ncoi social work module observeren en rapporteren observatierapport welzijn en samenleving 2025
,
,Samenvatting
Dit observatierapport is gemaakt voor basisschool NAAM en de ouders van ‘BOEF’. Het streven van
NAAM is om zo goed mogelijk passend onderwijs te bieden aan alle leerlingen op basis van de leer-
en onderwijsbehoeften. Zo ook leerlingen die extra zorg nodig hebben.
De aanleiding voor deze observatie is het gedrag van ‘BOEF’. ‘BOEF’ is een 6-jarige jongen met een
taalontwikkelingsstoornis (TOS) die sinds 6 maanden in groep 2 van NAAM zit. TOS betekent dat taal
in de hersenen minder goed wordt verwerkt. Een kind met TOS heeft bijvoorbeeld grote moeite met
praten of het begrijpen van taal. ‘BOEF’ heeft een tweelingbroer ‘KOOTJE’ die ook TOS heeft. Tot
voor de zomervakantie 2022 gingen beide jongens naar een speciale school voor kinderen met een
TOS, namelijk NAAM in PLAATS . Op NAAM had ‘BOEF’ veel vriendjes en was hij een actieve
betrokken leerling. Sinds zijn overgang naar NAAM is hij weinig actief tijdens de les en lijkt hij zich
moeilijker te kunnen concentreren, er is ook weinig interactie met zijn klasgenoten. Voor de
observatie wordt de verbale interactie tussen ‘BOEF’ en zijn 23 klasgenoten geobserveerd. De
observaties vinden plaats op het schoolplein en in de klas van basisschool NAAM. Er zijn 8
verschillende observatiemomenten die allen een half uur duren en op verschillende momenten en
op verschillende dagen plaatsvinden. Dit om tijdens het spelen, lessen in groepsverband en tijdens
opdrachten te kunnen observeren.
Er is gekozen voor een niet-participerende observatie, op deze manier kan de situatie ook niet
beïnvloed worden. Er is gekozen voor een semigestructureerd observatie. Deze observatie is van
tevoren niet ingekaderd door een schema of een observatieformulier. Wel staat van tevoren vast op
welke momenten er geobserveerd gaat worden en dat er gefocust wordt op de communicatie tussen
‘BOEF’ en zijn klasgenoten. De observatiemomenten worden gefilmd.
Het doel van de observatie is om te achterhalen of TOS ‘BOEF’ beperkt in zijn contact met zijn
klasgenoten en of het wellicht voor ‘BOEF’ beter is om weer terug naar NAAM te gaan. Hierbij luidt
de observatievraag: Hoe verloopt de verbale interactie tussen ‘BOEF’ en zijn klasgenoten?
Er is geen gebruik gemaakt van een observatieschaal. Het gedrag en de verbale interactie tussen
‘BOEF’ en zijn klasgenoten is gefilmd. Er is gekozen om de beelden achteraf te analyseren aan de hand
van een beschrijvende observatie. Dit wordt in samenwerking met een logopedist van NAAM gedaan.
Zij is een expert op het gebied van kinderen met TOS in tegenstelling tot de observator zelf.
Uit de observatieresultaten blijkt dat in 53,8% van de keren dat er verbaal contact is zijn klasgenoten
‘BOEF’ niet begrijpen. Ongeveer 15% van de interacties leidt tot een kort gesprek en op 30% van de
interacties komt geen reactie. Via een beschrijvende interpretatie is er betekenis gegeven aan de
observatieresultaten. Hiermee wordt er ook antwoord gegeven op de deelvragen.
• Zoekt ‘BOEF’ verbaal contact? ‘BOEF’ initieert meer contact met zijn klasgenoten dan andersom.
• Hoe reageren klasgenoten op hetgeen wat ‘BOEF’ zegt? Zijn klasgenoten vragen vaak of ‘BOEF’
wil herhalen wat hij heeft gezegd, of ze geven geen reactie.
• Begrijpen zijn klasgenoten wat ‘BOEF’ zegt?
• Hoe reageert ‘BOEF’ op zijn klasgenoten? ‘BOEF’ reageert vaak niet op zijn klasgenoten als zij
iets zeggen of vragen.
