AFSTAMMING
2024-2025
Gedoceerd door Gerd Verschelden
1e Master
,1 Inleiding ...........................................................................................................................2
1.1 Regeerakkoord De Wever I ........................................................................................4
2 moederschap ...................................................................................................................6
2.1 Vaststelling ..............................................................................................................6
2.2 Betwisting – art. 312, §2 oud BW ...............................................................................6
3 Meemoederschap ............................................................................................................7
3.1 Vaststelling ..............................................................................................................8
3.1.1 Binnen het huwelijk ..............................................................................................8
3.1.1.1 Overgangsrecht meemoederschap binnen het huwelijk .................................9
3.1.2 Buiten het huwelijk ...............................................................................................9
3.1.2.1 Erkenning – art. 325/4 ev oud BW...................................................................9
3.1.2.2 Gerechtelijke vaststelling – art. 325/8 ev oud BW ......................................... 10
3.2 Betwisting .............................................................................................................. 10
3.2.1 Betwisting meemoederschap echtgenote – art. 325/3 oud BW ............................. 10
3.2.2 Betwisting erkenning meemoeder – art. 325/7 oud BW ......................................... 11
3.2.3 Betwisting gerechtelijk vastgesteld meemoederschap – art. 331decies oud BW.... 13
4 Vaderschap .................................................................................................................... 13
4.1 Vaderlijke erkenning – art. 319 oud BW .................................................................... 15
4.1.1 Opportuniteitsoordeel ........................................................................................ 15
4.1.2 Incestueuze erkenning - reparatie ....................................................................... 17
4.2 Onderzoek naar het vaderschap ............................................................................. 18
4.2.1 Onderzoek naar het incestueus vaderschap ........................................................ 18
4.2.2 Geen belangenafweging in concreto van alle partijen........................................... 19
4.2.3 Toetsing van de belangen van het minderjarige kind ............................................. 20
4.2.3.1 FeitenRS ten gevolge van GwH 28/11/2019 en 18/06/2020 -
ongrondwettigverklaring 332quinquies ........................................................................ 20
4.2.4 Overgangsrecht .................................................................................................. 22
4.2.5 Onderzoek vaderschap na exogene MBV ............................................................. 23
4.2.6 Termijn............................................................................................................... 25
5 Nota afstammingsrecht .................................................................................................. 26
6 Recht op afstammingsinformatie .................................................................................... 31
7 Vlaams afstammingscentrum ......................................................................................... 31
8 Recht van het donorkind op zekerheid omtrent biologische afstamming ........................... 32
9 Ongrondwettigheid van het absolute karakter van de anonimiteit van gametendonatie ..... 33
10 Schadevergoeding wegens foutieve inseminatie ............................................................. 34
1
,1 Inleiding
Drie grondslagen voor oorspronkelijke afstamming;
- Bloedband (biologische realiteit)
- Sociaal gedrag (socio-affectieve realiteit dmv bezit van staat - kan bewijsmiddel zijn om
vaderlijke afstamming gegrond te verklaren en kan ook verhinderen dat juridische
afstamming betwist wordt)
- Wil of intentie om ouder te worden (volitieve realiteit) (DE grond voor
meemoederschap, maar speelt ook een rol bij vaderschap (bv niet-bio vader die een kind
wil erkennen omdat hij dan een vader is))
Naast de 2 biologische ouders kunnen er dus ook mensen zijn die ouder zijn obv hun sociaal
gedrag of ouders zijn omdat ze dit willen zijn.
Indien conflict is tussen de 3 grondslagen dan wordt ‘belang van het kind’ alsmaar als
belangrijker beschouwd door GwH – art 22bis, lid 4 Gw zegt ook dat belang kind voorop staat (wil
van het kind (zeker indien het 18+ is) kan determinerend zijn). Het belang van het kind kan zowel
materieel (bv veel geld) als moreel (ouder die zich slecht gedraagt is niet in belang vh kind) zijn.
