Voedingsleer antwoorden vragen powerpoints
Hoofdstuk 1
1 Wat zijn essentiële nutriënten voor de humane voeding?
→ Dat zijn voedingsstoffen die het lichaam niet zelf kan aanmaken en via voeding
moet binnenkrijgen (zoals bepaalde vitaminen, mineralen, aminozuren).
2 Zijn alle chemische stoffen in voeding nutriënten?
→ Nee, bijvoorbeeld kleurstoffen zijn chemische stoffen in voeding maar geen
nutriënten.
3 Wat is een xenobioticum? Geef een voorbeeld.
→ Een lichaamsvreemde stof die via voeding binnenkomt, bv. pesticiden op
groenten.
4 Wat is biobeschikbaarheid? Geef 4 invloedsfactoren.
→ De mate waarin een voedingsstof door het lichaam wordt opgenomen en
gebruikt; beïnvloed door: -matrix
- Chemische vorm
- Anti-nutriele factoren
- individu
5 Wat is homeostase?
→ Het vermogen van het lichaam om een stabiele inwendige toestand te
behouden.
6 Wat is evenwichtige voeding?
→ Voeding die alle noodzakelijke nutriënten in de juiste verhoudingen en
hoeveelheden bevat.
7 Wat is het verschil tussen behoefte en referentiewaarde? En is ADH
een behoefte of referentiewaarde?
→ Behoefte = hoeveelheid die het individu minimaal nodig heeft;
referentiewaarde (bv. ADH) = gemiddelde aanbevolen inname voor de bevolking
→ ADH is dus een referentiewaarde.
8 Wat is het verschil tussen latente deficiëntie en deficiëntie?
→ Latente deficiëntie = tekort zonder zichtbare symptomen; deficiëntie = tekort
met duidelijke klinische symptomen.
9 Hoe kan de voedingstoestand bepaald worden?
→ (ABCD) A: antropometrie
B: biomedische gegevens
C: klinische symptomen
D: diët/ voedingsopname
E: energiebalans
Hoofdstuk 2
1. Komen water, koolhydraten (KH), eiwitten (EW) en vetten in
dezelfde orde van grootte voor in de lichaamssamenstelling (op
moleculair niveau)?
→ Nee, water vormt veruit het grootste deel (~60%), gevolgd door eiwitten
(~15%), vetten (~15-25%), koolhydraten slechts ~<1%.
, 2. Waar bevinden zich de vetten, eiwitten en koolhydraten in het
lichaam?
Nutriënt Locatie in het lichaam
In vetweefsel (onderhuids en rond organen),
Vetten
celmembranen
Eiwitten In spieren, organen, enzymen, en celstructuren
Koolhydrat Als glycogeen in lever en spieren, en als glucose in
en bloed
Hoofdstuk 3
1 Wat kan het lichaam met ATP doen?
→ onderhoud rustmechanisme, lichaamstemp. Op punt houden, spiermassa,
opbouw weefsels
2 Hoe wordt de chemische energie in voeding gemeten?
→ Met een bombcalorimeter, die de warmte meet die vrijkomt bij volledige
verbranding.
3 Hoe wordt de chemische energie in voeding berekend?
→ Door de grammen koolhydraten, eiwitten en vetten te vermenigvuldigen met
hun respectievelijke energiewaarden (4, 4, 9 kcal/g) (atwaterfactoren)
4 Waarom is de bruto verbrandingswaarde niet gelijk aan de energie
beschikbaar voor het lichaam?
→ Omdat een deel van de energie niet verteerd of opgenomen wordt, of verloren
gaat via urine en gassen.
5 Wat is een verteerbaarheidscoëfficiënt?
→ Het percentage van een nutriënt dat effectief door het lichaam wordt
opgenomen na vertering
6 Wat is directe en indirecte calorimetrie?
-Directe calorimetrie: meet de warmteproductie van het lichaam in een
geïsoleerde kamer.
-Indirecte calorimetrie: meet het zuurstofverbruik en CO₂-productie om
energieverbruik te berekenen.