,Samen met de logopediste is er gezocht naar een verklaring voor het gedrag van ‘BOEF’ . Voor kinderen
met TOS kan het moeilijk zijn om emoties te verwoorden. Een verklaring voor de weinige interactie
tussen ‘BOEF’ en zijn klasgenoten kan zijn dat ‘BOEF’ een slecht ontwikkelde Theory of Mind (ToM)
heeft. ToM is het vermogen om intenties, verlangens, kennis en gevoelens te herkennen en te
plaatsen, niet alleen bij jezelf, maar ook bij anderen. Ook internaliserende problemen kunnen een
reden zijn voor het gebrek aan interactie. Kinderen met TOS hebben vaker problemen op sociaal-
emotioneel gebied dan andere kinderen.
Dit kan zich uiten in teruggetrokken gedrag of zelfs sociaal isolement.
Kinderen met TOS zijn vaak niet ad rem, begrijpen opdrachten niet zo snel als klasgenoten of kunnen de
antwoorden niet verwoorden. Dit kan allemaal leiden tot onzekerheid. Dit kan een verklaring zijn
waarom de interactie die wel plaatsvindt tussen ‘BOEF’ en zijn klasgenoten altijd kort van duur is.
Uiteindelijk is het antwoord op de observatievraag: Hoe verloopt de verbale interactie tussen ‘BOEF’ en
zijn klasgenoten? Dat de interactie moeizaam verloopt als gevolg van de TOS van ‘BOEF’ .
Het advies is om een ambulant begeleider van NAAM in te zetten. Deze ambulant begeleider kan ‘BOEF’
begeleiden op NAAM , kan adviseren over eventuele hulpmiddelen en kan ook de leraressen van
‘BOEF’ begeleiden en adviseren over het lesgeven aan een kind met TOS.
Aansluitend op dit advies wordt het raadzaam gevonden om in de toekomst een tweede observatie uit te
voeren om te kijken of ‘BOEF’ vorderingen maakt op het gebied van verbale interactie.
, Inhoudsopgave
Voorwoord................................................................................................................................................2
Samenvatting............................................................................................................................................3
Inhoudsopgave.........................................................................................................................................4
Inleiding....................................................................................................................................................5
Hoofdstuk 1. Informatie geobserveerde personen en situatie................................................................6
1.1 Identificatie met aantal personen, geslacht, leeftijd, context, namen waar relevant.........................6
1.2 Contactpersoon- en gegevens.............................................................................................................6
1.3 Plaats & context geobserveerde personen..........................................................................................6
Hoofdstuk 2. Observatiedoel, -vraag en -context....................................................................................7
2.1 Wie vraagt de observatie aan?............................................................................................................7
2.2 Waarom observeren; aan welke vragen moet de observatie beantwoorden?...................................7
2.3 Verwachtingen aanvrager observatie..................................................................................................7
2.4 Verwachtingen observator..................................................................................................................8
Hoofdstuk 3. Situering observatie............................................................................................................8
3.1 Wie observeert daadwerkelijk?...........................................................................................................8
3.2 Tijdstip en duur observatie..................................................................................................................8
3.3 Observatieplaatsen..............................................................................................................................8
Hoofdstuk 4. Overzicht observatieplan....................................................................................................8
4.1 Wie en wat observeerde je?................................................................................................................8
4.2 Hoe observeerde je?...........................................................................................................................9
4.3 Observatieschaal.................................................................................................................................9
Hoofdstuk 5. Observatieresultaat............................................................................................................9
5.1 Resultaten van de meting....................................................................................................................9
5.2 Soort meting......................................................................................................................................10
5.3 Relevante maatstaven.......................................................................................................................10
Hoofdstuk 6. Observatie-interpretaties.................................................................................................10
6.1 Beschrijvende interpretatie...............................................................................................................10
6.2 Verklarende interpretatie..................................................................................................................10
Hoofdstuk 7. Observatiebesluit..............................................................................................................11
7.1 Besluit................................................................................................................................................11
7.2 Advies................................................................................................................................................11
7.3 Handelingsplan..................................................................................................................................11
Literatuurlijst..........................................................................................................................................12
Bijlage I Werkplan en checklist ‘www start observeren’.......................................................................13
Bijlage II Plattegrond schoolplein en klas NAAM...................................................................................14
Bijlage III Tijdstip en duur observatie.....................................................................................................15
Bijlage IV Observatieresultaten..............................................................................................................16