Uitgewerkte examenvragen geriatrie
1. Bespreek het concept frailty
Frailty = een ouderdomsgebonden kwetsbaarheid met een verminderde weerstand tegen stressoren
(somatische of psychosociale stoornissen)
Oorzaak: afname van de reservecapaciteit van de oudere persoon door een geleidelijke structurele
en functionele achteruitgang in verschillende orgaansystemen
Resultaat: toegenomen vatbaarheid voor functionele beperkingen en comorbiditeiten
Niet orgaanspecifiek, wel organismebreed
Uiteindelijke gevolg: de kwetsbaarheid wordt onvermijdelijk en ondermijnt de onafhankelijkheid en
het overleven van oudere personen
Klinisch beeld geriatrische patient: samen voorkomen van functionele beperkingen en een waaier
aan ziektebeelden
Combinatie van functieverlies en comorbiditeit die klinische uiting is van “frailty syndroom”
Associatie frailty en comorbiditeit:
Niet hetzelfde
Werken effect uit op elkaar
Door frailty is patient kwetsbaarder voor aandoeningen, waardoor ze dan weer nog
kwetsbaarder worden
Niet iedereen wordt frail: individuele verschillen in reservecapaciteit
o Weinig reserve: bij stressoren meer functionele weerslag en risico op comorbiditeit en
mortaliteit
o Voldoende reserve: bij stressoren minder functionele weerslag
Gevolg frailty: verminderde zelfredzaamheid door
o Beperkingen in ADL = activities of daily living
o Beperkingen in IADL = instrumental activities of daily living
o Verlies mobiliteit
o Recidiverend vallen
o Fracturen
o Verhoogt de kans op hospitalisatie, institutionalisme en overlijden
Ondanks effect van alle orgaansystemen: musculoskeletaal systeem centraal
o Verlies van spiermassa en spierfunctie = sarcopenie
o Basis voor functionele beperkingen die centraal staan in fenotype van fraile patient
1
,2. Leg uit waarom heupfractuur patiënten typisch kwetsbare ouderen zijn
Oudere patiënten met een heupfractuur hebben een langdurig verhoogd mortaliteitsrisico
Door betrokkenheid van zowel musculoskeletale als niet-musculoskeletale systemen
Patiënten met heupfractuur hebben zelfs na geslaagde heelkunde en intensieve revalidatie een relatief
slechte prognose, zelfs na 10 jaar ligt mortaliteit 3-4 keer hoger
Dit wijst erop dat oudere personen die een heup breken geen “gemiddelde” oudere personen zijn,
maar patiënten met een uitgesproken ouderdom gebonden kwetsbaarheid die zich niet enkel
musculoskeletaal uit
Naast osteoporose en sarcopenie hebben oudere heupfractuurpatienten typisch een brede
onderliggende comorbiditeit
Musculoskeletaal: vallen, breken, …
Niet-musculoskeletaal: hartfalen, infectiegevaar, …
Blijvend verhoogde mortaliteitsrisico gevolg van die brede onderliggende kwetsbaarheid
Heupfractuur patiënten hebben dus naast osteoporose-behandeling en fractuurpreventie ook nood
aan internistisch-geriatrische nazorg
2
,3. Hoe wordt frailty operationeel gedefinieerd?
