De cursus behandelt kostenbeheersing, wat ook wel "cost and profitability management"
genoemd kan worden. Een andere benaming is "het creëren van transparantie in kosten-
en winststructuren". Het voornaamste doel is om transparantie te creëren in de
winststructuren en methoden te onderzoeken om deze transparantie te realiseren.
Data, Informatie, Kennis en Toepassing
Voor effectieve kosten- en winstbeheersing in bedrijven is data essentieel. Uit deze data
wordt informatie afgeleid, wat uiteindelijk tot kennis leidt. Kennis is hier de praktische
toepassing van de vergaarde informatie.
Data: Dit zijn de basisgegevens die nodig zijn om inzicht te krijgen in de
winstgevendheid. De cursus gaat ervan uit dat deze data zowel beschikbaar als
betrouwbaar is, wat inhoudt dat ze een accurate weerspiegeling van de realiteit
vormen.
Informatie: Dit omvat rapporten die voor het management worden samengesteld en
die betrekking hebben op kosten en winsten. Voorbeelden van dergelijke rapporten
zijn analyses van de winstgevendheid van producten, klanten, business units,
businessplannen en financiële besluitvormingsprocessen.
Kennis: Dit omvat de analyse van de winstgevendheid. Winstgevendheidsanalyses
worden om drie belangrijke redenen uitgevoerd: voorraadwaardering en
winstberekening, het nemen van beslissingen (decision making), en management
control. Binnen de context van deze cursus ligt de nadruk primair op decision making.
Opbouw van de Cursus
De cursus is gestructureerd rond zes verschillende onderwerpen, elk ondersteund door een
relevante casestudy. De eerste drie onderwerpen richten zich op methoden voor het creëren
van transparantie: traditionele methoden, activity-based denken, en time-driven activity-based
denken. De daaropvolgende drie onderwerpen gaan dieper in op specifieke beslissingen en
onderzoeken hoe deze methoden kunnen bijdragen aan betere besluitvorming, gekoppeld aan
strategieën en strategische modellen.
Terminologie: Kosten en Winst
Winst wordt gedefinieerd als een maatstaf voor prestatie, berekend als het verschil
tussen opbrengsten en kosten.
Opbrengsten omvatten geleverde diensten of producten en worden niet
noodzakelijkerwijs direct in contanten uitbetaald ("revenue recognition"). IFRS 15
biedt specifieke richtlijnen voor de revenue recognition.
Kosten vertegenwoordigen de middelen die worden verbruikt om opbrengsten te
genereren, uitgedrukt in financiële termen.
Kostenobjecten
Kostenobjecten zijn de objecten waarvoor kosten en opbrengsten worden berekend om de
winstgevendheid te bepalen. Voorbeelden van kostenobjecten zijn producten, projecten,
klanten, segmenten en afdelingen.
1
,Zes Basisbegrippen Rond Kosten
1. Kostensoorten: Dit betreft de classificatie van kosten op basis van hun aard, zoals
materiaalkosten, personeelskosten en afschrijvingskosten.
2. Directe en Indirecte Kosten:
o Directe kosten: Kosten die rechtstreeks aan een specifiek kostenobject kunnen
worden toegewezen, wat resulteert in een één-op-één relatie. Een voorbeeld
hiervan zijn de ingrediënten die gebruikt worden om een koekje te maken.
o Indirecte kosten (overhead): Kosten die niet direct aan een specifiek
kostenobject kunnen worden toegewezen.
3. Variabele en Vaste Kosten:
o Variabele kosten (flexible resources): Kosten die fluctueren met de
productieomvang. Een "flexible resource" is een resource waarvoor geen
capaciteit is, zoals interimpersoneel of elektriciteit. De kosten zijn hierbij
afhankelijk van het daadwerkelijke gebruik.
o Vaste kosten (committed resources): Kosten die constant blijven, ongeacht
de productieomvang. Een "committed resource" daarentegen is een resource
waarvoor capaciteit gereserveerd is, zoals vast personeel, gebouwen en
machines. De kosten zijn hierbij afhankelijk van de beschikbare capaciteit.
o Contributiemarge: Dit is het verschil tussen de verkoopprijs en de variabele
kosten.
4. Standaardkosten en Werkelijke Kosten:
o Standaardkost (standards): Een vooraf vastgestelde doelstelling voor de
kosten, vaak gebaseerd op het budget.
o Werkelijke kost (actuals): De daadwerkelijk gemaakte kosten.
o Variantieanalyse: Een analyse van het verschil tussen de standaardkosten en
de werkelijke kosten.
5. Cost of Goods Sold (COGS) en Periodekosten:
o COGS: Kosten die direct verband houden met de productie en verkoop van
goederen en opgenomen zijn in de voorraad.
o Periodekosten: Kosten die niet direct verband houden met de productie en als
uitgave worden opgenomen in de periode waarin ze ontstaan.
o Resultatenrekening:
Net sales (omzet): De totale opbrengst uit verkopen na aftrek van
kortingen.
(-)Cost of goods sold (kost van de verkochte goederen): De directe
kosten die verband houden met de geproduceerde en verkochte
goederen.
(=)Gross profit (brutowinst): Het verschil tussen de netto-omzet en de
COGS. In het Nederlands wordt dit de brutomarge genoemd.
