Jeugd en sociale rechtvaardigheid 2024 – 2025
HOOFDSTUK 1 – DE SHIFT VAN ‘GUNST’ NAAR ‘RECHT’ IN HET
JEUGDDOMEIN
Gunst Recht
Kwetsbaarheid - bescherming Participatie & autonomie
Sociale controle Emancipatie
Private sfeer Publieke sfeer
Selectiviteit Universaliteit
1.1. VAN HET ‘KWETSBARE KIND’ NAAR HET ‘AUTONOME KIND’
VAN KWETSBAARHEID & BESCHERMING NAAR PARTICIPATIE & AUTONOMIE:
‣ Kindbeeld= de wijze waarop we naar kinderen kijken; de vaak impliciete aannames zoals
biologische of psychologische kenmerken die mee vorm geven aan de wijze waarop we
omgaan met kinderen.
‣ Professioneel handelen krijgt (deels) vorm vanuit aannames over kinderen
‣ Deze aannames zijn historisch en contextueel bepaald (sociale klasse, gender etc.):
à kindbeeld als sociaal construct
‣ Kindbeelden veranderen doorheen de tijd en van cultuur tot cultuur
‣ Ons denken over en handelen met kinderen wordt beïnvloed door mengvormen van
kindbeelden: kindbeelden liggen verankerd in het verleden en worden opnieuw vorm
gegeven in het heden
o Vb film Daens: kinderen moeten meedraaien in kinderarbeid (leeftijd 8-10 j), nu vanaf 15
jaar kan je vakantiejob doen à 18 jaar is formele grens van volwassenheid, maar jonger om
verantwoordelijkheden te stellen
18e – 19e eeuw: kinderbeschermingsbeweging
‣ Kindbeeld van het “kwetsbare kind”
‣ Focus op beschermingsrechten: minderjarige als‘object’
‣ Kinderen worden aparte groep in de samenleving, met aparte kenmerken en specifieke
gedragingen
‣ Uitsluiting van kinderen uit de arbeidsmarkt/betaald werk
‣ Kind = “nog-niet” >< volwassene
o Onderscheid tussen kinderen en volwassenen: ze zijn nog niet volwassenen,
ontwikkeld, verantwoordelijk… , ze moeten dat leren! à jeugdbeleidsplannen!
‣ Verklaring van Genève (1924) – Verklaring voor de Rechten van het Kind (1959)
‣ Kenmerkend voor de kindertijd = ‘moratorium-status’: Jeugdmoratorium – Jeugdland
o Verwijst naar de historische en sociaal-culturele structurering en institutionalisering
van de leefwereld van kinderen in de samenleving.
o Beschermingsbeweging zorgt voor een aparte kindperiode
o 1914: Wet op leerplicht
o 1889: Wet op verbod kinderarbeid
o 1912: Oprichting van de kinderrechtbank: formeel orgaan dat kan ingrijpen bij gezin
wanneer ouders kun opvoedkundige taak niet ondernemen
o 1918: NWK (nu Kind en Gezin): Nationaal Werk voor Kinderwelzijn: eerste
instelling voor welzijn van kinderen te bevorderen
o 1930: Wet op Kinderbijslag
1
,Jeugd en sociale rechtvaardigheid 2024 – 2025
‣ In westerse samenlevingen verbonden met de idee van ‘pedagogisering’: het in
pedagogische termen gaan omkleden van de kindertijd
‣ Oprichting van onderwijs, jeugdzorg, jeugdwerk, etc. (cf. institutionalisering)
‣ Professionalisering van deze werkvelden (opleidingen voor kinderverzorgers, pedagogen,
leerkrachten, sociaal werkers, etc.)
