Internationaal en Europees recht
Leerstuk 1 : internationaal recht
1. DEFINITIE, INDELING EN FUNCTIE
1.1. DEFINITIE
Internationaal recht : geen algemeen aanvaarde juridische definitie
Verleden : betrekkingen tussen volkeren volkerenrecht
Men sprak over het recht dat de samenleving van verschillende volkeren
regelde
Men is daar van af gestapt omdat een makkelijkere te geven omschrijving
‘een staat’ is – een eigen bevolking, overheid, … nodig
Een volk = door de globalisering krijgt men heel veel mengelingen van
verschillende invloeden, er is veel interactie waardoor je niet meer van
volkeren kan spreken
Centrale rol : staten
De bedoeling dat ze soeverein zijn
Regels van de overheid naar de burgers toe
Toegenomen rol internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties
en particulieren
Rechtstak die de internationale betrekking regel = internationaal
publiekrecht
o We kijken naar de samenwerking van soevereine staten
(overheidsniveau)
o <> nationaal publiekrecht : structuur van België als staat
1.2. INDELING
Internationaal publiekrecht <> internationaal privaatrecht
Publiek : gaat over de overheid en de werking
Privaat : werking tussen private burgers (natuurlijke en rechtspersonen)
Internationaal privaatrecht :
Gedrag / reactie van individuen met grensoverschrijdend element
o Bv een Iraanse man en een Belgische vrouw zijn getrouwd maar het huwelijk gaat niet
meer, ze vraagt de echtscheiding aan en het onderhoudsgeld. De man zegt dat hij in
Iran al een vonnis heeft, dan stapt de vrouw naar de Belgische rechtbank. vragen die de
rechter vraag (volgende puntjes)
o Bv een geboorte in het buitenland
o Bv Zwitserse man en Belgische vrouw wonen jaren in Zweden en bevalt daar van een
kind, na jaren wonen ze terug in Zwitserland maar het kind heeft een Zweedse
nationaliteit, kan het kind dan ingeschreven worden in Zwitserland? Ja, dan moet er een
procedure gevolgd worden
Regels van nationaal recht (grotendeels geharmoniseerd)
o Bevoegde rechtbank / ambtenaar
o Toepasselijk recht
1
, o Tenuitvoerlegging vonnis van de Belgische rechter
Man moet onderhoudsverplichting uitvoeren tegen over de
vrouw, maar de man woont al terug in Iran, hoe kan het dan op
een efficiënte manier uitgevoerd worden?
1.3. FUNCTIES VAN HET INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT
Co-existentie : vreedzaam naast elkaar bestaan van de soevereine staten
België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg aanvaarden elkaars
overheden van de staten van elkaar (dat is niet altijd zo geweest, denk aan
WOI en WOII)
Territoriale grenzen en soevereiniteit
Jurisdictie over staatsburgers en uitzonderingen
Coöperatie : samenwerking tussen soevereine staten en internationale
organisaties
Gemeenschappelijke doelen
Mensenrechten (UVRM uitgevaardigd door de VN en dat is niet bindend,
EVRM is daaruit voortgevloeid en dat is wel bindend)
Milieu (niet makkelijk om te bereiken, bv de Leie)
Arbeids- en gezondheidsrecht
Integratie : attributie van bevoegdheden en relativering van statelijke
soevereiniteit
Bepaalde bevoegdheden die een eigen soevereine staat heeft, gaat het
toebedelen aan een andere instantie
De Europese lidstaten hebben een grote attributie van bevoegdheden
gedaan aan de EU (beslissingen binnen de EU door Europees parlement die
dan uitwerking hebben binnen de nationale rechtsorde van elke lidstaat,
waarbij men afstand doet van de soevereiniteit)
Global governance : mondiaal bestuur
Regels voor mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering
Waarbij men zoveel mogelijk om bepaalde thema’s (mondiale uitdagingen)
vraagt, waardoor men denkt dat ze tot een mondiaal bestuur moeten
komen om problemen te kunnen aanpakken
2. INTERNATIONAAL RECHT ALS HORIZONTAAL EN ONVOLMAAKT
SYSTEEM
Horizontaal systeem : men beschouwd de soevereine staten als gelijken naast
elkaar (verticaal : hiërarchie).
