Gerechtelijk privaatrecht
Leerstuk 1 : situering van het gerechtelijk privaatrecht
1. INDELING VAN HET RECHT (IN RECHTSTAKKEN OF RECHTSDOMEINEN)
Gerechtelijk privaatrecht = privaatrechtelijk Publiekrecht sensu lato : tussen de overheid
procesrecht en de burgers
Privaatrecht : tussen burgers onderling Strafrecht : iemand dat beklaagd wordt, een
misdaad heeft begaan – opgestart door de
overheid
Fiscaal recht : belastingen Sociaal zekerheidsrecht : leeflonen, ziekte-
en invaliditeitsuitkering,
werkloosheidsuitkering, …
Vermogensrecht = goederenrecht Privaatrechtelijk procesrecht : de manier hoe
je een proces voert
2. ILLUSTRATIE : ACTUELE VRAGEN ROND ‘HET RECHT VAN VERDEDIGING’
elke partij krijgt de kans om zijn zaken te
brengen aan de rechter, elke partij krijgt
de kans om te reageren op de andere
partij. Wat als de rechter op eigen
initiatief informatie sprokkelt? Bv A en B
hebben een ongeval, de rechter vond het
interessant om het weer van die dag te
weten (hij zocht dat op via het internet – het was die dag zeer mistig). De rechter had
onmiddellijk geconcludeerd dat A zijn rijgedrag moest matigen en dat hij in fout was. De rechter
had A en B de kans moeten geven om hun verweer te verdedigen.
In hoeverre mag je als rechter u moeien in het inhoudelijk geschil? = beschikkingsbeginsel
1
,3. GELIJK HEBBEN ≠ GELIJK KRIJGEN
• Materieel recht bepaalt welke rechten je hebt
• Procesrecht is wat je kan doen als de rechten geschonden worden
3.1. VOORBEELD VAN EEN PRIVAATRECHTELIJK GESCHIL (CONSUMENTENRECHT)
Bart koopt een nieuwe smartphone maar na een week
gaat hij al kapot. Hij kan zich beroepen op de wettelijke
garantie (als je als consument een consumptie koopt heb
je recht op een garantie van 2 jaar, je kan van de verkoper eisen dat hij het gratis hersteld – of
geld terugvragen). Media Markt kan er mee akkoord gaan, ze geraken er onderling uit (minnelijke
regeling). Andere reactie is dat Media Markt het kan weigeren, het mag niet door je eigen schuld
zijn (bv in het toilet laten vallen), de wettelijke garantie is bedoeld tot productiefouten
(rechtsgeschil over de toepassing van het consumentenrecht). Bart zegt dat het niet werkt
van in het begin (meningsgeschil).
Mag Bart het recht in eigen handen nemen? Hij mag niet zelf een nieuwe IPhone uit de rekken
halen (verbod op eigen richting). Bart meent wel dat hij gelijk heeft, maar dat betekend niet dat
hij gelijk krijgt. Hij moet beroep doen op een rechter (rechtbank) om de wettelijke garantie op te
eisen.
4. DE BURGERLIJKE PROCEDURE (HET GEDING)
Burgerlijke procedure : verloopt voornamelijk Geding = een procedure
schriftelijk (wat er belangrijk is kan je
mondeling nog eens zeggen)
Geschil = een mening Dagvaarding : met een gerechtsdeurwaarder
Verzoekschrift : leg je op ter griffie (online) Vrijwillige verschijning : wordt door beide
aan de verwerende partij partijen ondertekend en voorgelegd aan de
griffie
Inleidende zitting : advocaten respecteren de Korte debatten : zaak wordt op de eerste
deadline om de conclusietermijnen voor te zitting behandeld (heel eenvoudige zaken,
leggen niet voor betwisting vatbaar – niets
schriftelijk, direct een vonnis) – als de
verweerder niet komt opdagen = verstek
Conclusiekalender : kan je op voorhand Conclusie : kruipt veel tijd in, je gunt elkaar
afspreken de tijd. Meestal een maand voor elke partij.
