Hoofdstuk 1: Inleiding in de ontwikkelingspsychologie
Wat is ontwikkelingspsychologie?
Ontwikkelingspsychologie= studie die probeert te begrijpen hoe de mens
ontwikkelt van geboorte tot dood.
Ontwikkelingsdomeinen: lichamelijke functies en gezondheid/ brein en
breindidactiek/ waarnemen/ motoriek/ denken en metacognitie/
intelligentie en presteren op school/ taal/ persoonlijkheid, identiteit en het
zelf/ moreel oordelen/ hechting en omgaan met anderen/psychisch
functioneren en welbevinden op school
Waarom ontwikkelingspsychologie?
Doel: meer inzicht geven in hoe mensen veranderen in de loop van de
tijd op vlak van diverse ontwikkelingspsychologische domeinen. Aantonen
dat een bepaald gedrag normaal is.
Ontwikkelingspsychologie op twee vlakken werkzaam: ontwikkeling van
kinderen beschrijven en verklaren.
Vb examenvraag: waarom is ontwikkelingspsychologie nuttig?
Kinderen kunnen al vroeg een tweede taal aanleren (uit de ontwikkelingspsychologie),
daardoor bvb al beetje frans in de kleuterklas geven
Er gebeuren soms erge dingen met kinderen binnen gezin, mishandeling, misbruik, sommige
mensen weten niet hoe ze met deze kinderen bvb lastige peuter moeten omgaan ->
ontwikkelingspsychologie toont aan dat een lastige peuter normaal is
Verklaren van gedrag > Nature versus nurture
Centrale vraag: Hoe evolueert een mens in de loop van zijn leven? En
hoe komt dat?
Nature: genetische eigenschappen en de daarbij horende rijping
Nurture: invloeden vanuit de omgeving, “men is zo geworden”
Elk gedrag van een kind is een samenspel van aangeboren (nature) en
omgevingsfactoren (nurture).
Bv: een kind leren rekenen: het kind leren rekenen = nature, het kind
moet rijp zijn om te leren rekenen = nuture
Gevoelige periode (sensitieve periode)
= te maken met afname van verandering van hersenen. Gevoelige
periode om iets aan te leren aan een kind (beste periode, wnr kind klaar
is om iets te leren bvb taal) Nuttig om te weten: vb. wnr best seksuele
opvoeding geven aan kinderen
- Een kind is rijp om iets aan te leren
- Ideale periode om iets aan te leren
- Hersenen zijn rond 3 jaar klaar om bv tweede taal te leren
,Bv: als een 12-jarig kind nog onvoldoende met taal in contact is gekomen,
is het moeilijker om taalvaardigheid te creëren. Het kind is nog niet rijp
genoeg om dit te leren.
Ander perspectief = andere werkelijkheid
Hoe bekijk je een situatie? Link je lastig gedrag van kind aan nature of
nurture oorzaken?
Bv: door een goeie band te hebben met je leerkracht, doe je meer je best
voor dit vak en behaal je betere punten.
Als leerling het gevoel heeft een goed contact/band met de
leerkracht te hebben zal hij/zijn zich vaak beter inzetten
Positief dat kinderen nu goed worden begeleid vergeleken met
vroeger (ADD, ADHD, autisme… wordt nu veel aandacht aan
besteed)
Negatief dat kinderen als bvb die met ADHD, als lastig kind worden
bekeken, ze zien alleen slechte van dat kind (niet altijd omdat ze die
diagnose hebben)
Hebben kinderen dan zelf geen invloed op hun ontwikkeling?
à Het kind is in staat zijn eigen ontwikkeling te sturen
à Het actieve of creatieve kind zelfbepaling en autonomie
à Neemt toe met de leeftijd
De ontwikkeling van een kind evolueert geleidelijk aan, maar ook
in stappen:
Kwalitatieve benadering (stapsgewijs, in sprongen, in stadia): binnen elk
stadium zijn er vaardigheden die er in vorig stadium nog niet waren.
Bv: Piaget vermeldt in zijn theorie denkontwikkeling in verschillende
fasen. Binnen elke fase verwerft het kind denkvaardigheden die
kwalitatief van elkaar verschillen. Adolescent zal op andere manier
denken over emoties dan kleuters.
Kwantitatieve benadering (geleidelijk veranderen, vloeiend):
eigenschappen van gedrag verzwakken of versterken niet. Men beschrijft
het als meer, minder, beter, preciezer,…
Bv: lagereschoolkinderen hebben beter geheugen dan kleuters.
Aandacht gaat vaak uit naar de
taalontwikkeling van het kind. Ook de
18
peuterperi denkontwikkeling staat vaak centraal in tal van
maanden-3
ode onderzoek. Verder zijn de sociale ontwikkeling,
jaar
de ontwikkeling van de motoriek en hechting
van belang.
kleuterperi 3-6 jaar Ook in de kleuterperiode is de ontwikkeling
ode van de
taal een aandachtstrekker. Verder staan de
, sociale
ontwikkeling, de ontwikkeling van het
aanvankelijk
rekenen en het leren controleren van emoties
voorop.
Een sterke focus komt te liggen op de schoolse
ontwikkeling, met daarin de ontwikkeling van
lagerescho rekenvaardigheden,
ol 6-12 jaar lees- en schrijfvaardigheden, de ontwikkeling
periode van vriendschappen en het denken over
concreet materiaal. Ook de muzikale
ontwikkeling krijgt vaak aandacht
Rechtertabel niet uit hoofd kennen wel benamingen en leeftijden goed kennen
Wanneer er ontwikkelingsschema’s zijn die kenmerkend zijn voor
bepaalde periode in ontwikkeling, spreken je van ontwikkelingsopgaven
(= psychologische opdracht waarbij je kijkt naar manier waarop kind
omgaat met problemen in leven en omgaat met verwachtingen die
omgeving stelt).
Bv: kind geen mogelijkheden om te hechten > moeilijkheden tijdens
emotionele ontwikkeling tijdens adolescentie
Omgeving moet afgestemd zijn op ontwikkelingsopgaven die voor kind op
dat moment spelen
(= opvoedingstaken)
1.3. Visies op ontwikkeling van kinderen
1.3.1. Psychodynamische benadering
Grondlegger = Freud, Erikson
- Invloed van het gezin op de ontwikkeling van het kind
- Ervaringen of trauma’s in kindertijd van cruciaal belang
- Het onbewuste
- Hoe wetenschappelijk te onderzoeken?
Freud: psychoseksuele persoonlijkheidsontwikkeling
Erikson: psychosociale persoonlijkheidsontwikkeling
Deze benadering legt focus op wisselwerking tussen onbewuste van
iemand en omgeving.
Er bestaat iets als onbewuste. Onbewuste uit zich in dromen,
versprekingen, je sjaal per ongeluk laten liggen (onbewust dat je terug wil
gaan naar die plaats).
Bv: als kind woord moet verzinnen rond ‘liefde’ en het geeft verbanden
met verdriet en verlies, kan dat aanzet zijn om in therapie te gaan.
, Bv: kind tekent willekeurig tekening rond agressief gedrag, kan
aanwijzing zijn tot onopgeloste problemen.
Probleem hierbij: uitspraken kunnen moeilijk bewezen worden door
wetenschappelijk onderzoek.
1.3.2. Behaviorisme
Onbewuste bestaat niet. Kijken naar al het gedrag dat waarneembaar is.
Gedrag is aan te leren (leertheorie). Straffen en belonen is belangrijk in
de opvoeding.
De doelen van de psychologie zijn voorspellen en controleren (of
beïnvloeden) van gedrag (conditionering). Vaak gepest worden op school
pesten associëren met allerlei andere kenmerken (de school, de klas,
groepjes kinderen,…) angst
Kennis die gebruikt wordt geven ze mee in reclames. Bv iets dat positieve
gevoelens oproept koppelen ze aan een product door ze samen te tonen.
je zal het sneller kopen, door dit gevoel
Twee vormen van leren onderzocht:
Klassieke conditionering: toekomstige gebeurtenissen leren voorspellen.
Bv: je laat bel rinkelen wanneer je je hond eten geeft, na eindje zal je
hond het belletje met het voedsel associëren en zal hij weten dat het
etenstijd is.
Operante conditionering: leren dat gedrag aanleiding geeft tot gevolg. Bv:
als de leerlingen goed meewerken, speel je op het einde van de dag een
spelletje. Ze weten dus dat als ze goed meewerken, ze een spel zullen
spelen als gevolg.
Begrippen:
Positieve een beloning die het gedrag versterkt
bekrachtige
r
Negatieve boos worden omdat kind schoenen niet uitdoet, dag erna
bekrachtige zal kind schoenen wel uitdoen.
r
Telkens of af niet altijd belonen, aangeleerd gedrag zal na af en toe
en toe bekrachtigen niet snel uitdoven.
bekrachtige
n
Primaire beloning is beloning op zich. Bv: snoep, drinken,…
bekrachtige
rs
Secundaire beloning is iets aangeleerds. Bv: goed rapport
bekrachtige
rs
Straf vermindert gedrag, kan toedienen van iets onaangenaams