Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 76 pages
Resume

Samenvatting Sociale Psycholgie 2 - 2024/2025!!

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 76 pages

Dé samenvatting om het examen Sociale Psychologie 2 te knallen! Alle uitleg van de prof + op de powerpoint zijn vermeld in deze samenvatting. De samenvatting heeft een mooie structuur en duidelijk geschreven. Meer dan dit heb je niet nodig om je examen in eerste zit je halen! Btw: deze samenvatting is het meest recent, aangezien ik deze gemaakt heb doorheen het tweede semester in 2025! Veel succes! :)

Aperçu du contenu

SOCIAL PSYCHOLOGY 2
Introduction:
Wat te kennen voor het examen: slides, wat wordt besproken in de les (recordings via Panopto), a
selection of papers (WPO)! Niet verplicht: handboek (3 hoofdstukken worden in pdf op canvas gezet).
Punten: multiple choice examen (40 vragen) in Engels EN Nederlands met verhoogde cesuur
(examen: 15/20) én WPO (presentatie met 7 studenten (2/20) EN paper (3/20)). Beide delen (dus
examen en WPO) moet je slagen om door te zijn.
Presentatieonderwerp deadline: 01/03/2025. Presentatie is ong. 12 minuten + PAPER indienen (5
pagina’s -> 4 weken na de presentatie). Zie uitleg slides!

CHAPTER/HOOFDSTUK 1: Evolutionary Psychology
1.1. Altruïsme en natuurlijke selectie: een evolutionair perspectief op de menselijke natuur
1.1.1. Natural selection and behavior – natuurlijke selectie en gedrag
"Evolutionaire psychologie onderzoekt de evolutionaire oorsprong van gedrag en de gevolgen voor
huidige psychologische mechanismen.”

Vóór Darwin wisten wetenschappers natuurlijk al dat organismen of soorten in de loop van de tijd
veranderen—alles verandert. Uit de paleontologie weten we dat sommige dieren vroeger een andere
lichaamsvorm hadden, maar dat ze zich in de loop der tijd hebben getransformeerd. We weten ook
dat dinosauriërs ooit bestonden, maar nu uitgestorven zijn. Dingen veranderen dus.

Maar het was Darwin die als eerste een theorie ontwikkelde die verband hield met deze
veranderingen of aanpassingen. De theorie van natuurlijke selectie (theory of natural selection)
werd voor het eerst beschreven in 1859 in zijn controversiële boek The Origin of Species. Wat is
de kern van deze theorie? Selectie in de natuur vindt plaats omdat sommige organismen beter
overleven (survive) en zich beter voortplanten (reproduce) in een bepaalde omgeving.

Sommigen verwijzen naar dit proces van natuurlijke selectie als ‘survival of the fittest’, wat betekent
dat degenen die beter zijn aangepast aan hun omgeving een grotere kans hebben om te
overleven en zich voort te planten. De sterksten zullen overleven. De term ‘fitness’ verwijst
naar het doorgeven van je genen aan volgende generaties. Dus als een organisme een hogere
fitness heeft, heeft het een grotere kans om zijn genen door te geven. Dit betekent dat een
goede aanpassing aan de omgeving zich vertaalt in het overdragen van genetisch materiaal aan
nakomelingen.

Deze theorie was in die tijd behoorlijk controversieel, omdat de meeste mensen toen in het
creationisme geloofden. Dit is de religieuze overtuiging dat God de wereld, de dieren, de planten en
de mens heeft geschapen. Darwins ideeën stonden hier lijnrecht tegenover, waardoor ze erg
omstreden/controversieel waren. Toch is het opmerkelijk hoe sommige soorten zich extreem goed
hebben aangepast aan hun omgeving, bijvoorbeeld: de lichaamsvorm van de giraf. Darwin begon
meestal met de observatie dat soorten veel nakomelingen hebben. Onder die nakomelingen is er
veel variatie: je had giraffen met langere nekken, je had giraffen met kortere nekken, ... In Afrika, in
hun natuurlijke habitat, heb je meestal hoge, droge bomen: een hoge, droge stam met de bladeren
aan de top van de boom. Alleen degenen met de lange nekken konden de top van de bomen
bereiken en eten, wat nodig is om te overleven. Dus er is concurrentie binnen elke soort om voedsel,
leefruimte, water, partners, etc. Uiteindelijk zullen degenen met de langste nekken overleven. Dus:
de ‘beter aangepaste’ leden van deze groep hebben een grotere kans om te overleven = de
overleving van de sterkste. Dit zien we ook bij andere soorten: lichaamsvormen veranderen
daadwerkelijk totdat ze passen bij hun omgeving. Deze overlevers zullen hun betere genen
doorgeven aan hun nakomelingen, die ook deze voordelige variatie zullen vertonen!


