INTRODUCTIE IN HET FISCAAL RECHT
PLAATS VAN HET FISCAAL RECHT TOV ANDERE RECHTSTAKKEN
FISCAAL RECHT: ONDERDEEL PUBLIEK RECHT
Het fiscaal recht situeert zich binnen het publiekrecht.
Het regelt de verhouding tussen de burger en de overheid, meer specifiek de fiscale
administratie, die deel uitmaakt van de Belgische administraties binnen de uitvoerende macht.
Ook de relatie tussen verschillende overheden onderling.
Gevolgen:
Doordat het fiscaal recht een onderdeel vormt van het publiekrecht, zijn de algemene
beginselen van het administratief recht hierop van toepassing.
Dit komt vooral tot uiting in het formeel fiscaal recht, dat bepaalt hoe de fiscale administratie
de fiscale regels tegenover de burger kan afdwingen. Denk hierbij aan de regels rond fiscale
procedure, controle, aanslag en invordering.
o Materieel versus formeel fiscaal recht
Materieel fiscaal recht geeft antwoord op de vragen: wie moet belasting
betalen, wat is de belastbare materie, waar en hoeveel bedraagt de belasting.
Het gaat dus over de inhoud en omvang van de belastingplicht.
Formeel fiscaal recht regelt op welke manier de belasting wordt vastgesteld,
geïndividualiseerd en afgedwongen.
Een schuld die ontstaat op basis van een algemene regel moet nog
aan een individuele belastingplichtige worden toegerekend.
Bijvoorbeeld: als de wet zegt dat “alle dames met een rode trui
belastingen moeten betalen”, weten die dames nog niet wanneer,
hoeveel of hoe ze moeten betalen. Dat proces van individualisering
en afdwinging valt onder het formeel fiscaal recht.
Regels van openbare orde:
Absolute nietigheid.
Absolute nietigheid kan door iedereen worden ingeroepen, zelfs ambtshalve door de rechter.
1
,ROL VAN HET PRIVAAT RECHT
Ook de overheid kan onder bepaalde omstandigheden onderworpen zijn aan het privaatrecht.
Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de fiscus een overeenkomst sluit met een
belastingplichtige.
Voorbeeld is een situatie waarbij een controleur oordeelt dat een woning voor 50%
beroepsmatig wordt gebruikt. Wanneer later een andere controleur beweert dat slechts 40%
als beroepsmatig kan worden beschouwd, blijft de oorspronkelijke overeenkomst gelden. De
belastingadministratie wordt immers als één en ondeelbaar beschouwd, waardoor het
burgerlijk recht zich opdringt en bescherming biedt aan de belastingplichtige.
Privaat recht = gemeen recht.
Dit houdt in dat wanneer een begrip niet door de fiscale wetgeving wordt gedefinieerd, men
terugvalt op de gemeenrechtelijke of burgerrechtelijke betekenis.
Voorbeeld: begrip inkomen
o aanvaardt de rechtspraak de burgerrechtelijke betekenis.
o Dit wordt omschreven als alles wat een zaak periodiek aan vruchten voortbrengt,
zonder haar wezen of substantie aan te tasten.
o Bijvoorbeeld: wie een onroerend goed verhuurt, ontvangt huurinkomsten. Dit is
inkomen omdat het periodiek is en de waarde of substantie van het goed niet
verandert. Daarentegen: wie een woning koopt voor €100.000 en deze later verkoopt
voor €200.000, realiseert een meerwaarde. Dit wordt niet als inkomen beschouwd,
omdat de substantie van het vermogen toeneemt en de meerwaarde een eenmalige
gebeurtenis is. Het Wetboek Inkomstenbelastingen bevat geen algemene bepaling
over meerwaarden, al zijn er wel specifieke bepalingen die uitzonderingen voorzien
Voorbeeld; begrip winst
o Ingevuld aan de hand van het boekhoudrecht. Algemeen wordt aangenomen dat het
boekhoudrecht bepaalt wat als winst wordt beschouwd, tenzij de fiscale wet zelf
specifieke regels oplegt en bepaalde zaken toevoegt of uitsluit. Dit wordt ook wel de
primauteit van het boekhoudrecht genoemd.
2
,BEGRIP BELASTING
De klassieke definitie van een belasting, zoals deze wordt aanvaard in de rechtsleer en rechtspraak,
luidt als volgt: een betaling die eenzijdig wordt opgelegd door de overheid, teneinde haar middelen te
verschaffen om in haar uitgaven van alle aard te voorzien.
