1. Beantwoord volgende meerkeuzevragen met betrekking tot de waardebepaling van opbrengsteneigendommen.
A) Een financiële hefboom werkt alleen als
a. De kredietrente lager is dan de inflatie
b. Uw rendement lager is dan inflatie
c. De kredietrente lager is dan uw rendement
B) Welke OpEX wordt als vuistregel door beleggers gehanteerd (bij residentieel vastgoed)
a. Circa 5%
b. Circa 16%
c. Circa 30%
Uitleg
1a. Financiële hefboom (leverage) = een strategie waarbij een bedrijf of individu geleend geld gebruikt om de potentiële
opbrengt van een investering te vergroten
- Het kan zowel de winsten als de verliezen van een investering vergroten, en wordt daarom beschouwd als een
krachtig maar risicovol financieel instrument.
- Het hefboomeffect verhoogt het rendement van het eigen vermogen zolang de kosten van de schuldenlast lager
zijn dan de toename van de winsten die behaald wordt dankzij deze schuldenlast
o Het zorgt er dus voor dat de potentiële, positieve of negatieve rendement dat een belegger kan maken
hoger is dan een directe belegging in de onderliggende waarde.
1b. OpEX (operationele uitgaven) = zijn de terugkerende kosten voor een product, systeem of onderneming.
- Beleggers in residentieel vastgoed hanteren de vuistregel dat operationele uitgaven ongeveer 30% van de bruto
huurinkomsten bedragen. →¨dekken van kosten zoals onderhoud, verzekeringen, belastingen en beheerskosten
Vraag 2
1. Beantwoord volgende meerkeuzevragen met betrekking tot retail.
A) De winkelvloeroppervlakte van een handelspand is…
a. De verkoopruimte die toegankelijk is voor het publiek en die direct samenhangt met de winkelverkoop,
zoals onder meer de etalage, vitrines, toonbanken, legsels, paskamers en kassaruimte
b. De vloeroppervlakte die vermeld wordt in de handelsovereenkomst
c. Het gedeelte van de verhuurbare vloeroppervlakte dat nuttig is voor de exploitatie van de handelszaak
B) Wat is een huurincentive?
a. Een korting op de huurprijs of tijdelijke vrijstelling van huur die door de eigenaar-verhuurder toegestaan
wordt als compensatie voor de kosten die de huurder draagt om het handelspand in te richten
b. Eigenaarskosten die contractueel ten laste van huurder gelegd worden
Uitleg
1a. De winkelvloeroppervlakte (WVO) is de verkoopruimte die toegankelijk is voor het publiek en die direct samenhangt
met de winkelverkoop, zoals onder meer de etalages, vitrines, toonbanken, legsels, paskamers en kassaruimte.
- De WVO wordt mee bepaald door de inrichting van de winkelruimte en is geen vast gegeven voor het winkelpand.
Indien een WVO meegedeeld wordt moet deze beschouwd worden als een grootteorde WVO die in het pand
beschikbaar zal zijn
De winkelgebruiksoppervlakte (WBO) is het gedeelte van de verhuurbare vloeroppervlakte dat nuttig is voor de exploitatie
van de handelszaak.
1
, - De WBO omvat alle lokalen die dienstbaar zijn aan de winkel, waaronder de winkelruimte zelf, aangevuld met
stockageruimte, personeelsruimte enz. De WBO is de totale verhuurbare oppervlakte. Zij wordt gemeten als bruto
uitwendige oppervlakte en is een vast gegeven voor het winkelpand
1b. huurincentive = tijdelijke korting op de huurprijs of een vrijstelling voor de huurder om gedurende enkele maanden
huurgelden te betalen.
Vraag 3
1. Hoe kan een goed facility management leiden tot een hogere waardering?
a. Een goed facility management heeft minder/lagere OpEx tot gevolg.
b. Een goed facility management heeft meer/hogere CapEx tot gevolg.
c. Een goed facility management heeft meer/hogere OpeX tot gevolg.
d. Een goed facility management heeft minder/lagere CapEx tot gevolg.
