PUBLIEK -EN PRIVAATRECHT
,Inhoudsopgave
Publiekrecht..................................................................................................................................... 2
Staatsrecht ......................................................................................................................................................... 2
Bestuurs(proces)recht ........................................................................................................................................ 7
H 11. Straf(proces)recht .................................................................................................................... 9
H12. Europees recht ....................................................................................................................... 18
Privaatrecht .................................................................................................................................... 23
H1. Terreinverkenning ..................................................................................................................................... 23
H2. Verbintenisrecht – de overeenkomst ........................................................................................................ 30
H3. De arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst ................................................................................ 34
H4. Verbintenisrecht – de onrechtmatige en rechtmatige daad .................................................................... 43
H5. Goederenrecht ........................................................................................................................................... 51
H7. Ondernemingsrecht ................................................................................................................................... 55
H8. Burgerlijk procesrecht ............................................................................................................................... 60
, Publiekrecht
Staatsrecht
Publiek recht:
- Staatsrecht
- Strafrecht
- Bestuursrecht
Publiek gaat over de burger tegen de staat of staat tegen de staat.
Wanneer is er sprake van een staat? ER MOET AAN ALLE PUNTEN VOLDAAN WORDEN!
1. Afgegrensd grondgebied
2. Volk; gemeenschap van mensen die bij elkaar willen horen
3. 1 orgaan heeft de hoogste macht
4. Om effectief te zijn heeft het erkenning nodig
Spreiding van macht/ Trias politica:
Horizontale spreiding van macht:
- Wetgevende macht (makers van wetten)
- Uitvoerende macht (uitvoerders van wetten)
- Rechtsprekende macht (rechters)
Verticale spreiding van macht:
Spreiding in de vorm van decentralisatie (provinciaal, gemeentelijk)
Staatsrechtelijke beginselen:
- Trias politica (wetgevend, uitvoerend, rechtsprekend)
- Legaliteitsbeginsel
Alles wat de overheid doet, gebaseerd zijn op de wet
(De meeste) nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht worden toegepast
- Democratie (volksvertegenwoordiging)
- Onafhankelijkheid van de rechter (benoeming voor het leven, rechtspositie geregeld bij
wet)
- Waarborg van grondwetten
Belangrijke wetten voor het staatsrecht zijn:
- Grondwet
- Wet op de Raad van State
- Kieswet
- Wet op de Rechterlijke Organisatie
- Statuut van het Koninkrijk
Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
- Centrale overheid kan bevoegdheden lagere overheid overnemen
- Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden
- Spontane vernietigingsbevoegdheid
, DECENTRALISATIE
Publiek lichaam Wetgever Bestuurder En….
Staat SG + Regering Regering Minister-
President
Provincie Provinciale Gedeputeerde CvdK
Staten Staten
Gemeente Gemeente Raad College van Burgemeester
Burgemeester
en Wethouders
STAAT
Regering: Koning + Ministers
- Doen wetsvoorstellen
- Stelt zelfstandig regels op (AMvB) op basis van formele wetten
- Onderhoudt internationale relaties
- Heeft oppergezag over de krijgsmacht
Kabinet: ministers + staatssecretarissen
Minister:
- Hoofd van ministerie = departement
- Geeft leiding aan een ministerie en draagt politieke (ministeriële)
verantwoordelijkheid
- Secretaris-generaal is hoogste ambtenaar van het ministerie
Staatssecretaris:
- Een minister verbonden aan een ministerie
- Onderschikt aan de minister
- Politicus
Een demissionair kabinet = kabinet na de val van de regering
- Informateur: samenwerkingsverband onderzoeken
- Formateur: brengt met de nieuwe politieke partijen het regeerakkoord tot stand.
PROVINCIE
Provinciale Staten: volksvertegenwoordiging
- Wetgevende bevoegdheid = provinciale verordeningen
- Eigen huishouding (autonomie)
- Uitvoering van opdrachten van centrale overheid
Gedeputeerde Staten: dagelijks bestuur (3-7 leden)
- Gekozen door Provinciale Staten
Commissaris van de Koning (CvdK): benoemd voor 6 jaar door regering na aanbeveling door
Provinciale Staten.
