Wat is de rol van SW binnen forensische context (instrument of tegengas geven?)
Opdrachten die ons opgelegd worden liggen soms in conflict met wat we zelf willen en
geloven
,BOTSENDE DOELEN?
DOELSTELLINGEN STRAFRECHT? JUSTITIE?
Stelt grenzen: geeft aan wat in een bepaalde maatschappelijke context wel of niet is toegelaten
Schuld
Normerende functie: grens overtreden → sanctie of straf (justitie wil controle)
Veiligheid als hoogste goed.
NIET NEUTRAAL: regels worden bepaald door de heersende rechtsorde en verbonden met
sociaaleconomische context
DOELSTELLING SOCIAAL WERK?
Bevorderen van welzijn als doel
→ ook steeds meer andere finaliteiten: controlerend, corrigerend, normerend
SW ook niet neutraal: verbonden aan historische en maatschappelijke context!
→ vaak niet kijken naar enkel individu maar ook naar onderliggende systemen
SPANNINGSVELD STRAFRECHT-SOCIAAL WERK
1. FSW werkt binnen context van strafrecht: aantal krijtlijnen en speelveld zijn al bepaald =>
geen neutrale ruimte
2. Speelveld is steeds in conceptuele ontwikkeling! (wat strafbaar is, wat prioriteit krijgt, … is
steeds maatschappelijk steeds in verandering)
→ zaak Dutroux, terrorisme, #metoo, alcohol in verkeer, seksueel geweld, IFG
3. Individuele benadering vanuit strafrecht vs structurele benadering en interventies SW
→ hoe benadert SW het probleem, hoe ziet SW relatie tussen individu en maatschappij?)
SFW IS NIET NEUTRAAL & IN ONTWIKKELING
• Strafrecht en SW worden beiden beïnvloed door politiek en sociaaleconomische
context + in ontwikkeling (hangt af van tijd en plaats)
• Verhouding tussen strafrecht en SW worden beïnvloed door de politieke en
sociaaleconomische context
• Hierdoor is het belangrijk maatschappelijke en historische context te kennen en
begrijpen
• Maatschappelijke tolerantie verandert doorheen de jaren, wat nu strafbaar is was dat
vroeger misschien niet en/of omgekeerd
WAT IS MOORD?
→ iemand het leven ontnemen, op voorhand bedacht hebben + letterlijk de intentie hebben om
iemand het leven te ontnemen.
→ oorlog is geen moord – context bepaald veel
→ slavernij werd niet gezien als moord
→ vroeger was zelfmoord ook een misdrijf (‘strafbaar’, niet begraven op katholieke manier)
,GESCHIEDENIS FSW
• Wat is doel van een straf? Hoe geef je die vorm?
• Gevangenis van alle tijden?
• Welke straffen in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd?
• Toen al FSW?
DE STRAF
→ gedragsverandering
→ grenzen
→ inzicht (goed/fout)
→ afschrikken (dader en maatschappij)
→ bescherming van de maatschappij
→ vergelding/wraak
=> de vorm van de straf is veel veranderd doorheen de tijd
STRAFRECHT MIDDELEEUWEN EN VROEGMODERNE TIJD
• Wetgeving, rechtbanken en rechtspraak lokaal geregeld, klassenjustitie
• Geen beroep mogelijk
• Foltering ifv bekentenis (vaak als enige bewijs)
• Gevangenis is geen straf, voorlopige hechtenis maatregelen in afwachting proces
(criminele gevangenen)
• Soms ook civiele gevangenen (gevangenis als dwangmiddel om schulden of boetes af te
betalen)
• Welke straffen in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd?