2 soorten operationele definities:
1. Fenotype-definitie van Linda Fried
2. Frailty-index van Rockwood
1. Fenotype-definitie van Linda Fried
Meest gebruikte
Beperkt tot musculoskeletaal domein
Definitie bestaat uit 5 elementen: focus op gevolgen van sarcopenie
Niet-intentioneel gewichtsverlies
Spierzwakte
Verminderde wandelsnelheid
Gedaald uithoudingsvermogen
Verminderde lichamelijke activiteit
Interpreteren van deze 5 metingen:
3 of meer aanwezig: frail
1 of 2 aanwezig: prefrail = intermediate frail
Geen anwezig: niet frail = robust
Fried baseerde zich op de data uit de cardiovascular health study
Fenotype-definitie van Fried heeft een goed predictief vermogen: aantoonbare vermogen om klinische
eindpunten te voorspellen zoals:
Risico op vallen
Verminderde mobiliteit
Functionele achteruitgang
Kans op hospitalisatie of sterfte
Verschillende auteurs hebben de fenotype-definitie criteria van Fried aangepast door meer criteria toe
te voegen of net te vereenvoudigen: predictieve capaciteit tussen de verschillende criteria bleef
gelijkaardig
2. Frailty index van Rockwood
Indices waarbij tekortkomingen bij de patiënten worden geïdentificeerd
Aan de hand van een globaal geriatrisch bilan = comprehensive geriatric assessment
Ook niet-musculoskeletale en niet-fysieke domeinen
Frailty index drukt de verhouding van het aantal vastgestelde ten opzichte van het totaal aantal
mogelijke tekortkomingen van een persoon uit onder de vorm van een score die de waarschijnlijkheid
aangeeft dat deze persoon frail is
De frailty index kijkt naar meer dan slechts de functionele beperkingen maar ook naar:
Afwijkende biochemische bevindingen
Afwijkende elektrocardiografische bevindingen
Afwijkende radiografische bevindingen
Brengt naar functionele beperkingen ook comorbiditeit in rekening
3
, Vergelijkbare voorspellende waarde naar functionele prognose, hospitalisatie, instituionalisatie en
mortaliteit
Verschil in klinische toepasbaarheid:
Fried criteria: makkelijk toe te passen in klinische praktijk
Frailty index:
o Arbeidsintensief om in klinische praktijk te gebruiken
o Nuttig om zorgvuldig comprehensive geriatric assesment in kaart te brengen en de
typische geriatrische patient te identificeren
o Laat toe inteventies in te stellen die vertrekken vanuit individuele en specifieke noden
van fraile typische geraitrische patient
4
1. Bespreek het concept frailty
Frailty = een ouderdomsgebonden kwetsbaarheid met een verminderde weerstand tegen stressoren
(somatische of psychosociale stoornissen)
Oorzaak: afname van de reservecapaciteit van de oudere persoon door een geleidelijke structurele
en functionele achteruitgang in verschillende orgaansystemen
Resultaat: toegenomen vatbaarheid voor functionele beperkingen en comorbiditeiten
Niet orgaanspecifiek, wel organismebreed
Uiteindelijke gevolg: de kwetsbaarheid wordt onvermijdelijk en ondermijnt de onafhankelijkheid en
het overleven van oudere personen
Klinisch beeld geriatrische patient: samen voorkomen van functionele beperkingen en een waaier
aan ziektebeelden
Combinatie van functieverlies en comorbiditeit die klinische uiting is van “frailty syndroom”
Associatie frailty en comorbiditeit:
Niet hetzelfde
Werken effect uit op elkaar
Door frailty is patient kwetsbaarder voor aandoeningen, waardoor ze dan weer nog
kwetsbaarder worden
Niet iedereen wordt frail: individuele verschillen in reservecapaciteit
o Weinig reserve: bij stressoren meer functionele weerslag en risico op comorbiditeit en
mortaliteit
o Voldoende reserve: bij stressoren minder functionele weerslag
Gevolg frailty: verminderde zelfredzaamheid door
o Beperkingen in ADL = activities of daily living
o Beperkingen in IADL = instrumental activities of daily living
o Verlies mobiliteit