De verweerder heeft het laatste woord
Pleitzitting : advocaten pleiten, de rechter Hoger beroep : niet automatisch recht op
luistert ernaar en gaat de zaak in beraad
geven en geeft hen een vonnis (één maand na
beraad). Datum moet je krijgen van de
rechtbank (niet zelf bepalen – reden waarom
je soms jaren moet wachten)
2
,5. DE ‘ACTOREN’ IN EEN GERECHTELIJKE PROCEDURE
partijen : eisende partij (start de
procedure en vraagt iets) en de
verwerende partij (verdedigen voor de
rechten)
advocaat : een jurist (niet verplicht)
rechter : een jurist – doet uitspraak
over het geschil in een bindende
beslissingen (moeten door alle partijen
nageleefd worden)
openbaar ministerie : onderzoek voeren en straf uitspreken, brengen de zaak voor de rechter (het
stelt iets voor, maar de rechter beslist finaal) – in burgerlijke zaken speelt het een mindere rol
griffier : de secretaris van de rechter, zorgt dat alle dossiers op de zitting aanwezig zijn, taak
zitting → onafhankelijk van de rechter (als er op de zitting iets gebeurd dat strijdig is met de
basisbeginselen, dan kan de partij aan de griffier vragen om dit zeker op te schrijven, dat is dan
van belang als je je daar op wilt beroepen)
6. WAAROP IS HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT VAN TOEPASSING?
Ratione personae
• = het persoonlijk toepassingsgebied van het gerechtelijk privaatrecht
• Voor elk rechtsbekwaam rechtssubject
o Rechtsbekwaam persoon : iemand dat van rechten kan genieten (iedere natuurlijke
en rechtspersoon)
o Natuurlijke persoon : van zodra dat die bestaat wordt die drager van rechten en
plichten
o Rechtspersoon : zoals vennootschappen, verenigingen die worden opgericht (er
worden staturen voor opgemaakt), die worden neergelegd op de griffie en
gepubliceerd in het BS. Vanaf dat ogenblik krijgen zij ook rechtspersoonlijkheid en
zullen zij, net zoals elke andere natuurlijke persoon, drager zijn van rechten en
plichten. Het zijn afzonderlijke etniteiten en zij kunnen dus deelnemen aan het
rechtsverkeer
Ratione materiae
• Enkel van toepassing op burgerlijke geschillen (subjectieve contentieux)
o Subjectief contentieux : geschillen over subjectieve rechten (de concrete
aanspraken die een persoon kan inroepen)
o <> objectief contentieux : geschillen die niet te maken hebben met die concrete
aanspraken, maar eerder de wettelijkheid van handelingen die door de overheid zijn
gesteld
• MAAR : artikel 2 Ger.W.: van toepassing op alle rechtsplegingen (het gemene recht)
o TENZIJ : niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepaling ervan afwijkt
3
, Ratione temporis
• Artikel 3 Ger.W.: wetten op rechterlijke organisatie / bevoegdheid / rechtspleging
• Principe van art.3 : onmiddellijk van toepassing op hangend rechtsgeding
o Zonder invloed op geldig gestelde proceshandelingen
• TENZIJ: overgangsbepalingen voorzien in de wet
• Wat is een hangend rechtsgeding?