o Geldstraf (burgerlijke partij, boete, … )
o Erestraf (ten schande maken – nu eerder via media, belachelijk maken, … -
vroeger schandpaal)
o Lijfstraf (bv. zweepslagen)
o Doodstraf
• Vanaf 16de en 17de eeuw; opsluiting als straf
o Alternatief voor boete die niet kan worden betaald (enkele dagen of weken)
o Tuchthuizen (tegen landloperij, dit creëert gevoel van onveiligheid…)
Later aangevuld met ter door veroordeelden omzetting naar dwangarbeid
STRAFRECHT NA HET ANCIEN REGIME: KLASSIEK STRAFRECHT
Periode na Ancien regime = Franse Revolutie (1789)
Kerk vs. Staat, scheiding der machten
- Rechtelijke macht (onafhankelijk, koning en politiek mogen zich niet moeien)
- Uitvoerende macht
- Wetgevende macht
, = reactie op de willekeur van de machthebbers (recht op bestraffing moest steunen op 3
principes)
Door verzet van verlichtingsfilosofen = ze pleiten voor een totale hervorming van het
strafrechtssysteem
1. Legaliteit = straffen op voorhand in de wet vastgelegd (geen misdrijf zonder wet en geen
straf zonder wet)
2. Proportionaliteit = straftoemeting, in verhouding tot ernst misdrijf
3. Subsidiariteit = strafrecht als laatste middel, als al de rest faalde
RATIONEEL MENSBEELD
= de dader overtrad de wet uit vrije wil = vrije wilskeuze & idee sociaal contract
= wanneer een delinquent een straf onderging zou hij in de toekomst geen nieuwe feiten plegen
(indien nieuwe feiten = vergelding voor niet naleven sociaal contract)
Schuld speelt een rol: geen straf zonder schuld
→ wie over geen vrije wil beschikt heeft geen schuld, kan niet gestraft worden
STRAF
1. Vergeldende functie → op de vingers getikt worden en duidelijk wat niet mag
2. Individueel preventieve functie → als individueel denken ‘dit ga ik nooit meer doen, hier
heb ik uit geleerd’
3. Algemeen preventieve functie
INVLOED VANDAAG
• Veel ideeën van klassieke strafrecht zijn opgenomen in ons strafrecht/de wet
• 1810: Franse code Pénal = nog steeds basis van Belgisch strafwetboek
• Bestraffing = niet langer een dreiging of repressie; zekerheid dat je gestraft zou worden
voor een misdrijf via een humaan geachte gevangenisstraf
• Individuele cellulaire gevangenisregime ingevoerd door Edouard Ducpétiaux;
individuele opsluiting was de manier om gevangenen moreel bij te spijkeren
o Bezinning, arbeid, scholing, godsdienst
o Individuele opsluiting: panopticon = geen contact tussen gedetineerden, vanuit
het midden/centrum van de gevangenis kan alles goed gezien worden
(‘panorama’, ‘opticon’)
o Uitgangspunt: humane straf
o Gekant tegen doodstraf, zelf in gevangenis ten tijde Belgische revolutie
o Nieuwe Leuvense gevangenis in 1860 geopend, door internationale humanitaire
gemeenschap geprezen als triomf van menselijke vernieuwing
• 30 gevangenissen gebouwd in België naar model van Ducpétiaux tussen 1840 en 1919
(velen nog in gebruik: Gent, Antwerpen, Mechelen – 150 dit jaar, Leuven, … )
Wat is de invloed van beleid op dit domein?
→ regels veranderen met de jaren: vroeger veel minder aandacht aan alcohol in het verkeer
→ ministers, politiek en maatschappelijke druk bepalen wat criminaliteit is en hoe we hiermee
omgaan
Opdracht: docu’s bekijken + podcasts beluisteren (docu’s = examenleerstof) Slachtoffer uit de
schaduw (podcast) + 13th (docu) = verplicht
WAT IS FORENSISCH SOCIAAL WERK?