7 Waaruit bestaat het energieverbruik van de mens?
-Basaal metabolisme (BMR): energie in rust (~60-75%)
-Lichamelijke activiteit (~15-30%)
Hoofdstuk 1
1 Wat zijn essentiële nutriënten voor de humane voeding?
→ Dat zijn voedingsstoffen die het lichaam niet zelf kan aanmaken en via voeding
moet binnenkrijgen (zoals bepaalde vitaminen, mineralen, aminozuren).
2 Zijn alle chemische stoffen in voeding nutriënten?
→ Nee, bijvoorbeeld kleurstoffen zijn chemische stoffen in voeding maar geen
nutriënten.
3 Wat is een xenobioticum? Geef een voorbeeld.
→ Een lichaamsvreemde stof die via voeding binnenkomt, bv. pesticiden op
groenten.
4 Wat is biobeschikbaarheid? Geef 4 invloedsfactoren.
→ De mate waarin een voedingsstof door het lichaam wordt opgenomen en
gebruikt; beïnvloed door: -matrix
- Chemische vorm
- Anti-nutriele factoren
- individu
5 Wat is homeostase?
→ Het vermogen van het lichaam om een stabiele inwendige toestand te
behouden.
6 Wat is evenwichtige voeding?
→ Voeding die alle noodzakelijke nutriënten in de juiste verhoudingen en
hoeveelheden bevat.
7 Wat is het verschil tussen behoefte en referentiewaarde? En is ADH
een behoefte of referentiewaarde?
→ Behoefte = hoeveelheid die het individu minimaal nodig heeft;
referentiewaarde (bv. ADH) = gemiddelde aanbevolen inname voor de bevolking
→ ADH is dus een referentiewaarde.
8 Wat is het verschil tussen latente deficiëntie en deficiëntie?
→ Latente deficiëntie = tekort zonder zichtbare symptomen; deficiëntie = tekort
met duidelijke klinische symptomen.
9 Hoe kan de voedingstoestand bepaald worden?
→ (ABCD) A: antropometrie
B: biomedische gegevens
C: klinische symptomen
D: diët/ voedingsopname
E: energiebalans
Hoofdstuk 2
1. Komen water, koolhydraten (KH), eiwitten (EW) en vetten in
dezelfde orde van grootte voor in de lichaamssamenstelling (op
moleculair niveau)?
→ Nee, water vormt veruit het grootste deel (~60%), gevolgd door eiwitten
(~15%), vetten (~15-25%), koolhydraten slechts ~<1%.
, 2. Waar bevinden zich de vetten, eiwitten en koolhydraten in het
lichaam?
Nutriënt Locatie in het lichaam
In vetweefsel (onderhuids en rond organen),
Vetten
celmembranen
Eiwitten In spieren, organen, enzymen, en celstructuren
Koolhydrat Als glycogeen in lever en spieren, en als glucose in
en bloed
Hoofdstuk 3
1 Wat kan het lichaam met ATP doen?
→ onderhoud rustmechanisme, lichaamstemp. Op punt houden, spiermassa,
opbouw weefsels
2 Hoe wordt de chemische energie in voeding gemeten?
→ Met een bombcalorimeter, die de warmte meet die vrijkomt bij volledige
verbranding.
3 Hoe wordt de chemische energie in voeding berekend?
→ Door de grammen koolhydraten, eiwitten en vetten te vermenigvuldigen met
hun respectievelijke energiewaarden (4, 4, 9 kcal/g) (atwaterfactoren)
4 Waarom is de bruto verbrandingswaarde niet gelijk aan de energie
beschikbaar voor het lichaam?
→ Omdat een deel van de energie niet verteerd of opgenomen wordt, of verloren
gaat via urine en gassen.
5 Wat is een verteerbaarheidscoëfficiënt?
→ Het percentage van een nutriënt dat effectief door het lichaam wordt
opgenomen na vertering
6 Wat is directe en indirecte calorimetrie?
-Directe calorimetrie: meet de warmteproductie van het lichaam in een
geïsoleerde kamer.
-Indirecte calorimetrie: meet het zuurstofverbruik en CO₂-productie om
energieverbruik te berekenen.
7 Waaruit bestaat het energieverbruik van de mens?
-Basaal metabolisme (BMR): energie in rust (~60-75%)
-Lichamelijke activiteit (~15-30%)