Na WOII:
‣ Jaren ‘60-’70: maatschappelijke contestatiebeweging (bevrijd worden uit jeugdland)
‣ Paternalisme à feministische beweging jaren ’70, had ook invloed op gezinsdynamiek
‣ Focus op zelfbeschikkingsrechten
‣ Kindbeeld van het “autonome kind”: kinderen kunnen al veel meer op jonge leeftijd
‣ Kinderbevrijdingsbeweging: The Bill of Rights for the Young (Farson, 1978):
‣ The right to live elsewhere than with one’s parents;
‣ The right to environmental design scaled for people less than five feet tall;
‣ The right to the same moral standards that are applied to adults; (kinderen als volwaardige
partner naast de volwassenen)
‣ The right to self-directed education;
‣ The right to freedom from physical punishment;
‣ The right to sexual liberation;
‣ The right to vote; (stemrecht vanaf 18 jaar nu in België, sterke pleitdooi voor die stemrecht
toen al ! )
Þ In Vlaanderen:
⁎ Erkenning rechtsbekwaamheid: zelfbeschikkingsrechten; pleidooi naar wetten die
erkennen dat kinderen rechten hebben à handelingsrecht is het gevolg daarvan:
bekwaam zijn om die rechten uit te voeren
⁎ Pleidooi voor verhoging van de handelingsbekwaamheid van minderjarigen
⁎ Verwerpen van moratorium-idee (cf pedagogisering): jeugdland = sociaal probleem
⁎ Alternatieve jeugdhulpverlening (oprichting JIAC à Kinderrechtswinkel)
o Jaren ’70 eerste JIAC in Vlaanderen: kinderen kunnen zelf naar daar stappen en
ervoor kiezen dat hulpverlener de ouders niet betrekt
⁎ Er wordt nog steeds in grote mate gefocust op de mensen zelf en hun gedrag
Kinderrechtenbeweging
Het kwetsbare kind Het autonome kind
‘Nog-niet’, op weg naar volwassenheid Sociale actoren, betekenisverleners
Geen verantwoordelijkheid Autonomie, handelingsbekwaamheid
(handelingsonbekwaam)
Bescherming: jeugdland, moratorium Kinderen als deelgenoot in de samenleving
(‘bring children back in society’)
Kinderen moeten worden beschermd en Kinderen als mede-actor (>< paternalisme)
opgevoed
Kinderbeschermings-beweging kinderbevrijdingsbeweging
2
, Jeugd en sociale rechtvaardigheid 2024 – 2025
Þ Actuele discussie: verschillende opvattingen over de jeugdperiode lopen
door elkaar en blijven naast elkaar bestaan
⁎ Antagonistische beweging:
o Erosie (iets dat verdwijnt) van het jeugdland: kinderen verwerven meer
en meer formele burgerschapsstatus à voornamelijk commerciële en
culturele sfeer vb. je kan vanaf 12 jaar bankrekening openen, vanaf 15
jaar werken, gasboetes, jeugdgevangenis
o Versterking van jeugdland: geen radicale gelijkschakeling van
kinderen en volwassenen, wel erkenning van eigenheid van kind-zijn,
maar tegelijk toebedelen van ‘volwassen’ machtsinstrumenten aan
kinderen, bvb formele rechten
Jordy van 18 jaar moet uit jeugdvoorziening, heeft nood aan hulpverlening,
maar vind die niet… we hebben zo muren gebouwd rond jeugdhulp, grote brug
tussen jeugdhulp naar volwassenhulpverlening. Pleegde zelfmoord in tentje in
Blaarmeersen uit eenzaamheid en wanhoop
à Kinderbeelden zijn elkaars tegenovergestelden!
1.2. VAN SOCIALE CONTROLE NAAR EMANCIPATIE:
18e – 19e eeuw: sociale kwestie
‣ Doel van sociale interventies tav kinderen en jongeren: sociale controle
o vb. heropvoedingsmaatregelen in de jeugdzorg, arbeidsmarktbegeleiding of programma’s van
sociale hygiëne à zij dienen tot sociale cohesie of re-integratie in de samenleving
‣ Groeiende ongerustheid over situatie van arbeidersbevolking
‣ Bedreiging morele ontwikkeling en vooruitgang samenleving
‣ Besef dat maatregelen nodig zijn
o Om antwoord te bieden aan precaire levensomstandigheden arbeidersgezinnen
o Om de sociale orde te beschermen
o Predelinquentie: notie voor kinderrechten om tussen te komen, gedrag dat kan leiden
tot delinquentie (later de VOS: verontruste opvoedingssituatie)
‣ Specifieke aandacht voor kinderen
o Link armoede en (jeugd)criminaliteit
‣ ‘sociale controle-logica’: ‘sociale tekortkomingen’ = de onaangepastheid van minderjarigen en hun
gezin aan de burgerlijke waarden en normen in onze samenleving
‣ Beschavingsoffensief: ‘classe dangereuse’
‣ Rol sociale professionals = beschaving bijbrengen, bv. via de eerste kinderwetten
o Wet op het Verbod op Kinderarbeid (1889)
o Wet op de Kinderbescherming (1912)
o Wet op de Leerplicht (1914)
3
HOOFDSTUK 1 – DE SHIFT VAN ‘GUNST’ NAAR ‘RECHT’ IN HET
JEUGDDOMEIN
Gunst Recht
Kwetsbaarheid - bescherming Participatie & autonomie
Sociale controle Emancipatie
Private sfeer Publieke sfeer
Selectiviteit Universaliteit
1.1. VAN HET ‘KWETSBARE KIND’ NAAR HET ‘AUTONOME KIND’
VAN KWETSBAARHEID & BESCHERMING NAAR PARTICIPATIE & AUTONOMIE:
‣ Kindbeeld= de wijze waarop we naar kinderen kijken; de vaak impliciete aannames zoals
biologische of psychologische kenmerken die mee vorm geven aan de wijze waarop we
omgaan met kinderen.