Vraag 4
1. Beantwoord de volgende meerkeuzevragen met betrekking tot de kantorenmarkt en semi-industrieel vastgoed
A) In een vaktijdschrift over vastgoed lees ik dat de prime yield in de kantorenmarkt te Brussel het voorbij
kwartaal toegenomen is met + 10%. Wat zegt dat over de waarde trends in de kantorenmarkt in Brussel?
a. Dit is positief. Dit betekent dat er nog voldoende vraag is om een groeiend aanbod op te nemen zodat de
prijzen niet onder neerwaartse druk komen.
b. Dit is positief. Eigenaars verhuurders hebben een hoger direct rendement uit hun opbrengsteneigendom
c. Dit is negatief. Dit betekent dat het vertrouwen van investeerders in de kantorenmarkt afgenomen is.
B) Welke van de onderstaande stellingen is niet juist
a. KMO-gebouwen zijn minder snel onderhevig aan vetusiteit dan woongebouwen
b. Mutatieleegstand is leegstand te wijten aan huurderswissels
c. Bij toepassing van de inkomstenbenadering zal de duurzaamheid van een kantoorgebouw doorgaans een
positief effect hebben op het resultaat van de waardebepaling omdat het leegstandsrisico van deze gebouwen
kleiner is
C) Bij een semi-industrieel gebouw kan de vloeroppervlakte van een kantoorgedeelte best perkt blijven tot
10%, waarom?
a. Dan kan ook het aantal parkeerplaatsen beperkt worden zodat op het terrein ruimte vrij komt die gebruikt
kan worden als bijkomende opslagruimte of als manoeuvreerruimte voor vrachtwagens bij levering.
b. Dan komt het gebouw in aanmerking voor terbeschikkingstelling in plaats van huur, wat fiscaal
aantrekkelijker is voor de huurder en een voordeel oplevert wanneer het gebouw op de markt aangeboden
wordt
c. De nuttige brandbelasting van kantoorruimten is groter dan de brandbelasting van een werkplaats, zodat de
kostprijs om het gebouw brandvrij te maken zou toenemen
Uitleg
1a. Prime yield = aanvangsrendement → is een maatstaf voor het directe rendement dat investeerders verachten te
verdienen van een vastgoedbelegging
- Het wordt berekend als de verhouding tussen de jaarlijkse netto huurinkomsten en de aankoopprijs van het
vastgoed.
- Als de prime yield stijgt → de waarde van het vastgoed is gedaald.
1b. KMO-gebouwen (kleine en middelgrote ondernemingen) kunnen sneller verouderen dan woongebouwen
- Mutatieleegstand is leegstand te wijten aan huurderswissels
, o CORRECT. Mutatieleegstand verwijst naar de periode waarin een woning of commercieel pand leegstaat
tussen het vertrek van de oude huurder en het betrekken door een nieuwe huurder.
- Inkomstenbenadering en duurzaamheid
o CORRECT. Duurzame kantoorgebouwen hebben vaak lagere exploitatiekosten en zijn aantrekkelijker voor
huurders, wat kan resulteren in hogere bezettingsgraden en lagere leegstandsrisico’s. Dit heeft een positief
effect op de waardebepaling volgens de inkomstenbenadering
Vraag 5
1. Welke van de onderstaande begrippen geeft een aanduiding van de duurzaamheid van een gebouw?
a. Ipms-1
b. BREAAM
c. OER
d. NER-D
Uitleg
IPMS-1 = international Property measurements standards → dit is een standard voor het meten van de bruto oppervlakte
van een gebouw.
- Het doel? → consistente en transparante metingen bieden voor verschillende soorten eigendommen, wat helpt bij
het bevorderen van vergelijkbaarheid en duidelijkheid in de vastgoedmarkt.
OER = operating Expense Ratio → Dit is een maatstaf die de verhouding van de operationele kosten ten opzichte van de
inkomsten van een gebouw weergeeft.
NER-D = Net Effective Rent Discounted → dit is een maatstaf voor het effectieve huurniveau na kortingen en huurvrije
periodes, meestal gebruik in de commerciële vastgoedsector.
- Het doel? → nauwkeurig beeld te geven van het werkelijke huurrendement dat een verhuurder ontvangt over de
looptijd van een huurcontract
BREEAM = Building Research establishment Environmental assessment method → methode voor het beoordelen van de
duurzaamheid van gebouwen.
- Het beoordeelt: energieverbruik, watergebruik, vervuiling, transport, materialen, afval, etc.