(-)Opex (operationele kosten): De periodegebonden operationele
kosten.
(=)Operating profit (bedrijfswinst) of EBIT (earnings before
interest and taxes): De brutowinst minus de operationele kosten.
Earnings before taxes (winst voor belastingen): De bedrijfswinst
minus de rentekosten.
Net profit (nettowinst): De winst voor belastingen minus de
belastingen.
2
, o Retailer (handelaar):
COGS: De aankoopprijs van de goederen.
Gross margin: Het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs.
Gemiddeld is dit ongeveer 30%.
Opex: Alle overige operationele kosten zoals afschrijvingen en
personeelskosten.
o Productiebedrijf:
COGS: De productiekosten van de vervaardigde goederen.
Gross margin: Het verschil tussen de verkoopprijs en de
productiekosten.
Niet-productiekosten: Kosten zoals R&D, marketing en distributie die
niet direct aan de productie zijn toe te wijzen en onder de brutomarge
vallen.
6. Capaciteitsmaatstaven voor Committed Resources:
o Theoretische capaciteit: De maximale capaciteit die haalbaar is zonder
rekening te houden met eventuele verstoringen of verliezen. Bijvoorbeeld: een
machine die 5 dagen per week, 2 shifts van 8 uur draait, heeft een theoretische
capaciteit van 80 uur.
o Praktische capaciteit: De daadwerkelijk haalbare capaciteit, rekening
houdend met normale verliezen (normal losses) zoals set-up tijd en onderhoud.
Dit vertegenwoordigt de capaciteit die daadwerkelijk beschikbaar is.
o Gebudgetteerde capaciteit: De capaciteit die volgens het budget nodig is om
de geplande productie te realiseren.
o Werkelijke capaciteit: De capaciteit die daadwerkelijk is gebruikt.
o Overcapaciteit (unused capacity): De situatie waarbij de werkelijk gebruikte
capaciteit lager is dan de praktische capaciteit.
Traditionele Kostenbeheersingssystemen
Traditionele systemen kenmerken zich door een hoge mate van transparantie in de directe
kosten, maar een beperkte transparantie in de indirecte kosten. Ze maken gebruik van
kostenplaatsen en volumegerelateerde verdeelsleutels.
Kostenplaats: Een afdeling of locatie binnen een organisatie waar indirecte kosten
worden verzameld en vervolgens via een verdeelsleutel aan de producten of diensten
worden toegewezen.
Directe Kosten: Kosten die direct toe te wijzen zijn aan een product, zoals direct
materiaal en directe arbeid.
Indirecte Kosten: Kosten die niet direct toe te wijzen zijn en via een kostenplaats en
verdeelsleutel aan de producten worden toegerekend.
3
, Casestudy: Chocolate Biscuits
Chocolate Biscuits is een bedrijf dat twee soorten chocoladekoekjes produceert: Choco en
Cacao. Het doel van de casestudy is om de kostprijs per kilo te berekenen en zo transparantie
te creëren in de winstgevendheid.
1. Stap 1: Bepaal de kostenobjecten
o De kostenobjecten zijn hier 1 kg Choco en 1 kg Cacao.
2. Stap 2: Bepaal directe en indirecte kosten
o Directe kosten: Direct materiaal (chocolade, boter, suiker, bloem, fruitsmaak)
en directe arbeid.
o Indirecte kosten: Indirecte arbeid, afschrijvingen, elektriciteit en IT-kosten.
3. Stap 3: Verdeel de indirecte kosten
o Chocolate Biscuits maakt gebruik van één enkele kostenplaats voor alle
indirecte kosten.
o De verdeelsleutel die hierbij gebruikt wordt, is het aantal directe arbeidsuren.
Vragen en Oplossingen
1. Bereken de standaard kostprijs per kilo
o Gebruik de practical capacity (5500 uur) voor de verdeelsleutel.
2. Bereken de actual kostprijs per kilo
o Neem hierbij de werkelijke chocoladeprijs en het werkelijke uurloon in acht.
3. Doe de variantieanalyse
o Analyseer het verschil tussen de berekende standaardkosten en de werkelijke
kosten.
4. Bereken de EBIT
o Bereken de winst voor het bedrijf.
Standaard Kostprijs Berekening
Directe materiaalkosten: Bereken de kosten van de benodigde ingrediënten per kilo
koekjes.
Directe arbeidskosten: Bereken de kosten van de directe arbeid per kilo koekjes.
Indirecte kosten: Verdeel de totale indirecte kosten (€137.500) over de beschikbare
directe arbeidsuren (5500) om een tarief per uur te verkrijgen (€25 per uur). Verdeel
vervolgens de indirecte kosten per product op basis van de directe arbeidsuren.
Werkelijke Kostprijs Berekening
Houd rekening met de werkelijke chocoladeprijs (€6 per kilo) en het werkelijke
uurloon (€22 per uur).
Bereken de werkelijk gebruikte capaciteit (5500 uur).
Verdeel de indirecte kosten op basis van de werkelijke capaciteit.
Variantieanalyse
Bereken het totale verschil tussen de standaardkosten en de werkelijke kosten.
Splits het verschil op in de verschillende componenten (drivers), zoals de
chocoladeprijs en het loonverschil.
4