‣ Professioneel handelen krijgt (deels) vorm vanuit aannames over kinderen
‣ Deze aannames zijn historisch en contextueel bepaald (sociale klasse, gender etc.):
à kindbeeld als sociaal construct
‣ Kindbeelden veranderen doorheen de tijd en van cultuur tot cultuur
‣ Ons denken over en handelen met kinderen wordt beïnvloed door mengvormen van
kindbeelden: kindbeelden liggen verankerd in het verleden en worden opnieuw vorm
gegeven in het heden
o Vb film Daens: kinderen moeten meedraaien in kinderarbeid (leeftijd 8-10 j), nu vanaf 15
jaar kan je vakantiejob doen à 18 jaar is formele grens van volwassenheid, maar jonger om
verantwoordelijkheden te stellen
18e – 19e eeuw: kinderbeschermingsbeweging
‣ Kindbeeld van het “kwetsbare kind”
‣ Focus op beschermingsrechten: minderjarige als‘object’
‣ Kinderen worden aparte groep in de samenleving, met aparte kenmerken en specifieke
gedragingen
‣ Uitsluiting van kinderen uit de arbeidsmarkt/betaald werk
‣ Kind = “nog-niet” >< volwassene
o Onderscheid tussen kinderen en volwassenen: ze zijn nog niet volwassenen,
ontwikkeld, verantwoordelijk… , ze moeten dat leren! à jeugdbeleidsplannen!
‣ Verklaring van Genève (1924) – Verklaring voor de Rechten van het Kind (1959)
‣ Kenmerkend voor de kindertijd = ‘moratorium-status’: Jeugdmoratorium – Jeugdland
o Verwijst naar de historische en sociaal-culturele structurering en institutionalisering
van de leefwereld van kinderen in de samenleving.
o Beschermingsbeweging zorgt voor een aparte kindperiode
o 1914: Wet op leerplicht
o 1889: Wet op verbod kinderarbeid
o 1912: Oprichting van de kinderrechtbank: formeel orgaan dat kan ingrijpen bij gezin
wanneer ouders kun opvoedkundige taak niet ondernemen
o 1918: NWK (nu Kind en Gezin): Nationaal Werk voor Kinderwelzijn: eerste
instelling voor welzijn van kinderen te bevorderen
o 1930: Wet op Kinderbijslag
1
,Jeugd en sociale rechtvaardigheid 2024 – 2025
‣ In westerse samenlevingen verbonden met de idee van ‘pedagogisering’: het in
pedagogische termen gaan omkleden van de kindertijd
‣ Oprichting van onderwijs, jeugdzorg, jeugdwerk, etc. (cf. institutionalisering)
‣ Professionalisering van deze werkvelden (opleidingen voor kinderverzorgers, pedagogen,
leerkrachten, sociaal werkers, etc.)