1

,Hoewel Darwins primaire focus lag op de evolutie van fysieke kenmerken (physical features) (de
vorm van verschillende dieren, of de nekken van giraffen, ...), ligt de huidige focus van moderne
evolutionaire psychologen op de evolutie van gedrag. Evolutionaire psychologen gaan ver terug in de
tijd om te verklaren waarom mensen zich tegenwoordig gedragen zoals ze doen. Dit is iets typisch en
unieks voor evolutionaire psychologen. Ze gaan terug naar de tijd waarin onze voorouders jagers
waren om te verklaren waarom sommige kenmerken bij mensen universeel zijn of waarom er soms
sekseverschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Dus wanneer we een evolutionair perspectief
nemen op de menselijke natuur, zoeken we naar universele kenmerken (universal characteristics)
onder mensen. Deze succesvolle kenmerken bieden zo'n evolutionair voordeel dat ze zich
verspreiden over de hele populatie en typisch worden voor de hele mensheid. Met andere woorden:
ze werden universeel door de evolutie. Bijvoorbeeld:
- Bipedalism: het feit dat mensen rechtop op twee voeten begonnen te lopen. Dit bood
zoveel voordelen: je hebt een veel beter zicht op wat er in de omgeving gebeurt, je kunt iets
in je handen houden terwijl je tegelijkertijd beweegt, ... Het bood zo'n belangrijk evolutionair
voordeel dat het typisch werd voor de hele mensheid. Het werd universeel.
- Evolutionaire psychologen zoeken ook naar universele psychologische
kenmerken/eigenschappen (universal psychological features/characteristics)

1.1.2. Altruistic behaviour – altruïstisch gedrag: why did humans became so social?
Tegen de achtergrond die we zojuist hebben gezien, kunnen we ons afvragen: ‘Waarom zijn mensen
zo sociaal geworden?’ ‘Hoe is het mogelijk dat een ogenschijnlijk egoïstisch proces zoals natuurlijke
selectie uiteindelijk heeft geleid tot het bestaan van altruïstisch gedrag onder mensen?’ Altruïstisch
gedrag betekent anderen helpen, zelfs als het nadelig kan zijn voor je eigen overlevingskansen!
Individuen die meer hulpbronnen voor zichzelf verkrijgen, produceren meestal meer nakomelingen
in de natuurlijke selectie. Dus waarom bestaat altruïsme überhaupt als er natuurlijke selectie is?
 Volgens evolutionaire psychologen hebben alle mensen een universele behoefte om ergens bij te
horen (the universal need to belong)! Dat zou kunnen verklaren waarom we ons altruïstisch
gedragen. Evolutionaire psychologen verklaren dit door ver terug in de tijd te kijken en te
onderzoeken wat onze voorouders deden. In die tijd was het duidelijk dat buitengesloten worden uit
de groep het ergste was wat je kon overkomen. Zonder de bescherming van de groep kon je niet
overleven en was voortplanting onmogelijk. Dus als je die behoefte om erbij te horen niet voelde en
uiteindelijk geen anderen hielp of je niet altruïstisch gedroeg (wat verbonden is met die behoefte om
erbij te horen), werd je buitengesloten en stierf je simpelweg. Dit is de evolutionaire verklaring.
Samenvattend: altruïstisch gedrag heeft een functie: het is nuttig. Daarom bestaat het nog steeds,
volgens evolutionaire psychologen.

Baumeister en Tyce legden uit dat sociale angst (social anxiety) kan worden gezien als een
aanpassing om buitensluiting van de groep te voorkomen. Sociale angst is de stress of bezorgdheid
over negatief beoordeeld worden in interpersoonlijke contexten of situaties. Volgens Baumeister en
Tyce is sociale angst eigenlijk iets goeds: het is goed dat mensen zich zorgen maken over
buitensluiting. Volgens hen is het functioneel, en daarom bestaat het nog steeds.