o Rechtsgeding = geding = procedure
o = een procedure die voor de rechtbank wordt gevoerd en waarover de rechter nog
een uitspraak moet doen
o = zo’n geding is hangend van zodra dat men een geding in lijdend exploot heeft
betekend aan de verweerder (tegenpartij) en zal dus het geding inleiden (de
procedure voor de rechter inleiden) → dat geding blijft hangend zolang de rechter
geen eindvonnis heeft uitgesproken
o → geding in lijdend exploot = een dagvaarding
4
Leerstuk 1 : situering van het gerechtelijk privaatrecht
1. INDELING VAN HET RECHT (IN RECHTSTAKKEN OF RECHTSDOMEINEN)
Gerechtelijk privaatrecht = privaatrechtelijk Publiekrecht sensu lato : tussen de overheid
procesrecht en de burgers
Privaatrecht : tussen burgers onderling Strafrecht : iemand dat beklaagd wordt, een
misdaad heeft begaan – opgestart door de
overheid
Fiscaal recht : belastingen Sociaal zekerheidsrecht : leeflonen, ziekte-
en invaliditeitsuitkering,
werkloosheidsuitkering, …
Vermogensrecht = goederenrecht Privaatrechtelijk procesrecht : de manier hoe
je een proces voert
2. ILLUSTRATIE : ACTUELE VRAGEN ROND ‘HET RECHT VAN VERDEDIGING’
elke partij krijgt de kans om zijn zaken te
brengen aan de rechter, elke partij krijgt
de kans om te reageren op de andere
partij. Wat als de rechter op eigen
initiatief informatie sprokkelt? Bv A en B
hebben een ongeval, de rechter vond het
interessant om het weer van die dag te
weten (hij zocht dat op via het internet – het was die dag zeer mistig). De rechter had
onmiddellijk geconcludeerd dat A zijn rijgedrag moest matigen en dat hij in fout was. De rechter
had A en B de kans moeten geven om hun verweer te verdedigen.
In hoeverre mag je als rechter u moeien in het inhoudelijk geschil? = beschikkingsbeginsel
1
,3. GELIJK HEBBEN ≠ GELIJK KRIJGEN
• Materieel recht bepaalt welke rechten je hebt
• Procesrecht is wat je kan doen als de rechten geschonden worden
3.1. VOORBEELD VAN EEN PRIVAATRECHTELIJK GESCHIL (CONSUMENTENRECHT)
Bart koopt een nieuwe smartphone maar na een week
gaat hij al kapot. Hij kan zich beroepen op de wettelijke
garantie (als je als consument een consumptie koopt heb
je recht op een garantie van 2 jaar, je kan van de verkoper eisen dat hij het gratis hersteld – of
geld terugvragen). Media Markt kan er mee akkoord gaan, ze geraken er onderling uit (minnelijke
regeling). Andere reactie is dat Media Markt het kan weigeren, het mag niet door je eigen schuld
zijn (bv in het toilet laten vallen), de wettelijke garantie is bedoeld tot productiefouten
(rechtsgeschil over de toepassing van het consumentenrecht). Bart zegt dat het niet werkt
van in het begin (meningsgeschil).
Mag Bart het recht in eigen handen nemen? Hij mag niet zelf een nieuwe IPhone uit de rekken
halen (verbod op eigen richting). Bart meent wel dat hij gelijk heeft, maar dat betekend niet dat
hij gelijk krijgt. Hij moet beroep doen op een rechter (rechtbank) om de wettelijke garantie op te
eisen.
4. DE BURGERLIJKE PROCEDURE (HET GEDING)
Burgerlijke procedure : verloopt voornamelijk Geding = een procedure
schriftelijk (wat er belangrijk is kan je
mondeling nog eens zeggen)
Geschil = een mening Dagvaarding : met een gerechtsdeurwaarder
Verzoekschrift : leg je op ter griffie (online) Vrijwillige verschijning : wordt door beide
aan de verwerende partij partijen ondertekend en voorgelegd aan de
griffie
Inleidende zitting : advocaten respecteren de Korte debatten : zaak wordt op de eerste
deadline om de conclusietermijnen voor te zitting behandeld (heel eenvoudige zaken,
leggen niet voor betwisting vatbaar – niets
schriftelijk, direct een vonnis) – als de
verweerder niet komt opdagen = verstek
Conclusiekalender : kan je op voorhand Conclusie : kruipt veel tijd in, je gunt elkaar
afspreken de tijd. Meestal een maand voor elke partij.