Vraag 6
Hieronder krijgt u een aantal betrekking tot de reglementering van schattingsopdrachten. Slechts één van deze beweringen
is volledig juist. Duid de juiste bewering aan.
a. Bij de waardebepaling van een … goed … beursgenoteerd bedrijf moet rekening gehouden worden met de
IAS/IFRS richtlijnen. Deze richtlijnen verplichten de schatter om bij de waardebepaling gebruik te maken van
de inkomstenbenadering
b. Voorafgaande schattingen in het kader van de successierechten (de zogenaamde experten schatting) mogen
enkel uitgevoerd worden door erkende schatters die het … schattingen ondertekend hebben. De
waardebepaling gebeurd bij voorkeur op basis van de methoden van vergelijkingspunten maat de toepassing
van andere schattingsbenaderingen is niet uitgesloten.
c. De toepassing van een Automated Valuation Model is in tegenstrijd met de ICSC richtlijnen voor de uitvoering
van schattingsopdrahcten en is daatom niet toegelaten in Vlaanderen.
d. In Vlaanderen is de uitvoering van een waardebepaling in opdracht van particulieren
nietgereglementeerd.Hierdoor kan de schatter (die zijn opdracht gekregen heeft van een particulier) niet
aansprakelijk gesteld worden voor fouten in de waardebepaling
, Vraag 7
Beantwoord volgende meerkeuzevragen met betrekking tot de schattingsmethodes uit de inkomstenbenadering.
1. Stel: u waardeert een onroerend goed met een holding periode van 10 jaar. De exitwaarde van dit goed gaat u
berekenen als een ..
a. Perpetuiteit
b. Gelijkblijvende annuïteit
c. Multiplicator
2. Bij welke waarderingsmethode wordt de term huurdraagkracht gebruikt?
a. Zone A-berekening (ITZA)
b. Hardcore / layer
c. Gross operating profit
Uitleg
- Perpetuïteit = een eeuwigdurende reeks van constante kasstromen.
- Exitwaarde = wordt berekent door de verwachte netto operationele inkomsten na de holding periode te
kapitaliseren tegen een passende kapitalisatiefactor
- Gelijkblijvende annuïteit = verwijst naar een reeks gelijke kasstromen over een bepaalde tijdsperiode.
- Multiplicator = een factor die de waarde van een eigendom berekent door een veelboud van de inkomsten of winst
te nemen
- Huurdraagkracht = verwijst naar het vermogen van een huurder om huur te betalen, gebaseerd op de inkomsten of
winst die gegenereerd wordt uit de activiteiten die in het gehuurder pand plaatsvinden
- Gross operating profit (GOP) = een waarderingsmethode die de netto bedrijfswinst van een bedrijf of eigendom in
aanmerking neemt.
- Zone-A- berekening = in terms of zone A → wordt gebruikt voor het waarderen van retailruimte. Het is een methode
die de huurwaarde van verschillende delen van een winkelruimte uniform maakt door deze om te zetten naar een
gemeenschappelijke maatstaf
- Hardcore / layer = waarderingsbenadering die vaak wordt gebruikt voor commercieel vastgoed, waarbij de
huurinkomsten worden gescheiden in een hardcore component (basishuur) en een layer component (inkomsten
boven de basishuur)
Vraag 8
Geef aan welke manier de waarde van vruchtgebruik onder verschillende omstandigheden berekend wordt door de optie
aan te duiden die het beste de stelling aanvult.
1. De heffingsgrondslag voor successierechten die verschuldigd zijn op een levenslang vruchtgebruik in nalatenschap
wordt berekend…
a. Door verdiscontering van de werkelijke waarde van de netto huur aan een verdisconteringsvoet van 4%
b. Door 4% van de venale waarde van het onroerend goed te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die
afhankelijk is van de leeftijd van de verkrijger van het vruchtgebruik
c. Door toepassing van de formule Ruysseveldt
2. De economische waarde van een tijdelijk vruchtgebruik wordt berekend
a. Uit een omzettingstabel die jaarlijks in het staatsblad gepubliceerd wordt
b. Door toepassing van de formule van Ruysseveldt
c. Door verdiscontering van de werkelijke waarde van de netto huur aan een verdisconteringsvoet van 4%
3. De economische waarde van een levenslang vruchtgebruik wordt berekend
a. Door toepassing van de formule van Ruysseveldt
b. Als 80% van de venale waarde van de volle eigendom
c. Uit een omzettingstabel die jaarlijks in het staatsblad gepubliceerd wordt
A) Een financiële hefboom werkt alleen als
a. De kredietrente lager is dan de inflatie
b. Uw rendement lager is dan inflatie
c. De kredietrente lager is dan uw rendement
B) Welke OpEX wordt als vuistregel door beleggers gehanteerd (bij residentieel vastgoed)
a. Circa 5%
b. Circa 16%
c. Circa 30%
Uitleg
1a. Financiële hefboom (leverage) = een strategie waarbij een bedrijf of individu geleend geld gebruikt om de potentiële
opbrengt van een investering te vergroten
- Het kan zowel de winsten als de verliezen van een investering vergroten, en wordt daarom beschouwd als een
krachtig maar risicovol financieel instrument.