Uit deze definitie vloeien twee essentiële kenmerken voort:
1. Eenzijdig opgelegd karakter
a. Belastingen worden dwingend opgelegd door de overheid. De belastingplichtige heeft
hierbij geen keuze of inspraak.
2. Financieel doel
a. Het doel van een belasting is het voorzien van middelen voor de algemene uitgaven
van de overheid.
b. Er staat geen individuele of rechtstreekse tegenprestatie tegenover de betaling.
Onderscheid met andere inkomsten van de overheid
Boetes
o Boetes worden weliswaar ook eenzijdig en dwingend opgelegd, maar het
hoofddoel is sanctionerend (bestraffing), niet het vullen van de staatskas. De
financiële opbrengst is louter een bijkomstig gevolg. Boetes worden dus niet als
belastingen beschouwd.
Schenkingen of legaten aan de overheid
o Hierbij ontbreekt het dwingende karakter. Een schenking of legaat wordt vrijwillig
toegekend aan de overheid. Daarom vallen ook deze inkomsten niet onder de
noemer van belastingen.
Onderscheid met andere heffingen
Retributies
o Vergoeding voor een individuele tegenprestatie.
Voorbeeld is parkeergeld: de betaling biedt recht op een specifieke dienst,
namelijk een parkeerplaats. Er is geen bijdrage aan de algemene uitgaven
van de overheid, maar een directe compensatie voor een concrete prestatie.
o Voorwaarde van een redelijke verhouding tussen de prestatie en de gevraagde
vergoeding.
Indien een retributie buitensporig hoog is en niet langer in verhouding staat tot
de geleverde dienst, zal de rechter oordelen dat het in werkelijkheid om een
belasting gaat.
Bijvoorbeeld: een betaling aan de overheid om een terras uit te breiden op
het openbaar trottoir kan als belasting worden beschouwd indien het bedrag
onredelijk hoog is.
o Beginselen van belastingrecht niet allemaal van toepassing, bv. legaliteitsbeginsel,
eenjarigheidsbeginsel
3
, Sociale zekerheidsbijdragen
o Deze bijdragen dienen niet om de algemene staatsuitgaven te financieren, maar
houden verband met sociale bescherming. Het Grondwettelijk Hof heeft bevestigd dat
er een duidelijke band bestaat tussen de betaling en het sociale beschermingsdoel.
o Vroeger waren sociale zekerheidsbijdragen strikt bedoeld ter financiering van de
sociale zekerheid en veroorzaakten zij automatisch sociale rechten. Vandaag wordt
de sociale zekerheid echter ook deels uit de algemene fiscale inkomsten gefinancierd
en leidt betaling niet altijd tot rechten (bijvoorbeeld de sociale bijdrage voor een
zelfstandige in bijberoep).
o De beginselen van het belastingrecht, zoals het legaliteitsbeginsel of het
eenjarigheidsbeginsel, zijn niet altijd volledig van toepassing op sociale
zekerheidsbijdragen.
FUNCTIES VAN BELASTING
FINANCIËLE FUNCTIE VAN BELASTINGEN
Het basiskenmerk van belastingen is dat ze dienen om de overheid van middelen te voorzien voor
haar uitgaven van alle aard.
Belastingen worden in principe in geld betaald, al is in uitzonderlijke gevallen ook betaling in natura
mogelijk, bijvoorbeeld in de erfbelasting via kunstwerken (zie HC erfbelasting).
De totale ontvangsten van de Belgische staatsbelastingen bedroegen volgens het jaarverslag van de
FOD Financiën 2023:
o 2020: 105.203,0 miljoen euro
o 2021: 120.182,8 miljoen euro
o 2022: 134.029,7 miljoen euro
o 2023: 140.534,9 miljoen euro
=> Te vermeerderen met de ontvangsten van andere belastingheffende overheden
Belastingen als beleidsinstrument
Belastingen worden niet enkel geheven met het oog op het spijzen van de staatskas. Soms spelen
andere overwegingen mee. Een voorbeeld uit de actualiteit: de voormalige Amerikaanse president
Donald Trump kondigde nieuwe importtarieven aan op goederen uit China, Mexico en Canada. Het
officiële doel was niet enkel financieel, maar ook om deze landen onder druk te zetten in verband met
de productie en verspreiding van fentanyl en om illegale migratie tegen te gaan. Dit illustreert dat
belastingen soms ingezet worden als beleidsinstrument, los van het strikt financiële doel.
4