Les 1: Introductie
Mediasociologie ~ Aupers ● Subdiscipline binnen communicatiewetenschappen
● = studie van de relatie tussen media en maatschappij
● Wisselwerking/dialectiek media-maatschappij
Media ~ Hodkinson ● Middelen waarmee inhoud wordt gecommuniceerd
tussen oorsprong en bestemming
● Tegenwoordig: verwijzing naar producten,
technologieën en gedistribueerde inhoud
Cultuur ~ Hodkinson 2 belangrijke betekenissen:
1) Wereld van creatieve expressie
2) Gehele manier van samenleving groep - inclusief
waarden, betekenissen, identiteiten, tradities,
gedragsnormen en manieren om wereld te begrijpen
Samenleving ~ Hodkinson ● = geheel van instellingen en relaties waarbinnen een
relatief grote groep mensen leeft
Micro-niveau ~ Aupers ● Analyse van media(gebruik) gericht op het individuele
niveau
bv: jongeren die persoonlijk sociale media gebruiken
Macro-niveau ~ Aupers ● Analyse van media gericht op bredere
maatschappelijke context - inclusief productie,
industrie, machtsrelaties
Lineair communicatiemodel ~ ● Eenrichtingsproces van informatiebron naar
Shannon & Weaver bestemming via een zender en ontvanger met
concept "noise"
Hypodermic needle theory ● Uit lineaire modellen: boodschappen worden
automatisch in geest van ontvangers geïnjecteerd,
actieve zender en passieve ontvanger
Lineair communicatiemodel ~ ● Communicatieproces in kerncomponenten: zender
Lasswell ("Who?"), inhoud ("What?"), kanaal ("in Which
channel?"), ontvanger ("to Whom?"), en effect ("With
what effect?")
3 perspectieven ~ Hodkinson 1) Media als vormende kracht: media-inhoud of
-technologie hebben enorme impact op vormen en
richting van verandering in de samenleving (cfr.
deterministische opvatting)
, 2) Media als afspiegeling: media vormen doorgeefluik
van wat in samenleving leeft
3) Media als representatie: erkent dat media-inhoud
(deels) afspiegeling is van maatschappij, maar
benadrukt actieve selectie, fictieve dramatisering en
constructie van de werkelijkheid
= doorlopend proces waarbij selectieve
mediapresentaties voortdurend gevoed worden door
en zelf bijdragen aan samenstelling en karakter van
samenleving
= dialectiek tussen media en samenleving
4 componenten media ~ 1) Media-technologieën: hardware waarmee
Hodkinson media-inhoud wordt gecreëerd, gedistribueerd en
gebruikt, zoals boeken, televisie, websites, mobiele
apps
2) Media-industrie: organisaties en instellingen die
productie en distributie van media controleren
3) Media-inhoud: eigenlijke boodschappen en producten
van media, zoals tv-programma's, advertenties,
nieuwsartikelen
4) Media-gebruikers: zij die zich bezighouden met media
→ omstandigheden, identiteiten, meningen en sociale
posities van gebruikers beïnvloeden hoe zij met media
omgaan.
IN: Bredere sociaal-culturele omgeving: = complexe geheel
sociale relaties, manieren van leven en expressievormen
waarin media functioneren → beïnvloedt de elementen van
media en wordt er tegelijkertijd door beïnvloed
“The medium is the message” ● Technologie van media (medium) belangrijker is dan
~ McLuhan de inhoud (boodschap) in termen van sociale
significantie en impact → eigenschappen medium
breiden onze zintuigen uit en veranderen onze sociale
wereld
Moderniseringsprocessen Mediatisering = overkoepelend proces
1. INDUSTRIALISERING
> Marx 18e E: technologische ontwikkelingen en
massaproductie => ongelijkheid & exploitatie
2. URBANISERING
> verstedelijking & bevolkingsgroei
> Tönnies: gemeinschaft → gesellschaft
> Durkheim: anomische mens, geen betekenisvolle
relaties meer in arbeidsmarkt
3. BUREAUCRATISERING
, > Weber: organisaties gebaseerd op regels, procedures
en aanspreekpunten & toename efficiëntie → overgang
naar instrumentele rationaliteit
4. KAPITALISME
> winstmaximalisering & groei (Marx & Weber)
5. CONSUMENTISME
> Baudrillard 20e E: beperkte elite naar brede massa,
iedereen is consumptie identiteit, motor kapitalisme
6. GLOBALISERING
> McLuhan: toename leven in mondiale wereld →
“Global village”
Mediatisering ~ Aupers ● Toenemende afhankelijkheid van samenleving van
media en hun logica ("media logic")
● Omvat zowel kwantitatieve (meer media) als
kwalitatieve (socioculturele veranderingen)
veranderingen
Media logica ~ Hodkinson ● Constructie van werkelijkheid zoals weergegeven door
media
● = institutionele en technologische modus operandi van
media, inclusief manier waarop media materiële en
symbolische middelen distribueren en opereren met
formele en informele regels
● WANT media is dominante institutie geworden met
eigen logica
Institutionele ontwikkeling ● Beschrijft historische verschuiving in rol van media in
media ~ Hjarvard samenleving
● Media ontwikkelde zich van instrument van andere
instituties (tot 1920) naar culturele institutie (1920-1980)
en vervolgens naar semi-onafhankelijke institutie,
geïntegreerd in andere instituties (1980-heden),
gestuurd door media professionalisme en medialogica
● Focus verschoof van overtuiging/agitatie en
representatie van belangen naar bedienen van publiek
als consument
Les 2: Media-Technologie
3 benaderingen ~ Hodkinson ● Media-technologie als vormende kracht: technologie
vormt maatschappij → Technologisch Determinisme
● Media-technologie als afspiegeling: maatschappij
vormt technologie en is reflectie van sociale contexten
en menselijke prioriteiten → Social Shaping of
Technology (SST)