De verweerder heeft het laatste woord
Pleitzitting : advocaten pleiten, de rechter Hoger beroep : niet automatisch recht op
luistert ernaar en gaat de zaak in beraad
geven en geeft hen een vonnis (één maand na
beraad). Datum moet je krijgen van de
rechtbank (niet zelf bepalen – reden waarom
je soms jaren moet wachten)
2
,5. DE ‘ACTOREN’ IN EEN GERECHTELIJKE PROCEDURE
partijen : eisende partij (start de
procedure en vraagt iets) en de
verwerende partij (verdedigen voor de
rechten)
advocaat : een jurist (niet verplicht)
rechter : een jurist – doet uitspraak
over het geschil in een bindende
beslissingen (moeten door alle partijen
nageleefd worden)
openbaar ministerie : onderzoek voeren en straf uitspreken, brengen de zaak voor de rechter (het
stelt iets voor, maar de rechter beslist finaal) – in burgerlijke zaken speelt het een mindere rol
griffier : de secretaris van de rechter, zorgt dat alle dossiers op de zitting aanwezig zijn, taak
zitting → onafhankelijk van de rechter (als er op de zitting iets gebeurd dat strijdig is met de
basisbeginselen, dan kan de partij aan de griffier vragen om dit zeker op te schrijven, dat is dan
van belang als je je daar op wilt beroepen)
6. WAAROP IS HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT VAN TOEPASSING?
Ratione personae
• = het persoonlijk toepassingsgebied van het gerechtelijk privaatrecht
• Voor elk rechtsbekwaam rechtssubject
o Rechtsbekwaam persoon : iemand dat van rechten kan genieten (iedere natuurlijke
en rechtspersoon)
o Natuurlijke persoon : van zodra dat die bestaat wordt die drager van rechten en
plichten
o Rechtspersoon : zoals vennootschappen, verenigingen die worden opgericht (er
worden staturen voor opgemaakt), die worden neergelegd op de griffie en
gepubliceerd in het BS. Vanaf dat ogenblik krijgen zij ook rechtspersoonlijkheid en
zullen zij, net zoals elke andere natuurlijke persoon, drager zijn van rechten en
plichten. Het zijn afzonderlijke etniteiten en zij kunnen dus deelnemen aan het
rechtsverkeer
Ratione materiae
• Enkel van toepassing op burgerlijke geschillen (subjectieve contentieux)
o Subjectief contentieux : geschillen over subjectieve rechten (de concrete
aanspraken die een persoon kan inroepen)
o <> objectief contentieux : geschillen die niet te maken hebben met die concrete
aanspraken, maar eerder de wettelijkheid van handelingen die door de overheid zijn
gesteld
• MAAR : artikel 2 Ger.W.: van toepassing op alle rechtsplegingen (het gemene recht)
o TENZIJ : niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepaling ervan afwijkt
3
, Ratione temporis
• Artikel 3 Ger.W.: wetten op rechterlijke organisatie / bevoegdheid / rechtspleging
• Principe van art.3 : onmiddellijk van toepassing op hangend rechtsgeding
o Zonder invloed op geldig gestelde proceshandelingen
• TENZIJ: overgangsbepalingen voorzien in de wet
• Wat is een hangend rechtsgeding?
o Rechtsgeding = geding = procedure
o = een procedure die voor de rechtbank wordt gevoerd en waarover de rechter nog
een uitspraak moet doen
o = zo’n geding is hangend van zodra dat men een geding in lijdend exploot heeft
betekend aan de verweerder (tegenpartij) en zal dus het geding inleiden (de
procedure voor de rechter inleiden) → dat geding blijft hangend zolang de rechter
geen eindvonnis heeft uitgesproken
o → geding in lijdend exploot = een dagvaarding
4