Dus de behoefte om bij een groep te horen en het daaruit voortvloeiende helpgedrag werd zo
belangrijk voor onze overleving dat het universeel werd. Het werd onderdeel van ons DNA.
Toch helpen we niet alle mensen in gelijke mate. Een korte demonstratie: op de afbeelding zie
je een niertransplantatie. Stel je een scenario voor waarin je iemand kunt helpen die echt een
gezonde nier nodig heeft om te overleven. Je moet ook weten dat het een ingrijpende operatie
is: het kost je weken om te herstellen. Uiteindelijk kun je perfect overleven met slechts één
gezonde nier. De vraag is: ‘Wie zou je helpen? Een medestudent of je broer of zus?’ Het is duidelijk
dat veel meer mensen bereid zouden zijn om de operatie te ondergaan voor hun eigen broer of zus
dan voor een medestudent of een kennis.



2

,1.1.3. Inclusive fitness and kinship – inclusieve fitness en verwantschap
De demonstratie die we zojuist hebben gezien, was een voorbeeld van de
inclusieve fitnesstheorie (inclusive fitness theory). Inclusieve fitness is je
persoonlijke reproductieve succes (= het aantal kinderen dat je zelf hebt) +
de effecten die je hebt op de voortplanting van je genetische familieleden,
gewogen naar de mate van genetische verwantschap.
Genetische verwantschap: identieke tweelingen = 100%; ouders en hun
kind = 50%; broers of zussen = 50%; oom/tante of neef/nicht = 25%;
neven/nichten (van dezelfde generatie) = 12,5%.
Bijvoorbeeld: de genetische verwantschap met mijn broer is 50%. Door mijn broer te redden door
hem een nier te doneren, red ik in feite ook mijn eigen genen. Doordat ik hem red, kan hij zich
voortplanten en een kind krijgen (mijn neefje). Met mijn neefje deel ik 25% van mijn genen.
Meer algemeen: door mijn genetische familieleden te helpen, worden mijn genen ook doorgegeven.
Dus naast het krijgen van mijn eigen kinderen, is het helpen van mijn genetische familieleden ook
een manier om mijn eigen genen over te dragen naar de volgende generatie. Inclusieve fitness omvat
dus ook de genen van je familieleden!

Dus: mensen hebben een betere fitness (van de volgende generatie) door genetische familieleden te
helpen! Dit impliceert dat:
- mensen risico’s nemen voor genetische familieleden!
- hoe hoger de genetische verwantschap, hoe groter het risico dat men neemt!
Er is veel empirisch bewijs voor de inclusieve fitnesstheorie!
 Daly & Wilson (1988): zij toonden aan dat stiefouders minder zorg tonen dan biologische ouders
EN dat kindermishandeling vaker voorkomt door stiefvaders (100 keer meer dan door biologische
vaders). Als er een genetische verwantschap is tussen ouders en hun kinderen, dan is de zorg
gemiddeld ook beter.
 Burnstein (1994): hij liet zien dat mensen over het algemeen meer geneigd zijn genetische
familieleden in nood te helpen.
Wat zijn de Burnstein-studies? Burnstein testte de inclusieve fitnesstheorie door mensen te vragen
wie ze zouden helpen in verschillende hypothetische scenario’s. Bijvoorbeeld: je huis staat in brand
en je kunt maar één persoon redden. Wie zou dat zijn?

=> de neiging om te helpen in relatie met de genetische verwantschap met de persoon in
nood. In alledaagse situaties EN in levensbedreigende situaties (zoals wanneer een huis in
brand staat): hoe hoger de genetische verwantschap, hoe groter de neiging om te
helpen. De relatie is zelfs iets sterker in levensbedreigende situaties dan in alledaagse
situaties. Dit laat duidelijk zien dat mensen eerder geneigd zijn een broer of zus (50%
genetische verwantschap) te helpen dan een neef of nicht (12,5%). Maar ze helpen ook
eerder een neef of nicht dan een totale vreemdeling. Dit is de kern van de inclusieve fitnesstheorie.

Andere bevindingen van de Burnstein-studies: de neiging om te helpen hangt niet alleen
af van genetische verwantschap, maar ook van de leeftijd van de persoon in nood (hier:
de neiging om te helpen in relatie met de leeftijd van de persoon in nood). In alledaagse
situaties, of wanneer helpen relatief eenvoudig is, helpen mensen meestal degenen die
het meest hulpbehoevend en afhankelijk zijn: de hele jonge en de hele oude mensen. Dit
resulteert in een U-vormige curvilineaire relatie. In levensbedreigende situaties ziet het
patroon er anders uit. Mensen helpen dan eerder jongere mensen dan oudere mensen.
Dit is logisch vanuit een evolutionair perspectief, omdat jongere mensen nog reproductieve waarde
hebben. Oudere mensen kunnen zich niet meer voortplanten. Daarom krijgen jongere mensen in
levensbedreigende situaties vaker hulp dan oudere mensen.




