begrippen
1.1.Kenmerken van koolstof verbindingen
Koolstof verbindingen:
Opgebouwd uit: C, H, O, N, S, P
Voornamelijk atoombindingen
Bevatten veel atomen (macromoleculen)
Bestaan uit veel verschillende moleculen
Maximaal 4 bindingspartners rond elk C-atoom
Verschillende bindingsmogelijkheden: hybridisatie
, Enkelvoudige binding: σ-binding
Dubbele binding: σ- + π-binding
Driedubbele binding: σ- + 2π-bindingen
Acyclische verbindingen: gebonden C-atomen die open ketens
vormen
Cylcische verbindingen: gesloten of ringvormige keten s
Alicyclisch: niet aromatisch
Aromatisch
1.2.Formules
Door voorkomen van isomeren wordt structuurformule gebruikt
Vorm van vlakke of ruimtelijke afbeelding of 3 dimensionaal
molecuulmodel
Molecuulformule: geeft enkel informatie over aantal en soort atomen
Structuurformule: geeft informatie over aantal en soort atomen en de
rangschikking ervan in de molecule
Lewisformule
Gewone structuur formule
Vereenvoudigde structuur formule
Skeletnotatie
Voor ingewikkelde en/of grote moleculen
C- en H-atomen worden weggelaten
Geometrie voorgesteld met bindingsstreepjes
Driedimensionaal molecuulmodel: geeft informatie over aantal, soort
en rangschikking van atomen rekening houdend met de reële
bindingshoeken
Binding in het vlak van blad: gewone streep
Binding naar voren: dikke streep
Binding naar achteren: stippellijn
Staafmodel: geeft meervoudige bindingen niet weer
Bolstaafmodel: geeft meervoudige bindingen niet weer
Bolschilmodel
1.3.Isomeren
, Isomerie: verschijnsel waarbij verschillende stoffen uit eenzelfde aantal
atomen opgebouwd zijn
Isomeren: stoffen met dezelfde molecuulformule maar andere
driedimensionale structuur en eigenschappen
Structuurisomerie: moleculen van isomeren verschillen onderling in
structuurformule
Plaats isomeren: verschillen in plaats van atoom, atoomgroep of
meervoudige koolstof-koolstofverbinding
Ketenisomeren: verschillen in bouw van C-keten
Stereo-isomerie: verschillen onderling door driedimensionale schikking van
atomen
Enatiomeren: niet-identieke moleculen die elkaars spiegelbeeld zijn
bij C-atoom omringd met 4 verschillende atomen of groepen
chirale of asymmetrische C-atoom
vaak slechts één biologisch actief
R,S -systeem:
Configuratie van chiraal centrum
Universeel CIP-systeem (Cahn, Ingold en Prelog)
4 atoomgroepen op chirale C: a,b,c,d
Hiërarchie volgens regels
Waarde van groepen neemt af van a naar d : d<c<b<a
Chirale centrum beken tegenover groep met laagste waarde
S- configuratie: beweging tegen de draaizin van de wijzers
R-configuratie: beweging met de draaizin van wijzers mee
Regels om hiërarchie te bepalen:
1. Atomen aan chirale C krijgen waarde volgens atoomnummer:
S>P>O>N>C>H
2. Bij 2 dezelfde atomen wordt gekeken naar de volgende atomen die
eraan gebonden zijn
Diastereomeren: stereomeren die geen enantiomeren zijn
, Epimeren: configuratie van één chiraal C-atoom is omgekeerd
E/Z-isomerie: bij verbindingen waarbij rotatie om binding belemmerd
is d-
eem: 2 dubbel gebonden C-atomen dragen 3 of 4 verschillende groepen
Z-isomeer: zusammen, 2 groepen met hoogste prioriteit aan zelfde kant
van dubbele binding
E-isomeer: entgegen, 2 groepen met hoogste prioriteit aan andere kant
van dubbele binding
1.4.Conformeren
Conformeren: verschillende conformaties van een bepaald molecule
Conformatie: 3D vorm op bepaald ogenblik
Ene conformatie kan overgaan in andere door rotatie rond σ-bindingen
In alternerende conformatie H atomen zo ver mogelijk van elkaar
Verdoken conformatie H atomen zo dicht mogelijk bij elkaar
energetisch minder gunstig
Energie-barrière van 12,0 KJ/ mol om over te gaan van ene naar andere (bij
kamertemp te overwinnen)
Volledig verdoken of totally eclipsed veroorzaakt door interferentie
sterische hinder
Ringconformatie:
C-atomen met SG=4 , bindingshoeken van 109°, basis voor verzadigde
moleculen
In vlakke structuur is cyclische verbindingn niet mogleijk j
Conformeren: envelopconformatie, bootconformatie, gedraaide
bootconformatie, stoelconformatie
Boot- en envelop vormen overgangstoestanden tussen gedraaide
vormen onderling en tussen gedraaide vormen en stoelvorm
Kunnen niet geïsoleerd worden
Gedraaide bootvorming minder stabiel dan stoelconformatie
In laagste energietoestand stoelvorm
6 van 12 H-atomen axiaal (loodrecht)
C-H bindingen parallel + steken naar boven en onder uit
Andere 6 H-atomen equatoriaal (schuine), wijzen vanuit omtrek naar
buiten