Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
kwaliteit van leven bij personen met ontwikkelingsstoornissen
(H3 en H10 niet)
Opmerking: geeft mogelijkheden, ondersteuningsnoden en de beleving van personen met DCD en hun context
weer. (vaak niet aanwezig in samenvatting)
HOOFDSTUK 1: WAT ZIJN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN (PG 14-31 (BEHALVE PG 26-
30))
TERMINOLOGIE EN AFBAKENING
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (DSM-5):
- Aangeboren in de hersenen, hersenen ontwikkelen anders dan bij kinderen zonder
ontwikkelingsstoornis.
- Kan bv doorovererving, mutatie in de genen, prenatale omgevingsfactoren door bv
ondervoeding en/of perinatale factoren als vroeggeboorte.
- Neurobiologisch: aangeboren stoornis in de hersenen ( vaak erfelijk) , komen vaak voor
in de gene (mutaties) prenatale risicofactoren kunnen leiden tot invloed op de
ontwikkeling van de hersenen, ook tijdens de geboorte kan een zuurstoftekort invloed
hebben op de werking van de hersenen.
Definitie: “Een ontwikkelingsstoornis is een neurobiologische stoornis die in de (vroege)
ontwikkelingsperiode tot uiting komt, die gekenmerkt wordt door
ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere functiedomeinen en die levenslang
beperkingen veroorzaakt in het persoonlijk, sociale, schoolse of beroepsmatig functioneren.”
- (vroege) ontwikkelingsperiode: 1ste symptomen zijn meestal (niet altijd) zichtbaar tussen
kleutertijd en lagereschool-leeftijd. Mate waarin ze uitkomen wordt beïnvloedt door
omgevingsfactoren en kindactoren
- Ontwikkelingsachterstanden: Een of meerdere functiedomeinen -> sensorisch,
motorisch. Zintuigen die signalen geven aan u motoriek.
- Levenslange beperkingen: levenslang wil niet altijd zeggen dat de symptomen vene
intens van aard blijven
Vb.: ADHD, dyslexie, DCD, ASS, Gilles de la Tourette , ect.
Oefening – ontwikkelingsstoornis of niet
- Eetstoornis = niet
- ASS = wel
- Bedplassen= niet
- Leerstooris = wel
- Angsstoornis = niet
- Reactieve hechtingsstoornis = niet
- NAH = niet
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
,Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
- ADHD = wel
VERSCHILLENDE ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN (DSM-5)
Verstandelijke beperkingen -> word niet behandelt tijdens de les
o Verstandelijke ontwikkelingsstoornis
o Globale ontwikkelingsachterstand
Communicatiestoornissen: deze stoornissen worden gekenmerkt door een verstoorde
ontwikkeling vn een taal, spraak en/of sociale communicatie.
o Taalstoornis
o Spraakklankstoornis
o Ontwikkelingsstotteren
o Sociale (pragmatische) communicatiestoornis
Autismespectrumstoornis (ASS): kinderen vertonen ernstige tekorten in de sociale omgang
en beperkt, repetitieve interessen en gedragingen
Aandachtsdeficiëntie -/hyperactiviteitsstoornis (ADHD): stoornissen in de aandacht en/of
hyperactiviteit en impulsiviteit centraal staan
(Specifieke) leerstoornissen: specifieke tekorten in het leren van basale schoolse
vaardigheden.
o Dyslexie
o Dysorthografie
o Dyscalculie
o NLD (niet opgenomen DSM-5)
Motorische stoornissen
o Coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD)
o Ticstoornissen
o Stereotiepe – bewegingsstoornis
SUBTYPE -> FENOTYPE/ BEELD
Worden binnen ontwikkelingsstoornissen soms opdeling gemaakt in subgroepen.
Op basis van verschillen in verschijningsvormen (bv waarneembare gedragskenmerken)
Subgroepen= subtypes (vroeger) == maar discussie rond term subtype
REDEN:
Variatie binnen een ontwikkelingsstoornis hebben meestal dezelfde oorzaak. Subtype
impliceert dat het gaat om subgroepen met afzonderlijke etiologie.
Meer dimensionele benadering i.p.v. sterk categoriaal (niet hokjes denken, maar
dimensioneel)
- Dynamische concept i.p.v. statisch concept. (niet van ‘Je hebt autisme of je hebt het niet en
zo ja dan moet je dit doen’, is meer dynamisch == want gedragskenmerken veranderen
doorheen de tijd.) Fenotype is beter dan subtype!