Na WOII:
‣ Jaren ‘60-’70: maatschappelijke contestatiebeweging (bevrijd worden uit jeugdland)
‣ Paternalisme à feministische beweging jaren ’70, had ook invloed op gezinsdynamiek
‣ Focus op zelfbeschikkingsrechten
‣ Kindbeeld van het “autonome kind”: kinderen kunnen al veel meer op jonge leeftijd
‣ Kinderbevrijdingsbeweging: The Bill of Rights for the Young (Farson, 1978):
‣ The right to live elsewhere than with one’s parents;
‣ The right to environmental design scaled for people less than five feet tall;
‣ The right to the same moral standards that are applied to adults; (kinderen als volwaardige
partner naast de volwassenen)
‣ The right to self-directed education;
‣ The right to freedom from physical punishment;
‣ The right to sexual liberation;
‣ The right to vote; (stemrecht vanaf 18 jaar nu in België, sterke pleitdooi voor die stemrecht
toen al ! )
Þ In Vlaanderen:
⁎ Erkenning rechtsbekwaamheid: zelfbeschikkingsrechten; pleidooi naar wetten die
erkennen dat kinderen rechten hebben à handelingsrecht is het gevolg daarvan:
bekwaam zijn om die rechten uit te voeren
⁎ Pleidooi voor verhoging van de handelingsbekwaamheid van minderjarigen
⁎ Verwerpen van moratorium-idee (cf pedagogisering): jeugdland = sociaal probleem
⁎ Alternatieve jeugdhulpverlening (oprichting JIAC à Kinderrechtswinkel)
o Jaren ’70 eerste JIAC in Vlaanderen: kinderen kunnen zelf naar daar stappen en
ervoor kiezen dat hulpverlener de ouders niet betrekt
⁎ Er wordt nog steeds in grote mate gefocust op de mensen zelf en hun gedrag
Kinderrechtenbeweging
Het kwetsbare kind Het autonome kind
‘Nog-niet’, op weg naar volwassenheid Sociale actoren, betekenisverleners
Geen verantwoordelijkheid Autonomie, handelingsbekwaamheid
(handelingsonbekwaam)
Bescherming: jeugdland, moratorium Kinderen als deelgenoot in de samenleving
(‘bring children back in society’)
Kinderen moeten worden beschermd en Kinderen als mede-actor (>< paternalisme)
opgevoed
Kinderbeschermings-beweging kinderbevrijdingsbeweging
2
, Jeugd en sociale rechtvaardigheid 2024 – 2025
Þ Actuele discussie: verschillende opvattingen over de jeugdperiode lopen
door elkaar en blijven naast elkaar bestaan
⁎ Antagonistische beweging:
o Erosie (iets dat verdwijnt) van het jeugdland: kinderen verwerven meer
en meer formele burgerschapsstatus à voornamelijk commerciële en
culturele sfeer vb. je kan vanaf 12 jaar bankrekening openen, vanaf 15
jaar werken, gasboetes, jeugdgevangenis
o Versterking van jeugdland: geen radicale gelijkschakeling van
kinderen en volwassenen, wel erkenning van eigenheid van kind-zijn,
maar tegelijk toebedelen van ‘volwassen’ machtsinstrumenten aan
kinderen, bvb formele rechten
Jordy van 18 jaar moet uit jeugdvoorziening, heeft nood aan hulpverlening,
maar vind die niet… we hebben zo muren gebouwd rond jeugdhulp, grote brug
tussen jeugdhulp naar volwassenhulpverlening. Pleegde zelfmoord in tentje in
Blaarmeersen uit eenzaamheid en wanhoop
à Kinderbeelden zijn elkaars tegenovergestelden!
1.2. VAN SOCIALE CONTROLE NAAR EMANCIPATIE:
18e – 19e eeuw: sociale kwestie
‣ Doel van sociale interventies tav kinderen en jongeren: sociale controle
o vb. heropvoedingsmaatregelen in de jeugdzorg, arbeidsmarktbegeleiding of programma’s van
sociale hygiëne à zij dienen tot sociale cohesie of re-integratie in de samenleving
‣ Groeiende ongerustheid over situatie van arbeidersbevolking
‣ Bedreiging morele ontwikkeling en vooruitgang samenleving
‣ Besef dat maatregelen nodig zijn
o Om antwoord te bieden aan precaire levensomstandigheden arbeidersgezinnen
o Om de sociale orde te beschermen
o Predelinquentie: notie voor kinderrechten om tussen te komen, gedrag dat kan leiden
tot delinquentie (later de VOS: verontruste opvoedingssituatie)
‣ Specifieke aandacht voor kinderen
o Link armoede en (jeugd)criminaliteit
‣ ‘sociale controle-logica’: ‘sociale tekortkomingen’ = de onaangepastheid van minderjarigen en hun
gezin aan de burgerlijke waarden en normen in onze samenleving
‣ Beschavingsoffensief: ‘classe dangereuse’
‣ Rol sociale professionals = beschaving bijbrengen, bv. via de eerste kinderwetten
o Wet op het Verbod op Kinderarbeid (1889)
o Wet op de Kinderbescherming (1912)
o Wet op de Leerplicht (1914)
3