→ Appreciatie van het belang van het kind maakt iedere afstammingsafspraak
onvoorspelbaar – weinig rechtzekerheid
Biologische afstamming is niet altijd juridisch vertaald
➔ Niet elk kind heeft een juridische vader (ondanks wel iedereen een bio vader heeft)
➔ Soms is het verboden om de biologische afstamming juridisch vast te stellen (bij
incestueuze relaties)
Juridische afstamming heeft niet altijd een biologische grondslag
➔ Juridisch vaderschap beantwoordt niet altijd aan de bio realiteit (bv door het spelen van
de vaderschapsregel binnen het huwelijk
Een andere persoon dan de biologische of juridische ouder vervult vaak feitelijk de ouderrol
➔ de stiefouder – heeft geen juridische zeggenschap over het kind want heeft geen
ouderlijke rechten, niettegenstaande dat deze groep vaak wel meer beslissingen nemen
over het kind dan de juridische ouder
Ook de ouderschapsintentie wordt juridisch beschermd
➔ Grondslag meemoederschap sinds 1 jan 2015
➔ Ook de grondslag voor de vaderlijke erkenning (mits toestemming moeder) ook al strookt
dit niet met bio-realiteit
2
, Afstammingswet 1987 (afschaffen discriminatie buitenhuwelijkse/overspelige kinderen) – inwr 6
juli 1987
➔ W 1 juli 2006 + reparatiewet 27 dec 2006 - inwr 1 juli 2007
groter gewicht naar bio realiteit (termijn betwisting aansluitend op de kennisname – infra
+ bezit van staat als grond van onontvankelijkheid in betwistingsvorderingen
Nieuw evenwicht voor zowel biologische realiteit als socio-affectieve realiteit
Tsunami aan RS begon in de jaren ‘90, ook de Wetten van 2006, inwr 2007 werd zeer snel
bestreden voor GwH en werd vaak ongrondwettig verklaard (niet vernietigd)
➔ Vanaf Michel-I (2014), De Croo (2020) en De Wever (2025) proberen ze afstammingsrecht
te hervormen maar mislukt altijd
➔ We blijven dus met ongrondwettig bevonden regelgeving zitten
Ook RS van EHRM MAAR de wetgeving die sinds 1987 bestaat is nog niet aangevallen voor het
EHRM (B nog niet veroordeeld door EHRM sinds 1987 – wel ervoor want Marckx-arrest)
Koen Geens (Min v. Justitie) probeerde in Michel-I hervormingen door te voeren;
- een [nieuw] evenwicht tussen het sociale en het biologische ouderschap
- herdenking v/d rol v/h bezit van staat en de impact van MBV op de vestiging v/e
afstammingsband
+ preventie en repressie van schijnerkenningen = wet 19 september 2017, i.w.tr. 1 april
2018
1/ partiële reparatie: wet 21 december 2018
2/ fundamentele hervorming (voorbereid door de ministeriële werkgroep “Afstammingsrecht” in
de schoot van het kabinet)
➔ Men probeerde afstammingsrecht te hervormen binnen de werkgroep maar heeft geen
succes gehad
Vlaamse proffen willen meer belang hechten aan rechtszekerheid door versterking
biologische realiteit
Waalse proffen willen meer belang hechten aan de sociale werkelijkheid (meer
rechtersrecht dus – minder zekerheid)
Titel 3 wet 21 december 2018 (= reparatiewet afstamming)
Art. 99-113 wet 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 31 december
2018
➔ oplossingen voor enkele ongrondwettigheden, zoals vastgesteld door het Grondwettelijk
Hof
➔ in werking sinds 10 januari 2019
Wet 31 juli 2020 (= reparatiewet afstamming)
➔ Art. 19 wet 31 juli 2020 houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 7
augustus 2020
➔ oplossing voor GwH 7 mei 2020, nr. 58/2020 - dat het vroegere art. 330/2, vijfde en zesde
lid oud BW vernietigde
3
2024-2025
Gedoceerd door Gerd Verschelden
1e Master
,1 Inleiding ...........................................................................................................................2
1.1 Regeerakkoord De Wever I ........................................................................................4
2 moederschap ...................................................................................................................6
2.1 Vaststelling ..............................................................................................................6
2.2 Betwisting – art. 312, §2 oud BW ...............................................................................6
3 Meemoederschap ............................................................................................................7