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
,Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
Geen subtypes meer omdat het te veel categoriseert, in een ontwikkelingsstoornissen heeft
meer of minder kenmerken
Meer dimensioneel ( lichter, matig, zwaar )
CRITERIA ONTWIKKELINGSSTOORNIS
Significant meer problemen dan gemiddelde
= als je wat actiever bent heb je geen ontwikkelingsstoornis, je hebt dit als je niet
veel gewenste trekken hebt en veel ongewenste trekken.
o Ontwikkelingsstoornis= dimensionele aandoeningen
o Elke menselijke dimensie loopt op een continuüm van minimaal tot maximaal
aanwezig.
o Ieder van ons bevindt zich voor elke dimensie ergens op dit continuüm van
typisch tot atypische ontwikkeling bv voor agressief gedrag, hyperactiviteit etc.
o Kinderen meet ontwikkelingsstoornis == vertonen significant MEER problemen
dan gemiddeld. (op extreme uiteinde rechts)
Op verschillende dimensies
o Vertonen niet op één dimensie meer problemen dan gemiddeld, maar op verschillende
dimensies (want iedereen vertoont wel eens op min één dimensie meer dan gemiddeld)
De problemen zijn hardnekkig/persistent,
o we kunnen het kind bv helpen oefenen met lezen, maar de problemen zullen niet
zomaar weggaan, zullen niet perfect kunnen lezen.
De problemen zijn pervasief
o doen zich voor in verschillende contexten (bv bij leerkracht, ook thuis of op speelplaats)
Niet leeftijdsadequaat
o is niet eigen aan leeftijd. Bv driftbuien aan 15 jaar.
Significante belemmeringen in dagdagelijkse leven
o je hebt moeite om ergens te participeren.
o Je ervaart een hinder in je dagelijks leven.
o Op verschillende levensdomeinen.
o Bv omgaan leeftijdsgenoten, mee kunnen op school, functioneren binnen gezin.
CLASSIFICATIE
DSM IV DSM - 5 (iets meer dimensioneel)
• autismeSPECTRUMstoornis
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
, Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
• Graad van ernst bij ADHD
• We willen hokjes denken weg
KENMERKEN
• Primaire gedragskenmerken = kernsymptomen = diagnostische kenmerken
• Secundaire gedragskenmerken = gevolg van de primaire kenmerken
SECUNDAIRE KENMERKEN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
• Vaak voorkomende gevolgen op psycho-sociaal vlak:
- Faalervaringen: kinderen die veel faalervaringen hebben ontwikkelen een inadequate
attributiestijl = die kinderen schrijven slechte resultaten toe aan kenmerken in zichzelf. Maar
gaan positieve resultaten niet aan zichzelf toeschrijven. Gevolg: ze gaan zo een vaststaande
mindset ontwikkelen.
- Grote frustraties, schaamtegevoelens en demotivatie
- Laag zelfbeeld
Inadequate attributiestijl groter risico op ‘fixed’ mindset’ (bv kind wanneer toets slecht is
zullen ze toeschrijven aan zichzelf want zijn ‘dom’, stel dat goed is zullen ze niet aan zichzelf
toeschrijven, want is gewoon ‘toeval, leerkracht heeft mild verbetert, dus niet aan eigen
inspanningen’.) (we willen ‘fixed mindset’ = het gaat toch niet kunnen, wegwerken)
Van fixed mindset == growing mindset (wel door eigen inspanningen)
- Faalangstig: kineren met faalangst gaan op 2 manieren hiermee om
o Kinderen die zichzelf blijven inzetten
o Kinderen zie vermijden
- Internaliserende problemen: angsten, depressieve gevoelens. Problemen die in het kind
zitten die je niet ziet
- Externaliserende problemen: agressie, gedragsproblemen. Alle gedragingen die van buitenaf
waarneembaar zijn
- Leerproblemen
- Afwijzing door leeftijdsgenoten
- Negatieve interacties met volwassenen
- Participatieproblemen
BELANG VAN DE OMGEVING IN VERHOGEN PSYCHO- SOCIAAL WELBEVINDEN
- creëren van een stimulerende omgeving
- kinderen zelf keuzes laten maken of betrekken beslissingen
- belang van succeservaringen
- steun, begrip en erkenning uit omgeving
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
kwaliteit van leven bij personen met ontwikkelingsstoornissen
(H3 en H10 niet)
Opmerking: geeft mogelijkheden, ondersteuningsnoden en de beleving van personen met DCD en hun context
weer. (vaak niet aanwezig in samenvatting)
HOOFDSTUK 1: WAT ZIJN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN (PG 14-31 (BEHALVE PG 26-
30))
TERMINOLOGIE EN AFBAKENING
Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (DSM-5):
- Aangeboren in de hersenen, hersenen ontwikkelen anders dan bij kinderen zonder
ontwikkelingsstoornis.