3

, De neiging om jonge kinderen te helpen hangt ook af van het type noodsituatie (hier: de
neiging om te helpen in relatie met een hongersnood– famine condition!). Hier zien we een
omgekeerde U-vormige curvilineaire relatie. Mensen helpen het meest kinderen rond de
leeftijd van 10 jaar, meer dan baby’s. In de vorige figuur werden baby’s juist vaker geholpen,
maar in hongersnood is dit NIET het geval! Waarom? Volgens evolutionaire psychologen is
dit logisch, omdat 10-jarigen al dicht bij de reproductieve leeftijd (rond de 14 jaar) zitten. Ze
hebben dus een grotere kans om te overleven en zich voort te planten dan baby’s. In extreme
omstandigheden kiezen mensen ervoor om degenen te helpen die de beste overlevingskansen
hebben. Zodra kinderen ouder zijn dan 10, hebben ze minder hulp nodig en daalt de neiging om hen
te helpen.

Conclusie: - wie we helpen in verschillende situaties is voorspelbaar vanuit een evolutionair
perspectief.
- er is sterk bewijs voor de inclusieve fitnesstheorie.

1.1.4. Reciprocal altruism – wederkerig altruïsme: why do we help unrelated individuals?
Dus de inclusieve fitnesstheorie biedt een goede verklaring voor waarom we genetisch verwante
mensen helpen. MAAR waarom helpen we ook niet-verwante individuen? Zoals we al zagen, zijn
altruïsme en het helpen van anderen onderdeel geworden van ons DNA, omdat het een evolutionair
voordeel oplevert. Uiteindelijk verhoogt helpen onze eigen fitness: het vergroot onze kans op
overleving en voortplanting. Het was Trivers die als eerste de term wederzijds altruïsme beschreef.
Dit betekent in essentie: "Ik help jou, wanneer jij mij helpt." Dit is natuurlijk alleen mogelijk als:
- de persoon die geholpen wordt, later herkend kan worden.
- bedriegers gestraft kunnen worden: valsspelers kunnen later worden uitgesloten.
Individuen die hulp ontvangen maar geen hulp teruggeven, kunnen dus geïdentificeerd en
uitgesloten worden. Dit is uiteraard alleen mogelijk bij intelligente soorten (zoals primaten en
mensen) EN alleen bij kennissen en kleine groepen/stammen. Anders is wederkerigheid (reciprocity)
niet eens mogelijk.
Maar uiteindelijk verhoogt helpen onze fitness!

1.2. Sexual selection and sex differences in behavior: an evolutionary perspective on sex differences
- seksuele selectie en sekseverschillen in gedrag: een evolutionair perspectief op sekseverschillen
Nu nemen we een evolutionair perspectief op sekseverschillen om te proberen te verklaren waarom
sommige sekseverschillen bestaan. Let op: we praten over sekseverschillen, niet over
genderverschillen. Dit is een belangrijke onderscheid om te maken! Evolutionaire psychologie
behoort tot de biologische benaderingen om menselijk gedrag te verklaren, dus bij het bespreken van
sekse zijn er slechts twee categorieën: mannelijk en vrouwelijk. Gender heeft daarentegen veel meer
categorieën.

1.2.1. Sexual selection and parental investment – seksuele selectie en ouderlijke investering
Seksuele selectie is een vorm van natuurlijke selectie die de selectie van seksuele partners omvat. Er
zijn twee vormen van seksuele selectie/competitie:
- Intraseksuele selectie/competitie: tussen leden van hetzelfde geslacht. Dit is meestal
mannelijke competitie. Het meest typische voorbeeld hiervan is twee herten die hun geweien
in de strijd vergrendelen. De winnaar geeft uiteraard zijn genen door aan de volgende
generatie. Dit zijn natuurlijk de genen die in de eerste plaats tot de overwinning hebben geleid:
grotere geweien, agressie, … Deze eigenschappen geven deze mannetjes een evolutionair voordeel
om het gevecht te winnen. Daarom zullen ze blijven bestaan in toekomstige generaties.
- Interseksuele selectie/competitie: tussen leden van verschillende geslachten, dus tussen
mannen en vrouwen. Dit is meestal vrouwelijke keuze. Een bekend voorbeeld zijn mannelijke



4

Infos sur le Document

Publié le
20 mai 2025
Nombre de pages
76
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€9,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
160
Abonnés
17
Éléments
27
Dernière vente
1 semaine de cela

Avis d'acheteurs vérifiés



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions