Samenleving: uitdagingen en oplossingen
DE SAMENLEVING BESTAAT: Pleidooi voor ont-moeting
2 x ont-moeten:
> minder normering (want zijn gigantische moet-samenleving)
> meer ontmoeting (want aantal plekken waar we de andere ontmoeten neemt
enorm af: vb. banken, cafés, bushokjes, kerkhoven, …)
MAAR contradictie met sociale media (want daar kan je iedereen ontmoeten)
Ontmoeting is nodig want samenleving is voortdurend contrast van een:
> FEESTELIJKE KANT (geen oorlog in België, sociale zekerheid, ongeveer gelijkheid)
> DRAMATISCHE KANT (drugsoorlogen in Antwerpen en Brussel, Gaza oorlog,
ouderen zijn ongelukkig)
Prof vindt dat samenleving zeer traag verandert (STATICA), dat ons leven veel lijkt op
het leven van onze ouders → een verschil: ouders en grootouders zochten naar werk,
werk zoekt huidige studenten
- DOOR WOII
Ook vaak snelle veranderingen (DYNAMICA)
Comte: dynamica vs statica → op andere manier kijken = via gedeelde taalkaders
Taal → sl beschr → sl verkl → sl verand ≠ 1 gen ≠ mensen = bestuderen organisaties!!!
Sfeerschets samenleving:
● vertrouwen in nationaal parlement = -½
● vertrouwen in wettelijk systeem = net ½
● vertrouwen in politieke partij waarvoor je stemt = net ½
● vertrouwen in EU = -½
● vertrouwen in vakbond = net ½
● vertrouwen in media = ½
● vertrouwen in instituties = ½
→ net boven Europees gemiddelde: democratisch probleem
1/10 Vlamingen is niet tevreden over het leven dat ze leven, 1/3 Vlamingen is
voortdurend angstig, 1/5 Heeft psycholoog
Naoorlogse samenlevingsmodel
ME: weinig functionele diversiteit (90% is boer), legitimiteitsproblemen
(machtsconflicten tussen edelen), gewone mensen afhankelijk van edelen,
godsdienst als status quo en God heeft verbetering leven in handen
,NA WOII: verzorgingsstaat: kapitalistisch productiesysteem met overheid als
beschermer welvaart en welzijn vr allen (blijkt uit BBP 4x tussen 1950-2002)
Kenmerken
1. economische groei
a. welvaartstoename voor individu
b. uitgebreid stelsel sociale voorzieningen
c. meer levensruimte en ruimte voor bewustzijn en zelfontplooiing
2. emancipatie
a. vrouwen & jongeren
3. industrialisering naar kapitalistisch model
a. met verspreiding individualistische mentaliteit
4. gedifferentieerd maatschappelijk leven
a. arbeidsdeling
b. gespecialiseerde instituties
5. bureaucratisering
a. door behoefte aan coördinatie en efficiënte beheersing leven
6. urbanisering → suburbanisering → verstedelijking
a. verbreiding stedelijke mentaliteit
b. sterke sociale controle door sociaal wenselijk gedrag
7. anonimiteit
a. eenvormig normen en waardenpatroon doorbroken & verschillende
waardeoriëntaties naast elkaar
8. massamedia
a. eigen gedrags en houdingen patroon gerelativeerd
9. pluriforme sl
10. verwetenschappelijking en technologisering
a. streven nr beheersing en planning
b. rationele houding
11. secularisering
a. waarden en normen herzien
b. invloed kerk en religie op handelen afgenomen
12. democratisering
a. ∞ veranderende opvattingen over gezag en positie gezagsdragers
b. niet obv traditie MAAR prestatie en deskundigheid
13. individualisering
a. toename onafhankelijkheid individu
9 & 13: opmerkingen:
(1) Betekent niet volstrekte verdwijning van iedere maatschappelijke normering
MAAR verschuiving van maatschappelijke gedragsvoorschriften (specifieke, nauw
omschreven naar algemeen met ruimte concreet ruimte) (2) vr verwerkelijking
zelfbepalingswens → materiële mogelijkheden als belangrijke randvw
,DEEL 1: SAMENLEVING ALS GEMEENSCHAP
Hoofdstuk 1: Primaire relaties
● suicide ~ Durkheim: zelfdoding als sociaal feit → zo ook met politiek en
democratie
● manier waarop de samenleving gestructureerd/geconstrueerd is als verklaring
voor zulke problemen ipv psychologische verklaring
TENDENS 1: Liefde als motor van relatiebreuken
Liefde = sociaal construct, vroeger gezien als iets marginaals, maar nu basis van
relaties en ook motor van de breuk → zeer recent gegeven
TENDENS 2: Obsessie van westerse samenleving voor kinderen
Vrouwen die geen kinderen krijgen, die later kinderen krijgen, die bewust geen
kinderen krijgen en hierop aangesproken worden alsof het een SOCIALE FOUT is
⇒ Spectaculaire ontwikkelingen op terrein van relatievorming tussen mensen
⇒ Ontwikkelingen verklaren adhv maatschappelijke processen vanaf 60s
Paradox: liefde als oorzaak voor steeds minder huwelijk en steeds meer
scheidingen
“Vroeger was het anders”
- jongere generaties deugden niet en zijn luier → al sinds oude Grieken
Referentiepunt: naoorlogse kern- of standaardgezin nl.
● veel huwen: niet huwen is uitzondering + jong huwen
● spoedig na huwelijkssluiting: 3-4 kinderen BINNEN huwelijk
● nauwelijks onwettige kinderen
● geen tussenperiode zoals ongehuwd samenwonen
● echtscheiding als uitzondering
● seksespecifieke rolverdeling: man werkt, vrouw zorgarbeid
“Vandaag”
- dings, LAT, hola’s, vogelnest gezinnen, mozaïek gezinnen, singles, generatie
gezinnen, polyamorie
- beeld heterokoppel met 3 kinderen waarbij man werkt en vrouw zorgt = VEEL
DIVERSER NU!
Evolutie aantal huwelijken: 60s = 7,1 <> 2015 = 3,5
, Vrij stabiel in België + knik door Covid: iedereen voorspelde ongelofelijke
veranderingen in de samenleving (geen files, …) MAAR PROF STELT: blijft hetzelfde,
want sl verandert heel traag
● sociale feiten: zelfdoding, mentaal welzijn, politiek vertrouwen en HUWELIJK
Belangrijke vragen om te stellen bij statistieken huwelijkscijfers:
- In welke mate beïnvloed door bevolkingsomvang?
- In welke mate beïnvloed door bevolkingsstructuur en ‘population at risk’?
- In welke mate zijn ze tijdgebonden/momentopname? Of welke
contextuele/temporele factoren zijn van invloed?
Huwelijkscijfers
Gezien het feiten dat vrouwen in 60s niet economisch actief waren, was er noodzaak
om te huwen, afhankelijk zijn van mannelijke inkomsten
→ REGEERAKKOORD DE WEVER: fiscaal voordeel tussen huwelijken gaat weg
→ Trouwen of niet: does it matter? JA
- wettelijk samenwonenden hebben geen onderlinge verplichting tot
hulp en bijstand, gehuwden wel
- gehuwden hebben onderhoudsplicht tov schoonouders
- wettelijke samenwoning kan eenzijdig beëindigd worden, niet huwelijk
- huwelijk kan niet beëindigd worden zonder “sociale controle”
- wettelijk samenwonenden hebben geen recht op overlevingspensioen
DUS: er bestaan nog veel verschillen in familierecht, erfrecht, pensioenrecht
Determinanten van huwelijkscijfers:
1. Bevolkingsstructuur: population at risk + huwelijksmarkt
2. Regelgevend kader
○ Huwelijk = ticket tot inkomen, vroeger trouwden vrouwen uit
economische noodzaak, monetair benefiet van huwelijk is nu heel
groot, echtscheiding leidt dan vaak tot armoede
3. Secularisering ~ individualisering
○ greep Kerk/godsdienst neemt af
○ toenemende mate onszelf in markt zetten, versterking door sociale
media (voortdurend mooier voorstellen dan je bent)
○ kiezen voor liefde die je wilt (is dus geen economisch engagement,
maar uitdrukking van persoonlijke keuze)
○ men wordt gedwongen om authentiek te zijn, o.a. door relatiekeuzes
maar hangt ook samen met relatiebreuken
4. Beschikbaarheid alternatieven: pluriformisering van relatievormen
5. Waarden en normen zijn veranderd
kans op relatiebreuk is groter naargelang je langer samen bent