Onvolmaakt systeem : niet binnen elke staat heb je een systeem van WM UM RM,
wetgeving komt tot stand door het akkoord van alle soevereine staten die een
gemeenschappelijk doel nastreven (consensualisme). We zijn afhankelijk omdat
2
,we afhankelijk blijven van de instemming / wil van soevereine staten om tot een
verdrag te komen
Instemming staten (= oorspronkelijke subjecten van het internationaal recht)
= cruciaal
Consensualisme tussen soevereine staten
Geen centrale wetgever ; UITZONDERING : toekennen van de wetgevende
bevoegdheid
Geen centrale rechter ; TENZIJ instemming ad hoc of duurzaam
Geen centrale afdwinging (soms heeft men de rechterlijke instantie gecreëerd
binnen een gedragskader, maar er is niemand die toezicht houdt op het
internationaal recht)
3. KENMERKEN INTERNATIONALE ORGANISATIE IN HET INTERNATIONAAL
RECHT
3.1. GEMEENSCHAPPELIJKE KENMERKEN (4) :
Samenwerkingsverband tussen volkenrechtelijke subjecten (staten &
internationale organisaties)
Nastreven van gemeenschappelijke doelstellingen
Oprichtingsverdrag
Eigen organen met vertegenwoordigers
3.2. ORGANISATIE-GEBONDEN KENMERKEN (6) :
3.2.1. LIDMAATSCHAP
Meestal de soevereine staten (en internationale organisaties) die lid is van de
internationale organisatie
Open <> gesloten
Open : alle soevereine staten kunnen toetreden
Gesloten : omwille van de doelstelling kan men maar een bepaald aantal
staten in aanmerking laten komen
Universeel <> regionaal
Universeel : het werkveld (wereldwijd), de doelstellingen wil men
wereldwijd bereiken
Regionaal : binnen een bepaalde regio werken (de EU voor de Europese
lidstaten die voldoen aan de voorwaarde om tot de Europese Unie te
worden toegelaten (bv EVRM – de Raad van Europa)
3.2.2. DOEL
Algemeen <> functioneel
3
, Algemeen : zeer ruim werkveld, veel verschillende doelstelling, beoogt op
17 SDG’s
Functioneel : beperkt tot een aantal specifieke doelstellingen (WHO die als
doel wereldwijd gaat focussen op gezondheidszorg en welzijn van de
burgers ; WTO die als doel realiseert om betrekkingen te hebben voor
internationale handel)
4
Leerstuk 1 : internationaal recht
1. DEFINITIE, INDELING EN FUNCTIE
1.1. DEFINITIE
Internationaal recht : geen algemeen aanvaarde juridische definitie
Verleden : betrekkingen tussen volkeren volkerenrecht
Men sprak over het recht dat de samenleving van verschillende volkeren
regelde
Men is daar van af gestapt omdat een makkelijkere te geven omschrijving
‘een staat’ is – een eigen bevolking, overheid, … nodig
Een volk = door de globalisering krijgt men heel veel mengelingen van
verschillende invloeden, er is veel interactie waardoor je niet meer van
volkeren kan spreken
Centrale rol : staten
De bedoeling dat ze soeverein zijn
Regels van de overheid naar de burgers toe
Toegenomen rol internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties
en particulieren
Rechtstak die de internationale betrekking regel = internationaal
publiekrecht
o We kijken naar de samenwerking van soevereine staten
(overheidsniveau)
o <> nationaal publiekrecht : structuur van België als staat
1.2. INDELING
Internationaal publiekrecht <> internationaal privaatrecht
Publiek : gaat over de overheid en de werking
Privaat : werking tussen private burgers (natuurlijke en rechtspersonen)
Internationaal privaatrecht :
Gedrag / reactie van individuen met grensoverschrijdend element
o Bv een Iraanse man en een Belgische vrouw zijn getrouwd maar het huwelijk gaat niet
meer, ze vraagt de echtscheiding aan en het onderhoudsgeld. De man zegt dat hij in
Iran al een vonnis heeft, dan stapt de vrouw naar de Belgische rechtbank. vragen die de
rechter vraag (volgende puntjes)
o Bv een geboorte in het buitenland
o Bv Zwitserse man en Belgische vrouw wonen jaren in Zweden en bevalt daar van een
kind, na jaren wonen ze terug in Zwitserland maar het kind heeft een Zweedse
nationaliteit, kan het kind dan ingeschreven worden in Zwitserland? Ja, dan moet er een
procedure gevolgd worden
Regels van nationaal recht (grotendeels geharmoniseerd)
o Bevoegde rechtbank / ambtenaar
o Toepasselijk recht
1
, o Tenuitvoerlegging vonnis van de Belgische rechter
Man moet onderhoudsverplichting uitvoeren tegen over de
vrouw, maar de man woont al terug in Iran, hoe kan het dan op
een efficiënte manier uitgevoerd worden?