3.1 Vaststelling ..............................................................................................................8
3.1.1 Binnen het huwelijk ..............................................................................................8
3.1.1.1 Overgangsrecht meemoederschap binnen het huwelijk .................................9
3.1.2 Buiten het huwelijk ...............................................................................................9
3.1.2.1 Erkenning – art. 325/4 ev oud BW...................................................................9
3.1.2.2 Gerechtelijke vaststelling – art. 325/8 ev oud BW ......................................... 10
3.2 Betwisting .............................................................................................................. 10
3.2.1 Betwisting meemoederschap echtgenote – art. 325/3 oud BW ............................. 10
3.2.2 Betwisting erkenning meemoeder – art. 325/7 oud BW ......................................... 11
3.2.3 Betwisting gerechtelijk vastgesteld meemoederschap – art. 331decies oud BW.... 13
4 Vaderschap .................................................................................................................... 13
4.1 Vaderlijke erkenning – art. 319 oud BW .................................................................... 15
4.1.1 Opportuniteitsoordeel ........................................................................................ 15
4.1.2 Incestueuze erkenning - reparatie ....................................................................... 17
4.2 Onderzoek naar het vaderschap ............................................................................. 18
4.2.1 Onderzoek naar het incestueus vaderschap ........................................................ 18
4.2.2 Geen belangenafweging in concreto van alle partijen........................................... 19
4.2.3 Toetsing van de belangen van het minderjarige kind ............................................. 20
4.2.3.1 FeitenRS ten gevolge van GwH 28/11/2019 en 18/06/2020 -
ongrondwettigverklaring 332quinquies ........................................................................ 20
4.2.4 Overgangsrecht .................................................................................................. 22
4.2.5 Onderzoek vaderschap na exogene MBV ............................................................. 23
4.2.6 Termijn............................................................................................................... 25
5 Nota afstammingsrecht .................................................................................................. 26
6 Recht op afstammingsinformatie .................................................................................... 31
7 Vlaams afstammingscentrum ......................................................................................... 31
8 Recht van het donorkind op zekerheid omtrent biologische afstamming ........................... 32
9 Ongrondwettigheid van het absolute karakter van de anonimiteit van gametendonatie ..... 33
10 Schadevergoeding wegens foutieve inseminatie ............................................................. 34
1
,1 Inleiding
Drie grondslagen voor oorspronkelijke afstamming;
- Bloedband (biologische realiteit)
- Sociaal gedrag (socio-affectieve realiteit dmv bezit van staat - kan bewijsmiddel zijn om
vaderlijke afstamming gegrond te verklaren en kan ook verhinderen dat juridische
afstamming betwist wordt)
- Wil of intentie om ouder te worden (volitieve realiteit) (DE grond voor
meemoederschap, maar speelt ook een rol bij vaderschap (bv niet-bio vader die een kind
wil erkennen omdat hij dan een vader is))
Naast de 2 biologische ouders kunnen er dus ook mensen zijn die ouder zijn obv hun sociaal
gedrag of ouders zijn omdat ze dit willen zijn.
Indien conflict is tussen de 3 grondslagen dan wordt ‘belang van het kind’ alsmaar als
belangrijker beschouwd door GwH – art 22bis, lid 4 Gw zegt ook dat belang kind voorop staat (wil
van het kind (zeker indien het 18+ is) kan determinerend zijn). Het belang van het kind kan zowel
materieel (bv veel geld) als moreel (ouder die zich slecht gedraagt is niet in belang vh kind) zijn.