- Het hefboomeffect verhoogt het rendement van het eigen vermogen zolang de kosten van de schuldenlast lager
zijn dan de toename van de winsten die behaald wordt dankzij deze schuldenlast
o Het zorgt er dus voor dat de potentiële, positieve of negatieve rendement dat een belegger kan maken
hoger is dan een directe belegging in de onderliggende waarde.
1b. OpEX (operationele uitgaven) = zijn de terugkerende kosten voor een product, systeem of onderneming.
- Beleggers in residentieel vastgoed hanteren de vuistregel dat operationele uitgaven ongeveer 30% van de bruto
huurinkomsten bedragen. →¨dekken van kosten zoals onderhoud, verzekeringen, belastingen en beheerskosten
Vraag 2
1. Beantwoord volgende meerkeuzevragen met betrekking tot retail.
A) De winkelvloeroppervlakte van een handelspand is…
a. De verkoopruimte die toegankelijk is voor het publiek en die direct samenhangt met de winkelverkoop,
zoals onder meer de etalage, vitrines, toonbanken, legsels, paskamers en kassaruimte
b. De vloeroppervlakte die vermeld wordt in de handelsovereenkomst
c. Het gedeelte van de verhuurbare vloeroppervlakte dat nuttig is voor de exploitatie van de handelszaak
B) Wat is een huurincentive?
a. Een korting op de huurprijs of tijdelijke vrijstelling van huur die door de eigenaar-verhuurder toegestaan
wordt als compensatie voor de kosten die de huurder draagt om het handelspand in te richten
b. Eigenaarskosten die contractueel ten laste van huurder gelegd worden
Uitleg
1a. De winkelvloeroppervlakte (WVO) is de verkoopruimte die toegankelijk is voor het publiek en die direct samenhangt
met de winkelverkoop, zoals onder meer de etalages, vitrines, toonbanken, legsels, paskamers en kassaruimte.
- De WVO wordt mee bepaald door de inrichting van de winkelruimte en is geen vast gegeven voor het winkelpand.
Indien een WVO meegedeeld wordt moet deze beschouwd worden als een grootteorde WVO die in het pand
beschikbaar zal zijn
De winkelgebruiksoppervlakte (WBO) is het gedeelte van de verhuurbare vloeroppervlakte dat nuttig is voor de exploitatie
van de handelszaak.
1
, - De WBO omvat alle lokalen die dienstbaar zijn aan de winkel, waaronder de winkelruimte zelf, aangevuld met
stockageruimte, personeelsruimte enz. De WBO is de totale verhuurbare oppervlakte. Zij wordt gemeten als bruto
uitwendige oppervlakte en is een vast gegeven voor het winkelpand
1b. huurincentive = tijdelijke korting op de huurprijs of een vrijstelling voor de huurder om gedurende enkele maanden
huurgelden te betalen.
Vraag 3
1. Hoe kan een goed facility management leiden tot een hogere waardering?
a. Een goed facility management heeft minder/lagere OpEx tot gevolg.
b. Een goed facility management heeft meer/hogere CapEx tot gevolg.
c. Een goed facility management heeft meer/hogere OpeX tot gevolg.
d. Een goed facility management heeft minder/lagere CapEx tot gevolg.