1.3. FUNCTIES VAN HET INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT
Co-existentie : vreedzaam naast elkaar bestaan van de soevereine staten
België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg aanvaarden elkaars
overheden van de staten van elkaar (dat is niet altijd zo geweest, denk aan
WOI en WOII)
Territoriale grenzen en soevereiniteit
Jurisdictie over staatsburgers en uitzonderingen
Coöperatie : samenwerking tussen soevereine staten en internationale
organisaties
Gemeenschappelijke doelen
Mensenrechten (UVRM uitgevaardigd door de VN en dat is niet bindend,
EVRM is daaruit voortgevloeid en dat is wel bindend)
Milieu (niet makkelijk om te bereiken, bv de Leie)
Arbeids- en gezondheidsrecht
Integratie : attributie van bevoegdheden en relativering van statelijke
soevereiniteit
Bepaalde bevoegdheden die een eigen soevereine staat heeft, gaat het
toebedelen aan een andere instantie
De Europese lidstaten hebben een grote attributie van bevoegdheden
gedaan aan de EU (beslissingen binnen de EU door Europees parlement die
dan uitwerking hebben binnen de nationale rechtsorde van elke lidstaat,
waarbij men afstand doet van de soevereiniteit)
Global governance : mondiaal bestuur
Regels voor mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering
Waarbij men zoveel mogelijk om bepaalde thema’s (mondiale uitdagingen)
vraagt, waardoor men denkt dat ze tot een mondiaal bestuur moeten
komen om problemen te kunnen aanpakken
2. INTERNATIONAAL RECHT ALS HORIZONTAAL EN ONVOLMAAKT
SYSTEEM
Horizontaal systeem : men beschouwd de soevereine staten als gelijken naast
elkaar (verticaal : hiërarchie).
Onvolmaakt systeem : niet binnen elke staat heb je een systeem van WM UM RM,
wetgeving komt tot stand door het akkoord van alle soevereine staten die een
gemeenschappelijk doel nastreven (consensualisme). We zijn afhankelijk omdat
2
,we afhankelijk blijven van de instemming / wil van soevereine staten om tot een
verdrag te komen
Instemming staten (= oorspronkelijke subjecten van het internationaal recht)
= cruciaal
Consensualisme tussen soevereine staten
Geen centrale wetgever ; UITZONDERING : toekennen van de wetgevende
bevoegdheid
Geen centrale rechter ; TENZIJ instemming ad hoc of duurzaam
Geen centrale afdwinging (soms heeft men de rechterlijke instantie gecreëerd
binnen een gedragskader, maar er is niemand die toezicht houdt op het
internationaal recht)
3. KENMERKEN INTERNATIONALE ORGANISATIE IN HET INTERNATIONAAL
RECHT
3.1. GEMEENSCHAPPELIJKE KENMERKEN (4) :
Samenwerkingsverband tussen volkenrechtelijke subjecten (staten &
internationale organisaties)
Nastreven van gemeenschappelijke doelstellingen
Oprichtingsverdrag
Eigen organen met vertegenwoordigers
3.2. ORGANISATIE-GEBONDEN KENMERKEN (6) :
3.2.1. LIDMAATSCHAP
Meestal de soevereine staten (en internationale organisaties) die lid is van de
internationale organisatie
Open <> gesloten
Open : alle soevereine staten kunnen toetreden
Gesloten : omwille van de doelstelling kan men maar een bepaald aantal
staten in aanmerking laten komen
Universeel <> regionaal
Universeel : het werkveld (wereldwijd), de doelstellingen wil men
wereldwijd bereiken
Regionaal : binnen een bepaalde regio werken (de EU voor de Europese
lidstaten die voldoen aan de voorwaarde om tot de Europese Unie te
worden toegelaten (bv EVRM – de Raad van Europa)
3.2.2. DOEL
Algemeen <> functioneel
3
, Algemeen : zeer ruim werkveld, veel verschillende doelstelling, beoogt op
17 SDG’s
Functioneel : beperkt tot een aantal specifieke doelstellingen (WHO die als
doel wereldwijd gaat focussen op gezondheidszorg en welzijn van de
burgers ; WTO die als doel realiseert om betrekkingen te hebben voor
internationale handel)
4