→ Appreciatie van het belang van het kind maakt iedere afstammingsafspraak
onvoorspelbaar – weinig rechtzekerheid
Biologische afstamming is niet altijd juridisch vertaald
➔ Niet elk kind heeft een juridische vader (ondanks wel iedereen een bio vader heeft)
➔ Soms is het verboden om de biologische afstamming juridisch vast te stellen (bij
incestueuze relaties)
Juridische afstamming heeft niet altijd een biologische grondslag
➔ Juridisch vaderschap beantwoordt niet altijd aan de bio realiteit (bv door het spelen van
de vaderschapsregel binnen het huwelijk
Een andere persoon dan de biologische of juridische ouder vervult vaak feitelijk de ouderrol
➔ de stiefouder – heeft geen juridische zeggenschap over het kind want heeft geen
ouderlijke rechten, niettegenstaande dat deze groep vaak wel meer beslissingen nemen
over het kind dan de juridische ouder
Ook de ouderschapsintentie wordt juridisch beschermd
➔ Grondslag meemoederschap sinds 1 jan 2015
➔ Ook de grondslag voor de vaderlijke erkenning (mits toestemming moeder) ook al strookt
dit niet met bio-realiteit
2
, Afstammingswet 1987 (afschaffen discriminatie buitenhuwelijkse/overspelige kinderen) – inwr 6
juli 1987
➔ W 1 juli 2006 + reparatiewet 27 dec 2006 - inwr 1 juli 2007
groter gewicht naar bio realiteit (termijn betwisting aansluitend op de kennisname – infra
+ bezit van staat als grond van onontvankelijkheid in betwistingsvorderingen
Nieuw evenwicht voor zowel biologische realiteit als socio-affectieve realiteit
Tsunami aan RS begon in de jaren ‘90, ook de Wetten van 2006, inwr 2007 werd zeer snel
bestreden voor GwH en werd vaak ongrondwettig verklaard (niet vernietigd)
➔ Vanaf Michel-I (2014), De Croo (2020) en De Wever (2025) proberen ze afstammingsrecht
te hervormen maar mislukt altijd
➔ We blijven dus met ongrondwettig bevonden regelgeving zitten
Ook RS van EHRM MAAR de wetgeving die sinds 1987 bestaat is nog niet aangevallen voor het
EHRM (B nog niet veroordeeld door EHRM sinds 1987 – wel ervoor want Marckx-arrest)
Koen Geens (Min v. Justitie) probeerde in Michel-I hervormingen door te voeren;
- een [nieuw] evenwicht tussen het sociale en het biologische ouderschap
- herdenking v/d rol v/h bezit van staat en de impact van MBV op de vestiging v/e
afstammingsband
+ preventie en repressie van schijnerkenningen = wet 19 september 2017, i.w.tr. 1 april
2018
1/ partiële reparatie: wet 21 december 2018
2/ fundamentele hervorming (voorbereid door de ministeriële werkgroep “Afstammingsrecht” in
de schoot van het kabinet)
➔ Men probeerde afstammingsrecht te hervormen binnen de werkgroep maar heeft geen
succes gehad
Vlaamse proffen willen meer belang hechten aan rechtszekerheid door versterking
biologische realiteit
Waalse proffen willen meer belang hechten aan de sociale werkelijkheid (meer
rechtersrecht dus – minder zekerheid)
Titel 3 wet 21 december 2018 (= reparatiewet afstamming)
Art. 99-113 wet 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 31 december
2018
➔ oplossingen voor enkele ongrondwettigheden, zoals vastgesteld door het Grondwettelijk
Hof
➔ in werking sinds 10 januari 2019
Wet 31 juli 2020 (= reparatiewet afstamming)
➔ Art. 19 wet 31 juli 2020 houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 7
augustus 2020
➔ oplossing voor GwH 7 mei 2020, nr. 58/2020 - dat het vroegere art. 330/2, vijfde en zesde
lid oud BW vernietigde
3