Tom Evens Ugent
Samenvatting bevat:
h1-h11 samengevat adhv slides+boek
Gastlessen
Begrippenlijst met alle te kennen concepten
, Les 1: media-economie
Media-economie= wetenschap van de schaarste
Productiefactoren:
1. Arbeid: creatief
2. Grondstoffen
3. Kapitaal
Contradictie van de schaarste: overvloed aan content maar toch creëert schaarste de waarde
Macro-economie: wijst op gehele omgeving -> nationale, Europese, wereldeconomie
Macro-economie bestudeert eerder de economie als geheel, waardoor de analyse veelal op nationaal
en soms zelfs globaal niveau gebeurt (export/import, inflatie, monetair, crisis of groei)
Micro-economie: Vraag en aanbod tussen individuele actoren -> consumenten, bedrijven en markten
Micro-economie betreft een nauwer perspectief omdat het de activiteiten van specifieke aspecten
van de economie bestudeert (consumenten, bedrijven, markten)
De focus van media-economie is eerder micro-economisch (hoe functioneert een bepaalde media-
industrie?) en minder macro-economisch (wat is de bijdrage van een bepaalde media-industrie tot de
totale economie?), hoewel dit laatste perspectief niet onbelangrijk is (politieke economie meer op
globale)
Mediaminister: Cieltje Van Achter
CEO VRT: Frederik Delaplace
Theorieën over bestaan en functioneren (media)bedrijven
Neoklassieke theorie (winstmaximalisatie)
- Bedrijven primair streven naar winstmaximalisatie.
- Ze hun middelen efficiënt inzetten door een kosten-batenanalyse.
- De markt, en niet de overheid, de meest efficiënte en beste uitkomst creëert, behalve in geval van
marktfalen (wanneer de markt niet goed functioneert).
Kritiek:
- Niet elk media bedrijf streeft voor zoveel mogelijk winst
- Overheid is er om negatieve uitkomsten te corrigeren
Transactiekostentheorie (transactiekosten)
verklaart waarom bedrijven bestaan en hoe ze besluiten om bepaalde activiteiten zelf uit te voeren
("doen") of uit te besteden aan de markt ("kopen").
,Agencytheorie (tegengestelde belangen)
De Agency Theorie gaat over de problemen die ontstaan wanneer je iemand anders
(agent=ingehuurd) iets voor je (principaal= huurt in) laat doen, omdat die persoon misschien andere
doelen heeft dan jij en jij niet precies kunt zien wat hij doet. Het probeert te verklaren hoe je die
problemen kunt verminderen.
, H2: media in België
Opgesplitst in 2 belangrijke markten.
Er bestaat geen algemene Belgische mediamarkt. Maar heel weinig bedrijven zitten zowel in
noorden als zuiden van België. Media draait om taal. Deze taal gaat ervoor zorgen hoe groot je markt
is. Series als Eigen Kweek krijg je niet verkocht op internationale markt. Het heeft een impact op de
export van media en de markten waar we toenadering zoeken.
Wallonie sluit meer aan met Frankrijk en luxemburg.
3 cultuurgemeenschappen: Vlaamse, Franse en Duitstalige
➢ Alle 3 hebben eigen minister & taalmarkt
o Cieltje Van Achter
o Jacqueline Galant
o Gregor Freches
➢ Regelgeving voor hiervoor zijn decreten, meer specifiek mediadecreten
➢ Elk heeft een mediaregulator
➢ Veel regels zijn bepaald of beïnvloed Europa
➢ Veel zaken worden regionaal bepaald, maar enkele zaken ook federaal
In jaren 70: media = cultuurerfgoed
Vanaf jaren 80: gecommercialiseerd
Kleine markt
België heeft vrij kleine mediamarkt ivg met Frankrijk, Spanje, Engeland en Duitsland en dus ook
minder budget. Grote mediabedrijven hebben een schaalvoordeel.
Kleine markt heeft andere dynamiek, niet te vergelijken met markt als VS. We moeten creatiever
omgaan met budget bv. Streamz vs Netflix. Meer overheidsinvloed en inmenging nodig bij kleinere
markt.
Invloed populatiegrootte op financiering content:
➢ Consumentenbestedingen BNP -> Meer inwoners = hogere totale vraag = grotere
omzetpotentie.
➢ Reclame-investeringen -> Adverteerders betalen meer in grote markten (meer potentiële
klanten).
➢ Overheidsfinanciering -> Grotere belastingbasis = meer publieke middelen voor subsidies of
cultuur.
Belgische mediamarkt bestaat feitelijk niet
Onderverdeeld in 3 kleine stukken. Bedrijven die in wallonie zitten, zitten niet in vlaanderen
en omgekeerd. Maar ze gaan wel naar buitenland waar zelfde taal wordt gesproken.
Internationale expansie, Vlaamse DPG naar nederland. Waalse mediabedrijven naar
Frankrijk/ Luxemburg.