- Kan bv doorovererving, mutatie in de genen, prenatale omgevingsfactoren door bv
ondervoeding en/of perinatale factoren als vroeggeboorte.
- Neurobiologisch: aangeboren stoornis in de hersenen ( vaak erfelijk) , komen vaak voor
in de gene (mutaties) prenatale risicofactoren kunnen leiden tot invloed op de
ontwikkeling van de hersenen, ook tijdens de geboorte kan een zuurstoftekort invloed
hebben op de werking van de hersenen.
Definitie: “Een ontwikkelingsstoornis is een neurobiologische stoornis die in de (vroege)
ontwikkelingsperiode tot uiting komt, die gekenmerkt wordt door
ontwikkelingsachterstanden op een of meerdere functiedomeinen en die levenslang
beperkingen veroorzaakt in het persoonlijk, sociale, schoolse of beroepsmatig functioneren.”
- (vroege) ontwikkelingsperiode: 1ste symptomen zijn meestal (niet altijd) zichtbaar tussen
kleutertijd en lagereschool-leeftijd. Mate waarin ze uitkomen wordt beïnvloedt door
omgevingsfactoren en kindactoren
- Ontwikkelingsachterstanden: Een of meerdere functiedomeinen -> sensorisch,
motorisch. Zintuigen die signalen geven aan u motoriek.
- Levenslange beperkingen: levenslang wil niet altijd zeggen dat de symptomen vene
intens van aard blijven
Vb.: ADHD, dyslexie, DCD, ASS, Gilles de la Tourette , ect.
Oefening – ontwikkelingsstoornis of niet
- Eetstoornis = niet
- ASS = wel
- Bedplassen= niet
- Leerstooris = wel
- Angsstoornis = niet
- Reactieve hechtingsstoornis = niet
- NAH = niet
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
,Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
- ADHD = wel
VERSCHILLENDE ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN (DSM-5)
Verstandelijke beperkingen -> word niet behandelt tijdens de les
o Verstandelijke ontwikkelingsstoornis
o Globale ontwikkelingsachterstand
Communicatiestoornissen: deze stoornissen worden gekenmerkt door een verstoorde
ontwikkeling vn een taal, spraak en/of sociale communicatie.
o Taalstoornis
o Spraakklankstoornis
o Ontwikkelingsstotteren
o Sociale (pragmatische) communicatiestoornis
Autismespectrumstoornis (ASS): kinderen vertonen ernstige tekorten in de sociale omgang
en beperkt, repetitieve interessen en gedragingen
Aandachtsdeficiëntie -/hyperactiviteitsstoornis (ADHD): stoornissen in de aandacht en/of
hyperactiviteit en impulsiviteit centraal staan
(Specifieke) leerstoornissen: specifieke tekorten in het leren van basale schoolse
vaardigheden.
o Dyslexie
o Dysorthografie
o Dyscalculie
o NLD (niet opgenomen DSM-5)
Motorische stoornissen
o Coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD)
o Ticstoornissen
o Stereotiepe – bewegingsstoornis
SUBTYPE -> FENOTYPE/ BEELD
Worden binnen ontwikkelingsstoornissen soms opdeling gemaakt in subgroepen.
Op basis van verschillen in verschijningsvormen (bv waarneembare gedragskenmerken)
Subgroepen= subtypes (vroeger) == maar discussie rond term subtype
REDEN:
Variatie binnen een ontwikkelingsstoornis hebben meestal dezelfde oorzaak. Subtype
impliceert dat het gaat om subgroepen met afzonderlijke etiologie.
Meer dimensionele benadering i.p.v. sterk categoriaal (niet hokjes denken, maar
dimensioneel)
- Dynamische concept i.p.v. statisch concept. (niet van ‘Je hebt autisme of je hebt het niet en
zo ja dan moet je dit doen’, is meer dynamisch == want gedragskenmerken veranderen
doorheen de tijd.) Fenotype is beter dan subtype!