Vraag 4
1. Beantwoord de volgende meerkeuzevragen met betrekking tot de kantorenmarkt en semi-industrieel vastgoed
A) In een vaktijdschrift over vastgoed lees ik dat de prime yield in de kantorenmarkt te Brussel het voorbij
kwartaal toegenomen is met + 10%. Wat zegt dat over de waarde trends in de kantorenmarkt in Brussel?
a. Dit is positief. Dit betekent dat er nog voldoende vraag is om een groeiend aanbod op te nemen zodat de
prijzen niet onder neerwaartse druk komen.
b. Dit is positief. Eigenaars verhuurders hebben een hoger direct rendement uit hun opbrengsteneigendom
c. Dit is negatief. Dit betekent dat het vertrouwen van investeerders in de kantorenmarkt afgenomen is.
B) Welke van de onderstaande stellingen is niet juist
a. KMO-gebouwen zijn minder snel onderhevig aan vetusiteit dan woongebouwen
b. Mutatieleegstand is leegstand te wijten aan huurderswissels
c. Bij toepassing van de inkomstenbenadering zal de duurzaamheid van een kantoorgebouw doorgaans een
positief effect hebben op het resultaat van de waardebepaling omdat het leegstandsrisico van deze gebouwen
kleiner is
C) Bij een semi-industrieel gebouw kan de vloeroppervlakte van een kantoorgedeelte best perkt blijven tot
10%, waarom?
a. Dan kan ook het aantal parkeerplaatsen beperkt worden zodat op het terrein ruimte vrij komt die gebruikt
kan worden als bijkomende opslagruimte of als manoeuvreerruimte voor vrachtwagens bij levering.
b. Dan komt het gebouw in aanmerking voor terbeschikkingstelling in plaats van huur, wat fiscaal
aantrekkelijker is voor de huurder en een voordeel oplevert wanneer het gebouw op de markt aangeboden
wordt
c. De nuttige brandbelasting van kantoorruimten is groter dan de brandbelasting van een werkplaats, zodat de
kostprijs om het gebouw brandvrij te maken zou toenemen
Uitleg
1a. Prime yield = aanvangsrendement → is een maatstaf voor het directe rendement dat investeerders verachten te
verdienen van een vastgoedbelegging
- Het wordt berekend als de verhouding tussen de jaarlijkse netto huurinkomsten en de aankoopprijs van het
vastgoed.
- Als de prime yield stijgt → de waarde van het vastgoed is gedaald.
1b. KMO-gebouwen (kleine en middelgrote ondernemingen) kunnen sneller verouderen dan woongebouwen
- Mutatieleegstand is leegstand te wijten aan huurderswissels
, o CORRECT. Mutatieleegstand verwijst naar de periode waarin een woning of commercieel pand leegstaat
tussen het vertrek van de oude huurder en het betrekken door een nieuwe huurder.
- Inkomstenbenadering en duurzaamheid
o CORRECT. Duurzame kantoorgebouwen hebben vaak lagere exploitatiekosten en zijn aantrekkelijker voor
huurders, wat kan resulteren in hogere bezettingsgraden en lagere leegstandsrisico’s. Dit heeft een positief
effect op de waardebepaling volgens de inkomstenbenadering
Vraag 5
1. Welke van de onderstaande begrippen geeft een aanduiding van de duurzaamheid van een gebouw?
a. Ipms-1
b. BREAAM
c. OER
d. NER-D
Uitleg
IPMS-1 = international Property measurements standards → dit is een standard voor het meten van de bruto oppervlakte
van een gebouw.
- Het doel? → consistente en transparante metingen bieden voor verschillende soorten eigendommen, wat helpt bij
het bevorderen van vergelijkbaarheid en duidelijkheid in de vastgoedmarkt.
OER = operating Expense Ratio → Dit is een maatstaf die de verhouding van de operationele kosten ten opzichte van de
inkomsten van een gebouw weergeeft.
NER-D = Net Effective Rent Discounted → dit is een maatstaf voor het effectieve huurniveau na kortingen en huurvrije
periodes, meestal gebruik in de commerciële vastgoedsector.
- Het doel? → nauwkeurig beeld te geven van het werkelijke huurrendement dat een verhuurder ontvangt over de
looptijd van een huurcontract
BREEAM = Building Research establishment Environmental assessment method → methode voor het beoordelen van de
duurzaamheid van gebouwen.
- Het beoordeelt: energieverbruik, watergebruik, vervuiling, transport, materialen, afval, etc.