o Recidiverend vallen
o Fracturen
o Verhoogt de kans op hospitalisatie, institutionalisme en overlijden
Ondanks effect van alle orgaansystemen: musculoskeletaal systeem centraal
o Verlies van spiermassa en spierfunctie = sarcopenie
o Basis voor functionele beperkingen die centraal staan in fenotype van fraile patient
1
,2. Leg uit waarom heupfractuur patiënten typisch kwetsbare ouderen zijn
Oudere patiënten met een heupfractuur hebben een langdurig verhoogd mortaliteitsrisico
Door betrokkenheid van zowel musculoskeletale als niet-musculoskeletale systemen
Patiënten met heupfractuur hebben zelfs na geslaagde heelkunde en intensieve revalidatie een relatief
slechte prognose, zelfs na 10 jaar ligt mortaliteit 3-4 keer hoger
Dit wijst erop dat oudere personen die een heup breken geen “gemiddelde” oudere personen zijn,
maar patiënten met een uitgesproken ouderdom gebonden kwetsbaarheid die zich niet enkel
musculoskeletaal uit
Naast osteoporose en sarcopenie hebben oudere heupfractuurpatienten typisch een brede
onderliggende comorbiditeit
Musculoskeletaal: vallen, breken, …
Niet-musculoskeletaal: hartfalen, infectiegevaar, …
Blijvend verhoogde mortaliteitsrisico gevolg van die brede onderliggende kwetsbaarheid
Heupfractuur patiënten hebben dus naast osteoporose-behandeling en fractuurpreventie ook nood
aan internistisch-geriatrische nazorg
2
,3. Hoe wordt frailty operationeel gedefinieerd?
2 soorten operationele definities:
1. Fenotype-definitie van Linda Fried
2. Frailty-index van Rockwood
1. Fenotype-definitie van Linda Fried
Meest gebruikte
Beperkt tot musculoskeletaal domein
Definitie bestaat uit 5 elementen: focus op gevolgen van sarcopenie
Niet-intentioneel gewichtsverlies
Spierzwakte
Verminderde wandelsnelheid
Gedaald uithoudingsvermogen
Verminderde lichamelijke activiteit
Interpreteren van deze 5 metingen:
3 of meer aanwezig: frail
1 of 2 aanwezig: prefrail = intermediate frail
Geen anwezig: niet frail = robust
Fried baseerde zich op de data uit de cardiovascular health study
Fenotype-definitie van Fried heeft een goed predictief vermogen: aantoonbare vermogen om klinische
eindpunten te voorspellen zoals:
Risico op vallen
Verminderde mobiliteit
Functionele achteruitgang
Kans op hospitalisatie of sterfte
Verschillende auteurs hebben de fenotype-definitie criteria van Fried aangepast door meer criteria toe
te voegen of net te vereenvoudigen: predictieve capaciteit tussen de verschillende criteria bleef
gelijkaardig
2. Frailty index van Rockwood
Indices waarbij tekortkomingen bij de patiënten worden geïdentificeerd
Aan de hand van een globaal geriatrisch bilan = comprehensive geriatric assessment
Ook niet-musculoskeletale en niet-fysieke domeinen
Frailty index drukt de verhouding van het aantal vastgestelde ten opzichte van het totaal aantal
mogelijke tekortkomingen van een persoon uit onder de vorm van een score die de waarschijnlijkheid
aangeeft dat deze persoon frail is
De frailty index kijkt naar meer dan slechts de functionele beperkingen maar ook naar:
Afwijkende biochemische bevindingen
Afwijkende elektrocardiografische bevindingen
Afwijkende radiografische bevindingen
Brengt naar functionele beperkingen ook comorbiditeit in rekening
3
, Vergelijkbare voorspellende waarde naar functionele prognose, hospitalisatie, instituionalisatie en
mortaliteit
Verschil in klinische toepasbaarheid:
Fried criteria: makkelijk toe te passen in klinische praktijk
Frailty index:
o Arbeidsintensief om in klinische praktijk te gebruiken
o Nuttig om zorgvuldig comprehensive geriatric assesment in kaart te brengen en de
typische geriatrische patient te identificeren
o Laat toe inteventies in te stellen die vertrekken vanuit individuele en specifieke noden
van fraile typische geraitrische patient
4