Slachtoffer, dader, naastbestaanden (van zowel slachtoffer als dader) = justitiabelen
FSW = domein waar sociaal werk en (straf)recht elkaar raken
forensisch = gerechtelijk
Enkel toepasselijk voor volwassenen (meerderjarigen)
Minderjarigen zijn niet handelingsbekwaam, niet rationeel en kunnen dus geen straf krijgen,
enkel een maatregel
= sociaal werk binnen forensisch veld
1. Activiteiten en disciplines gelinkt aan strafrecht: politie, parket, strafuitvoering binnen en
buiten gevangenissen, re-integratie
2. Algemene hulp- en dienstverlening aan justitiabelen (rechtstreeks/onrechtstreeks)
→ als dader, als slachtoffer of als naastbestaande van dader en/of slachtoffer
3. Verschillende vormen:
→ methodisch aanbod
→ aanbod tav welbepaalde groepen (gedetineerden, slachtoffers, geradicaliseerden,
geïnterneerden, …)
→ voorzieningenaanbod
Vormen lopen door elkaar of kunnen elkaar aanvullen/versterken
Gevolg: een zich steeds ontwikkelend concept, steeds in verandering
• Hoe kunnen we het recht op maatschappelijke dienstverlening in confrontatie met
strafrechtsbedeling verzekeren?
• Hoe kunnen we op een menswaardige manier omgaan met ervaringen van criminaliteit
en onveiligheid?
• Wat is de rol van SW binnen forensische context (instrument of tegengas geven?)
Opdrachten die ons opgelegd worden liggen soms in conflict met wat we zelf willen en
geloven
,BOTSENDE DOELEN?
DOELSTELLINGEN STRAFRECHT? JUSTITIE?
Stelt grenzen: geeft aan wat in een bepaalde maatschappelijke context wel of niet is toegelaten
Schuld
Normerende functie: grens overtreden → sanctie of straf (justitie wil controle)
Veiligheid als hoogste goed.
NIET NEUTRAAL: regels worden bepaald door de heersende rechtsorde en verbonden met
sociaaleconomische context
DOELSTELLING SOCIAAL WERK?
Bevorderen van welzijn als doel
→ ook steeds meer andere finaliteiten: controlerend, corrigerend, normerend
SW ook niet neutraal: verbonden aan historische en maatschappelijke context!
→ vaak niet kijken naar enkel individu maar ook naar onderliggende systemen
SPANNINGSVELD STRAFRECHT-SOCIAAL WERK
1. FSW werkt binnen context van strafrecht: aantal krijtlijnen en speelveld zijn al bepaald =>
geen neutrale ruimte
2. Speelveld is steeds in conceptuele ontwikkeling! (wat strafbaar is, wat prioriteit krijgt, … is
steeds maatschappelijk steeds in verandering)
→ zaak Dutroux, terrorisme, #metoo, alcohol in verkeer, seksueel geweld, IFG
3. Individuele benadering vanuit strafrecht vs structurele benadering en interventies SW
→ hoe benadert SW het probleem, hoe ziet SW relatie tussen individu en maatschappij?)
SFW IS NIET NEUTRAAL & IN ONTWIKKELING
• Strafrecht en SW worden beiden beïnvloed door politiek en sociaaleconomische
context + in ontwikkeling (hangt af van tijd en plaats)
• Verhouding tussen strafrecht en SW worden beïnvloed door de politieke en
sociaaleconomische context
• Hierdoor is het belangrijk maatschappelijke en historische context te kennen en
begrijpen
• Maatschappelijke tolerantie verandert doorheen de jaren, wat nu strafbaar is was dat
vroeger misschien niet en/of omgekeerd
WAT IS MOORD?
→ iemand het leven ontnemen, op voorhand bedacht hebben + letterlijk de intentie hebben om
iemand het leven te ontnemen.
→ oorlog is geen moord – context bepaald veel
→ slavernij werd niet gezien als moord
→ vroeger was zelfmoord ook een misdrijf (‘strafbaar’, niet begraven op katholieke manier)
,GESCHIEDENIS FSW
• Wat is doel van een straf? Hoe geef je die vorm?
• Gevangenis van alle tijden?
• Welke straffen in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd?
• Toen al FSW?