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
,Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
Geen subtypes meer omdat het te veel categoriseert, in een ontwikkelingsstoornissen heeft
meer of minder kenmerken
Meer dimensioneel ( lichter, matig, zwaar )
CRITERIA ONTWIKKELINGSSTOORNIS
Significant meer problemen dan gemiddelde
= als je wat actiever bent heb je geen ontwikkelingsstoornis, je hebt dit als je niet
veel gewenste trekken hebt en veel ongewenste trekken.
o Ontwikkelingsstoornis= dimensionele aandoeningen
o Elke menselijke dimensie loopt op een continuüm van minimaal tot maximaal
aanwezig.
o Ieder van ons bevindt zich voor elke dimensie ergens op dit continuüm van
typisch tot atypische ontwikkeling bv voor agressief gedrag, hyperactiviteit etc.
o Kinderen meet ontwikkelingsstoornis == vertonen significant MEER problemen
dan gemiddeld. (op extreme uiteinde rechts)
Op verschillende dimensies
o Vertonen niet op één dimensie meer problemen dan gemiddeld, maar op verschillende
dimensies (want iedereen vertoont wel eens op min één dimensie meer dan gemiddeld)
De problemen zijn hardnekkig/persistent,
o we kunnen het kind bv helpen oefenen met lezen, maar de problemen zullen niet
zomaar weggaan, zullen niet perfect kunnen lezen.
De problemen zijn pervasief
o doen zich voor in verschillende contexten (bv bij leerkracht, ook thuis of op speelplaats)
Niet leeftijdsadequaat
o is niet eigen aan leeftijd. Bv driftbuien aan 15 jaar.
Significante belemmeringen in dagdagelijkse leven
o je hebt moeite om ergens te participeren.
o Je ervaart een hinder in je dagelijks leven.
o Op verschillende levensdomeinen.
o Bv omgaan leeftijdsgenoten, mee kunnen op school, functioneren binnen gezin.
CLASSIFICATIE
DSM IV DSM - 5 (iets meer dimensioneel)
• autismeSPECTRUMstoornis
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen
, Athina Beschuyt Kwaliteit van mensen met een ontwikkelingsstoornis
• Graad van ernst bij ADHD
• We willen hokjes denken weg
KENMERKEN
• Primaire gedragskenmerken = kernsymptomen = diagnostische kenmerken
• Secundaire gedragskenmerken = gevolg van de primaire kenmerken
SECUNDAIRE KENMERKEN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
• Vaak voorkomende gevolgen op psycho-sociaal vlak:
- Faalervaringen: kinderen die veel faalervaringen hebben ontwikkelen een inadequate
attributiestijl = die kinderen schrijven slechte resultaten toe aan kenmerken in zichzelf. Maar
gaan positieve resultaten niet aan zichzelf toeschrijven. Gevolg: ze gaan zo een vaststaande
mindset ontwikkelen.
- Grote frustraties, schaamtegevoelens en demotivatie
- Laag zelfbeeld
Inadequate attributiestijl groter risico op ‘fixed’ mindset’ (bv kind wanneer toets slecht is
zullen ze toeschrijven aan zichzelf want zijn ‘dom’, stel dat goed is zullen ze niet aan zichzelf
toeschrijven, want is gewoon ‘toeval, leerkracht heeft mild verbetert, dus niet aan eigen
inspanningen’.) (we willen ‘fixed mindset’ = het gaat toch niet kunnen, wegwerken)
Van fixed mindset == growing mindset (wel door eigen inspanningen)
- Faalangstig: kineren met faalangst gaan op 2 manieren hiermee om
o Kinderen die zichzelf blijven inzetten
o Kinderen zie vermijden
- Internaliserende problemen: angsten, depressieve gevoelens. Problemen die in het kind
zitten die je niet ziet
- Externaliserende problemen: agressie, gedragsproblemen. Alle gedragingen die van buitenaf
waarneembaar zijn
- Leerproblemen
- Afwijzing door leeftijdsgenoten
- Negatieve interacties met volwassenen
- Participatieproblemen
BELANG VAN DE OMGEVING IN VERHOGEN PSYCHO- SOCIAAL WELBEVINDEN
- creëren van een stimulerende omgeving
- kinderen zelf keuzes laten maken of betrekken beslissingen
- belang van succeservaringen
- steun, begrip en erkenning uit omgeving
Athina Beschuyt Ontwikkelingsstoornissen