Vraag 6
Hieronder krijgt u een aantal betrekking tot de reglementering van schattingsopdrachten. Slechts één van deze beweringen
is volledig juist. Duid de juiste bewering aan.
a. Bij de waardebepaling van een … goed … beursgenoteerd bedrijf moet rekening gehouden worden met de
IAS/IFRS richtlijnen. Deze richtlijnen verplichten de schatter om bij de waardebepaling gebruik te maken van
de inkomstenbenadering
b. Voorafgaande schattingen in het kader van de successierechten (de zogenaamde experten schatting) mogen
enkel uitgevoerd worden door erkende schatters die het … schattingen ondertekend hebben. De
waardebepaling gebeurd bij voorkeur op basis van de methoden van vergelijkingspunten maat de toepassing
van andere schattingsbenaderingen is niet uitgesloten.
c. De toepassing van een Automated Valuation Model is in tegenstrijd met de ICSC richtlijnen voor de uitvoering
van schattingsopdrahcten en is daatom niet toegelaten in Vlaanderen.
d. In Vlaanderen is de uitvoering van een waardebepaling in opdracht van particulieren
nietgereglementeerd.Hierdoor kan de schatter (die zijn opdracht gekregen heeft van een particulier) niet
aansprakelijk gesteld worden voor fouten in de waardebepaling
, Vraag 7
Beantwoord volgende meerkeuzevragen met betrekking tot de schattingsmethodes uit de inkomstenbenadering.
1. Stel: u waardeert een onroerend goed met een holding periode van 10 jaar. De exitwaarde van dit goed gaat u
berekenen als een ..
a. Perpetuiteit
b. Gelijkblijvende annuïteit
c. Multiplicator
2. Bij welke waarderingsmethode wordt de term huurdraagkracht gebruikt?
a. Zone A-berekening (ITZA)
b. Hardcore / layer
c. Gross operating profit
Uitleg
- Perpetuïteit = een eeuwigdurende reeks van constante kasstromen.
- Exitwaarde = wordt berekent door de verwachte netto operationele inkomsten na de holding periode te
kapitaliseren tegen een passende kapitalisatiefactor
- Gelijkblijvende annuïteit = verwijst naar een reeks gelijke kasstromen over een bepaalde tijdsperiode.
- Multiplicator = een factor die de waarde van een eigendom berekent door een veelboud van de inkomsten of winst
te nemen
- Huurdraagkracht = verwijst naar het vermogen van een huurder om huur te betalen, gebaseerd op de inkomsten of
winst die gegenereerd wordt uit de activiteiten die in het gehuurder pand plaatsvinden
- Gross operating profit (GOP) = een waarderingsmethode die de netto bedrijfswinst van een bedrijf of eigendom in
aanmerking neemt.
- Zone-A- berekening = in terms of zone A → wordt gebruikt voor het waarderen van retailruimte. Het is een methode
die de huurwaarde van verschillende delen van een winkelruimte uniform maakt door deze om te zetten naar een
gemeenschappelijke maatstaf
- Hardcore / layer = waarderingsbenadering die vaak wordt gebruikt voor commercieel vastgoed, waarbij de
huurinkomsten worden gescheiden in een hardcore component (basishuur) en een layer component (inkomsten
boven de basishuur)
Vraag 8
Geef aan welke manier de waarde van vruchtgebruik onder verschillende omstandigheden berekend wordt door de optie
aan te duiden die het beste de stelling aanvult.
1. De heffingsgrondslag voor successierechten die verschuldigd zijn op een levenslang vruchtgebruik in nalatenschap
wordt berekend…
a. Door verdiscontering van de werkelijke waarde van de netto huur aan een verdisconteringsvoet van 4%
b. Door 4% van de venale waarde van het onroerend goed te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die
afhankelijk is van de leeftijd van de verkrijger van het vruchtgebruik
c. Door toepassing van de formule Ruysseveldt
2. De economische waarde van een tijdelijk vruchtgebruik wordt berekend
a. Uit een omzettingstabel die jaarlijks in het staatsblad gepubliceerd wordt
b. Door toepassing van de formule van Ruysseveldt
c. Door verdiscontering van de werkelijke waarde van de netto huur aan een verdisconteringsvoet van 4%
3. De economische waarde van een levenslang vruchtgebruik wordt berekend
a. Door toepassing van de formule van Ruysseveldt
b. Als 80% van de venale waarde van de volle eigendom
c. Uit een omzettingstabel die jaarlijks in het staatsblad gepubliceerd wordt