DE STRAF
→ gedragsverandering
→ grenzen
→ inzicht (goed/fout)
→ afschrikken (dader en maatschappij)
→ bescherming van de maatschappij
→ vergelding/wraak
=> de vorm van de straf is veel veranderd doorheen de tijd
STRAFRECHT MIDDELEEUWEN EN VROEGMODERNE TIJD
• Wetgeving, rechtbanken en rechtspraak lokaal geregeld, klassenjustitie
• Geen beroep mogelijk
• Foltering ifv bekentenis (vaak als enige bewijs)
• Gevangenis is geen straf, voorlopige hechtenis maatregelen in afwachting proces
(criminele gevangenen)
• Soms ook civiele gevangenen (gevangenis als dwangmiddel om schulden of boetes af te
betalen)
• Welke straffen in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd?
o Geldstraf (burgerlijke partij, boete, … )
o Erestraf (ten schande maken – nu eerder via media, belachelijk maken, … -
vroeger schandpaal)
o Lijfstraf (bv. zweepslagen)
o Doodstraf
• Vanaf 16de en 17de eeuw; opsluiting als straf
o Alternatief voor boete die niet kan worden betaald (enkele dagen of weken)
o Tuchthuizen (tegen landloperij, dit creëert gevoel van onveiligheid…)
Later aangevuld met ter door veroordeelden omzetting naar dwangarbeid
STRAFRECHT NA HET ANCIEN REGIME: KLASSIEK STRAFRECHT
Periode na Ancien regime = Franse Revolutie (1789)
Kerk vs. Staat, scheiding der machten
- Rechtelijke macht (onafhankelijk, koning en politiek mogen zich niet moeien)
- Uitvoerende macht
- Wetgevende macht
, = reactie op de willekeur van de machthebbers (recht op bestraffing moest steunen op 3
principes)
Door verzet van verlichtingsfilosofen = ze pleiten voor een totale hervorming van het
strafrechtssysteem
1. Legaliteit = straffen op voorhand in de wet vastgelegd (geen misdrijf zonder wet en geen
straf zonder wet)
2. Proportionaliteit = straftoemeting, in verhouding tot ernst misdrijf
3. Subsidiariteit = strafrecht als laatste middel, als al de rest faalde
RATIONEEL MENSBEELD
= de dader overtrad de wet uit vrije wil = vrije wilskeuze & idee sociaal contract
= wanneer een delinquent een straf onderging zou hij in de toekomst geen nieuwe feiten plegen
(indien nieuwe feiten = vergelding voor niet naleven sociaal contract)
Schuld speelt een rol: geen straf zonder schuld
→ wie over geen vrije wil beschikt heeft geen schuld, kan niet gestraft worden
STRAF
1. Vergeldende functie → op de vingers getikt worden en duidelijk wat niet mag
2. Individueel preventieve functie → als individueel denken ‘dit ga ik nooit meer doen, hier
heb ik uit geleerd’
3. Algemeen preventieve functie
INVLOED VANDAAG
• Veel ideeën van klassieke strafrecht zijn opgenomen in ons strafrecht/de wet
• 1810: Franse code Pénal = nog steeds basis van Belgisch strafwetboek
• Bestraffing = niet langer een dreiging of repressie; zekerheid dat je gestraft zou worden
voor een misdrijf via een humaan geachte gevangenisstraf
• Individuele cellulaire gevangenisregime ingevoerd door Edouard Ducpétiaux;
individuele opsluiting was de manier om gevangenen moreel bij te spijkeren
o Bezinning, arbeid, scholing, godsdienst
o Individuele opsluiting: panopticon = geen contact tussen gedetineerden, vanuit
het midden/centrum van de gevangenis kan alles goed gezien worden
(‘panorama’, ‘opticon’)
o Uitgangspunt: humane straf
o Gekant tegen doodstraf, zelf in gevangenis ten tijde Belgische revolutie
o Nieuwe Leuvense gevangenis in 1860 geopend, door internationale humanitaire
gemeenschap geprezen als triomf van menselijke vernieuwing
• 30 gevangenissen gebouwd in België naar model van Ducpétiaux tussen 1840 en 1919
(velen nog in gebruik: Gent, Antwerpen, Mechelen – 150 dit jaar, Leuven, … )