,Inhoudsopgave
Publiekrecht..................................................................................................................................... 2
Staatsrecht ......................................................................................................................................................... 2
Bestuurs(proces)recht ........................................................................................................................................ 7
H 11. Straf(proces)recht .................................................................................................................... 9
H12. Europees recht ....................................................................................................................... 18
Privaatrecht .................................................................................................................................... 23
H1. Terreinverkenning ..................................................................................................................................... 23
H2. Verbintenisrecht – de overeenkomst ........................................................................................................ 30
H3. De arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst ................................................................................ 34
H4. Verbintenisrecht – de onrechtmatige en rechtmatige daad .................................................................... 43
H5. Goederenrecht ........................................................................................................................................... 51
H7. Ondernemingsrecht ................................................................................................................................... 55
H8. Burgerlijk procesrecht ............................................................................................................................... 60
, Publiekrecht
Staatsrecht
Publiek recht:
- Staatsrecht
- Strafrecht
- Bestuursrecht
Publiek gaat over de burger tegen de staat of staat tegen de staat.
Wanneer is er sprake van een staat? ER MOET AAN ALLE PUNTEN VOLDAAN WORDEN!
1. Afgegrensd grondgebied
2. Volk; gemeenschap van mensen die bij elkaar willen horen
3. 1 orgaan heeft de hoogste macht
4. Om effectief te zijn heeft het erkenning nodig
Spreiding van macht/ Trias politica:
Horizontale spreiding van macht:
- Wetgevende macht (makers van wetten)
- Uitvoerende macht (uitvoerders van wetten)
- Rechtsprekende macht (rechters)
Verticale spreiding van macht:
Spreiding in de vorm van decentralisatie (provinciaal, gemeentelijk)
Staatsrechtelijke beginselen:
- Trias politica (wetgevend, uitvoerend, rechtsprekend)
- Legaliteitsbeginsel
Alles wat de overheid doet, gebaseerd zijn op de wet
(De meeste) nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht worden toegepast
- Democratie (volksvertegenwoordiging)
- Onafhankelijkheid van de rechter (benoeming voor het leven, rechtspositie geregeld bij
wet)
- Waarborg van grondwetten
Belangrijke wetten voor het staatsrecht zijn:
- Grondwet
- Wet op de Raad van State
- Kieswet
- Wet op de Rechterlijke Organisatie
- Statuut van het Koninkrijk
Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
- Centrale overheid kan bevoegdheden lagere overheid overnemen
- Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden
- Spontane vernietigingsbevoegdheid
, DECENTRALISATIE
Publiek lichaam Wetgever Bestuurder En….
Staat SG + Regering Regering Minister-
President
Provincie Provinciale Gedeputeerde CvdK
Staten Staten
Gemeente Gemeente Raad College van Burgemeester
Burgemeester
en Wethouders
STAAT
Regering: Koning + Ministers
- Doen wetsvoorstellen
- Stelt zelfstandig regels op (AMvB) op basis van formele wetten
- Onderhoudt internationale relaties
- Heeft oppergezag over de krijgsmacht
Kabinet: ministers + staatssecretarissen
Minister:
- Hoofd van ministerie = departement
- Geeft leiding aan een ministerie en draagt politieke (ministeriële)
verantwoordelijkheid
- Secretaris-generaal is hoogste ambtenaar van het ministerie
Staatssecretaris:
- Een minister verbonden aan een ministerie
- Onderschikt aan de minister
- Politicus
Een demissionair kabinet = kabinet na de val van de regering
- Informateur: samenwerkingsverband onderzoeken
- Formateur: brengt met de nieuwe politieke partijen het regeerakkoord tot stand.
PROVINCIE
Provinciale Staten: volksvertegenwoordiging
- Wetgevende bevoegdheid = provinciale verordeningen
- Eigen huishouding (autonomie)
- Uitvoering van opdrachten van centrale overheid
Gedeputeerde Staten: dagelijks bestuur (3-7 leden)
- Gekozen door Provinciale Staten
Commissaris van de Koning (CvdK): benoemd voor 6 jaar door regering na aanbeveling door
Provinciale Staten.